Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, maart 2016

Luther: "Hier sta ik; ik kan niet anders"
Luther: “Hier sta ik; ik kan niet anders”

Meditatione Ignis maakte in de maand maart 2016 een stevige groei door. We mochten vijf nieuwe redacteuren verwelkomen met even zo veel boeiende bijdragen aan onze internet publicatie. In dertig dagen zagen 26 blogs het licht. Bijna alle blogs werden gemotiveerd door woede en verontwaardiging. Ook deze maand viel er weer heel weinig te lachen.

Kabwe Tuskers zal zich in de toekomst richten op kwesties over Afrika. Zijn eerste bijdrage was een persoonlijke hommage aan Traude Rogers, de veel te vroeg overleden voormalig onderdirecteur van de nationale musea in Zimbabwe. De titel van Tuskers’ blog is ontleend aan het Zuid-Afrikaanse volkslied Nkosi Sikelel’Africa dat bij de uitvaartdienst van Traude werd gezongen. De melodie van dit lied, in allerlei versies te beluisteren via YouTube, werd ook gebruikt voor het volkslied van Zambia en enkele andere Afrikaanse landen.

Levinus Zwertbroek volgt de media. Zijn eerste bijdrage ging over de struikelpartij van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door waar hij Esther Gerritsen per ongeluk Esther Verhoef noemde. Voor Gerritsen niet leuk. Ze schreef het boekenweekgeschenk van 2016 en werd tijdens die week voortdurend herinnerd aan de verspreking van Van Nieuwkerk. Zwertbroek kaderde die verspreking in de context van spotterijen door DWDD over versprekingen door televisiepersoonlijkheden. DWDD en Van Nieuwkerk kregen een koekje van eigen deeg. Zwertbroek ergert zich al geruime tijd aan het gemakkelijke roosteren door Lucky TV van bekende Nederlanders en 80% Duitsers, zoals onze koning.

Paul Papinianus. ook nieuw in het Meditatione Ignis redactieteam, bracht zijn ergernis over een idiote Nederlandse rechter onder woorden. Een handtastelijke medewerker die zijn chef voor ‘vuile flikker’uitschold mocht van de rechter niet ontslagen worden omdat hij jong en allochtoon is. Wat een klootzak van een rechter (ik mag schelden omdat ik oud ben; niemand kan mij ontslaan want ik ben eigen baas). Die rechter maakt het onmogelijk de Nederlandse rechterlijke macht serieus te nemen. Papinianus had het niet beter kunnen benoemen: allochtonenknuffelaar.

Clifford Mead, onze aanwinst met sociologische deskundigheid, prikte op basis van enige voorbeelden uit de praktijk de kansarme-jonge-terroristen ballon door. Saleh Abdeslam, kansrijker dan X., is 100% verantwoordelijk voor de chaos die hij in zijn leven, en erger nog in dat van anderen, aanrichtte, evenals X. die vanuit een kansarme positie vele kansen schiep en benutte. Na deze tekst van Mead zal ik voortaan extra kritisch luisteren naar platitudes over kansarme jongeren.

Leendert Koerts schreef over Reinder Zwolsman, de branden in Haagse panden en de manier waarop de overheid het oude Haagse stadsgezicht definitief verziekte. Een sterke aanklacht tegen machtsmisbruik door stedelijke en landelijke overheden.

De maand begon met de jaloersmakend goed, en heerlijk profane woede-uitbarsting over de ‘culture of pure assholery’ door een Amerikaanse presentator van een praatprogramma. Die uitbarsting sprak hij uit na de aanslagen in Parijs en werd door de aanslagen in Brussel weer actueel.

S.A.Tire schreef een fictieve recensie van een fictief boek door de fictieve professor Victor Lamme. Lamme die zich misdroeg na de euthanasie van Hannie Goudriaan. Het hele redactieteam is nog steeds met stomheid geslagen dat een ‘minkukel’ als Victor Lamme deel uit maakt van het Nederlandse gezelschap professoren. Je kan met zo’n man toch nauwelijks geloven dat Nederlandse universiteiten internationaal hoog scoren. We kunnen slechts concluderen dat Victor Lamme er in zijn eentje de oorzaak van is dat Nederland niet een hogere plaats inneemt op de internationale ranglijst.

Clifford Mead en Hans Hoek zien een parallel tussen Femke Halsema en Hans Janmaat. Beide vertegenwoordigers van splinterpartijen en beiden toebedeeld met onevenredig veel aandacht in de pers. Janmaat leeft niet meer. Halsema kwam met een boekje, Pluche, en kreeg een overdaad aan belangstelling op radio, TV en de schrijvende pers. Buiten alle proportie.

Norbertus Herschel boog zich over de idiotie van over islamofobie klagende moslims. Al vele jaren wordt uit naam van de islam en allah gruwel na gruwel gepleegd en dan klagen de moslims dat er angst is ontstaan voor hun achterlijke cultuur. Angst mobiliseert angst. De moslims, bang geworden door de angst van de heidenen voor de islam, draaien de boel om en klagen dat zij zich bedreigd voelen door die heidenen. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Moordenaars die klagen dat ze bang zijn door de angst van nazaten van hun slachtoffers. Doet mij denken aan die enge Volkert van der Graaf die klaagt dat zijn mensenrechten geschonden worden, maar maling had aan de mensenrechten van Pim Fortuyn. Soms denk je dat de wereld gek geworden is.

Harry van Bommel meldde zich ook weer, deze keer met bedrukt pleepapier. Hij zou dat anti Oekraïne Associatieverdrag pleepapier overal in het gebouw van de Tweede Kamer ophangen zodat iedereen zijn gat af kon vegen met dat verdrag. Onze laffe verzetsheld kwam op het laatste moment op zijn schreden terug. Harry Hamas, of Harry Intifada, zoals hij bekend is bij de redactie van Meditatione Ignis zal, zo vrees ik, nog menig keer in onze kolommen terugkeren. Schaamt die man zich nooit? We danken hem dat hij zo zijn best doet de Socialistische Partij klein te houden.

Soms, heel soms valt er wel iets te lachen op Meditatione Ignis. Deze maand zorgde het Commissariaat Voor De Media voor een gulle lach door een bijdrage van S.A.Tire serieus te nemen en er bezwaar tegen aan te tekenen. Ze maakten zich daarmee onsterfelijk.

Ook onsterfelijk: Annet Veenstra met haar puberale briefje in De Volkskrant. Het zijn volgens snotneus Annetje, de Marty Feldman uit de Nederlandse journalistiek, de ouderen die in het Concertgebouw kuchen, tekstboekjes laten vallen, hoesten en proesten, in slaap vallen en luid klappen terwijl ze alleen in het Concertgebouw zijn om gezien te worden. Annet Veenstra is bij ons ook gezien. We zullen haar vanaf nu ieder jaar op Goede Vrijdag om exact drie uur aan het kruis nagelen. De Mattheus Passie is door ons omgedoopt en heet vanaf dit jaar de Annet Veenstra Passie.

Maart 2016 zal de geschiedenis in gaan als de maand van Daan Roosegaarde. De maand waarin Roosegaarde ontmaskerd werd. Lees de bijdragen over Roosegaarde.

Lees ook de bijdrage van nieuwe redacteur literatuur Tim van Dool over Jelle Brandt Corstius en diens boekje over zijn vader: De lul van Jelle.

Een van de woedendste stukken van deze maand is van de hand van Frans Ira. Hij veegt de vloer aan met Marcel van Dam. En terecht. Het smoezelige VARA/PvdA monster dat karaktermoord trachtte te plegen op Pim Fortuyn. Van Dam, de duivel hebbe zijn ziel, kon niet in de schaduw staan van Pim Fortuyn. Volgens de griezel Van Dam is/was Fortuyn ‘een buitengewoon minderwaardig persoon’. Hoe durfde die uit zijn straatje ruftende sigarenkauwer!

Maart 2016 was de maand van smerige, laffe aanslagen in Brussel door een stelletje mongolen. Wij deden er bij Meditatione Ignis zo veel mogelijk het zwijgen toe. Uit piëteit, niet uit desinteresse.

‘Hier staan wij; we kunnen niet anders’.

Dieter Korbjuhn, hoofd redacteur Mediaitione Ignis.

Mijn Matthäus Passion moment

Thomas Kirche Leipzig
Thomas Kirche Leipzig

Het zal 2004 of 2005 geweest zijn dat ik samen met Nina D. en Ellie B. op de terugreis van Dresden naar Nederland in Leipzig stopte om naar de Thomas Kirche en het Bach Museum te gaan.

Een donkere, sombere dag met motregen. Kan me uit mijn hoofd niet herinneren, en heb geen zin het op te zoeken in oude agenda’s, of het najaar of einde winter was. Het was in ieder geval het soort sombere dag zoals je die in het najaar of februari/maart mee kan maken. We hadden er een week Dresden ‘op zitten’ waar Ellie B. en ik een opdracht hadden bij de Staatliche Kunstsammlungen. Duitstalige Nina D. ging mee als tolk. Voorheen gingen mijn Teutoonse schoondochter Lena B. en voormalig collega Jörg D. een week mee om te tolken. Boeiende weken, een combinatie van persoonlijk contact en professionele activiteit. Het Grüne Gewölbe, het Zwinger met zijn Galerie Alte Meister, de Porzellansammlung, de Mathematisch-Physikalischer Salon, de Rüstkammer en het Albertinum. Voor een museumprofessional een bijna ideale omgeving. Een cadeau dat we dat mee mochten maken.

Ellie B., voormalig stagiaire van mij in het Mauritshuis, werd min of meer mijn partner in mijn Museum Security Consultancy. Ik was langdurig verdraagzaam en geduldig met haar; blind voor haar beperkingen. Na een jaar of vijf ‘samen werken’ kon ik het niet meer opbrengen om haar met eigenwijsheid nog nauwelijks verhulde onkunde te negeren en stopte de beroepsmatige relatie. Er viel een last van mijn schouder.

Tijdens het bezoek aan Leipzig had ik die grens nog niet bereikt. Ellie B. schonk mij in de winkel van het Bach Museum onverwacht een speeldoosje met een stukje Bach. Een teder gebaar. Had het te maken met onbeholpen jaloezie omdat tijdens de werkweek Dresden het contact tussen Nina D. en mij intiem werd? Het begin van een van de rumoerigste en kortste relaties uit mijn leven. Genoeg stof waaide op om een boek mee te vullen. Doe ik misschien ooit nog.

Terug naar Leipzig. Het Bach Museum was toen nog een tamelijk intiem, wat ouderwets museum, maar wel al voorzien van audiovisuele informatie per kamer (het waren geen museumzalen, maar museumkamers). Per kamer kon je met koptelefoon op luisteren naar fragmenten muziek uit de periode van Bach’s leven die in de kamer toegelicht werd. Het weer buiten en de geborgenheid van het museum binnen draag ik sinds dat bezoek met me mee. Ik verlangde terug naar het museum. Bij een volgende reis naar Leipzig bleek het museum wegens verbouwing gesloten. Sinds de verbouwing ben ik er niet meer geweest.

Na ons bezoek aan het Bach Museum gingen we de Thomas Kirche in. De kerk waar 1827 voor het eerst Bach’s Matthäus Passion werd opgevoerd. Er schuifelde een handvol bezoekers door de kerk. Helemaal leeg zal je die kerk volgens mij nooit aantreffen.

We waren nauwelijks binnen toen we getrakteerd werden op de galm van een kerkkoor dat aan het oefenen was. Ongelovig als ik ben, ervoer ik het toch als een goddelijk moment. Alsof dat koor voor ons persoonlijk zong.

Emotie bij Nina D. die tranen wegveegde, en bij mij. Iedere keer wanneer ik naar de Matthäus Passion luister, dat blijft niet beperkt tot de goede week, denk ik aan die donkere dag in Leipzig, het Bach Museum en de Thomas Kirche.

De gedachte aan Nina D. vermijd ik.

Bertus Gerardus Antonissen

Heiligverklaring Matthäus Passion door Annet Veenstra

Bach Museum Leipzig

Annet Veenstra werd naar aanleiding van haar maffe ingezonden brief in De Volkskrant van zaterdag j.l. niet alleen door mij aan het kruis genageld.

Op Twitter, in de De Volkskrant app en op de Geenstijl website incasseerde ze haar portie zwavelzuur. Bij Geenstijl kreeg ze op een walgelijke manier ‘onder uit de kast’. Niet mijn stijl dat Geenstijl.

Mijn ergernis betrof niet alleen de brief van Annet Veenstra, maar voornamelijk de keuze van de opinie redactie van De Volkskrant haar brief prominent in een gekleurd kader te presenteren. Blijkbaar werd de brief als van groot belang gezien.

Als hij al van belang was, dan slechts in negatieve zin door de stigmatisering van oudere concertbezoekers. Inhoudelijk had Annet Veenstra niets nieuws te melden. De afgelopen 50+ jaar zag ik periodiek ingezonden brieven, recensies en redactionele commentaren langs komen met exact dezelfde inhoud: gemier over kuchende concertbezoekers. De afgelopen twee decennia aangevuld met klachten over ringende telefoons.

Ik heb mij nooit geërgerd aan kuchen bij klassieke concerten, noch aan de uiterst zeldzame keren dat ik een telefoon af hoorde gaan. Sterker nog: ik hoopte nooit te hoeven kuchen en mijn telefoon is altijd uit bij een concert. Mijn enige reactie op de kuchende medemens is een afgeleide reactie: vrees voor de onverdraagzame Annet Veenstra’s en angst zelf te kuchen.

Hoe komt het toch dat ik mij nooit stoor aan af en toe een kuch en anderen zich daarover zo kwaad maken dat ze in de pen kruipen om van hun irritatie in landelijke dagbladen kond te doen? Je moet wel erg overtuigd zijn dat je boosheid over kuchen terecht is en breed gedragen wordt om die boosheid publiek te delen. Zal het te maken hebben met overwaardering, zelfs heiligverklaring van cultuur?

Annet Veenstra’s discriminerende boosheid, want ouderen zijn de kuchdaders, ontstond bij een uitvoering van Bach’s Matthäus Passion in het Concertgebouw. Hoe zou Bach gereageerd hebben op kuchjes tijdens zijn meesterwerk? We kunnen het niet weten, maar er wel over fantaseren.

De eerste uitvoering van de Matthäus Passion vond 1727 plaats in Bach’s Thomaskirche in Leipzig. De MP was in Nederland voor het eerst te horen in 1870, waarmee Heine’s gelijk bewezen is dat in Nederland alles (honderd)vijftig jaar later plaatsvindt.

Die eerste keer in Leipzig vond plaats in een koude kerk. Een kerk die met kolen- en houtkachels ‘s winters op temperatuur werd gehouden. Een ongezonde, rokerige omgeving. De landelijk gemiddelde leeftijd was in die tijd circa 40 jaar. Dit kwam niet alleen door de kindersterfte die toen veel hoger was dan nu, maar ook doordat de levensverwachting van mensen die wel de kinderleeftijd goed doorkwamen lager was dan nu.

De gemiddelde leeftijd van de kerkbezoekers weet ik niet. Die moet lager geweest zijn dan de gemiddelde leeftijd van de huidige concertbezoekers. In hoeverre er sprake was van een ‘oververtegenwoordiging’ (Annet Veenstra) van een oudere leeftijdcategorie weet ik ook niet. Ik sluit niet uit dat er bij die eerste voorstelling en in vele decennia daarna, in de koude, rokerige kerkomgeving heel wat gekucht, gehoest en geproest is. Misschien waren er ook huilende kinderen te horen. Werden er boze brieven naar kranten gestuurd om te klagen over alle bijgeluiden? Weer iets dat ik jammer genoeg niet weet, maar ik vermoed dat de aanwezige gelovigen alle rumoer zonder klagen accepteerden, zoals ik in mijn katholieke jeugd het normaal vond dat er af en toe rumoer in de kerk was terwijl het acolietenkoor prachtige Gregoriaanse muziek ten gehore bracht.

De maatschappij is geseculariseerd maar de christelijke muziekcultuur, dat is de Matthäus Passion immers, wordt door mensen als Annet Veenstra steeds weer op het heilige, snobistische schild geheven. In historisch perspectief is een kuch tijdens de Matthäus Passion niets om je aan te ergeren. Ik ben het daarom volledig eens met de reactie op Annet Veenstra’s idiote brief: ‘Ga dan lekker thuis met een koptelefoon op luisteren naar de Matthäus Passion’.

Nee, wat doet Annet Veenstra: zij mengt zich willens en wetens tussen de 1974 concertbezoekers in het Concertgebouw om zich te wentelen in ergernis dat die bezoekers af en toe te horen zijn. Veenstra bedient zich in haar ingezonden ergernis zonder enige schaamte van overdrijving alsof de magische Matthäus Passion verstoord zou zijn door wangedrag van ‘oververtegenwoordigde’ ouderen. Heeft dat kind geen ouders en grootouders, zo vraag ik mij af.

Kuchen (jammer dat Annet Veenstra die statistiek niet bijhield), 3 programmaboekjes en vijf ongedefinieerde ‘zwaardere voorwerpen’ die vielen en ‘twee telefoons’ die afgingen. Geen slechte score bij 2.000 bezoekers, volgens mij. Een relatieve rust.

Het zou reden voor verbazing zijn wanneer in een volle Grote Zaal van het Concertgebouw niet af en toe een kuch te horen is. Ik ben iedere keer weer verbaasd hoe bijna muisstil het tijdens concerten is dankzij een voorbeeldig, devoot publiek. Annet Veenstra is niet alleen het zicht op de realiteit van 2.000 mensen in één zaal kwijt, maar verliest in haar zelfgevoede irritatie ook de ratio. Heeft ze zich werkelijk geen moment afgevraagd hoeveel rumoer van kuchen en telefoons er zou zijn als 2.000 twintigers daar bij de Matthäus Passion zaten? Vonden al die luidruchtige incidenten vlak naast haar plaats? Dat moet wel, want hoe kon ze anders weten dat het ‘de ouderen’ waren die zich zo schandalig misdroegen?

Het door Annet Veenstra verloren perspectief op de oorsprong van de Matthäus Passion is niet uniek.

Eenzelfde perspectiefverlies zag ik regelmatig tijdens mijn circa dertig jaar werk in musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties en monumenten. Ook daar keek ik vaak verbaasd naar de heiligverklaring van objecten en gebouwen.

Rembrandt schilderde zijn Nachtwacht, De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh, circa 1640 op de binnenplaats van zijn woning. In de buitenlucht dus.

Van het schilderij, eigendom van de gemeente Amsterdam, werden in 1715 vanwege de verplaatsing van de Kloveniersdoelen naar het stadhuis op de Dam aan alle zijden enkele stroken afgesneden, waardoor het bijna twintig procent van de oorspronkelijke oppervlakte van ongeveer 500 bij 387 cm verloor. Zo ging men toen met die heilige kunst om.

Sinds 1885 hangt het in het Rijksmuseum in Amsterdam. De eerste 75 jaar zonder dat er sprake was van een geavanceerd klimaatbeheersingssysteem. Nu worden de klimaatcondities 24 uur per dag minutieus in de gaten gehouden. Meer dan drie eeuwen hield het schilderij stand in niet-geklimatiseerde omgevingen. Echter, wanneer nu de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid enkele procenten afwijkt, ontstaat paniek. Het heilig verklaarde schilderij moet als een kwetsbaar couveusekind vertroeteld en beschermd worden.

We hebben in Nederland ruim duizend musea die jaarlijks 30 miljoen keer bezocht worden. Slechts zelden doet zich een incident voor, maar oh wee wanneer een object moedwillig beschadigd, of erger nog, gestolen wordt: voorpagina nieuws in alle kranten, prime time nieuws op radio en TV en deskundige commentaren in praatprogramma’s. Alsof er een nationale ramp heeft plaats gevonden; of een dierbaar familielid geheel onverwacht de pijp aan Maarten heeft gegeven.

Iedere generatie laat zijn voetstappen na. De waardering voor die voetstappen fluctueert. Rembrandt was tot ver in de 19de eeuw een min of meer vergeten meester. De depots van musea staan vol met wat ooit gezien werd als meesterwerken (en werken die nooit die status verwierven). Het kan verkeren. De musea van nationaal belang tonen slechts het topje van hun collectie-ijsberg, ongeveer 10%, aan het publiek. De depots puilen uit. Niet alle voetstappen van alle voorbije generaties zijn blijkbaar even indrukwekkend.

Moeten die voetstappen dan niet zorgvuldig bewaard worden voor toekomstige generaties? Natuurlijk wel, maar dan in alle nuchterheid, in de wetenschap dat waardering vergankelijk is. De maandelijks gepresenteerde boek-van-de-maand literaire meestwerken, zijn in de meeste gevallen over een paar maanden historie. Wie leest er nog Vestdijk, de veelschrijver uit mijn jeugd? Wordt er naast de Max Havelaar nog andere literatuur uit de 19de eeuw gelezen? De door Veen uitgegeven verzamelde werken van Gerard Reve liggen te verstoffen bij het Centraal Boekhuis. Toch was hij in zijn tijd ‘de belangrijkste na-oorlogse schrijver’, samen met WFH (zullen mijn kleinkinderen weten waar die afkorting voor staat) en Harry Mulisch. Probeer dat onleesbare boek Het stenen bruidsbed, maar eens door te worstelen.

Niet alleen wij zelf, maar al het menselijke is vergankelijk.

Stop met die overwaardering van moderne kunst, stop met die amechtige aanbevelingen van literaire meesterwerken, stop met de hysterie over een beschadigd of gestolen museumobject, en vooral: kap met die truttige Annet-Veenstra-opvliegers over een kuch tijdens de Mattheus Passie in het Concertgebouw.

Al die heiligverklaarde cultuur is niets anders dan een vluchtige voetstap in de tijd.

Een Rembrandt-tentoonstelling een ‘once in eternity’ ervaring? Rot toch op joh!

Bertus Gerardus Antonissen