Typen

CHarly Parker

Was het William S. Burroughs of Truman Capote die over Jack Kerouac en zijn On the road zei: “Dat is geen schrijven, dat is typen”. Mijn inschatting is dat dandy Capote verantwoordelijk is voor deze afgunstige (?) opmerking over Kerouac’s razende manier van schrijven. Hij zou On the road april 1951 in drie weken geschreven, getypt hebben. Het idee voor het boek ontstond in de late jaren veertig. Misschien broeide het boek al aan paar jaar in zijn hoofd en was het slechts nog een kwestie van typen. Het was ‘method writing’; het boek gaat over een voortrazend verhaal, grotendeels een sleutelroman, en de beste manier om die razernij in het boek te uiten, was een razend schrijftempo.

Kerouac typte zijn tekst op rollen papier zodat hij niet steeds zijn werk hoefde te onderbreken om nieuw papier in de typemachine te doen. Het relaas over deze manier van typen gaat al meer dan 50 jaar van geschrift tot geschrift. Is het een mystificatie door Kerouac de wereld in gebracht? Ik sluit het niet uit.

Reve zei in de Grote Gerard Reve Show voor de VPRO-TV (mei 1974): “Ik heb een winkeltje”. Reve wist die winkel altijd goed te promoten en uit te baten. Ook Kerouac had een winkeltje en moest voor een uitnodigende etalage zorgen om zijn product aan de man te brengen. Als Boudewijn Büch in Kleine blonde dood mag mystificeren over een overleden zoontje, dan is een mystificatie over de wijze waarop een boek tot stand kwam en over de autobiografische elementen daarvan acceptabel.

Kerouac heeft het imago van een benzedrine snuivende, pot rokende en veel alcohol drinkende rebel; nacht na nacht luisterend naar Charlie Parker. Tot vervelens toe door hem beschreven in On the road. Zijn relaas over de wilde tochten door de Verenigde Staten schreef Kerouac aan de keukentafel bij zijn moeder. Het is heel goed mogelijk dat veel van zijn woeste reisavonturen in de beslotenheid van zijn moeders huis ontstonden.

Ik heb een speciale relatie met het boek. Misschien had ik er weleens van gehoord toen ik begin januari 1971 met de Greyhound aankwam in Iowa City. Op rondreis door de USA was Iowa City mijn eerste stop na een maand YMCA aan de 47st straat in New York (een verhaal apart). Ik bezocht in Iowa Ann H. Had haar en Christine H. (geen zusje) augustus 1969 in Londen ontmoet. We staken, toevallig, met dezelfde nachtboot over van Harwich naar Hoek van Holland en spraken in Amsterdam af. Beide meiden kochten op Schiphol een Fiat om drie maanden door Europa te gaan trekken. Ik hield met hen contact via brief en kaart.

December 1970 ging ik, 22 jaar, voor het eerst naar de USA met het plan ook drie maanden rond te trekken. In Iowa City ontmoette ik dus Ann en haar vriend. Die vriend vertelde mij over Kerouac en On the road en gaf mij een zakformaat paperback mee. Volgens Kerouac komen de mooiste meisjes uit Des Moines, Iowa. Die opmerking wordt in Iowa nog steeds met trots gememoreerd. Ik zal Kerouac niet tegenspreken.

In Iowa, volgens sommigen het Staphorst van de USA, zag ik de mooiste, klaarheldere winterluchten ooit. Het vroor 10 tot 15 graden, maar wat een helderheid. Het lijkt op vele plaatsen in de USA dat het licht helderder is dan elders. Misschien is dat verklaring voor de prachtige landschapsfotografie door Ansel Adams – ik bezocht zijn favoriete landschapsmodel Big Sur in Californië – en Edward Weston.

Tijdens mijn twee maanden Greyhouden, ik maakte ook nog een uitstap naar Mexico City van een week, werd On the road niet persé mijn gids; bij toeval passeerde ik veel plaatsen die Kerouac tijdens zijn dodemansritten ook passeerde.

Het boek kreeg daardoor voor mij een bijzondere betekenis: herkenning.

De Avonden van Reve en On the road van Kerouac zijn het vaakst door mij aanbevolen boeken.

Er is nog een overeenkomst tussen beide boeken: vrijwel nooit deelden anderen mijn enthousiasme over het dolen van Frits van Egters en Sal Paradise.

Bertus G. Antonissen

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.