Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, april 2016

BoekenkastApril 2016 werd de maand van ziekelijk aandachtzoekertje Ebru Umar. Onze Turkije correspondent Mehmet Murat Abdülhamit schreef twee bijdragen over haar. Terugkijkend veel te veel aandacht. Met alle sympathie voor het vrije woord, Meditatione Ignis gaat over niets anders dan de vrijheid van meningsuiting, kan helaas maar één conclusie getrokken worden: platvloerse, ordinaire, door rijke ouders over het paard getilde, zelfingenomen Ebru Umar is in geen enkel opzicht een navolgbaar rolmodel van het vrije woord. Er moet heel wat gebeuren willen we aan deze dame nog aandacht besteden in ons forum. We hebben, ik spreek voor de hele redactie, geen enkele behoefte haar aandachtsgeilheid te bevredigen. Laat het duidelijk zijn: onderdrukken van de vrije mening, arresteren van journalisten of overnemen van complete kranten is ons een gruwel. Net zoals polariserend gebruik van het vrije woord door Ebru Umar ons een gruwel is. De vrouw is niet okay. Je ziet dat vaker: nieuwe Nederlanders en tweede generatie Nederlanders zijn fanatiek en kritiekloos aanhanger van het land van herkomst, of ze spugen fanatiek in de bron waar ze uit voortkwamen in verwoede pogingen erbij te horen in het nieuwe vaderland. Umar heeft als Libelle en Metro columnist en haar verfoeien van al wat Turks is bij de Nederlandse xenofoben een gewild lezerspubliek gevonden. Gemakkelijk scoren en tegelijkertijd creëert ze, de pen is machtiger dan het zwaard, de maatschappelijke tegenstellingen waar ze tegen te keer gaat. Scheldt een Turk, of welke andere bevolkingsgroep ook, volhardend uit voor ‘nageboorte’, stom en NSB-er en je creëert een steeds hardere tegenstander. Mevrouw Ebru Umar beseft blijkbaar niet dat haar gedrag Turks is als dat van Erdogan; Turkser misschien wel. Ze is een voorbeeld van verbaal fascisme van de ergste soort, maar in het boekje ‘Journalist te koop’ van Arnold Karstens beweert mevrouw Umar dat ze ‘de beste columniste van Nederland’ is. Om met Cruijff te spreken: ‘Ik gun iedereen zijn zelfvertrouwen’ (ging toen over Aad de Mos). Echter, Umar verklaart in één adem door: ‘Mijn zwakte is dat ik het effect van mijn woorden niet besef’. Niet best voor de ‘beste columniste van Nederland’. Mag in het archief onder de ‘I’ van ineffectief schrijven.

Met Ebru Umar vergeleken is Hirsi Ali vele malen intelligenter en veel minder polariserend. Ze kan er ook wat van, maar mocht ze al polariseren, ik vind dat niet, dan is dat op grond van argumenten en feiten en niet op grond van goedkoop, demagogisch schelden en bevooroordeelde clichés. Niet iedereen is die mening toegedaan. Bénédicte Ficq verkondigde in DWDD een heel andere visie. Hans Hoek beschreef in zijn bijdrage ‘Bénédicte Ficq spelprogramma: Wie heeft de langste kalkoennek’, de stuntelige manier waarop Ficq Hirsi Ali afserveerde van de lijst toonaangevende Nederlandse vrouwen. Ficq vond Sonja Barend belangrijker. Lees Hoek’s verhaal en ontdekt verbijsterd waarom Barend volgens Ficq belangrijker is.

Norbertus Herschel, onze geseculariseerde theoloog, beschrijft de parallel tussen de jaren vijftig van de vorige eeuw katholiek fundamentalisme en het religieus fundamentalisme waar we in de 21ste eeuw mee geconfronteerd worden. Een bijdrage met autobiografische trekjes. Altijd weer fascinerend om te lezen. Norbertus filosofeerde – schoenmaker hou je bij je leest dacht ik even – over het fenomeen fundamentalisme in algemenere zin. Een bijdrage met een ernstige toon. Het zij hem vergeven.

April was ook de maand van het referendum over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne. Je zou het bijna vergeten. Het tumult in onze videoclipmaatschappij verandert van dag tot dag. Simon Aernout Tire, onze minst betrouwbare redacteur, legt uit dat de onbetrouwbaarheid van de Oekraïense president en de huichelachtige voorvechter van het verdrag, Alexander Pechtold, beiden tot de hoofdmotieven horen waarom massaal NEE is gestemd tegen dat verdrag. Een artikel vol met stuitende onthullingen.

Stephan Krates kon het niet laten te reageren op een boze tweet van Sheila SitalSING: Radio 1 moest haar bellen om te vragen naar de correcte uitspraak van haar achternaam. Krates noemt haar in zijn bijdrage een ‘Surinaams-Hindoestaanse prinses’. Een van de betere, Ebru Umar is de zelfverklaarde beste, columnisten op de Nederlandse postzegel. Dat wel, maar met een elitaire arrogantie. Aandacht, of dat nu in de politiek of in de media is, tilt over het paard. SitalSING is daar een voorbeeld van.

De Fietslogica van Bertus Antonissen is in alle maatschappelijk onrust een kleine oase van rust. Een niemandalletje dat even adempauze geeft.

Antonissen moest opgekropt gif kwijt in zijn relaas over een keffend stoepenschijtertje en de zo mogelijk nog harder keffende hondeneigenaar, een beunhazende Life Coach. Na het lezen van die bijdrage is maar één reactie mogelijk: dat kan die Life Coach in zijn agressieve zak steken. Antonissen had twee columns nodig om het venijn van zich af te schrijven.

Onze nieuwe redacteur Tim van Dool maakte gehakt van een megalomaan kitsch product; het boek (Masters of the Golden Age), 35 kilo boek in een zogenaamd gelimiteerde editie van 2.500 (!) exemplaren. Weggegooid geld, aldus Van Dool. Alles voor te zeggen. Aan de DWDD tafel zaten Wim Pijbes en Matthijs van Nieuwkerk kwijlend te geilen bij dit nonsensboek. Halina Reijn was de enige die nuchter bleef en zich terecht af vroeg ‘Waar laat je zo’n boek?’

Clifford Mead schoot verontrust uit zijn slof toen hij een nieuw aangekomen vluchtelinge van een jaar of 14 hoorde zeggen dat Hollandse jongens maar moeten leren met onderbroek aan te douchen. De wereld op zijn kop. Bij die puber betekent integratie dat Nederlanders moeten integreren in de achterlijke cultuur die ze als ballast in haar dobberend sloepje meenam. Volgende stap: alle Nederlandse vrouwen moeten maar leren met een sjaaltje over hun hoofd over straat te gaan. Toch niet zo’n slecht idee het dragen van die sjaaltjes speciaal te belasten? Misschien kan er ook een onderbroeken-onder-de-douche tax komen.

Wolfgang-Günther Reill, onze psychiatrische medewerker, lost het probleem Sylvana Simons op. Want een probleem vormt deze mevrouw. We worden steeds vaker geconfronteerd met mensen die ons toe vertrouwen dat ze meteen wegzappen wanneer ze Sylvana Simons, een multitalent met expertise op alle gebieden, op de televisie zien. Mevrouw is irritant, maar Reill heeft ontdekt hoe dat komt. Dat betekent niet dat het probleem Simons opgelost kan worden. Dat kan namelijk niet. Alleen een epidemiologische benadering kan de irritatie wegnemen: Sylvana Simons isoleren uit alle publiciteit. Geen geringe klus. Lees over het syndroom Simons. Je zou aandachtzoekers als Ebru Umar en alweter Sylvana Simons in hun drang naar spotlights liever negeren (nee, we gaan niet weer over ‘neger’ beginnen), maar soms kan je niet om ze heen. De emmer verdraagzaamheid wat die geblondeerde Simons betreft is tot de rand gevuld en het punt van doodzwijgen komt steeds dichterbij. Laten we hopen dat de bijdrage van Ferdinand Braun over het discriminerende zwartje ook de laatste is geweest over dit ‘onderwerp’ (nee, we gaan het niet hebben over onderwerpen en slavernij). Deze keer stond Simons in een praatprogramma te ouwehoeren over een gangbang met de muziekentourage van Prince die ze nog net wist te weerstaan. Prince draait zich om in zijn graf.

Mead, het was een boze-Mead-maand stopte werkgever Hans de Boer in de kofferbak. Niet bijstandgerechtigden zijn labbekakken maar meneer borrelpraat De Boer is dat. Het wordt tijd voor een ouderwetse opstand van werknemers omdat werkgevers de oorlog verklaren aan de arbeid. Ik verwacht in de komende jaren veel rumoer.

Antonissen schreef een vervolg op de ontmaskering van W.F.Hermans door Frits Abrahams, voor zover mogelijk een nog betere columnist dan Ebru Umar, in zijn dagelijkse column in het NRC Handelsblad. Antonissen schreef uit eigen ervaring, of liever gebrek aan ervaring, met spijbelende lector fysische aardrijkskunde W.F. Hermans.

Mehmet Murat Abdülhamit, Turkije correspondent Meditatione Ignis, onthulde Erdogan’s besluit niet langer toe te willen treden tot de Europese Unie. ‘Dichtung und Wahrheit’, zo blijkt, ligt bij Meditatione Ignis niet ver uiteen. Soms overlappen ze elkaar.

Frans Ira klaagde Peter R. de Vries aan wegens majesteitsschennis en onthulde tussen neus en lippen door waar die aanstellerige R tussen Peter en De Vries voor staat. Een boze Frans Ira; onze Frans is zelden niet boos. Woede voedt zijn pen.

Op 18 april bekritiseerde H.A.F.M.O. Hoek een wachtgeldpopulisme. Aanleiding: de oplichterij van Wassila Hachchi die op kosten van de Nederlandse belastingbetaler foldertjes uitdeelt voor het besje Hillary Clinton.

Aron Schoenmaker, nieuw bij Meditatione Ignis, gaf een aantal Arabische landen een draai om hun oren vanwege een puur antisemitische motie die ze bij UNESCO indienden. Een motie die geen kans van slagen had, maar wel symptoom is van de anti-Israel houding binnen geldverslindende UN organisaties.

Georg von Fraunhofer bekeek de stamboom van ons koningshuis, waardoor de vraag of ‘ons’ terecht is onvermijdelijk werd. Willem-Alexander is qua bloedlijn 100% Duits. Zijn kinderen zijn 50% Duits en 50% Argentijns. Deze doorbreking van de Duitse bloedlijn zal zeer waarschijnlijk door zijn dochters, zeker door de troonopvolgster, gecorrigeerd worden door de keuze voor de zoon uit een perifeer adellijke Duitse familie. De tijd zal het leren.

Het was weer een boeiende maand.

Dieter Korbjuhn, hoofdredacteur Meditatione Ignis

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

In De Wereld Draait Door werd deze week schaamteloos promotie gemaakt voor een poenerig kitschproduct.

Marcel Wanders, gesteund door het clichés-repeteergeweer Wim Pijbes, mocht een kwartier lang zijn koffietafelboek Rijks, Masters of The Golden Age aanprijzen.

Het optreden van beide heren, onder ademloze bewondering van Van Nieuwkerk, riep plaatsvervangende schaamte op.

Hadden er vaklui aan het boek gewerkt? Nee, het waren volgens Marcel Wanders de beste ‘craftspeople’. Ja, als je in het Engels een vakman bent, dan ben je natuurlijk veel meer vakman dan in ordinair Nederlands.

De doorzichtige, platvloers commerciële promotie is volgens mij voer voor het Commissariaat voor de media. Dit heeft niets meer te maken met culturele verheffing van de massa’s, maar met geld, geld, geld.

Wanders: Het boek is gedrukt in de beste inkten en je kan details van de schilderijen soms wel drie vier keer vergroot bekijken.

Herinneringen aan zouteloze dia-avondjes waar oom en tante verslag deden van hun tocht met de Maasdam naar Canada kwamen boven drijven. De dis op het schip konden we vele keren uitvergroot op het projectiescherm bewonderen.

Koop dat boek, was van begin tot eind de aanbeveling.

Voor wie is dat boek bestemd? De eerste de beste bibliofiel zal over dit monster van 35 kg zijn schouders ophalen. Weggegooid geld, want wat koop je: een uit zijn krachten gegroeid, in offset gedrukt boek met een pooierig, zilveren omslag.

Volgens Wanders koop je niet een duur boek, maar een goedkoop kunstwerk. Daar is alles op af te dingen: je koopt een veel te dure reproductie van een mengelmoes aan kostbare oude kunst gelardeerd met hedendaagse kalligrafie. Dit alles overgoten met een sausje teksten van notabelen.

Alle teksten zijn met de hand gekalligrafeerd. Ja, waar anders mee? Met de hand gekalligrafeerd, maar offset gedrukt. Nou en?

Iedere bladzijde wordt volgens Wanders zorgvuldig gecontroleerd. Dat mag ook wel voor die prijs. Stel dat ze dat niet deden.

Als bewijs van de zorgvuldige controle kwam een meneer met een dradenteller in beeld om het raster van de druk te controleren. Dat doet het altijd goed: een expert met een vergrootglas in zijn hand.

De band is door ‘drie dames en een oud meneertje’ beplakt met meerdere lagen zilver. Zo, daar ga je als ‘craftsperson’. Ineens ben je denigrerend een ‘oud meneertje’. Ik loop zelf tegen de zeventig en val volgens Wanders waarschijnlijk in die categorie ‘oude meneertjes’. Laat ik Wanders zijn gebrekkige levenservaring maar niet kwalijk nemen.

Het boek, ik citeer nog steeds Wanders, is met de hand gebonden. Helemaal met de hand gebonden? Nee, gedeeltelijk. Ga er maar van uit dat het machinaal gebonden is.

Is het boek een investering voor de toekomst? Natuurlijk niet. Koop het nu en probeer het over tien jaar te verkopen. Teleurstelling zal je deel zijn.

De aanbeveling dat het in een gelimiteerde editie geproduceerd wordt slaat nergens op. Er worden 2.500 exemplaren van gemaakt. Dat noem ik niet gelimiteerd. Dat is gewoon een normale handelseditie, maar voor de prijs van een zeer gelimiteerd boek.

Lang, lang geleden zei Kees van kooten het al: ‘Binnenkort zijn niet-genummerde en niet-gesigneerde boeken heel zeldzaam en veel geld waard’.

Het spannende van gelimiteerde edities is dat je er snel bij moet zijn om niet achter het net te vissen. Iedereen die overweegt zijn geld te verspillen aan dit boek adviseer ik er een paar maanden rustig over na te denken. Je zal echt niet voor een lege winkel staan. Beter nog: wacht een paar jaar, want…

Naast de quasi gelimiteerde editie van 2.500 exemplaren voor de prijs van € 6.500,00 (die editie levert dus bruto ruim zestien miljoen euro op) komt er ook nog een niet-gelimiteerde editie met een prijskaart van € 150,00.  Geen enkel boek is ongelimiteerd, tenzij Wanders zich nu al voorgenomen heeft de persen ongelimiteerd te laten draaien zo lang er bestellingen binnen komen.

De onderdanig bewonderende vertoning in De Wereld Draait Door had een hoog Koefnoen-gehalte met die belachelijke witte handschoentjes. Er werd  een ballon opgeblazen. Niets meer en niets minder.

Zouden het Rijksmuseum en Marcel Wanders dat boek voor € 6.500,00 kopen als een of andere slimme Chinees, Arabier of Braziliaan deze kitsch produceerde? Ik heb daar weinig vertrouwen in.

Als de uitgever werkelijk meent wat allemaal hyperbolisch beweerd wordt over dit boek, dan zou hij moeten garanderen dat de prijs van het boek nooit naar beneden gaat, maar jaarlijks stijgt parallel aan de inflatie. Een goede test van de werkelijke waarde zou aanbieding over een paar jaar op een boekenveiling zijn. Ik voorspel dat dat schrikken wordt.

Halina Reijn was de enige aan tafel die nuchter bleef en uit riep: ‘Waar laat je zo’n boek’?

Ik weet het antwoord: bij de uitgever, want over vijf jaar ligt het sterk afgeprijsd in de Ramsj of wordt als een ‘speciale aanbieding’ voor een fractie van de prijs aangeboden door een gerenommeerd landelijk dagblad.

(juni 2016 ligt de ‘gelimiteerde’ editie bij Paagman in Den Haag. Hoewel de verkoper ons vertelde dat dit megalomane boek binnen vijf jaar minstens twee keer zo veel waard is, geeft Paagman nu toch al korting. Op mijn uitnodiging voor honderd euro een weddenschap af te sluiten dat het boek absoluut niet in waarde zal stijgen, integendeel, wilde de verkoper niet in gaan. Klanten die 6.000 euro trekken voor een luchtballon biedt hij gefantaseerde zekerheid over de toenemende waarde, maar hij durft er geen cent op te zetten. Bijzonder.)

Tim van Dool, recensent