Rijks, masters of the golden age nu al in de ramsj?

April dit jaar trachtte ik al ergernis naar aanleiding van de hijgerige presentatie van een kitschboek over het Rijksmuseum van mij af te schrijven. (zie Rijks, masters of the golden age: GEBAKKEN LUCHT).

Het uit zijn krachten gegroeide boek met reproducties van 17de eeuwse schilderijen uit het Rijksmuseum werd in DWDD ter tafel gebracht alsof Rembrandt, Vermeer en Frans Hals in hoogst eigen persoon zich hadden bemoeid met de vormgeving van dit wanproduct.

De zogenaamde gelimiteerde editie van 2.500 (!) exemplaren zou in de handel komen voor het waanzinnige bedrag van € 6,500,00. Weggegooid geld, meende ik destijds al. Ik ben heel benieuwd hoeveel exemplaren van deze ballon inmiddels verkocht zijn. Ik schat maximaal 10% van de oplage.

Er zou ook een ‘gewone’ handelseditie in het formaat van een hotelbijbel komen. Prijs € 150,00. Van dat bedrag zag de uitgever al snel af; uiteindelijk werd het € 125,00. Nog niet laag genoeg, want ik zie al af en toe ‘aanbiedingen’ voorbij komen voor € 112,50. Nu schittert een advertentie in het magazine van de Vrije Academie, voorjaar 2017.

Een misleidende advertentie, want op de bijgaande foto staat een mevrouw met de joekel van € 6.500,00 voor haar lichaam met daarbij de tekst ‘Speciale prijs  112,50’:

 

Of zal het toch zo zijn, dat het ding van € 6.500,00 nu al wegens gebrek aan belangstelling in de  ramsj is?

Het zou mij niet verbazen.

Tim van Dool

 

 

 

 

Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, mei 2016

 

boekenkastDe maand mei was, in vervolg op de berichten in april, weer een maand waarin alle publicitaire ogen gericht waren op miniatuur Kwatta’s.

De tijd dat de gasten in praatprogramma’s werden uitgenodigd en in de schrijvende pers aan het woord kwamen op basis van deskundigheid of verdienste lijkt achter ons te liggen. Mei werd de maand van twee dames wier namen ik uit protest niet weer wil noemen. Mei werd ook de maand waarin het debat over racisme explodeerde. Net zo min als ik behoefte voel die beide dames te vermelden, voel ik behoefte mij in dat debat over racisme te begeven.

Het is helaas onvermijdelijk er toch kort iets over te zeggen. Degenen die zich dood ergeren aan het publieke optreden door één van de dames reageren in mijn ogen helemaal verkeerd met hun racistische scheldpartijen. De vraag is overigens of hier werkelijk sprake is van racisme of eerder van machteloosheid uiting te geven aan irritatie. De dame in kwestie wordt om onbegrijpelijke redenen keer op keer uitgenodigd in populaire praatprogramma’s. Die uitnodigingen zijn werkelijk raadselachtig omdat ze deskundigheid noch verdienste heeft. Haar houding in die programma’s, en niet alleen daar maar ook in een theater, is ronduit irritant. Mijn bezwaren tegen haar hebben helemaal niets te maken met etniciteit, maar alles met inhoudelijke ergernis.

Een dame wier naam ik maar al te graag noem is Fidan Ekiz. Een Nederlandse, net als die andere dame, met een niet-Nederlandse achtergrond. Fidan Ekiz verschijnt even vaak in praatprogramma’s als dame X. Toch zijn massaal racistische reacties en scheldpartijen niet Ekiz’ deel. Ik voel bij Ekiz nooit irritatie, maar altijd bewondering. Ze vindt bij mij een zeer willig gehoor. Hoe komt het dan dat op X door mij met ergernis en bij Ekiz met bewondering gereageerd wordt? Dat heeft wat mij betreft alles met deskundigheid en verdienste te maken.

Aan de mevrouw die in Turkije enige tijd werd vastgehouden, ik neig tot het wel weer noemen van haar naam, begin ik te wennen. Ik vind dat ze vaak polariseert, maar bij haar voel ik niet de irritatie die ik bij X voel. Integendeel, er zijn momenten dat ik ook haar bewonder.

Laten we ons a.u.b. niet aanpraten dat onze maatschappij verziekt is door racisme. Er zijn veel voorbeelden van nieuwe Nederlanders op toonaangevende posities, zoals de voorzitter van de Tweede Kamer en de burgemeester van Rotterdam. Alle Nederlandse kranten hebben journalisten en columnisten onder hun gelederen met een niet-Nederlandse achtergrond. Veel gaat goed.

Er is racisme in onze maatschappij. Dat valt niet te ontkennen. Lees de bijdrage van Mehmet Murat Abdülhamit over Discriminatieparanoia. Ondanks de opgewonden racismediscussies van afgelopen tijd, ben ik van mening dat Nederland op dit gebied niet slechter scoort dan andere landen in de EU; zelfs beter dan enkele Oost-Europese landen. Ik durf het bijna niet te schrijven, maar kunnen de inwoners van Nederland die menen dat onze maatschappij gebukt gaat onder racisme mij één land noemen waar ze beter af zullen zijn? Mehmut schreef dat je ‘Slim moet zijn om discriminatie te bestrijden’.

In de maand waar we doden herdenken en bevrijding vieren schreef Bertus Antonissen een kort persoonlijk verslag over de deportatie van het vriendje van Ger Booms en hoe Ger daar de rest van zijn leven last van had. Van Antonissen konden we ook zijn relaas over Gerard Fieret, de zonderlinge Haagse fotograaf lezen.

Joshua Gooree schreef over de 22-jarige Christa Noëlla, ook een nieuwe Nederlander, die vier mei niet wil vieren. Haar onvolwassen anti-argumenten zijn haar vergeven. Het meisje heeft geen benul van geschiedenis en is gespeend van empathie met mensen die wel willen herdenken. Onvergeeflijk is dat het luie journalistieke wereldje zich stortte op deze wind van een eenling en prominenter maakte dan nodig.

De Sensualiteit van het moslimhoofddoekje, door Herschel wierp eindelijk een ander licht op deze door velen afgewezen en door velen verdedigde hoofdbedekking. Ik deel overigens met Herschel dat ‘omdat het moet van mijn geloof’ baarlijke nonsens is.

De naam van die ene mevrouw wil ik dus niet meer vermelden, maar de nieuwsgierigen onder ons verwijs ik naar het artikel over splintergroep DENK door Jean Morve.

Ik heb het me moeilijk gemaakt met de zelfcensuur over de naam van dame X, want ze keert nog een paar keer terug deze maand bij Meditatione Ignis, onder andere met een lang ‘interview’.

Theodor Holman komt aan bod vanwege een xenofobische column in Het Parool.

Simon Aernout Tire sluit de maand af met de ergernis van Alexander Pechtold over de benoeming van Taco Dibbits tot algemeen directeur van het Rijksmuseum.

Volgende maand is de hele redactie van Meditatione Ignis op reis. We blijven echter paraat om ons licht te laten schijnen over dringende zaken.

Blijf lezen!

Dieter Korbjuhn, hoofdredacteur

 

Alexander Pechtold zwaar teleurgesteld over benoeming Taco Dibbits Rijksmuseum

RijksmuseumWe vroegen Alexander Pechtold telefonisch om een reactie op de benoeming van Taco Dibbits tot algemeen directeur van het Rijksmuseum. Een voor de hand liggende benoeming. Echter niet voor meneer Pechtold.

Er is geen woord tussen te krijgen wanneer hij van wal steekt over Dibbits:

‘Ik gun hem alle goeds, maar kan u voorspellen dat hij binnen de kortste keren op zijn gezicht gaat in deze functie. Blijkbaar heeft de man nog nooit gehoord van Peter’s Principle. Deze functie is voor hem echt een stap te ver. Ik ken hem al vele jaren. We waren ooit vakgenoten in het veilingwereldje. Daar was hij niet opgewassen tegen de kongsi’s en achter de schermen marchanderen en handjeklap. Taco, toen nog een snotneus van voor in de twintig, werd de ‘veilingdominee’ genoemd om zijn constante moraliseren over de zakelijke cultuur in de veilinghuizen die volgens hem verwerpelijk was. Hij begreep geen bal van de noodzaak tot onderlinge afspraken tussen de veilinghuizen over tarieven, gunsten en speciale provisies voor de experts. Wanneer figuren als Dibbits het binnen de veilingen voor het zeggen zouden krijgen, dan is er geen droog brood meer te verdienen. Meneer dacht in al zijn naïviteit dat eerlijk het langst duurt. Nou, als dat ergens niet op gaat dan is het wel bij de multinationals Sotheby’s en Christie’s. Ik verdenk hem er altijd nog van als streberige junior-expert de klokkenluider te zijn geweest bij het ontmaskeren van de afspraken tussen de veilinghuizen. Het is mij een raadsel dat hij het binnen een paar jaar zo ver schopte bij Christie’s. Er ging een zucht van verlichting door de gelederen van het veilinghuis toen hij 2002 vertrok naar het Rijksmuseum. Moraalridder en kamergeleerde Dibbits was in het Rijks als conservator op zijn plaats. Hij kwam daar in een rijdende trein en liftte gerieflijk mee in de slipstream van Ronald de Leeuw en Wim Pijbes. De ideale schoonzoon met zijn gereformeerde, Ivy League koppie, maar de manager van een groot museum? Forget it.’

Pechtold moet na deze tirade even naar adem happen waardoor we hem kunnen vragen waarom hij zich zo teugelloos boos maakt over de benoeming van Dibbits. Is hier sprake van jaloezie? In de wandelgangen werd Pechtold zelf al enkele maanden genoemd als gegadigde voor de functie van algemeen directeur van het Rijksmuseum. Hij heeft er geen enkele moeite mee te onthullen dat hij die functie ambieerde en zelfs vindt rechten te hebben opgebouwd.

‘Ik heb Pijbes intensief gesteund bij de aankoop van beide Rembrandts, de familieportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Je kan je afvragen of die aankoop gelukt zou zijn zonder mijn fanatieke lobby in de kunstwereld, bij de Rothschilds en in het parlement. Ik maakte daar niet alleen gebruik van mijn netwerk als voormalig veilingmeester, maar ook van mijn politieke netwerk. Ja, ik realiseer mij dat ook Dibbits binnen de kunstwereld een netwerk opbouwde. Hij heeft daar dezelfde achtergrond als ik. De vraag is of hij zich met zijn netwerk kan meten met mij. Al vele jaren ben ik een graag geziene bezoeker van de TEFAF in Maastricht. Dibbits laat zich daar nauwelijks zien. Bestuurlijk kan hij niet in mijn schaduw staan. Kijk eens goed naar oude DWDD uitzendingen waarin hij verlegen, met een onzekere glimlach en een blozend koppie zijn verhaal deed. De man heeft geen enkel charisma. Hij hoort niet thuis in het rijtje notabelen als Cornelis Sebille Roos, Cornelis Apostool, Jan Willem Pieneman, Frederik Obreen, Barthold van Riemsdijk, Frederik Schmidt Degener, David Röell, Arthur van Schendel, Simon Levie, Henk van Os, Ronald de Leeuw (hoort eigenlijk als lichtgewicht ook niet in dit rijtje), of Wim Pijbes.’

‘Wat mij vooral steekt is dat ik uitgenodigd ben te solliciteren naar die functie in het Rijks. Als ik had geweten dat al besloten was Dibbits op een zetel de directiekamer in te loodsen, dan had ik mij deze vernedering kunnen besparen. Ik ben gebruikt. Het selectieteam heeft proefgedraaid in het sollicitatiegesprek met mij. Men heeft mij uitgebreid aan de tand gevoeld over mijn visie op de opvolging van Wim Pijbes. Van mijn kennis is gebruik gemaakt om Taco Dibbits klaar te stomen voor zijn nieuwe baan. Hij en het Rijks zullen mij in de toekomst nog tegen komen wanneer er zich weer een kans voordoet om unieke schilderijen aan te kopen. De Raad van Toezicht van het Rijksmuseum realiseert zich blijkbaar niet dat er ieder jaar beslist moet worden over de miljoenensubsidie voor het museum. Ze dachten het allemaal zo goed te weten; ik zal de eerste zijn om ze te dwingen financieel zelfstandig hun broek op te houden.’

‘U mag mij integraal citeren. Ik ben boos. Onder Wim Pijbes werden initiatieven genomen ook 20ste en 21ste eeuwse kunst in het Rijks te verzamelen en te tonen. De eerste aankoop door Wim Pijbes als nieuwe directeur was de blote-billen-jurk van Marlies Dekkers. Een idiote aankoop. Ik sluit niet uit dat Pijbes in zijn Rotterdamse tijd al (te) intensief contact had met Dekkers en haar een dienst bewees. Taco Dibbets zal die jurk prima passen wanneer hij binnen de kortste keren met de billen bloot moet en duidelijk maken dat hij niets, maar dan ook helemaal niets heeft met moderne kunst. Dat bleek overduidelijk toen die tentoonstelling met beelden van Miro in de tuinen van het Rijksmuseum werd gehouden. Hij liet zijn kinderen op de beelden klauteren om foto’s van ze te maken en dat terwijl de beveiliging van het museum de strikte opdracht had klauterpartijen door bezoekers te voorkomen. Schijt aan Miro en schijt aan het personeel. Er wacht het Rijksmuseum een leuke tijd’.

‘Rancuneus? Nee, ik ben niet rancuneus, maar ik laat me niet schofferen. Dat is mijn eer te na!’

Mr. S.A. (Simon Aarnout) Tire; homo universalis en fantast Meditatione Ignis

Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, april 2016

BoekenkastApril 2016 werd de maand van ziekelijk aandachtzoekertje Ebru Umar. Onze Turkije correspondent Mehmet Murat Abdülhamit schreef twee bijdragen over haar. Terugkijkend veel te veel aandacht. Met alle sympathie voor het vrije woord, Meditatione Ignis gaat over niets anders dan de vrijheid van meningsuiting, kan helaas maar één conclusie getrokken worden: platvloerse, ordinaire, door rijke ouders over het paard getilde, zelfingenomen Ebru Umar is in geen enkel opzicht een navolgbaar rolmodel van het vrije woord. Er moet heel wat gebeuren willen we aan deze dame nog aandacht besteden in ons forum. We hebben, ik spreek voor de hele redactie, geen enkele behoefte haar aandachtsgeilheid te bevredigen. Laat het duidelijk zijn: onderdrukken van de vrije mening, arresteren van journalisten of overnemen van complete kranten is ons een gruwel. Net zoals polariserend gebruik van het vrije woord door Ebru Umar ons een gruwel is. De vrouw is niet okay. Je ziet dat vaker: nieuwe Nederlanders en tweede generatie Nederlanders zijn fanatiek en kritiekloos aanhanger van het land van herkomst, of ze spugen fanatiek in de bron waar ze uit voortkwamen in verwoede pogingen erbij te horen in het nieuwe vaderland. Umar heeft als Libelle en Metro columnist en haar verfoeien van al wat Turks is bij de Nederlandse xenofoben een gewild lezerspubliek gevonden. Gemakkelijk scoren en tegelijkertijd creëert ze, de pen is machtiger dan het zwaard, de maatschappelijke tegenstellingen waar ze tegen te keer gaat. Scheldt een Turk, of welke andere bevolkingsgroep ook, volhardend uit voor ‘nageboorte’, stom en NSB-er en je creëert een steeds hardere tegenstander. Mevrouw Ebru Umar beseft blijkbaar niet dat haar gedrag Turks is als dat van Erdogan; Turkser misschien wel. Ze is een voorbeeld van verbaal fascisme van de ergste soort, maar in het boekje ‘Journalist te koop’ van Arnold Karstens beweert mevrouw Umar dat ze ‘de beste columniste van Nederland’ is. Om met Cruijff te spreken: ‘Ik gun iedereen zijn zelfvertrouwen’ (ging toen over Aad de Mos). Echter, Umar verklaart in één adem door: ‘Mijn zwakte is dat ik het effect van mijn woorden niet besef’. Niet best voor de ‘beste columniste van Nederland’. Mag in het archief onder de ‘I’ van ineffectief schrijven.

Met Ebru Umar vergeleken is Hirsi Ali vele malen intelligenter en veel minder polariserend. Ze kan er ook wat van, maar mocht ze al polariseren, ik vind dat niet, dan is dat op grond van argumenten en feiten en niet op grond van goedkoop, demagogisch schelden en bevooroordeelde clichés. Niet iedereen is die mening toegedaan. Bénédicte Ficq verkondigde in DWDD een heel andere visie. Hans Hoek beschreef in zijn bijdrage ‘Bénédicte Ficq spelprogramma: Wie heeft de langste kalkoennek’, de stuntelige manier waarop Ficq Hirsi Ali afserveerde van de lijst toonaangevende Nederlandse vrouwen. Ficq vond Sonja Barend belangrijker. Lees Hoek’s verhaal en ontdekt verbijsterd waarom Barend volgens Ficq belangrijker is.

Norbertus Herschel, onze geseculariseerde theoloog, beschrijft de parallel tussen de jaren vijftig van de vorige eeuw katholiek fundamentalisme en het religieus fundamentalisme waar we in de 21ste eeuw mee geconfronteerd worden. Een bijdrage met autobiografische trekjes. Altijd weer fascinerend om te lezen. Norbertus filosofeerde – schoenmaker hou je bij je leest dacht ik even – over het fenomeen fundamentalisme in algemenere zin. Een bijdrage met een ernstige toon. Het zij hem vergeven.

April was ook de maand van het referendum over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne. Je zou het bijna vergeten. Het tumult in onze videoclipmaatschappij verandert van dag tot dag. Simon Aernout Tire, onze minst betrouwbare redacteur, legt uit dat de onbetrouwbaarheid van de Oekraïense president en de huichelachtige voorvechter van het verdrag, Alexander Pechtold, beiden tot de hoofdmotieven horen waarom massaal NEE is gestemd tegen dat verdrag. Een artikel vol met stuitende onthullingen.

Stephan Krates kon het niet laten te reageren op een boze tweet van Sheila SitalSING: Radio 1 moest haar bellen om te vragen naar de correcte uitspraak van haar achternaam. Krates noemt haar in zijn bijdrage een ‘Surinaams-Hindoestaanse prinses’. Een van de betere, Ebru Umar is de zelfverklaarde beste, columnisten op de Nederlandse postzegel. Dat wel, maar met een elitaire arrogantie. Aandacht, of dat nu in de politiek of in de media is, tilt over het paard. SitalSING is daar een voorbeeld van.

De Fietslogica van Bertus Antonissen is in alle maatschappelijk onrust een kleine oase van rust. Een niemandalletje dat even adempauze geeft.

Antonissen moest opgekropt gif kwijt in zijn relaas over een keffend stoepenschijtertje en de zo mogelijk nog harder keffende hondeneigenaar, een beunhazende Life Coach. Na het lezen van die bijdrage is maar één reactie mogelijk: dat kan die Life Coach in zijn agressieve zak steken. Antonissen had twee columns nodig om het venijn van zich af te schrijven.

Onze nieuwe redacteur Tim van Dool maakte gehakt van een megalomaan kitsch product; het boek (Masters of the Golden Age), 35 kilo boek in een zogenaamd gelimiteerde editie van 2.500 (!) exemplaren. Weggegooid geld, aldus Van Dool. Alles voor te zeggen. Aan de DWDD tafel zaten Wim Pijbes en Matthijs van Nieuwkerk kwijlend te geilen bij dit nonsensboek. Halina Reijn was de enige die nuchter bleef en zich terecht af vroeg ‘Waar laat je zo’n boek?’

Clifford Mead schoot verontrust uit zijn slof toen hij een nieuw aangekomen vluchtelinge van een jaar of 14 hoorde zeggen dat Hollandse jongens maar moeten leren met onderbroek aan te douchen. De wereld op zijn kop. Bij die puber betekent integratie dat Nederlanders moeten integreren in de achterlijke cultuur die ze als ballast in haar dobberend sloepje meenam. Volgende stap: alle Nederlandse vrouwen moeten maar leren met een sjaaltje over hun hoofd over straat te gaan. Toch niet zo’n slecht idee het dragen van die sjaaltjes speciaal te belasten? Misschien kan er ook een onderbroeken-onder-de-douche tax komen.

Wolfgang-Günther Reill, onze psychiatrische medewerker, lost het probleem Sylvana Simons op. Want een probleem vormt deze mevrouw. We worden steeds vaker geconfronteerd met mensen die ons toe vertrouwen dat ze meteen wegzappen wanneer ze Sylvana Simons, een multitalent met expertise op alle gebieden, op de televisie zien. Mevrouw is irritant, maar Reill heeft ontdekt hoe dat komt. Dat betekent niet dat het probleem Simons opgelost kan worden. Dat kan namelijk niet. Alleen een epidemiologische benadering kan de irritatie wegnemen: Sylvana Simons isoleren uit alle publiciteit. Geen geringe klus. Lees over het syndroom Simons. Je zou aandachtzoekers als Ebru Umar en alweter Sylvana Simons in hun drang naar spotlights liever negeren (nee, we gaan niet weer over ‘neger’ beginnen), maar soms kan je niet om ze heen. De emmer verdraagzaamheid wat die geblondeerde Simons betreft is tot de rand gevuld en het punt van doodzwijgen komt steeds dichterbij. Laten we hopen dat de bijdrage van Ferdinand Braun over het discriminerende zwartje ook de laatste is geweest over dit ‘onderwerp’ (nee, we gaan het niet hebben over onderwerpen en slavernij). Deze keer stond Simons in een praatprogramma te ouwehoeren over een gangbang met de muziekentourage van Prince die ze nog net wist te weerstaan. Prince draait zich om in zijn graf.

Mead, het was een boze-Mead-maand stopte werkgever Hans de Boer in de kofferbak. Niet bijstandgerechtigden zijn labbekakken maar meneer borrelpraat De Boer is dat. Het wordt tijd voor een ouderwetse opstand van werknemers omdat werkgevers de oorlog verklaren aan de arbeid. Ik verwacht in de komende jaren veel rumoer.

Antonissen schreef een vervolg op de ontmaskering van W.F.Hermans door Frits Abrahams, voor zover mogelijk een nog betere columnist dan Ebru Umar, in zijn dagelijkse column in het NRC Handelsblad. Antonissen schreef uit eigen ervaring, of liever gebrek aan ervaring, met spijbelende lector fysische aardrijkskunde W.F. Hermans.

Mehmet Murat Abdülhamit, Turkije correspondent Meditatione Ignis, onthulde Erdogan’s besluit niet langer toe te willen treden tot de Europese Unie. ‘Dichtung und Wahrheit’, zo blijkt, ligt bij Meditatione Ignis niet ver uiteen. Soms overlappen ze elkaar.

Frans Ira klaagde Peter R. de Vries aan wegens majesteitsschennis en onthulde tussen neus en lippen door waar die aanstellerige R tussen Peter en De Vries voor staat. Een boze Frans Ira; onze Frans is zelden niet boos. Woede voedt zijn pen.

Op 18 april bekritiseerde H.A.F.M.O. Hoek een wachtgeldpopulisme. Aanleiding: de oplichterij van Wassila Hachchi die op kosten van de Nederlandse belastingbetaler foldertjes uitdeelt voor het besje Hillary Clinton.

Aron Schoenmaker, nieuw bij Meditatione Ignis, gaf een aantal Arabische landen een draai om hun oren vanwege een puur antisemitische motie die ze bij UNESCO indienden. Een motie die geen kans van slagen had, maar wel symptoom is van de anti-Israel houding binnen geldverslindende UN organisaties.

Georg von Fraunhofer bekeek de stamboom van ons koningshuis, waardoor de vraag of ‘ons’ terecht is onvermijdelijk werd. Willem-Alexander is qua bloedlijn 100% Duits. Zijn kinderen zijn 50% Duits en 50% Argentijns. Deze doorbreking van de Duitse bloedlijn zal zeer waarschijnlijk door zijn dochters, zeker door de troonopvolgster, gecorrigeerd worden door de keuze voor de zoon uit een perifeer adellijke Duitse familie. De tijd zal het leren.

Het was weer een boeiende maand.

Dieter Korbjuhn, hoofdredacteur Meditatione Ignis

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

In De Wereld Draait Door werd deze week schaamteloos promotie gemaakt voor een poenerig kitschproduct.

Marcel Wanders, gesteund door het clichés-repeteergeweer Wim Pijbes, mocht een kwartier lang zijn koffietafelboek Rijks, Masters of The Golden Age aanprijzen.

Het optreden van beide heren, onder ademloze bewondering van Van Nieuwkerk, riep plaatsvervangende schaamte op.

Hadden er vaklui aan het boek gewerkt? Nee, het waren volgens Marcel Wanders de beste ‘craftspeople’. Ja, als je in het Engels een vakman bent, dan ben je natuurlijk veel meer vakman dan in ordinair Nederlands.

De doorzichtige, platvloers commerciële promotie is volgens mij voer voor het Commissariaat voor de media. Dit heeft niets meer te maken met culturele verheffing van de massa’s, maar met geld, geld, geld.

Wanders: Het boek is gedrukt in de beste inkten en je kan details van de schilderijen soms wel drie vier keer vergroot bekijken.

Herinneringen aan zouteloze dia-avondjes waar oom en tante verslag deden van hun tocht met de Maasdam naar Canada kwamen boven drijven. De dis op het schip konden we vele keren uitvergroot op het projectiescherm bewonderen.

Koop dat boek, was van begin tot eind de aanbeveling.

Voor wie is dat boek bestemd? De eerste de beste bibliofiel zal over dit monster van 35 kg zijn schouders ophalen. Weggegooid geld, want wat koop je: een uit zijn krachten gegroeid, in offset gedrukt boek met een pooierig, zilveren omslag.

Volgens Wanders koop je niet een duur boek, maar een goedkoop kunstwerk. Daar is alles op af te dingen: je koopt een veel te dure reproductie van een mengelmoes aan kostbare oude kunst gelardeerd met hedendaagse kalligrafie. Dit alles overgoten met een sausje teksten van notabelen.

Alle teksten zijn met de hand gekalligrafeerd. Ja, waar anders mee? Met de hand gekalligrafeerd, maar offset gedrukt. Nou en?

Iedere bladzijde wordt volgens Wanders zorgvuldig gecontroleerd. Dat mag ook wel voor die prijs. Stel dat ze dat niet deden.

Als bewijs van de zorgvuldige controle kwam een meneer met een dradenteller in beeld om het raster van de druk te controleren. Dat doet het altijd goed: een expert met een vergrootglas in zijn hand.

De band is door ‘drie dames en een oud meneertje’ beplakt met meerdere lagen zilver. Zo, daar ga je als ‘craftsperson’. Ineens ben je denigrerend een ‘oud meneertje’. Ik loop zelf tegen de zeventig en val volgens Wanders waarschijnlijk in die categorie ‘oude meneertjes’. Laat ik Wanders zijn gebrekkige levenservaring maar niet kwalijk nemen.

Het boek, ik citeer nog steeds Wanders, is met de hand gebonden. Helemaal met de hand gebonden? Nee, gedeeltelijk. Ga er maar van uit dat het machinaal gebonden is.

Is het boek een investering voor de toekomst? Natuurlijk niet. Koop het nu en probeer het over tien jaar te verkopen. Teleurstelling zal je deel zijn.

De aanbeveling dat het in een gelimiteerde editie geproduceerd wordt slaat nergens op. Er worden 2.500 exemplaren van gemaakt. Dat noem ik niet gelimiteerd. Dat is gewoon een normale handelseditie, maar voor de prijs van een zeer gelimiteerd boek.

Lang, lang geleden zei Kees van kooten het al: ‘Binnenkort zijn niet-genummerde en niet-gesigneerde boeken heel zeldzaam en veel geld waard’.

Het spannende van gelimiteerde edities is dat je er snel bij moet zijn om niet achter het net te vissen. Iedereen die overweegt zijn geld te verspillen aan dit boek adviseer ik er een paar maanden rustig over na te denken. Je zal echt niet voor een lege winkel staan. Beter nog: wacht een paar jaar, want…

Naast de quasi gelimiteerde editie van 2.500 exemplaren voor de prijs van € 6.500,00 (die editie levert dus bruto ruim zestien miljoen euro op) komt er ook nog een niet-gelimiteerde editie met een prijskaart van € 150,00.  Geen enkel boek is ongelimiteerd, tenzij Wanders zich nu al voorgenomen heeft de persen ongelimiteerd te laten draaien zo lang er bestellingen binnen komen.

De onderdanig bewonderende vertoning in De Wereld Draait Door had een hoog Koefnoen-gehalte met die belachelijke witte handschoentjes. Er werd  een ballon opgeblazen. Niets meer en niets minder.

Zouden het Rijksmuseum en Marcel Wanders dat boek voor € 6.500,00 kopen als een of andere slimme Chinees, Arabier of Braziliaan deze kitsch produceerde? Ik heb daar weinig vertrouwen in.

Als de uitgever werkelijk meent wat allemaal hyperbolisch beweerd wordt over dit boek, dan zou hij moeten garanderen dat de prijs van het boek nooit naar beneden gaat, maar jaarlijks stijgt parallel aan de inflatie. Een goede test van de werkelijke waarde zou aanbieding over een paar jaar op een boekenveiling zijn. Ik voorspel dat dat schrikken wordt.

Halina Reijn was de enige aan tafel die nuchter bleef en uit riep: ‘Waar laat je zo’n boek’?

Ik weet het antwoord: bij de uitgever, want over vijf jaar ligt het sterk afgeprijsd in de Ramsj of wordt als een ‘speciale aanbieding’ voor een fractie van de prijs aangeboden door een gerenommeerd landelijk dagblad.

(juni 2016 ligt de ‘gelimiteerde’ editie bij Paagman in Den Haag. Hoewel de verkoper ons vertelde dat dit megalomane boek binnen vijf jaar minstens twee keer zo veel waard is, geeft Paagman nu toch al korting. Op mijn uitnodiging voor honderd euro een weddenschap af te sluiten dat het boek absoluut niet in waarde zal stijgen, integendeel, wilde de verkoper niet in gaan. Klanten die 6.000 euro trekken voor een luchtballon biedt hij gefantaseerde zekerheid over de toenemende waarde, maar hij durft er geen cent op te zetten. Bijzonder.)

Tim van Dool, recensent

 

Rembrandt – Maerten Soolmans en Oopjen Coppit symbool van nationalisme

rembrandtIn 2002 was voormalig directeur van het Rijksmuseum Ronald de Leeuw  – de man is met de noorderzon vertrokken sinds zijn falend beleid en de verbouwing van het Rijks – een van de ondertekenaars van een verklaring over het universele museum. Deze verklaring werd opgesteld naar aanleiding van toenemende druk door bronlanden om in koloniale tijden geroofd cultuurgoed terug te geven aan die landen. De directeuren van zogenaamd encyclopedische musea deelden in die gezamenlijke verklaring onder andere mede dat hun musea verzamelplaatsen zijn voor vele soorten cultuur die, juist vanwege de verzameling binnen die encyclopedische musea, in relatie tot allerlei culturen kunnen worden getoond.

Alleen al om die reden moeten deze collecties van grote diversiteit bijeen blijven en niet gestreefd worden naar recuperatie naar de landen van oorsprong: “The universal admiration for ancient civilisations would not be so deeply established today were it not for the influence exercised by the artefacts of these cultures, widely available to an international public in major museums“.

Het zal niet toevallig zijn dat al die encyclopedische, universele musea zich bevinden in Europa en de Verenigde Staten (de Oenaited Steets). In geen van de bronlanden bevindt zich een universeel museum. Sterker nog: inwoners van die bronlanden hebben vaak de grootste moeite een visum te krijgen om te reizen naar die musea rijk aan internationale cultuur; nog los van de vraag of ze het zich financieel kunnen veroorloven. Er zullen slechts weinig Nigerianen in staat zijn de bronzen beelden uit Benin, door de Engelsen in 1897 tijdens een strafexpeditie geroofd uit Benin (= nu Nigeria) in Londen, Wenen of Berlijn te bewonderen. Hoeveel Egyptenaren zijn in staat de steen van Rosetta te bekijken in het Brits Museum? Het Rijksmuseum Amsterdam bezit eenstenen beeld afkomstig van de Boroboedoer (Borobudur), naar Nederland gekomen in een schandalige periode uit onze geschiedenis. Slechts een kleine Indonesische elite kan het Rijksmuseum bezoeken.

Waar is het universele museum in Afrika, Zuid-Amerika, Azie?

De marmeren beelden van het Parthenon die door Thomas Bruce, Lord Elgin, begin 19de eeuw naar Engeland verscheept werden zijn te zien in het Brits Museum, het LouvreVaticaanse MuseaNationaal Museum, Kopenhagen, Kunsthistorisches Museum, Wenen, Universiteits Museum, Würzburg en de Glyptothek, Munchen. Verdedigers van Elgin’s roof houden nog steeds vol dat Elgin deze beelden tegen vernietiging beschermd heeft.

Kletskoek, want het nieuwe Acropolis Museum in Athene herbergt een flink aantal, helaas incompleet, beelden van dat Parthenon.

Elgin heeft veel schade aangericht aan het Parthenon. Een complete fries donderde naar beneden toen hij daar beelden vanaf wilde halen. Resultaat: de hele boel aan gruzelementen. De eerste scheepslading met beelden die hij naar Engeland stuurde kwam in zee terecht toen het schip voor de kust van Griekenland verging. In de jaren dertig van de 20ste eeuw kregen schoonmakers in het Brits Museum de opdracht de beelden te reinigen, en reinigen deden ze: met staalborstels, waardoor het oppervlak van de beelden onherstelbaar beschadigd werd en de laatste resten authentieke verf – de beelden waren oorspronkelijk kleurrijk beschilderd – verwijderd werden.

Dus kom mij niet aan met het kulverhaal dat Elgin de beelden gered heeft van de ondergang. Bovendien, mocht dat nonsens-argument al correct zijn, dan nog kunnen die beelden nu terug omdat er geen enkele dreiging meer is. Maar nee, dat wordt van tafel geveegd door de elitaire directeuren van de elitaire westerse musea onder andere met het argument (?) dat we tegen deze kwestie aankijken met hedendaagse ogen. Klopt niet! Ook in Elgin’s tijd was er veel oppositie tegen zijn roof. Lord Byron legde deze weerstand vast in zijn gedichten The Curse of Minerva en Childe Harold’s pilgrimage.

Tijdens de discussies rondom de verklaring over de universele musea, presteerde Ronald de Leeuw – ja, hij weer – in een actualiteitenprogramma voor de Nederlandse TV te blaten ‘dat Griekenland niet eens bestond’ toen Elgin de beelden van het Parthenon roofde. Nu heb ik al nooit een hoge pet op gehad van de sociale intelligentie van Ronald de L., maar dat hij ook als (kunst)historicus op zo’n domme manier de fout in zou gaan….plaatsvervangende schaamte krijg je hierbij. Dank je de koekoek: Griekenland was bezet door de Turken en 400 jaar, tegen wil en dank, onderdeel van het Ottomaanse rijk.

Ten koste van duizenden doden en na een lange onafhankelijkstrijd werd Griekenland in 1830 weer zelfstandig. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat iemand met zo’n beperkte historische kennis directeur werd van het Rijkmuseum?

Gebrek aan kennis is misschien het mildste verwijt dat De Leeuw gemaakt kan worden. Ik denk dat hier eerder sprake was van kwaadwillendheid en stampvoetend je gelijk halen terwijl je dat niet hebt.

Wat heeft dit allemaal te maken met die twee tenvoetenuit portretten door Rembrandt van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit die de Rothschildts te koop aanbieden en waar nu ineens van alle kanten in de museumwereld, de pers en ons parlement gepapegaaid wordt dat ze in Nederland thuis horen?

Er wordt duidelijk met twee maten gemeten. Ik ben niet echt benieuwd wat De Leeuw nu te melden heeft en vrees dat hij zich niet uit deze knoop aan tegenstrijdigheden los kan wringen. In 2002 moesten de bronlanden van cultuurgoed niet zeuren en maar op het vliegtuig stappen om hun cultuurgoed in Europa of de Verenigde Staten te bekijken, en nu wordt ineens de geplande aankoop voor € 160.000.000,00 van twee Rembrandts verdedigd vanuit nationalistische overwegingen.

Hier lijkt mij iets niet te kloppen. Wat een kleinburgerlijk gezeur, onder leiding van gemankeerd veilingmeester Alexander Pechtold, dat die schilderijen Nederlands cultuurgoed zijn en daarom in Nederland thuishoren.

Kijk, als ooit, bijvoorbeeld in de Napoleontische tijd, De Nachtwacht in twee-en was gesneden en nu de ene helft in Nederland was en de andere helft waar dan ook ter wereld, dan zou ieder streven beide helften te verenigen, en dan bij voorkeur in Nederland, te verdedigen zijn. Overigens: evenzeer als het verdedigbaar is dat de beelden van het Parthenon die nu in Engeland zijn verenigd moeten worden met het Parthenon (of wel; het Acropolis Museum in Athene).

Moeten nu die twee Rembrandts koste wat kost van het ene Europese land – die Europese gedachte staat sowieso al enkele jaren te wankelen – naar het andere verplaatst worden? Die wens is niets anders dan de klok vele tientallen jaren terug zetten.

Ieder argument, hoe oneigenlijk ook, wordt benut om de publieke opinie klaar te stomen om miljoenen euro’s uit te geven aan een onnodige aankoop van twee schilderijen.

Bill Pijbes kwam met een demagogisch vervuilende toevoeging in het publicitaire geweld om de Rothschild Rembrandts naar Nederland te halen door ze de ‘broer en zus’ van De Nachtwacht te noemen. Een absurd argument want die twee schilderijen hebben chronologisch, noch stilistisch ook maar iets met De Nachtwacht van doen. Mochten ze naar het Rijksmuseum komen, gaat hij ze dan links en rechts van De Nachtwacht ophangen? Ik denk het niet.

Het is niet de eerste keer dat nationalisme gepaard gaat met demagogie.

Zo zie je maar weer, dat dit soort discussies altijd gevoerd worden op basis van onderbuik en subjectiviteit, eerdere standpunten in vergelijkbare omstandigheden gerieflijk negerend. Als het goed uitkomt hoeft cultuurgoed niet terug naar het land van herkomst omdat het tot de universele cultuur behoort, en als het 100% andersom uit komt, dan moet het terug naar het land van herkomst omdat het daar thuishoort.

Ook leuk: de PVV, DE voorvechter van nationale identiteit bleek in de Tweede Kamer (29 september 2015) tegenstander van investering in de aankoop, mede met Nederlands belastinggeld, omdat het juist goed is dat Nederlands cultuurgoed in het buitenland te zien is. Bosma van de PVV vertelde jaren in New York gewoond te hebben waar hij ‘regelmatig Rembrandts en Hollandse meester in het MOMA bewonderde’. In het MOMA? Het MOMA? Sinds wanneer vertoont dat museum voor moderne kunst 17de eeuwse meesters?

Bertus G. Antonissen