Zelfmoord Harry van Bommel

Harry van Bommel, AKA Harry Intifada, AKA Harry Hamas

Nog eventjes en dan weten wie de uitverkorenen zijn om de komende jaren – als het kabinet Rutte III zo lang stand houdt – de diverse ministersposten te bemensen. In deze tijd van onderhandelen, formeren en baantjes verdelen moet ik iedere keer weer denken aan die SP malloot Harry van Bommel die negentien volle jaren namens dat Stalinistische partijtje met zijn morsige zitvlak kleefde aan een kamerzetel.

Harry Intifada van Bommel vond dit jaar wat ik al vele jaren vind: het is lang genoeg geweest. Toch was meneer bij zijn naderende afscheid nog zo naïef te denken dat er in de toekomst misschien, heel misschien een kabinet zijn onmisbare hulp in zou roepen om minister van Buitenlandse Zaken te worden.

Ja, brave lezers, u ziet het goed Buitenlandse Zaken.

“Van Bommel op Buitenlandse Zaken?” zal iedereen met een geheugen dat beter functioneert dan dat van de Stalinistische meningenhopper zich verbijsterd afvragen. De man die in een anti-Israel demonstratie ‘Intifada nu’ liep te blèren Nederland vertegenwoordigen in Israel? Hoe bedenkt hij het!

De man die zich hard maakte tegen het associatieverdrag met de Oekraïne en zelfs aankondigde pleerollen met anti-Oekraïne teksten op de toiletten te hangen in het parlement, denkt Nederland te kunnen vertegenwoordigen in Kiev?

De man die ooit activistisch demonstreerde tegen de ‘Europese Grondwet’ wil minister van Buitenlandse Zaken worden voor Nederland? Denkt die man werkelijk dat hij binnen de EU als minister van Buitenlandse Zaken geaccepteerd zal worden?

Tot drie keer toe pleegde Harry Intifada van Bommel anticiperend zelfmoord als minister van Buitenlandse Zaken. Die simpele ziel is zijn geheugen volledig kwijt of, nog kwalijker, hij meent in al zijn fundamentalistisch socialistische arrogantie dat heel Nederland lijdt aan geheugenverlies.

Het lijkt mij het beste dat hij aan de opgewarmde koffie gaat aan de keukentafel in Oss bij zijne heiligheid Jozef Djugashvili Marijnissen, ook zo’n toonbeeld van zelfingenomen leugenachtigheid, en zich niet meer in het openbaarheid vertoont.

Mocht hij toch zo dom zijn weer de publiciteit te zoeken, dan moet ik de vuilnisman luidkeels vragen: “MAG DEZE ZAK OOK MEE!!?”

H.A.F.M.O. Hoek, Meditatione Ignis politiek commentator.

 

Wachtgeldpopulisme

Wassila Hachchi

Je moet er niet aan denken dat regeringen en parlementen tientallen jaren in dezelfde combinatie actief zijn. Laat die ellende maar beperkt blijven tot Cuba, Zimbabwe en Rusland.

Basis van democratie is, dat er regelmatig een stoelendans plaatsvindt met wisselingen van de wacht.

Gebeurt dat niet dan schort er wat aan het democratisch proces.

Die wisselingen van de wacht gaan gepaard met maatschappelijke onzekerheid voor hen die in de politiek acteren. Er is daarom een regeling die een bepaalde tijd continuïteit van inkomen garandeert na afloop van de politieke carrière: de wachtgeldregeling.

Zou dat wachtgeld niet bestaan, dan zouden gekwalificeerde mensen het niet in hun hoofd halen de politiek in te gaan en zouden in het parlement alleen nog maatschappelijk kanslozen als Harry Intifada Van Bommel, gefrustreerde fractieverlaters als Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, en slordigen als Henk Krol zitten.

Bij iedere financiële vangnetregeling bestaat de kans op misbruik. Luister maar naar graaiende, belastingontwijkende werkgeversvoorzitter Hans de Boer en zijn klacht over labbekakken in de bijstand.

Hoewel het gemene volk tandenknarsend kijkt naar de wachtgeldregeling voor ex-politici, zijn mij geen voorbeelden bekend van misbruik, met uitzondering van D’66 kamerlid Wassila Hachchi.

De stunt die mevrouw Hachchi uithaalde is uniek. Deze parasiet had geen zin meer in de Tweede Kamer en koos voor onbezoldigd foldertjes uitdelen voor Hillary Clinton in de Verenigde Staten. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn van de wachtgeldregeling. Dat kamerleden wachtgeld krijgen wanneer ze bij verkiezingen buiten de boot vallen is verdedigbaar, maar halverwege de rit geheel vrijwillig de pijp aan Maarten geven en dan de wachtgeldmunten in je gretige klauwtje laten vallen, is van geen kant verdedigbaar.

Echt verbaasd ben ik natuurlijk niet. Ging de fractievoorzitter van Wassila Hachchi niet gratis in het privévliegtuig van een vriendje naar de Oekraïne om het Nederlandse kiezersvolk te overtuigen dat we vóór het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne moesten stemmen? Een vergeefse tocht, want de uitslag van het referendum was overtuigend NEE. Ik stemde voornamelijk NEE vanwege die actie van Pechtold en vanwege de belastingontwijking door miljardair en president van Oekraïne Porosjenko.

Het was natuurlijk geen toeval dat het vriendje van Pechtold zakelijke belangen heeft in Oekraïne. Pechtold ‘vergat’ deze gesponsorde vlucht te melden. Hij had het te druk. Zo zie je maar: het verschil tussen Jos van Rey van de VVD die nu voor de rechter staat wegens corruptie en Alexander Pechtold is niet groot.

Ook dat verbaast niet: Pechtold komt immers uit de wereld van kunstveilingen. Wat in die wereld aan gerotzooid wordt is als in een spannende thriller te lezen in Peter Watson’s Sotheby’s, the inside story. Een aanrader voor iedereen die het karakter van Pechtold beter wil begrijpen.

Terug naar het wachtgeld..

Alle anti-wachtgeldpopulisten kropen sinds het misbruik door Wassila Hachchi uit hun holen om te fulmineren tegen de wachtgeldregeling. Ten onrechte. Liever wachtgeld betalen aan Hachchi dan het risico dat het parlement en de regering toevluchtsoord worden voor verliezers.

Eén Harry van Bommel in ons parlement is al meer dan genoeg.

Hans A. F.M.O. Hoek, politiek commentator

Daar heb je hem weer: Harry Intifada van Bommel

Harry van Bommel

Die meneer Van Bommel krijgt eigenlijk veel te veel aandacht op Meditatione Ignis, dus ik zal het deze keer kort houden. Harry Hamas liep in het verleden al eens in een verkeerde optocht mee, schreeuwend om een intifada tegen Israël. Dat hij een onfrisse Stalinistische antisemiet is, valt niet te betwijfelen. Dat hij een specialist is in het maken van verkeerde keuzes staat eveneens buiten kijf.

Er is een nieuw voorbeeld van Harry’s onvermogen juiste keuzes te maken.

Nu zit hij diep in de stront door zijn bluffen over WC-rollen met anti EU-Oekraïne-associatieverdrag teksten die dappere Harry, onze nationale verzetsheld, op zou hangen op de plees van de Tweede Kamer. Die actie gaat helaas niet door omdat meneer, twee dagen nadat hij via Twitter ‘dreigde’ de rollen te verspreiden – ‘dan kan iedereen zijn … afvegen met het associatieverdrag’ – bedacht heeft dat het een verkeerde keuze zou zijn. Ons socialistische warhoofd realiseert zich dat de subsidie voor die rollen, € 50.000,-, weggegooid geld is.

Ja, wat moet je met zo’n man?

Je zou bijna blij zijn dat een stelletje zwarte frustraten Harry’s laatste boekje op de Dam verbrand heeft. Helaas stuit mij een boekverbranding principieel tegen de borst, zoals iedere vorm van censuur mij tegen de borst stuit.

Harry Hamas heeft daar geen enkele moeite mee. Hij wandelt parmantig rond over de digitale wereld van Twitter om zijn kreten te slaken. Als Harry? Nee, als Harry van de SP. Als politicus en publiek figuur dus, maar wat doet Harry: meningen die hem niet zinnen blokkeren.

Kijk, daarmee is de kloof tussen democratische Harry en maffe boekverbranders in één klap overbrugd en schudden ze elkaar halverwege de hand.

Met mannen als Harry van Bommel in ons parlement zou ik me zorgen moeten maken over de democratie. Echter: dankzij mannen als Harry Intifada zal de Socialistische Partij altijd een splinter blijven, dus wat zou ik me zorgen maken.

Laat ik deze parlementariër maar archiveren onder de L van laf.

Zo, Harry: weer genoeg aandacht gehad.

Bertus Gerardus Antonissen

 

Op eigen merites oordelen en Pluche van Femke Halsema

Halsema PlucheVoormalig politica Femke Halsema schreef haar politieke memoire (waarom niet memoires?) Pluche ‘juist omdat dit genre in Nederland nauwelijks beoefend wordt’. Dat niet alleen. Femke schreef Pluche ook omdat ze jarenlang in de politiek acteerde op een toonaangevende plaats. De kiezers hebben recht op verantwoording. Of die kiezers ook zitten te wachten op die verantwoording is de vraag.

Ik moet een bekentenis doen: jarenlang voelde ik weerzin tegen het optreden van Halsema in de kamer en in de publiciteit. Dat geaffecteerde stemmetje en die aanmatigende stampvoeterij stuitten mij tegen de borst. Haar partij, Groen Links, was in haar tijd een van de kleinere partijen in het parlement, maar Halsema trad in praatprogramma’s en in de Kamer op alsof ze een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking vertegenwoordigde. Dat zie je trouwens nog steeds. Het aantal keren dat groenlinkser Jesse Klaver aanschuift in praatprogramma’s staat in geen verhouding tot het aantal zetels die zijn partij in de kamer heeft.

Halsema schoffeerde VVD’er, toen nog wel, Rita Verdonk in de Tweede Kamer tijdens het debat over jokkenbrokkende Hirsi Ali. Verdonk werd door Halsema op kijvende (Eva Jinek zou zeggen ‘wijverige’) wijze beschuldigd van liegen. Dezelfde Halsema die soms haar mond vol had over ‘meer vrouwen’ in de politiek als tegenwicht tegen het haantjesgedrag van mannen. Haantjesgedrag? Wat van het haantjesgedrag van vrouwen als Halsema zelf en van Rita Verdonk, Agnes Kant, Margareth Thatcher (pas in dienst als premier en meteen oorlog tegen Argentinië), Guusje ter Horst en de meest memorabele voorzitter van de Tweede Kamer uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis: Anouchka van Miltenburg? Haantjes pur sang.

Alhoewel, pur sang? Niemand heeft mij ooit kunnen uitleggen dat het verwijt ‘haantjesgedrag’ iets anders is dan vooroordeel in plaats van oordelen op eigen merites. Haantjesgedrag is een verwijt dat gemaakt wordt door vrouwen die zich blijkbaar niet realiseren dat ze daarmee een kwalitatief onderscheid maken tussen het functioneren van mannen en vrouwen ten nadele van de man. ‘Haantjesgedrag’ is een hanerig verwijt. De geëmancipeerde vrouw van de 21ste eeuw dient meteen in verzet te komen als mannen een dergelijk kwalitatief onderscheid ten gunste van de man zouden maken.

Om over na te denken…

‘s Morgens, bij mijn cappuccino, kijk ik via Uitzendinggemist naar praatprogramma’s die ‘s avonds laat worden uitgezonden. Gisterenavond schoof Halsema aan bij Pauw om te praten over haar boek Pluche. Toen ik dat vanmorgen ontdekte verdween meteen mijn appetijt om te kijken. Ik moest mijzelf streng toespreken en dwingen Femke Halsema op de merites van het gesprek te beoordelen en mijn oude irritaties overboord te gooien. Een nuttige oefening onbevooroordeeldheid.

Alle opmerkingen en gedragingen moeten zo veel mogelijk op die eigen merites, zonder vooraf plaats te nemen in een loopgraaf, beoordeeld worden. Veel discussies lopen op niets uit juist doordat niet op eigen merites en inhoud geoordeeld wordt, maar vanuit vooraf ingenomen stellingen. Ik zag onlangs nog hoe Tofik Dibi (SP), de nationale moslimtroetelhomo, volledig de fout in ging omdat hij onwillig was opmerkingen van Dion Graus (PVV) op eigen merites te beoordelen. Dibi probeerde slechts via zijn vooroordelen te scoren. Graus was te slim voor Dibi en liet zich niet uit de tent lokken. Gênant om te zien hoe Dibi, niet voor de eerste keer, in zijn eigen kuil donderde.

Goed, ik spande mij dus in om naar Halsema te kijken en luisteren, vrij van enig vooroordeel. Het was even oefenen, maar het lukte. Dat geaffecteerd slissende stemmetje maakte het er niet gemakkelijker op, maar zelfs die kleine irritatie wist ik mindful van mij af te schuiven. Ik spande mij in te oordelen op inhoud en niet op vorm.

En wat zag en hoorde ik: een verbaal talent met een interessant verhaal. Enige zelfingenomenheid is Halsema niet vreemd en haar politieke wereldje lijkt te bestaan uit engeltjes en duiveltjes, links-rechts.

Haar neiging tot populistisch op de man te spelen, bleek toen het over voormalig premier Balkenende ging. Met Pechtold heeft ze het altijd goed kunnen vinden. Ze zijn vrienden. Kinderachtig was het verhaal hoe ze zich beiden ergerden aan twee kabinetformateurs en hoe Pechtold en zij tijdens formatie-overleg onder tafel SMS-en uitwisselden om hun ’emoties’ te delen.

Agnes Kant die in de Tweede Kamer naast Halsema zat, zou ze ‘s morgens regelmatig begroet hebben met: “En Agnes, waar gaan we ons vandaag weer boos over maken?” Met dat ‘ons’ bedoelde ze, dat werd niet duidelijk, waarschijnlijk Agnes Kant. Het zal echter geen moeite kosten een compilatie TV-opnames te maken met een kwade Halsema in de hoofdrol.

Halsema heeft niet meteen mijn volledige sympathie gewonnen, maar ik luisterde geboeid naar een intelligente, goedgebekte vrouw. Werd Halsema inmiddels volwassener en interessanter, of is mijn vermogen volwassen te kijken en luisteren toegenomen?

Misschien zijn beide het geval. Resultaat is dat de Halsema die ik nu zag, veel acceptabeler, en meer dan dat, is dan de Halsema in de politieke arena.

Hopelijk keert ze nooit meer terug in de politiek. Haar vertrek heeft de politiek, maar vooral ook de persoon Halsema goed gedaan.

Dat boek ga ik echter niet kopen omdat ik niet de moeite wil nemen ook dat nog op eigen merites te beoordelen. Er zijn grenzen.

Clifford Mead, sociologische beschouwingen

 

Jan Marijnissen liegt glashard bij Pauw

Nam mij voor welwillend naar het interview van Jeroen Pauw met Jan Marijnissen te kijken en niet meer over deze man (Marijnissen) te schrijven. Helaas maakte jokkende Jan mij dat onmogelijk.

Ik zal het kort houden. Jan beweert zich helemaal niet met de verkiezing van de nieuwe voorzitter van de Socialistische Partij te bemoeien en in het NRC draaikontinterview van vorige week slechts het standpunt van het voltallige bestuur – Ron Meyer en niet Sharon Gesthuizen moet Jan Marijnissen opvolgen – te hebben verwoord.

Kom op Jan, verschuil je niet achter dat bestuur met je leugenachtige rotsmoesjes. Is het het standpunt van dat voltallige bestuur dat het ‘niet chic’ is dat zich twee gegadigden meldden voor die functie en er dus een verkiezing moet komen? Het NRC-interview was met jou als individu, niet als vertegenwoordiger van het bestuur.

In het interview met de NRC liet Jan, verwijzend naar de VVD-ellende rondom Rutte en Verdonk, weten dat er wat hem betreft helemaal geen verkiezing moet plaatsvinden.

Hij maakt het in het interview met Jeroen Pauw heel erg bont door weer te herhalen, daartoe geprest door Pauw, dat het Tweede-Kamerlidmaatschap van Gesthuizen niet relevant is voor de functie van partijvoorzitter.

Daarvoor is, nog steeds volgens Jan Marijnissen, ervaring in de lokale politiek wel relevant. Hij heeft natuurlijk even de CV van Sharon bekeken en gezien dat ze slechts een zeer korte tijd ervaring heeft in de lokale (Haarlemse) politiek en toen dat argument er aan de haren bij gesleept. Overigens: laat hij de relevantie van ervaring in lokale politiek voor landelijk partijvoorzitterschap maar eens uitleggen. Ik zie die relevantie in ieder geval nog niet.

Een doorzichtige, oude truc van Jan. Je hebt voorkeur voor een kandidaat en om die kandidaat dan bij je organisatie door de strot te duwen, bedenk je achteraf aanstellingseisen die 1 op 1 passen op de door jou gewenste kandidaat. Walgelijk manipulatief en bovendien een beledigende onderschatting van de intelligentie van degenen die je denkt te kunnen overtuigen van je gelijk.

In De Volkskrant van gisteren, 26 november 2015,  noemt Jan Marijnissen de kritiek onzinnig. ‘Ik wijs klachten dat het niet eerlijk ging echt van de hand. Sharon is geen strobreed in de weg gelegd.’

Geen strobreed? Dus vorige week in de NRC beweren dat Ron Meyer veel beter gekwalificeerd is voor de functie en dat de ervaring van Sharon Gesthuizen ‘volstrekt irrelevant’ is voor de functie van partijzitter betekent ‘geen strobreed in de weg leggen’? Hoe moet je dan omschrijven dat Jan Marijnissen met zijn volle gewicht Gesthuizen aan de klant schuift? Zelfs Harry Intifada van Bommel vindt de actie van Jan Djoegasjvili Marijnissen riskant omdat het nu ‘lijkt’ dat de partij centraal aangestuurd wordt. Daar komt hij wel erg laat achter. Het is toch al jaren zo dat de Socialistische Partij een Stalinistisch anachronisme is? Is dat Harry Hamas al die tijd ontgaan? Zeker te druk geweest met geweldgeile demonstraties.

Jan blijft over zijn graf heen regeren. Hij zal zijn gronden hebben om de kandidatuur van Meyer te steunen. Ik kan niet overzien of Jan’s beweegredenen objectief en realistisch zijn, maar vermoed dat Sharon Gesthuizen te weinig bagage meeneemt om partijvoorzitter te worden. Van Ron Meyer weet ik het helemaal niet, want van die man had ik nog nooit gehoord.

Het was schrikken toen Jan zich door Pauw liet verleiden Sharon Gesthuizen eventueel te zien, “alles is mogelijk binnen de Socialistische Partij”, als opvolger van Emile Roemer. Een instinkerdje, en dat voor zo’n ervaren politicus. De reactie had natuurlijk moeten zijn: “We denken nog helemaal niet na over de opvolging van Roemer”.

Wat ik zie en hoor, is dat Jan principieel niets voelt voor een democratische verkiezing van de nieuwe partijvoorzitter, maar dat hij zelf, met het bestuur, autocratisch het enige recht heeft te kiezen.

Er mag dus wel gekozen worden, maar dan alleen door Jan c.s.

Waar doet dit alles mij aan denken?

Aan de manier waarop in de voormalige Sovjetunie opvolgers van partijleiders werden ‘gekozen’.

Bertus G. Antonissen

Meer vrouwen aan de top? Niet bij de Socialistische Partij

Jan Marijnissen zet Socialistische Partij voor schut
Jan Marijnissen zet Socialistische Partij voor schut

 

Anti-democraat Jan Djoegasjvili Marijnissen vindt het, aldus het megalomane interview in de NRC van zaterdag 21 november, maar niets dat er wat te kiezen valt bij het aanstellen van een nieuwe voorzitter voor de Socialistische Partij.

Sterker nog; hij vindt het niet chic dat zich twee kandidaten hebben aangediend. Met name SP-Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen had zich buiten deze strijd om het voorzitterschap moeten houden.

Nee, Ron Meyer (nooit van gehoord) SP-fractievoorzitter in Heerlen, DAT is de door Josef Marijnissen gewenste kandidaat om hem op te volgen. Marijnissen maakt het liefst in zijn eentje de dienst uit bij de Socialistische Partij. Jan toont hier een onthullende overeenkomst met de alleenheerschappij van Geert Wilders bij de PVV. Jan en Geert zijn beiden mannen die denken democratische besluiten het beste in hun eentje te kunnen nemen (vrij naar Peter van Straaten). Over chic gesproken!

In Oss vestigde hij in de gemeenteraad zijn stalinistische familiekongsi en nu wil hij als voorzitter van de Socialistische Partij een Limburgse carnavalsvriend en kameraad dorpsgrootheid.

Jan over de verkiezing van de nieuwe voorzitter: “Je kunt een situatie krijgen waarin partijgenoten lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Als je alleen al kijkt naar de strijd tussen Verdonk en Rutte; die heeft bijna tot een scheuring binnen de VVD geleid. Zo’n verkiezing draagt dus risico’s in zich. Voor mij is het veel belangrijker om te kijken naar wat ons bindt. Al vind ik dat het bij ons tot nu toe heel volwassen verloopt.”

Heel volwassen? Ondanks Jan..

Hij lijkt niet alleen op Wilders en zijn afsplitsing van de VVD, maar spiegelt zich blijkbaar ook aan de VVD bij de procedure om een nieuwe voorzitter aan te stellen.

Jan Marijnissen toont hier een eng trekje. Hij is bang voor democratische processen die, het is niet anders, af en toe gepaard gaan met stevige discussies. Dat is nu juist het aantrekkelijke van democratie: de mogelijkheid te debatteren over verschillende inzichten.

Angst voor discussie is een dictatoriaal kenmerk. Jan onderschat de interne kracht van zijn partij om verschillen te overbruggen. Of vergis ik mij nu, en schat Jan de beperkte veerkracht van de Socialistische Partij, na zijn jarenlange heerschappij, juist goed in?

Hoewel ik van Jan al geen hoge pet op had, schrik ik hier toch van.

Het is ongebruikelijk dat een vertrekkend voorzitter zich bemoeit met zijn opvolging. Jan heeft daar geen probleem mee. Hij vindt het maar niets dat er iets te kiezen valt binnen de SP, maar nu dat mogelijk is, bemoeit hij zich maar wat graag met die verkiezing: “Ron heeft een schat aan ervaring. Hij is zeer actief geweest als voorzitter van een plaatselijke afdeling, en bij het FNV heeft hij buitengewoon succesvol campagne gevoerd. Hij brengt in dat opzicht absoluut méér in.”

Wat vreemd dat al die prachtverdiensten van Ron mij helemaal ontgaan zijn.

Dat Sharon Gesthuizen daar Kamer-ervaring tegenover kan zetten is niet belangrijk, vindt Marijnissen. „Die ervaring is voor een partijvoorzitter volstrekt irrelevant.”

Volstrekt irrelevant? Wat jammer nu dat Jan deze loze kreet slaakt en geen toelichting geeft.

Het zal je voorzitter maar zijn, beste Sharon. Het lijkt mij, laat ik voorzichtig zijn, behoorlijk relevant dat de nieuwe voorzitter ervaring heeft in de landelijke politiek.

Wat jammer dat de Socialistische Partij door de autocratische bemoeiienis van onze Osse lasser de kans voorbij moet laten gaan de scheefgroei man-vrouw in leidinggevende functies te corrigeren.

B.G. Antonissen

Jan Djoegasjvili Marijnissen draaikontinterview

Jan Marijnissen heeft het volste recht op groeiend inzicht. Dat hij in het NRC-interview helemaal niets meer zegt over het standpunt van een paar dagen eerder, zelfs geen enkel excuus, schurkt aan tegen geschiedvervalsing. Je kletst op de nationale radio uit je SP-nek en doet na een paar dagen in een toonaangevend dagblad doodleuk alsof er niets gebeurd is.

Katholieke onbetrouwbaarheid van een afvallige misdienaar.

Jan blaast nu geen deuntje meer op zijn antisemitische carnavalstrompet, maar ziet – het is een man van gevarieerde wijsheden – de maatschappelijke achterstand en discriminatie in de Banlieus als oorzaak. Natuurlijk is het geen makkie op te groeien in een achterstandswijk, maar of dat die achterlijke slachtpartijen op onschuldige burgers verklaart? Daar is heel wat op af te dingen. Wat te denken van de discriminatie tegen andersdenkenden die al eeuwen woekert in de geest van moslims en de bloedige, vaak onderlinge, strijd die daar ook al eeuwen uit voortkomt?

Vanuit zijn Osse Datsja weet Jan het allemaal heel goed, maar oh wee wanneer het voormalige SP-kamerlid Ewout Irrgang kritiek levert op de aanstaande Stalinistische verkiezingen voor een SP-voorzitter, want slechts 1 door het huidige bestuur geaccepteerde kandidaat, dan reageert Josef Marijnissen met: “Dat is echt onzinnig. Kom op, zeg! Irrgang zit al jaren in Afrika. Die weet echt niks van wat er hier gebeurt.”

Wat komt mij dat bekend voor! Toen in de jaren zestig en zeventig vanuit het westen kritiek geleverd werd op het apartheidsregime in Zuid-Afrika verweerde dat verderfelijke regime zich regelmatig met vergelijkbare verklaringen: de protesterenden in Europa en de VS konden op afstand niet weten wat er werkelijk gaande was in Zuid-Afrika.

Vanuit Oss mag Jan Djoegasjvili Marijnissen wel van alles blaten over IS en psychopatische aanslagen in Parijs, maar als hij uit Afrika kritiek krijgt van een ingewijde, dan is het ineens onzinnige kritiek omdat de citicaster zich bevindt op een te grote geografische afstand. Wat een kulargument.

Ik was nooit in Oss, maar acht mij zeer wel in staat op basis van beschrijvingen en het draaikontinterview met de kleinsteedse Stalin, een beeld te vormen van Oss en de lokale politiek. Geen enkel probleem.

De Jerusalem Post viel vorige week volkomen terecht over de anti-semitische invalshoek van Marijnissen, een SP-invalshoek zoals bleek uit de verderfelijke deelname van Harry Intifada van Bommel aan een pro Hamas demonstratie, maar Jan neemt nu de kou uit de lucht. Wanneer je je op afstand van een politiek strijdtoneel bevindt heb je simpelweg geen recht van spreken.

Opgelost!

Bertus G. Antonissen