Ventoux

Ton Cremers Mont Ventoux 2012

Mont Ventoux 2012

 

Zomer 2012 was een zware, intensieve zomer. Een unieke zomer. Mo. en ik gingen voor onze eerste kampeer- en fietsvakantie naar de Provence, en wel naar 5-sterren camping Lac du Moulin de Ventre in Niozelles. We moesten vanaf de camping bellen met Me. om te vragen hoe de van haar geleende tent op te zetten. Een nederlaag na lang in de hitte nutteloos proberen. Nog geen meter gefietst, maar het zweet stroomde al in mijn ogen.

Dagelijks maakten we onze fietsrondjes via Forcalquier, Mane, Manosque, langs het Observatoire de Haute Provence St. Michel naar Banon en zo weer terug richting Forcalquier. De eerste kilometers ‘s morgens vroeg van Niozelles naar Forcalquier waren het zwaarst. Geen steile klim, maar voortdurend vals plat en dat met nog stijve ochtendbenen. De conditie verbeterde snel. Kon Mo. de eerste keer de klim naar Forcalquier nauwelijks aan, de tweede dag kwam ze in een constant tempo, sneller dan verwacht achter mij aan.

Na de aankoop van haar Specialized fiets, we haalden hem op een vrijdagavond op, vertrokken we de volgende zaterdagmorgen naar Limburg. Me. en Da. waren daar ook. De eerste fietstocht ging in het begin niet goed. Jos van Biker’s Best in Rotterdam leverde, dat bleek pas in Limburg, een slecht geassembleerde fiets af. De derailleur van Mo.’s fiets ratelde spontaan de ketting van blad tot blad. Gelukkig was er een Limburgse fietsenmaker bereid even tijd te nemen om de afstelling te regelen. Mo.’s eerste tocht op een racefiets werd indrukwekkend. Niet snel, maar in een gestaag tempo nam ze heuvel na heuvel in het gevarieerde Limburgse landschap. Niet één keer gaf ze op; afstappen was er niet bij. Een natuurtalent.

De Franse klimmen waren haar slechts zelden te zwaar. Het was zwaar, maar mevrouw zette door. Eén keer werd een stukje gelopen: op de klim naar het observatoire.

Na drie weken Moulin de Ventre vertrok Mo. met de TGV vanaf Aix-en-Provence naar huis. We hadden zo onze problemen. Het afscheid viel zwaar. Ik zou nog twee weken in Frankrijk blijven. twee bezorgde weken. Iedere dag maakte ik lange fietstochten met in mijn achterhoofd het plan de Mont Ventoux te veroveren.

Ventoux van Bert Wagendorp, een door mij bewonderde en altijd als eerste, De Volkskrant pagina 2, gelezen columnist, kwam pas een jaar later uit. Het boek zou me niet van het plan de berg op te fietsen af hebben gehouden, ook al vond ik er helemaal niets aan. De film werd mij door vrienden ontraden.

Op een van mijn tochten besloot ik niet via Mane en Observatoire St.Michel naar Banon te rijden, maar de route andersom te nemen. Tussen St.Michel en Banon is een lange daling van circa 6% (om dan vlak voor Banon een lastig stuk vals plat op te moeten fietsen). Gedachteloos begon ik na Banon de lange klim richting St. Michel. Al fietsend nam ik mij voor dat, mocht ik deze klim gemakkelijk nemen, dat ik dan de volgende dag de Montagne de Lure op zou fietsen. Dat zou mijn eerst echte ‘col’ worden. Niet gemakkelijk, maar wat een mythische beloning dat laatste stuk boven de boomgrens met een klimpercentage van slechts 2. Onbelemmerde wind in een kaal landschap, geen mens te zien, zon en toch kil. Een dreigende confrontatie met de natuur.

De Mont Ventoux, nam ik mij voor, zou ik nemen via de toeristische route vanaf Sault. De beklimmingen vanaf Malaucene of Bedoin met lange, rechte stukken door bos met 11% helling durfde ik niet aan. De klim vanaf Sault is zes kilometer langer (26) en dus minder steil. Vanaf Chalet Reynard komen alle routes bij elkaar om de laatste zes kilometer maanlandschap, helling gemiddeld 8%, te fietsen.

In mijn VW Caddy, fiets achterin, bananen voorin, vertrok ik ‘s morgens vanuit Niozelles. In het bos tegenover de camping in Sault kleedde ik me om. De auto bleef daar geparkeerd en de eenzame tocht kon beginnen. Twee kilometer verder was de spanning, positieve spanning, zo groot dat ik in de eerste de beste kroeg de broek moest laten zakken. Een mens kan maar het beste met zo weinig mogelijk ballast de Ventoux op fietsen.

Vanuit Sault begint de route met een steile afdaling, die je dan aan het einde van de terugweg als benenbreker nog even op moet. De route tot aan Chalet Reynard is een soort verlengde klim naar het drielandenpunt in Vaals, met een stijgingspercentage van gemiddeld 5. De laatste kilometer voor het chalet is zelfs een benenontspannende vals plat daling.

Vanaf Chalet Reynard omhoog kijkend ziet de berg er niet uitnodigend, eerder afschrikwekkend uit. Een kale, voor het oog zeer steile weg waar voortdurend fietspoppetje langzaam klimmend kleiner en kleiner worden. Moest ik daar tegenop met mijn, een goed excuus is nooit weg, reeds 62-jarige benen?

De eerste keer dat ik de Ventoux, met de auto, beklom was ongeveer 20 jaar eerder. Samen met Manna. Bovenop de berg, bij die gore snoeptentjes, besloot ik: “Vóór mijn 50ste wil ik hier met de fiets op klimmen”. Nu, op mijn 62ste werd de eerste keer dat ik de magische berg van Francesco Petrarca, exact 666 jaar na zijn wandeltocht, op fietste. Wat is dat toch met die berg. Hij daagde Petrarca uit, maar in de 21ste eeuw ook nog fietsers, waarvan heel veel op middelbare leeftijd. Een bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging onverwoestbare viriliteit aan te tonen, of gewoon waanzin, vooral de manier waarop sommigen als malloten de weg weer af vliegen? Er vallen ieder seizoen enkele doden.

Chalet Reynard zou mijn enige, korte rustpunt worden. De klim vanaf dat rustpunt bleek opvallend soepel te verlopen. Een peulenschil, althans: aanvankelijk. Tot aan het monument van Tommy Simpson (ik zag life op TV 13 juni 1967 dat hij stierf bij de beklimming; ‘op de flanken van de Ventoux’ heet dat in weinig origineel sportjournalistiek herhaalproza), waar piëteit een smoes was om kort te ontspannen. Na de Simpson reflectie leek de klim weer even eenvoudig als na het rustmoment bij Chalet Reynard; alleen nu verdween die eenvoud sneller, al na een paar honderd meter en werd het aanpoten. Bij een van de commerciële fotografen langs de route haalde ik het kartonnen A4 uit mijn rugzakje met de viltstifttekst MV4MPM, de Mont Ventoux voor Mo., en liet mij zo fotograferen.

Vreemd genoeg ging het laatste, korte, maar zeer steile stuk vlak onder de top mij weer prima af. Het paard rook de stal en kreeg even weer energie.

De afdaling was een emotionele, eufore ontlading. Het was me gelukt en vanaf Sault binnen twee uur, inclusief de korte stops. niet slecht.

Een mentale opsteker na zware weken eenzame strijd in de Provence. Na twee weken zou ik terugkeren naar Zuid-Frankrijk om via cold-Turkey het afscheid van Mo. te verwerken…

Bertus G. Antonissen

Geef een reactie