Matty Verkamman Jakkie Verkamman

6 mei 2019 is het 17 jaar geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord door mislukkeling Volkert van der Graaf.

Dat die Van der Graaf zich onbelemmerd door Nederland kan begeven en zelfs meedoen aan allerlei recreatieve hardloopwedstrijden bewijst dat we in een fatsoenlijk land leven. Niemand staat hem, tegen alle verwachtingen in, naar het leven. Nederlanders zijn een net volkje. Met uitzondering van griezeltje Van der Graaf, ruftmuil Marcel van Dam en vuilspuiter Matty Verkammen.

Iedere zesde mei denk ik terug aan de schok die de moord op Fortuyn ook bij mij veroorzaakte en aan Van Dam’s “U bent een buitengewoon minderwaardig mens” en de taalbagger van Matty Verkamman, columnist van het dagblad Trouw, de voormalige verzetskrant met zijn orthodox-christelijke grondslag.

Matty Verkamman als Trouw’s boegbeeld van gristelijke naastenliefde.

Verbijsterend dat een krant met die achtergrond een smeerlap als Matty Verkamman podium biedt:

Nog zo’n Matty Verkamman verbaal hoogstandje

“Jij leeft van haat…”..zal die meneer Matty Verkamman echt niet door hebben dat hij hier zelf degene is die vegeteert op haat? Domme man.

Zo jammer dat Volkert van der Graaf, Marcel van Dam en Matty Verkamman die zesde mei 2002 overleefden en Pim Fortuyn niet.

Bob Bernstein

Mijn kinderen kunnen wat mij betreft de bof, difterie, kinkhoest, polio of de mazelen krijgen

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was Jan Blokker (1927-2010) een van mijn favoriete columnisten. Zijn columns zetten mij aan het denken. Vaak miste ik echter een duidelijk standpunt in zijn columns omdat ze een gehakketak waren tussen diverse invalshoeken.

In één column nam Blokker wel een duidelijk standpunt in. Hij ergerde zich kapot aan het christelijk-fundamentalistische wereldje in Nederland waar ouders weigerden hun kinderen te laten inenten tegen ziektes. In die column was Blokker boos, zeer boos. In boosheid steeg zijn verbale kracht.

De laatste zin uit die column: “Je zult mij niet horen protesteren als ze er morgen de mariniers op afsturen”, was mij uit het hart gegrepen, ook al vermoedde ik dat Blokker geen voorstander was van de daad bij dit woord. Ik overigens ook niet.

Hij verwees hier naar de Jannen die ooit de Dam in Amsterdam ‘schoonveegden’ van het langharige, werkschuwe tuig dat daar dag en nacht bivakkeerde.

Die mariniersactie steunde Jan Blokker niet.

Zijn column Verschil over de inentingsweigeraars in mijn voormalige lijfblad De Volkskrant knipte ik uit en hij sierde vele jaren de binnenzijde van mijn toiletdeur:

Eind januari 2002, iets meer dan drie maanden voor de moord op Pim Fortuyn, schreef Blokker in De Volkskrant: “Pim Fortuyn is definitief de Mussolini, de Duce, van de eenentwintigste eeuw geworden en men zal op zoek moeten naar een betrouwbaar onderduikadres. Bij de vorige Duce duurde het drieëntwintig jaar vóór hij ondersteboven werd opgehangen aan een benzinepomp aan de Zwitserse grens.”

Daarmee schaarde Blokker zich op pijnlijke manier binnen de gelederen van griezel Marcel van Dam die Fortuyn in het programma Lagerhuis “een buitengewoon minderwaardig mens” noemde, rijkeluiszoontje en 100% salonsocialist Paul Rosenmöller en de over zijn verkiezingsverlies gefrustreerd uit Nederland gevluchte Ad Melkert.

Fortuyn, professor sociologie, wist vele malen beter dan de Blokkers, Van Dammen, Rosenmöllers of Melkerts aan het meningvormende firmament welke ontwikkelingen zich in onze maatschappij voordeden en wat ons te wachten stond.

Fortuyn was visionair. Hij vreesde eind jaren 90 al dat de toestroom van niet tot integratie bereide migranten uit fundamentalistische culturen zou leiden tot een geïsoleerde onderklasse en uiteindelijk tot terrorisme.

Voorspellingen die Van Dam en Blokker, en velen met hen, een gruwel waren. Voorspellingen die al te vaak uitgekomen zijn.

In de tijd van Fortuyn had het tij nog gekeerd kunnen worden.

Waarom deze oprakeling van historie?

Omdat samenzweringsparanoïde ‘denkertjes’ nu kiezen voor het standpunt van de fundamentalistische Christenen op de Veluwe en Zeeuws-Vlaanderen, en weigeren hun kinderen in te laten enten. Ze citeren maar wat graag uit een oud, inmiddels wetenschappelijk volledig onderuitgehaald onderzoek dat kinderen door die inentingen autistisch zouden kunnen worden. Mocht autisme erfeijk zijn, dan is de kans aanzienlijk groter dat die kinderen autisme erfen van hun kokerkijkende ouders dan dat ze autistisch worden van inentingen.

We leven in een wereld waar de overheid zich selectief mengt in de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van de burgers omdat die persoonlijke levenssfeer raakvlakken heeft met het algemeen welzijn en de algemene veiligheid.

Op brommers en motoren moet je een helm op en in de auto moet je een gordel dragen. Hou je je niet aan die regel dan wacht de toorn van justitie je en word je beboet. Bouw je je huis niet volgens de veiligheidsvoorschriften uit het Bouwbesluit: boete.

Zit je peuter niet veilig in een gecertificeerd kinderzitje in de auto: boete.

Kijk, en daar wringt volgens mij een schoen. Als ouders hun kinderen geheel onnodig blootstellen aan bof, difterie, kinkhoest, polio of de mazelen, dan houdt de overheid zich afzijdig en vindt die weigering een privézaak van de ouders. Maar wanneer diezelfde ouders hun peuters zonder beschermend stoeltje in de auto plaatsen, krijgen ze een boete.

Wat is het principiële verschil? Ik zie het niet.

Je mag je kind dus blootstellen aan de gevaren van allerlei enge ziektes, maar niet aan de gevaren van het verkeer.

Wie kan mij dat uitleggen?

Overigens: wie kan mij tevens uitleggen dat we in onze maatschappij toestaan dat het mes gezet wordt in de geslachtsdelen van kinderen omdat zulks gebeurt op grond van een of andere woestijnfantasie? Die mishandeling is dan onderdeel van de vrijheid van godsdienst.

Hoezeer ik me nu, 17 jaar later, nog steeds erger aan Blokkers vergelijking van Fortuyn met Mussolini omdat hij zelfs onverholen pleitte voor het ophangen van Fortuyn, ben ik het helemaal met hem eens wat zijn mening betreft over de inentingsweigeraars: “Je hoort mij niet protesteren als ze er morgen de mariniers op afsturen”.

Wat mij betreft mogen die mariniers meteen doormarcheren naar alle griezels die prevelend over een gefantaseerde god het mes zetten in piemel of vagina van hun kroost.

Paul Papinianus

Aanvulling 5 maart 2019:

https://nos.nl/artikel/2274625-nieuwe-grote-studie-onderschrijft-vaccinaties-veroorzaken-echt-geen-autisme.html

Slecht onderzoek van geroyeerde wetenschapper

Ondanks het omvangrijke wetenschappelijke bewijs dat het tegendeel bewijst zijn er wereldwijd mensen die beweren dat er een link is tussen vaccinatie en autisme. Het zaadje hiervoor werd in 1998 geplant door de Britse arts Andrew Wakefield. Later werd zijn onderzoek teruggetrokken, onder meer omdat Wakefield de data had vervalst. De arts werd vervolgens geroyeerd, hij mocht zijn beroep niet meer uitoefenen.

Toch zijn er de laatste jaren wereldwijd steeds meer mensen die hun kinderen niet laten vaccineren omdat ze bang zijn voor autisme. De gevolgen daarvan zijn zo groot dat Unicef afgelopen vrijdag waarschuwde dat er wereldwijd een “alarmerende” toename is van het aantal kinderen met mazelen.

Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, maart 2016

Luther: "Hier sta ik; ik kan niet anders"
Luther: “Hier sta ik; ik kan niet anders”

Meditatione Ignis maakte in de maand maart 2016 een stevige groei door. We mochten vijf nieuwe redacteuren verwelkomen met even zo veel boeiende bijdragen aan onze internet publicatie. In dertig dagen zagen 26 blogs het licht. Bijna alle blogs werden gemotiveerd door woede en verontwaardiging. Ook deze maand viel er weer heel weinig te lachen.

Kabwe Tuskers zal zich in de toekomst richten op kwesties over Afrika. Zijn eerste bijdrage was een persoonlijke hommage aan Traude Rogers, de veel te vroeg overleden voormalig onderdirecteur van de nationale musea in Zimbabwe. De titel van Tuskers’ blog is ontleend aan het Zuid-Afrikaanse volkslied Nkosi Sikelel’Africa dat bij de uitvaartdienst van Traude werd gezongen. De melodie van dit lied, in allerlei versies te beluisteren via YouTube, werd ook gebruikt voor het volkslied van Zambia en enkele andere Afrikaanse landen.

Levinus Zwertbroek volgt de media. Zijn eerste bijdrage ging over de struikelpartij van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door waar hij Esther Gerritsen per ongeluk Esther Verhoef noemde. Voor Gerritsen niet leuk. Ze schreef het boekenweekgeschenk van 2016 en werd tijdens die week voortdurend herinnerd aan de verspreking van Van Nieuwkerk. Zwertbroek kaderde die verspreking in de context van spotterijen door DWDD over versprekingen door televisiepersoonlijkheden. DWDD en Van Nieuwkerk kregen een koekje van eigen deeg. Zwertbroek ergert zich al geruime tijd aan het gemakkelijke roosteren door Lucky TV van bekende Nederlanders en 80% Duitsers, zoals onze koning.

Paul Papinianus. ook nieuw in het Meditatione Ignis redactieteam, bracht zijn ergernis over een idiote Nederlandse rechter onder woorden. Een handtastelijke medewerker die zijn chef voor ‘vuile flikker’uitschold mocht van de rechter niet ontslagen worden omdat hij jong en allochtoon is. Wat een klootzak van een rechter (ik mag schelden omdat ik oud ben; niemand kan mij ontslaan want ik ben eigen baas). Die rechter maakt het onmogelijk de Nederlandse rechterlijke macht serieus te nemen. Papinianus had het niet beter kunnen benoemen: allochtonenknuffelaar.

Clifford Mead, onze aanwinst met sociologische deskundigheid, prikte op basis van enige voorbeelden uit de praktijk de kansarme-jonge-terroristen ballon door. Saleh Abdeslam, kansrijker dan X., is 100% verantwoordelijk voor de chaos die hij in zijn leven, en erger nog in dat van anderen, aanrichtte, evenals X. die vanuit een kansarme positie vele kansen schiep en benutte. Na deze tekst van Mead zal ik voortaan extra kritisch luisteren naar platitudes over kansarme jongeren.

Leendert Koerts schreef over Reinder Zwolsman, de branden in Haagse panden en de manier waarop de overheid het oude Haagse stadsgezicht definitief verziekte. Een sterke aanklacht tegen machtsmisbruik door stedelijke en landelijke overheden.

De maand begon met de jaloersmakend goed, en heerlijk profane woede-uitbarsting over de ‘culture of pure assholery’ door een Amerikaanse presentator van een praatprogramma. Die uitbarsting sprak hij uit na de aanslagen in Parijs en werd door de aanslagen in Brussel weer actueel.

S.A.Tire schreef een fictieve recensie van een fictief boek door de fictieve professor Victor Lamme. Lamme die zich misdroeg na de euthanasie van Hannie Goudriaan. Het hele redactieteam is nog steeds met stomheid geslagen dat een ‘minkukel’ als Victor Lamme deel uit maakt van het Nederlandse gezelschap professoren. Je kan met zo’n man toch nauwelijks geloven dat Nederlandse universiteiten internationaal hoog scoren. We kunnen slechts concluderen dat Victor Lamme er in zijn eentje de oorzaak van is dat Nederland niet een hogere plaats inneemt op de internationale ranglijst.

Clifford Mead en Hans Hoek zien een parallel tussen Femke Halsema en Hans Janmaat. Beide vertegenwoordigers van splinterpartijen en beiden toebedeeld met onevenredig veel aandacht in de pers. Janmaat leeft niet meer. Halsema kwam met een boekje, Pluche, en kreeg een overdaad aan belangstelling op radio, TV en de schrijvende pers. Buiten alle proportie.

Norbertus Herschel boog zich over de idiotie van over islamofobie klagende moslims. Al vele jaren wordt uit naam van de islam en allah gruwel na gruwel gepleegd en dan klagen de moslims dat er angst is ontstaan voor hun achterlijke cultuur. Angst mobiliseert angst. De moslims, bang geworden door de angst van de heidenen voor de islam, draaien de boel om en klagen dat zij zich bedreigd voelen door die heidenen. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Moordenaars die klagen dat ze bang zijn door de angst van nazaten van hun slachtoffers. Doet mij denken aan die enge Volkert van der Graaf die klaagt dat zijn mensenrechten geschonden worden, maar maling had aan de mensenrechten van Pim Fortuyn. Soms denk je dat de wereld gek geworden is.

Harry van Bommel meldde zich ook weer, deze keer met bedrukt pleepapier. Hij zou dat anti Oekraïne Associatieverdrag pleepapier overal in het gebouw van de Tweede Kamer ophangen zodat iedereen zijn gat af kon vegen met dat verdrag. Onze laffe verzetsheld kwam op het laatste moment op zijn schreden terug. Harry Hamas, of Harry Intifada, zoals hij bekend is bij de redactie van Meditatione Ignis zal, zo vrees ik, nog menig keer in onze kolommen terugkeren. Schaamt die man zich nooit? We danken hem dat hij zo zijn best doet de Socialistische Partij klein te houden.

Soms, heel soms valt er wel iets te lachen op Meditatione Ignis. Deze maand zorgde het Commissariaat Voor De Media voor een gulle lach door een bijdrage van S.A.Tire serieus te nemen en er bezwaar tegen aan te tekenen. Ze maakten zich daarmee onsterfelijk.

Ook onsterfelijk: Annet Veenstra met haar puberale briefje in De Volkskrant. Het zijn volgens snotneus Annetje, de Marty Feldman uit de Nederlandse journalistiek, de ouderen die in het Concertgebouw kuchen, tekstboekjes laten vallen, hoesten en proesten, in slaap vallen en luid klappen terwijl ze alleen in het Concertgebouw zijn om gezien te worden. Annet Veenstra is bij ons ook gezien. We zullen haar vanaf nu ieder jaar op Goede Vrijdag om exact drie uur aan het kruis nagelen. De Mattheus Passie is door ons omgedoopt en heet vanaf dit jaar de Annet Veenstra Passie.

Maart 2016 zal de geschiedenis in gaan als de maand van Daan Roosegaarde. De maand waarin Roosegaarde ontmaskerd werd. Lees de bijdragen over Roosegaarde.

Lees ook de bijdrage van nieuwe redacteur literatuur Tim van Dool over Jelle Brandt Corstius en diens boekje over zijn vader: De lul van Jelle.

Een van de woedendste stukken van deze maand is van de hand van Frans Ira. Hij veegt de vloer aan met Marcel van Dam. En terecht. Het smoezelige VARA/PvdA monster dat karaktermoord trachtte te plegen op Pim Fortuyn. Van Dam, de duivel hebbe zijn ziel, kon niet in de schaduw staan van Pim Fortuyn. Volgens de griezel Van Dam is/was Fortuyn ‘een buitengewoon minderwaardig persoon’. Hoe durfde die uit zijn straatje ruftende sigarenkauwer!

Maart 2016 was de maand van smerige, laffe aanslagen in Brussel door een stelletje mongolen. Wij deden er bij Meditatione Ignis zo veel mogelijk het zwijgen toe. Uit piëteit, niet uit desinteresse.

‘Hier staan wij; we kunnen niet anders’.

Dieter Korbjuhn, hoofd redacteur Mediaitione Ignis.

Bij het overlijden van Marcel van Dam

Van Dam
Marcel van Dam in de Tweede Kamer. Foto Nationaal Archief

Een van de gedenkwaardigste discussies in het programma Lagerhuis van de VARA vond 1997 plaats tussen gentleman Pim Fortuyn en straatvechtertje Marcel van Dam. Er moet een ander woord te vinden zijn voor wat daar plaats vond dan ‘discussies’. Van Dam’s inbreng voldeed op geen enkele wijze aan redelijke discussienormen.

Alle pogingen door Pim Fortuyn op basis van argumenten de verbale strijd aan te gaan met VARA Sturmführer Van Dam strandden op diens platvloerse schelden. Fortuyn’s gebaar aan het einde, gekverklaring van Van Dam met de vinger naar het voorhoofd, was meer dan gerechtvaardigd. Van Dam gedroeg zich van begin tot eind als een populistische, op het publiek spelende, walgelijke man. Ik vraag me af hoe al het VARA klapvee nu, bijna twintig jaar later, aankijkt tegen het slaafse toejuichen van Van Dam’s karaktermoord op Fortuyn.

Fortuyn schreef een boekje over de islamisering van onze cultuur. Fortuyn vatte in Lagerhuis zijn zorg samen: de nieuw arriverende moslims komen voor een merendeel terecht in de onderlagen van onze maatschappij en het gevaar ligt, aldus Fortuyn, daardoor op de loer van toekomstig terrorisme.

Een mening waarover gediscussieerd kon worden.  Van Dam kon echter niets anders doen dan zijn hele VARA archief aan vooroordelen uitstorten over Fortuyn. Niet één keer ging hij in op de argumenten van Fortuyn. Wanneer je de schaamtelijke uitzending na twee decennia terug ziet, kan je slechts de conclusie trekken dat de socioloog Pim Fortuyn profetisch was. Van Dam, volgens hem was Fortuyn de moderne Eichmann, kwam geen moment boven het scheldniveau uit. Fortuyn uitmaken voor Eichmann was een postuum compliment voor Eichmann en een schoffering van miljoenen omgekomen Joden en van Pim Fortuyn. Van Dam ontkende Fortuyn ooit voor Eichmann uitgemaakt te hebben. Een ontkenning waaraan weinig geloof gehecht kan worden.

Uiteindelijk kan Van Dam aan het einde van de confrontatie met Fortuyn alleen nog stamelen dat Fortuyn ‘een leugenaar’ en een ‘buitengewoon minderwaardig’ man is. Een buitengewoon aanmatigende opstelling van dit buitengewoon onaangename mannetje. Fortuyn schiep volgens zijn opponent een NSB sfeer. Van Dam kan enige inside kennis over de NSB waarschijnlijk niet ontzegd worden.

Ik weet het van de doden niets dan goeds. Van Dam was immers ooit een getalenteerde VARA ombudsman. Lang, lang geleden. Daarmee houdt het ‘goeds’ dat over deze man te vertellen is helaas op.

Fortuyn voor leugenaar uitmaken was een spiegeling van Van Dam’s nare gezicht in een modderige plas water. De man deinsde zelf niet terug voor liegen, zoals zijn relaas over het wel en wee van de familie Van Dam in oorlogstijd. Hij was een snotneus van twee jaar toen de oorlog uitbrak, maar presenteerde zich als een na-oorlogse verzetsheld met historische kennis over onderduiken van de familie uit eerste hand. Zelfoverschatting die hem de rest van zijn leven zou achtervolgen. Dat krijg je er van wanneer je je rechtenstudie op de universiteit niet af maakt en politiek hopt van de onbetrouwbare KVP naar de bevooroordeelde PvdA. Als socioloog studeerde hij af met een scriptie over Kiezersgedrag. Een scriptie die nutteloos in de kliko verdween.

Zijn hele politieke carrière gedroeg hij zich als een linkse Hans Wiegel. Het soort mandarijn waar Willem Frederik Hermans zo’n bloedhekel aan had. Een epigoon van Wiegel, inclusief door sigaren smerig bezoedelde lippen. Van Dam’s woord was wet en wie zich daar niet bij neerlegde kon rekenen op ordinaire scheldpartijen zoals in 1997 Fortuyns deel was.

Marcel van Dam kenmerkte zich als een maat der dingen. Zijn mening was norm en hij meende in alle voorkomende situaties gemachtigd als rechter, verheven boven allen, zijn oordeel uit te mogen spreken. Het moet zijn katholieke achtergrond zijn die hem op die hemelse zetel plaatste. Gespeend van enige zelfreflectie toog ridder Van Dam ten strijde tegen iedereen die anders dacht dan hij. In zijn diepste wezen was hij een pur sang anti-democraat. Tegenspraak, al was die nog zo bescheiden, werd door Van Dam niet geaccepteerd. Geen methode was hem te min om tegenstanders fors onderuit te halen.

Als voorzitter van de VARA gingen alle sluizen open. Hij verzon niet alleen dat programma Lagerhuis, maar plaatste zich zelfs letterlijk op een verheven positie waar vanuit hij bij iedere discussie het goddelijke eindoordeel sprak. Een pijnlijke vertoning. Niemand durfde Van Dam tegen zichzelf te beschermen uit angst er stante pede uitgegooid te worden en, werkloos, nog vele jaren door Van Dam belemmerd te worden in het opbouwen van een nieuwe carrière. Van Dam bediende zich van Maoïstisch/Stalinistische terreurtechnieken om zijn tegenstanders te vermorzelen.

Het kon niet uitblijven. Zelfs voor de PvdA was Van Dam’s terreur te veel. Hij werd, veel te laat, uit de partij gezet.

Van Dam is net geen 78 jaar geworden. De Nederlandse maatschappij neemt afscheid van een buitengewoon onaangenaam mens. Het luidruchtige handgeklap door onnadenkende volgers in het Lagerhuis is verstomd. De man zal wel herinnerd, maar niet gemist worden.

Zijn verwijt aan Fortuyn dat hij een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ was, heeft zich als een boemerang gekeerd tegen Van Dam. Nooit kwam hij op dat verwijt terug. Tot zijn dood bleef hij overtuigd van zijn gelijk.

Laten we hopen dat er in de hemel een hoekje is, ver weg van alle andere overledenen, waar smoezelige Van Dam zich verplicht terugtrekt. Ook na zijn dood kan van Van Dam niet verwacht worden tot enige reflectie in staat te zijn.

Het is overigens zeer de vraag of de hemelpoort voor Van Dam open ging.

Ik vrees het ergste.

De vereniging van Nederlandse tandartsen heeft vrijdag 1 april uitgeroepen tot dag van rouw.

Frans Ira