Clichédiarree over Museum Voorlinden

Ron Mueck (niet uit de collectie van Museum Voorlinden)
Ron Mueck (niet uit de collectie van Museum Voorlinden)

Collega Bob Bernstein wond zich gisteren al op over de dorpsplein-verslaggeving van het NOS-journaal omdat de redactie van dat journaal vooral oog heeft voor het tumult rondom het gemarginaliseerde nationale voetbalploegje. Bob kon toen niet weten dat geen twaalf uur nadat hij fulmineerde tegen de idiote redactionele keuze van het Journaal voornamelijk aandacht te besteden aan het Nederlands voetbalelftal en aan ‘repeteerverliezer’ Robin Haase, diezelfde NOS het prime-time journaal om 20:00 uur zou beginnen met zes hele minuten sores van het Nederlandse verlieselftal. Zodra er een oranje voetbalshirt in het vizier komt van de NOS camera’s, staat de hele wereld stil.

Maar goed, daar wil ik het eigenlijk niet over hebben, want sport is het eerste waar de NOS zich druk over maakt, voor mij komt het op de één-na-laatste plaats (de laatste zal altijd gereserveerd blijven voor alles dat met sprookjes en religie te maken heeft). Mijn aandachtsprioriteit betreft kunst, ook al moet ik toegeven dat ik in toenemende mate de afstand tussen kunst en sport kleiner zie worden.

In datzelfde spitsuurjournaal van gisterenavond kwam het Museum Voorlinden aan bod. Dat museum zal deze week door onze koning symbolisch geopend worden. De oprichter, de Rotterdamse succesvolle zakenman Joop van Caldenborgh, verzamelde de collectie en stopte geld in een nieuw museum omdat hij niet wil dat zijn kunst terecht komt in het depot van een bestaand museum. Groot gelijk Joop! Je moet er toch niet aan denken dat delen van je collectie daar terecht komen waar ze thuis horen: in een niet voor publiek toegankelijke kelder. Veel kunst is nu eenmaal vluchtig en aan modegrillen onderhevig en verdient het niet voor altijd voor het voetlicht te staan. Een beetje zakenman vindt dat natuurlijk zonde van zijn investering in persoonlijke roem en een belediging voor zijn collectionneursinzicht en zorgt daarom zelf voor een museale schouderklop.

Van Caldenborgh vindt dat kunst niet persé mooi hoeft te zijn, maar zijn bestaansrecht ontleent aan het oproepen van emotie, of die emotie nu plezier of ergernis is. Wel, als emotie een criterium is voor het bestaansrecht van kunst, dan vallen wat mij betreft die Skyspace van Turrell, niets anders dan een raam in het dak, de oersaaie beelden van Roni Horn en de gedateerde schilderijen van François Morellet vanwege hun geeuwende emotie-armoe al af. Misschien is ‘grappig’ voor Van Caldenborgh ook een valide emotie om kunst, kunst te laten zijn, want iets anders dan grappig kan ik dat zwembad van Leandro Erlich niet vinden. Let wel: ik heb het hier over de ‘highlights’ van het museum zoals ze getoond worden op de website.

Directeur Wim Pijbes stort over dat alles weer een diarree van nietszeggende clichés uit alsof Danny Blind in hoogsteigen persoon zijn ploegje omhoog zwamt: ‘We leven in een wereld waar van alles aan de hand is. Kunstenaars pikken dat op hun manier op om er iets van te maken’.

Oppikken? Het zal wel. Ondanks het NOS-journaal kunnen we gevoeglijk aannemen dat er in de wereld heel wat aan de hand is, in ieder geval meer dan de wanprestaties van ons nationale voetbalteam, van onze voormalige tennishoop in bange dagen Robin Haase, of van een bejaarde would-be alpinist uit ons polderland die van een berg dondert.

Wat pikken die kunstenaars op uit de wereld waar van alles aan de hand is en wat maken ze daar dan van? Het klinkt bijna of Pijbes er echt van overtuigd is dat er sprake is van enig engagement met het wel en wee van de wereld. Van Ai Wei Wei, gelukkig ook in de collectie van dit nieuwe museum, is genoegzaam bekend dat de sores van ons ondermaanse hem bezig houdt, maar geldt dat dan ook voor Ron Mueck en zijn onder een parasol vertoevende echtpaar en voor Leandro Erlich en dat oubollige zwembad?

Ik kan bijna niet wachten tot het moment dat Wim Pijbes dat engagement met de wereld amechtig struikelend over zijn eigen woorden bij Matthijs van Nieuwkerk voor het gemene volk uit komt leggen.

Daar verwacht ik overigens zo weinig van, dat ik mijn voornemen dit seizoen niet naar ADHD DWDD te kijken er niet om laat varen.

De entree van Museum Voorlinden kost € 15,00 per persoon en de Museumjaarkaart is er niet geldig. Zaken zijn zaken, of Joop van Caldenborgh nu de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zijn zakken ruimschoots gevuld heeft of niet.

Mijn voorspelling: het eerste jaar 250.000 nieuwsgierige bezoekers en daarna rustig voortkabbelen op een niveau van gemiddeld 500 tot 1.000 bezoekers per week.

Hanna Doeggen, kunsthistorica

 

Alexander Pechtold zwaar teleurgesteld over benoeming Taco Dibbits Rijksmuseum

RijksmuseumWe vroegen Alexander Pechtold telefonisch om een reactie op de benoeming van Taco Dibbits tot algemeen directeur van het Rijksmuseum. Een voor de hand liggende benoeming. Echter niet voor meneer Pechtold.

Er is geen woord tussen te krijgen wanneer hij van wal steekt over Dibbits:

‘Ik gun hem alle goeds, maar kan u voorspellen dat hij binnen de kortste keren op zijn gezicht gaat in deze functie. Blijkbaar heeft de man nog nooit gehoord van Peter’s Principle. Deze functie is voor hem echt een stap te ver. Ik ken hem al vele jaren. We waren ooit vakgenoten in het veilingwereldje. Daar was hij niet opgewassen tegen de kongsi’s en achter de schermen marchanderen en handjeklap. Taco, toen nog een snotneus van voor in de twintig, werd de ‘veilingdominee’ genoemd om zijn constante moraliseren over de zakelijke cultuur in de veilinghuizen die volgens hem verwerpelijk was. Hij begreep geen bal van de noodzaak tot onderlinge afspraken tussen de veilinghuizen over tarieven, gunsten en speciale provisies voor de experts. Wanneer figuren als Dibbits het binnen de veilingen voor het zeggen zouden krijgen, dan is er geen droog brood meer te verdienen. Meneer dacht in al zijn naïviteit dat eerlijk het langst duurt. Nou, als dat ergens niet op gaat dan is het wel bij de multinationals Sotheby’s en Christie’s. Ik verdenk hem er altijd nog van als streberige junior-expert de klokkenluider te zijn geweest bij het ontmaskeren van de afspraken tussen de veilinghuizen. Het is mij een raadsel dat hij het binnen een paar jaar zo ver schopte bij Christie’s. Er ging een zucht van verlichting door de gelederen van het veilinghuis toen hij 2002 vertrok naar het Rijksmuseum. Moraalridder en kamergeleerde Dibbits was in het Rijks als conservator op zijn plaats. Hij kwam daar in een rijdende trein en liftte gerieflijk mee in de slipstream van Ronald de Leeuw en Wim Pijbes. De ideale schoonzoon met zijn gereformeerde, Ivy League koppie, maar de manager van een groot museum? Forget it.’

Pechtold moet na deze tirade even naar adem happen waardoor we hem kunnen vragen waarom hij zich zo teugelloos boos maakt over de benoeming van Dibbits. Is hier sprake van jaloezie? In de wandelgangen werd Pechtold zelf al enkele maanden genoemd als gegadigde voor de functie van algemeen directeur van het Rijksmuseum. Hij heeft er geen enkele moeite mee te onthullen dat hij die functie ambieerde en zelfs vindt rechten te hebben opgebouwd.

‘Ik heb Pijbes intensief gesteund bij de aankoop van beide Rembrandts, de familieportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Je kan je afvragen of die aankoop gelukt zou zijn zonder mijn fanatieke lobby in de kunstwereld, bij de Rothschilds en in het parlement. Ik maakte daar niet alleen gebruik van mijn netwerk als voormalig veilingmeester, maar ook van mijn politieke netwerk. Ja, ik realiseer mij dat ook Dibbits binnen de kunstwereld een netwerk opbouwde. Hij heeft daar dezelfde achtergrond als ik. De vraag is of hij zich met zijn netwerk kan meten met mij. Al vele jaren ben ik een graag geziene bezoeker van de TEFAF in Maastricht. Dibbits laat zich daar nauwelijks zien. Bestuurlijk kan hij niet in mijn schaduw staan. Kijk eens goed naar oude DWDD uitzendingen waarin hij verlegen, met een onzekere glimlach en een blozend koppie zijn verhaal deed. De man heeft geen enkel charisma. Hij hoort niet thuis in het rijtje notabelen als Cornelis Sebille Roos, Cornelis Apostool, Jan Willem Pieneman, Frederik Obreen, Barthold van Riemsdijk, Frederik Schmidt Degener, David Röell, Arthur van Schendel, Simon Levie, Henk van Os, Ronald de Leeuw (hoort eigenlijk als lichtgewicht ook niet in dit rijtje), of Wim Pijbes.’

‘Wat mij vooral steekt is dat ik uitgenodigd ben te solliciteren naar die functie in het Rijks. Als ik had geweten dat al besloten was Dibbits op een zetel de directiekamer in te loodsen, dan had ik mij deze vernedering kunnen besparen. Ik ben gebruikt. Het selectieteam heeft proefgedraaid in het sollicitatiegesprek met mij. Men heeft mij uitgebreid aan de tand gevoeld over mijn visie op de opvolging van Wim Pijbes. Van mijn kennis is gebruik gemaakt om Taco Dibbits klaar te stomen voor zijn nieuwe baan. Hij en het Rijks zullen mij in de toekomst nog tegen komen wanneer er zich weer een kans voordoet om unieke schilderijen aan te kopen. De Raad van Toezicht van het Rijksmuseum realiseert zich blijkbaar niet dat er ieder jaar beslist moet worden over de miljoenensubsidie voor het museum. Ze dachten het allemaal zo goed te weten; ik zal de eerste zijn om ze te dwingen financieel zelfstandig hun broek op te houden.’

‘U mag mij integraal citeren. Ik ben boos. Onder Wim Pijbes werden initiatieven genomen ook 20ste en 21ste eeuwse kunst in het Rijks te verzamelen en te tonen. De eerste aankoop door Wim Pijbes als nieuwe directeur was de blote-billen-jurk van Marlies Dekkers. Een idiote aankoop. Ik sluit niet uit dat Pijbes in zijn Rotterdamse tijd al (te) intensief contact had met Dekkers en haar een dienst bewees. Taco Dibbets zal die jurk prima passen wanneer hij binnen de kortste keren met de billen bloot moet en duidelijk maken dat hij niets, maar dan ook helemaal niets heeft met moderne kunst. Dat bleek overduidelijk toen die tentoonstelling met beelden van Miro in de tuinen van het Rijksmuseum werd gehouden. Hij liet zijn kinderen op de beelden klauteren om foto’s van ze te maken en dat terwijl de beveiliging van het museum de strikte opdracht had klauterpartijen door bezoekers te voorkomen. Schijt aan Miro en schijt aan het personeel. Er wacht het Rijksmuseum een leuke tijd’.

‘Rancuneus? Nee, ik ben niet rancuneus, maar ik laat me niet schofferen. Dat is mijn eer te na!’

Mr. S.A. (Simon Aarnout) Tire; homo universalis en fantast Meditatione Ignis

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

In De Wereld Draait Door werd deze week schaamteloos promotie gemaakt voor een poenerig kitschproduct.

Marcel Wanders, gesteund door het clichés-repeteergeweer Wim Pijbes, mocht een kwartier lang zijn koffietafelboek Rijks, Masters of The Golden Age aanprijzen.

Het optreden van beide heren, onder ademloze bewondering van Van Nieuwkerk, riep plaatsvervangende schaamte op.

Hadden er vaklui aan het boek gewerkt? Nee, het waren volgens Marcel Wanders de beste ‘craftspeople’. Ja, als je in het Engels een vakman bent, dan ben je natuurlijk veel meer vakman dan in ordinair Nederlands.

De doorzichtige, platvloers commerciële promotie is volgens mij voer voor het Commissariaat voor de media. Dit heeft niets meer te maken met culturele verheffing van de massa’s, maar met geld, geld, geld.

Wanders: Het boek is gedrukt in de beste inkten en je kan details van de schilderijen soms wel drie vier keer vergroot bekijken.

Herinneringen aan zouteloze dia-avondjes waar oom en tante verslag deden van hun tocht met de Maasdam naar Canada kwamen boven drijven. De dis op het schip konden we vele keren uitvergroot op het projectiescherm bewonderen.

Koop dat boek, was van begin tot eind de aanbeveling.

Voor wie is dat boek bestemd? De eerste de beste bibliofiel zal over dit monster van 35 kg zijn schouders ophalen. Weggegooid geld, want wat koop je: een uit zijn krachten gegroeid, in offset gedrukt boek met een pooierig, zilveren omslag.

Volgens Wanders koop je niet een duur boek, maar een goedkoop kunstwerk. Daar is alles op af te dingen: je koopt een veel te dure reproductie van een mengelmoes aan kostbare oude kunst gelardeerd met hedendaagse kalligrafie. Dit alles overgoten met een sausje teksten van notabelen.

Alle teksten zijn met de hand gekalligrafeerd. Ja, waar anders mee? Met de hand gekalligrafeerd, maar offset gedrukt. Nou en?

Iedere bladzijde wordt volgens Wanders zorgvuldig gecontroleerd. Dat mag ook wel voor die prijs. Stel dat ze dat niet deden.

Als bewijs van de zorgvuldige controle kwam een meneer met een dradenteller in beeld om het raster van de druk te controleren. Dat doet het altijd goed: een expert met een vergrootglas in zijn hand.

De band is door ‘drie dames en een oud meneertje’ beplakt met meerdere lagen zilver. Zo, daar ga je als ‘craftsperson’. Ineens ben je denigrerend een ‘oud meneertje’. Ik loop zelf tegen de zeventig en val volgens Wanders waarschijnlijk in die categorie ‘oude meneertjes’. Laat ik Wanders zijn gebrekkige levenservaring maar niet kwalijk nemen.

Het boek, ik citeer nog steeds Wanders, is met de hand gebonden. Helemaal met de hand gebonden? Nee, gedeeltelijk. Ga er maar van uit dat het machinaal gebonden is.

Is het boek een investering voor de toekomst? Natuurlijk niet. Koop het nu en probeer het over tien jaar te verkopen. Teleurstelling zal je deel zijn.

De aanbeveling dat het in een gelimiteerde editie geproduceerd wordt slaat nergens op. Er worden 2.500 exemplaren van gemaakt. Dat noem ik niet gelimiteerd. Dat is gewoon een normale handelseditie, maar voor de prijs van een zeer gelimiteerd boek.

Lang, lang geleden zei Kees van kooten het al: ‘Binnenkort zijn niet-genummerde en niet-gesigneerde boeken heel zeldzaam en veel geld waard’.

Het spannende van gelimiteerde edities is dat je er snel bij moet zijn om niet achter het net te vissen. Iedereen die overweegt zijn geld te verspillen aan dit boek adviseer ik er een paar maanden rustig over na te denken. Je zal echt niet voor een lege winkel staan. Beter nog: wacht een paar jaar, want…

Naast de quasi gelimiteerde editie van 2.500 exemplaren voor de prijs van € 6.500,00 (die editie levert dus bruto ruim zestien miljoen euro op) komt er ook nog een niet-gelimiteerde editie met een prijskaart van € 150,00.  Geen enkel boek is ongelimiteerd, tenzij Wanders zich nu al voorgenomen heeft de persen ongelimiteerd te laten draaien zo lang er bestellingen binnen komen.

De onderdanig bewonderende vertoning in De Wereld Draait Door had een hoog Koefnoen-gehalte met die belachelijke witte handschoentjes. Er werd  een ballon opgeblazen. Niets meer en niets minder.

Zouden het Rijksmuseum en Marcel Wanders dat boek voor € 6.500,00 kopen als een of andere slimme Chinees, Arabier of Braziliaan deze kitsch produceerde? Ik heb daar weinig vertrouwen in.

Als de uitgever werkelijk meent wat allemaal hyperbolisch beweerd wordt over dit boek, dan zou hij moeten garanderen dat de prijs van het boek nooit naar beneden gaat, maar jaarlijks stijgt parallel aan de inflatie. Een goede test van de werkelijke waarde zou aanbieding over een paar jaar op een boekenveiling zijn. Ik voorspel dat dat schrikken wordt.

Halina Reijn was de enige aan tafel die nuchter bleef en uit riep: ‘Waar laat je zo’n boek’?

Ik weet het antwoord: bij de uitgever, want over vijf jaar ligt het sterk afgeprijsd in de Ramsj of wordt als een ‘speciale aanbieding’ voor een fractie van de prijs aangeboden door een gerenommeerd landelijk dagblad.

(juni 2016 ligt de ‘gelimiteerde’ editie bij Paagman in Den Haag. Hoewel de verkoper ons vertelde dat dit megalomane boek binnen vijf jaar minstens twee keer zo veel waard is, geeft Paagman nu toch al korting. Op mijn uitnodiging voor honderd euro een weddenschap af te sluiten dat het boek absoluut niet in waarde zal stijgen, integendeel, wilde de verkoper niet in gaan. Klanten die 6.000 euro trekken voor een luchtballon biedt hij gefantaseerde zekerheid over de toenemende waarde, maar hij durft er geen cent op te zetten. Bijzonder.)

Tim van Dool, recensent

 

An ideology of pure assholery

El AlHet Amerikaanse voorverkiezingencircus zette gisteren zijn tournee voort met de verkiezing in 15 staten tegelijk: Super Tuesday. Naast de clowneske optredens van Donald Trump, je moet er niet aan denken dat die idioot president wordt, is er buiten de verkiezingenpiste veel vermaak dankzij gastheren – zijn het alleen heren? – van Amerikaanse praatprogamma’s (Wim Pijbes zou zeggen ‘talkshow hosts’). Een van mijn favorieten is John Oliver.

Ik herken mijzelf in zijn boosheid. Gisteren stak hij een 20 minuten durende tirade af over Donald Trump. Trump werd letterlijk gegrild (Wim Pijbes zou zeggen ‘roasted’) door Oliver.

Iedere keer wanneer ik Oliver zie, moet ik denken aan zijn louterende woede-uitbarsting 48 uur na de aanslagen door ettertjes in Parijs. Oliver beloofde zijn gasten en kijkers ‘pure profanity’, op HBO betaal-TV (premium cable).

De kijkers kregen wat John Oliver beloofde, en wat geniet ik er weer van wanneer ik via YouTube terugkijk. Gebruik de zoekterm ‘John Oliver Paris attacks’ om ook te kijken. Geen subtiele duidingen zoals we in Nederlandse praatprogramma’s te horen krijgen over kansarme jongeren in kansarme wijken. Nee, recht voor zijn raap ‘fucking assholes’. Verdomde klootzakken. Muziek in mijn oren.

Geen gezeur over voeling houden met de ‘haarvaten’ van de moslimsamenleving. Sinds onze nationale trots, terrorisme deskundige Beatrice de Graaf, de term ‘haarvaten’ gebruikte, werd het het modewoord voor alle deskundologen die er machteloos op los theoretiseren.

Wat nou kansarm! Uit diezelfde kansarme milieus, uit diezelfde kansarme wijken staan voortdurend mensen op, zelfs de broer van een van die ‘fucking assholes’, die de handen uit de mouwen steken, hun school en universiteit afmaken en, ongetwijfeld moeizamer dan autochtonen, een loopbaan vinden. De zusjes van die Arabisch-Europese smeerlappen presteren vaak wel heel goed. Even kansarm, uit dezelfde gezinnen, maar een heel ander resultaat. Ja, ik weet, af en toe is er ook een vrouwelijke ‘fucking asshole’ tussen.

Kansarm is geen excuus voor het met kalashnikovs neermaaien van 140 theater- en terrasbezoekers. Voeling (‘feeling’) met sociale haarvaten is een illusie; een mooi geformuleerde schijnoplossing die ons geen stap dichter brengt bij eliminatie van snotneuzenterrorisme door ‘fucking assholes’.

Wat willen die F.A’s?, vraagt John Oliver zich af. De Franse maatschappij om zeep helpen? Geen schijn van kans. De F.A.’s zullen nooit in staat zijn de Franse cultuur ten gronde te richten. Ze moeten het dan met hun ‘ideology of pure assholery’ opnemen tegen Proust, Piaff, topwijnen, Gauloise sigaretten, Camembert, Sartre, Camus, madeleines en macarones.

Die strijd zal de ‘ideology of pure assholery’ altijd verliezen.

De daders van de aanslagen in Parijs, Brussel, Londen en Madrid zijn verdomde klootzakken; fucking assholes. PUNT!

Zijn ze een bedreiging voor onze maatschappij? Een incidentele en beperkte, ernstige dreiging omdat ze liefst zo veel mogelijk slachtoffers maken. Hun groep is klein en hun mogelijkheden zijn gelimiteerd. Onze maatschappij zal zonder twijfel overwinnen, ondanks ‘het sluipend gif van politieke correctheid’ (Derk Jan Eppink) waardoor mogelijke oplossingen kapot gediscussieerd worden.

Hylke Tromp, de Groningse polemoloog, had het in de jaren zeventig van de vorige eeuw, naar aanleiding van Palestijnse vliegtuigkapingen en aanslagen – wat een waanzin dat een onbetrouwbaar sujet als Yasser Arafat ooit de Nobelprijs voor de vrede kreeg – over ‘democratisering van het geweld’. Niet de staat maar individuen en kleine groepen nemen de wapens op.

Een democratisering van geweld die niet de verdediging van democratische waarden dient. De daders in Parijs hadden voor zover bekend een voorgeschiedenis van (kleine) criminaliteit en gebruik van drugs en drank. Allemaal in strijd met de islam, maar dan wel ‘alluha akbar’ schreeuwend westerlingen afslachten. Heeft met geen andere ideologie te maken dan met een ideologie van ‘pure assholery’.

De 81-jarige, joodse Renee Rabinowitz, juriste en psychologe, start een juridische procedure tegen luchtvaartmaatschappij El Al. Op een vlucht van Newark naar Tel Aviv moest ze onder druk van het cabinepersoneel haar gereserveerde plaats verlaten omdat een ultra-orthodoxe joodse man niet naast een vrouw in het vliegtuig wilde zitten. El Al geeft regelmatig toe aan de luimen van zulke ultra-orthodoxe ‘fucking assholes’

Over ‘ideology of pure assholery’ gesproken. Er vallen geen fysieke slachtoffers in de El Al toestellen, maar ‘pure assholery’ is het wel.

Frans Ira, Meditatione Ignis

Bill Pijbes in Emsterdem en de Engelse ziekte

Bill Pijbes
Bill Pijbes

Een avondje Nederlandse TV biedt onafgebroken de mogelijkheid tenenkrommend Engels taalgebruik aan te horen. Mode, bij ministers (bijvoorbeeld Hennis van defensie) en praatprogramma (talkshow) deelnemers is de laatste tijd:  “as we speak”.

Rijksmuseum directeur Wim (Bill) Pijbes kan in het programma De Wereld Draait Door geen formulering uit zijn mond krijgen zonder Engelse termen. De president van de Verenigde Staten is bij hem The president of the Oenaitet Steets. Opgewonden als een hitsige bakvis die een bewonderde beroemdheid mocht aanschouwen, hijgde Bill in DWDD van 24 november 2014 over de door hem in Parijs bezochte Jef Koons tentoonstelling.

Nog los van zijn modieuze “het is wat het is” – o ja, wat dan? – en de ontboezeming dat hij ‘stupéfait’ is van Koons, mogen we horen dat het Rijksmuseum in de veilingzaal door Koons verslagen wordt omdat Koons diepere ‘pockets’ heeft dan het Rijks. Diepere pockets? Heeft Koons meer last van terugkruipend tandvlees dan het Rijks?

Verzamelaars die kunst ophangen in Amerikaanse musea krijgen geen belastingaftrek, maar: “teks dieduksjun”.

Van Nieuwkerk omschrijft de heersende opinie over Koons: “kitsch”, en Koons als “een charlatan die de boel bij de neus neemt”. Pijbes: “You’re right”. Zo, dan weet een internationaal publiek dat Van Nieuwkerk gelijk krijgt van Bill Pijbes.

Pijbes houdt, het moet gezegd, een aardig betoog over de rol van Koons in de huidige kunstomgeving, maar bezoedelt dat betoog dan weer met “je kan het disgusting vinden”. Ja Bill, het is natuurlijk even nadenken hoe je dat ook alweer in het Nederlands zegt; een hele inspanning. Het werk van Koons is echter meer, het is: “serious business”.

Koons maakt van zijn objecten altijd drie of vijf exemplaren, want er zijn immers: “five continents”. Als kunstbeschouwer gebruik je volgens onze Bill een vocabulaire dat bij Koons helemaal vastloopt. Van een vastlopend, maar dan in het Engels vastlopend, vocabulaire weet Pijbes zelf van wanten.

De winkel van Koons vader is “in the middle of nowhere” in de Oenaitet Steets waar je meubels en spullen ziet opgestapeld, maar: “dat is gewoon The American Dream”. Het is allemaal “perfect, bloody perfect”, Koons is “purfukt” en hij loopt in zijn eigen “American Dream”, American te wezen. Koons porno is “ushering in banality” (ja, ja, ik weet dat het varkentje in het Stedelijk Museum zo heet, maar ik weet niet wat dat varkentje met porno te maken heeft).

De werkelijk pornografisce foto’s van Koons kunnen volgens Bill Pijbes voor acht uur ‘s avonds niet op TV uitgezonden worden. Wat is dat nu? Is Bill zich ineens bewust van het kijkerspubliek waar hij voor spreekt? Je zou het niet zeggen wanneer je naar zijn pocherige Engelse kreten luistert. Koons maakt Pijbes vrolijk, maar met mensen zoals Pijbes (museumdirecteuren) heeft Koons niets, want “let’s celebrate life”. De oorzakelijkheid tussen het maling hebben aan museumdirecteuren en de oproep dat het leven gevierd moet worden, ontgaat mij.

Het wordt steeds erger met Bill Pijbes wanneer hij, rekening houdend met zijn publiek van voor acht uur, beweert over Koons: “At the end of the day he makes a smile”. ‘Makes a smile’? Is dat Engels, of lijkt het er slechts op?

In de loop van dit gedenkwaardige interview met Pijbes wordt duidelijk: niet alleen de kunst van Koons is kitsch, Pijbes geeft dat volmondig toe, maar ook zijn met Engelse termen gelardeerde, opgewonden betoog is dat.

Is het luiheid, is het een poging zo werelds mogelijk over te komen? Ik weet het niet.

Mijn mening over dit absurde taalgebruik – geheel in stijl wil ik even lenen bij de buren -: zum Kotzen!

Misschien moet Bill volgende keer meedoen aan een engelstalig nationaal dictee, al vrees ik dat hij dan eveneens een bovengemiddeld aantal fouten zal maken.

Bertus G. Antonissen