Rooms katholieke Jihad

plus fours
plus fours

Kort na de tweede wereldoorlog nam de secularisatie snel toe. Althans, volgens mijn ouders. ‘In de oorlog, toen de mensen in nood waren, zaten de kerken stampvol; nu zie je steeds minder kerkgangers’. Een mantra die we als kinderen iedere zondag vanaf medio jaren vijftig te horen kregen.

Ons gezin was een rooms katholieke enclave in de heidense omgeving van een Haagse volkswijk. Met twee andere vrome gezinnen hadden we in de straat groet-contact onderweg naar de kerk. Zij waren één van ons. Alle niet-kerkgangers waren heidenen die het hellevuur wachtte. Op zondag niet naar de kerk gaan was immers, zo werd er bij de broeders op school ingedreund, een doodzonde.

Dagelijkse zonden kon je biechten; doodzonden droeg je tot het vagevuur bij je, tenzij je rechtstreeks de hel in ging. De katholieke indoctrinatie namen mijn ouders uit Zuid Limburg mee. Ze vertrokken voor W.O.II, tijdens de depressie van de jaren dertig, naar ‘boven de Moerdijk’, de heidense wereld tegemoet, waar ze stevig vast hielden aan hun Limburgse katholieke cultuur. In die jaren was zo ongeveer 90% van de zuid Limburgers vroom katholiek.

Ik heb het nooit met ze besproken, maar vermoed dat ze halsstarrig, fundamentalistisch de katholieke kerk met zijn achterlijke principes aanhingen, juist omdat ze zich bevonden in een vreemde, heidense omgeving.

Wij groeiden daardoor min of meer geïsoleerd op. Vriendjes mochten niet bij ons thuis komen. We gingen anders gekleed dan leeftijdgenoten, vooral op die heilige zondag. Mijn broer en ik moesten tegen onze zin in, in plus-fours over straat naar de kerk. We schaamden ons kapot maar mijn ouders vonden het ‘netjes’. Netjes was belangrijk, ook al liepen we onze hielen kapot met die keiharde Robinson leren schoenen. Degelijk en netjes.

Het fundamentalisme van mijn ouders plaatste ons buiten onze omgeving. Op zondag moesten we rammelend van de honger naar de hoogmis en ‘s avonds om zeven uur ook nog naar het ‘lof’.

Zelfs in de eerste klassen van de middelbare school moesten we iedere dag, voordat we naar school gingen, de ochtendmis bijwonen. Die ouwe controleerde ons als een geheim agent. Op de lagere school sloegen we ook geen dag over. De broeders hanteerden een presentielijst waarop aangetekend werd of je wel naar de mis geweest was.

We groeiden niet alleen in isolement, maar ook in schuld en boete op. Niet goed voor het zelfvertrouwen van de opgroeiende kinderen.

De combinatie van maatschappelijk isolement, fundamentalistisch geloof belijden en gevoel van superioriteit tegen de ons omringende heidenen had de bron van veel ellende kunnen zijn als we ons ook nog etnisch hadden onderscheiden in de wijk waar we woonden.

Stel dat we niet alleen met ons gezin, maar met een hele wijk streng katholieke christenen een enclave hadden gevormd binnen de stad Den Haag; stel dat we niet alleen neerkeken op de heidenen rondom ons, maar dat die heidenen ook met argwaan naar ons fundamentalistische christenen keken; stel dat we door ons uiterlijk door alle niet katholieken als ‘anders’ werden herkend; stel dat in onze katholieke enclave alleen Limburgs zou worden gesproken of gebrekkig Nederlands met een heel zwaar Limburgs accent; stel dat wij door ons isolement een school- en maatschappelijke achterstand op liepen..

Ik stel maar en stel nog verder: als aan alle veronderstellingen in de vorige alinea voldaan werd, dan was de kans groot dat wij 2de en 3de generatie Limburgers, razendjaloers op de ons omringende wereld, een stuwmeer aan agressie vulden, valse zekerheid zochten in fundamentalistisch geloof en niets liever wilden dan de andere wereld schade toebrengen.

Niet alle katholieken zouden die weg volgen. Velen zou het lukken zich te vechten uit het isolement en een plaats verwerven in de omringende wereld, indien gewenst met behoud van katholieke waarden. Maar, wanneer een kleine groep mede-katholieken agressief de heidense wereld terroriseerden, dan zou ik als brave, geïntegreerde katholiek met de dag banger worden voor een reactie van de heidenen.

Ik zou mij,  enkel en alleen omdat ik katholiek was, de hele dag bespied voelen en misschien op de lange duur in verzet komen tegen de wereld waar ik zo hard mijn best voor deed om er bij te horen.

Norbertus Herschel, theoloog en Vaticaan watcher.

 

Kansloos? Gelul!

Salah AbdeslamKansloos 1

Een voorbeeld uit de praktijk: 1990 vertrekt de Hollander X, 18 jaren jong, vanuit Rotterdam naar Parijs. Hij wil daar gaan studeren en een toekomst opbouwen.

Achtergrond: ouders gescheiden; moeder bij wie hij opgroeide in de bijstand; vader alleen op afstand en beperkt beschikbaar. Scheiding werd voltrokken toen X 12 jaar was. X is de oudste van vier kinderen. Voorafgaand aan de scheiding maakte X zes verhuizingen mee. Hij heeft zich nergens langdurig kunnen hechten. In Rotterdam rondt hij met succes de middelbare school (HAVO en VWO) af. Zijn schoolperiode was geen gemakkelijke. In de laatste twee klassen van de lagere school en de eerste klas van de middelbare school was hij slachtoffer van grootschalige pesterijen.

Zonder enige ondersteuning van zijn ouders, financieel noch inhoudelijk, vertrekt hij 1990 naar Parijs waar hij een kamertje van tien vierkante meter, inclusief keukenblokje, vindt in de Rue Tiquetonne. Hij heeft dankzij los-vast baantjes in de Rotterdamse horeca, voornamelijk als hulpje in de keuken, wat geld gespaard om de eerste periode door te komen. In Parijs gaat hij op zoek naar een baantje en loopt van hotel naar hotel om zijn diensten aan te bieden. Hij wordt nachtportier: drie nachten per week van 12 uur. Tijdens dat werk wordt hij overvallen door drie Algerijnen. Ze steken hem neer (18 hechtingen in zijn lies/bovenbeen), kleden hem uit, dreigen om met een mes zijn geslachtsdeel af te snijden, trappen de deur van het kantoor in en gaan er met FF 400,00 vandoor.

X is inmiddels begonnen met zijn studie rechten aan een van de universiteiten in Parijs. Die studie bekostigt hij geheel zelfstandig, zonder enige hulp van zijn ouders, en hij slaagt met vlag en wimpel. X vindt een baan bij een internationale bank. Hij huwt met een Franse juriste en bouwt een gezin op. Naast zijn baan, waarvoor hij de hele wereld over moet reizen, geeft hij incidenteel les aan universiteiten in Parijs, Brussel, Warschau en Peking. X is voor zijn werk onder andere actief bij de EU in Brussel. Er blijft blijkbaar nog tijd over om Pools en Hebreeuws te leren.

Een succesverhaal vanuit een schijnbaar kansloze positie: gebroken gezin en vreemdeling in een vreemd land met een vreemde taal, zonder enige mentale of financiële ondersteuning.

Kansloos 2

Salah Abdeslam groeit op in een stabiel gezin dat in tact blijft (geen echtscheiding). Hij heeft de Franse nationaliteit, maar groeit op in Brussel. Zijn vader heeft een baan. Abdeslam gaat naar school en volgt een technische opleiding. Hij vindt een vaste baan als onderhoudsmonteur bij de Brusselse trammaatschappij. Geen baan met veel carrière-perspectief, maar wel een baan met zekerheid. Die trammaatschappij garandeert hem werk, ook op lange termijn. Echter Abdeslam vergooit zijn kansen. Hij verzuimt zonder opgaaf van reden of met smoesjes zijn werk en houdt zich bezig met criminele activiteiten. Hoewel afkomstig uit een moslimgezin rookt, zuipt en blowt hij. Hij gaat niet naar de moskee. Salah verliest zijn baan omdat hij een maand de gevangenis in moet wegens inbraken. Hij verkiest een carrière in de criminaliteit. Niet omdat hij uit een gebroken gezin komt, niet omdat hij geen kansen heeft in de maatschappij, niet omdat hij geen vriendin heeft, maar geheel uit vrije keuze. Abdeslam gaat steeds verder bergaf en voelt zich aangetrokken tot kalashnikov-fetisjisme en de sadistische IS. Uiteindelijk is hij één van de daders, en waarschijnlijk één van de organisatoren, van de aanslagen in Parijs. Zijn broer blaast zich op met een bomgordel bij het Stade de France. Salah die als organisator mede-daders over haalde voor de dood te kiezen, trekt op het laatste moment angstig aan zijn stutten, vlucht naar de hem vertrouwde wijk in Brussel, dichtbij zijn moeder, en weet daar zes weken uit handen van de politie te blijven.

De ouders van Salah Abdeslam kozen er enkele decennia geleden voor vanuit het kansarme Noord-Afrika naar kansrijk Europa te vertrekken. Velen deden dat, en doen dat nog steeds. Hoe je het ook wendt of keert, Europa biedt meer kansen dan Algerije of Marokko. Ingebed in een maatschappij met sociale voorzieningen redden miljoenen migranten zich in Europa. Miljoenen kinderen van migranten groeien succesvol op, misschien moeizamer dan autochtone inwoners, in de voor hun ouders nieuwe wereld.

Zij grepen kansen die Abdeslam vergooide.

Laat ik niet proberen het onverklaarbare wangedrag van Abdeslam te verklaren. Dat proberen al te veel zelfbenoemde experts in praatprogramma na praatprogramma. Laat die experts stoppen elkaar te papegaaien over doordringen ‘in de haarvaten van de maatschappij’. Kletskoek. Zelfs de ouders, broers en zussen van aanslagplegers  zagen hun daden niet aankomen. Hoe fijnmazig moeten die haarvaten zijn om aanslagen te voorkomen?

Ik hou het erop dat Abdeslam en zijn mede-griezels 100% klootzakken zijn die alle kansen die ze kregen lieten liggen en willens en wetens verziekten.

X is mijn held die kans op kans wist te creëren. Salah Abdeslam is een laffe anti-held.

Iedere maatschappij kent randfiguren die het niet redden. Wil de maatschappij als maatschappij overleven dan zal gestreefd moeten worden het aantal randfiguren te beperken, maar waar de wil ontbreekt, houden de kansen op.

Clifford Mead, sociologische overpeinzingen.

 

 

Geert Wilders eregast op verjaardagsfeest PvdA

Janmaat en echtgenote
Janmaat en echtgenote

NRC-media 9 februari 2016: Het optreden van Geert Wilders brengt de democratie in gevaar, zegt PvdA-voorzitter Hans Spekman bij de zeventigste verjaardag van zijn partij. “De geest moet terug in de fles.”

Spekman laat geen kans voorbij gaan zich als vrijwilliger in te zetten voor het Geert Wilders promotieteam. Ook nu weer, in een lang interview over de verjaardag van zijn zo langzamerhand marginale partijtje, richt hij de spotlichten op Wilders. Deze zal in zijn vuistje lachen en heeft ongetwijfeld een vernietigende kwinkslag bedacht als hem om commentaar gevraagd wordt. Spekman kreeg er al op cabareteske manier van langs toen hij moest ‘kotsen’ van Wilders minder-minder-Marokkanen actie tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag. “Een mooie gelegenheid om eindelijk eens een schone trui aan te trekken”, sloeg Wilders terug.

Is die Wilders werkelijk zo’n gevaar voor de democratie? Dat zal nog moeten blijken bij de landelijke verkiezingen volgend jaar. Mocht Spekman’s angstdroom uit komen, dan is enige introspectie geboden. Hij, Alexander Pechtold vindt er ook een dagtaak in, heeft een aanzienlijke rol gespeeld bij de populariteit van Wilders. Niet alleen vanwege zijn voortdurende gefoeter op Wilders, maar vooral ook omdat zijn partij, samen met de andere gevestigde partijen, het vacuüm gecreëerd heeft waarbinnen Wilders acteert.

Het stigmatiseren van Wilders als rechtse rakker heeft Wilders steeds verder naar extreme uitspraken en uiterst rechtse – wat dat dan ook mag betekenen – stellingname gedrongen.

Dat kwam eerder in de parlementaire geschiedenis voor. Hans Janmaat, Centrum Democraten, was aanvankelijk een centrum, de naam zegt het al, democratisch politicus. Hij werd door de politieke gevestigde orde uit de jaren tachtig van de vorige eeuw voortdurend bestempeld als ultra-rechts en werd daardoor langzaam maar zeker steeds rechtser. Pas na zijn dood in 2002 werd duidelijk dat de man jarenlang onrecht werd gedaan. Zijn vrouw werd bij een linkse aanslag op een Centrum Democraten bijeenkomst voor haar leven invalide. Dat hadden rechtse mafkezen eens moeten flikken met de vrouw van Spekman. De wereld zou te klein zijn. Straten en pleinen zouden naar haar vernoemd worden; een standbeeld voor het PvdA hoofdkwartier aan de Herengracht (een typisch modaal socialistische lokatie) zou haar deel zijn plus een jaarlijks anti-rechts congres met mevrouw Spekman als naamgever. Over het welbevinden van mevrouw Janmaat deed links Nederland de bek niet open.

Ik wil geenszins betogen dat Wilders eenzelfde onrecht overkomt als Janmaat. Er zijn enkele wezenlijke verschillen. Belangrijkste verschil is dat Wilders een veel slimmere presentatie heeft en beter dan wie ook, met heldere, stotterloze dictie, kan debatteren. Die gave ontbrak bij Janmaat. Bovendien hadden in Janmaat’s tijd de moorden op Fortuyn en Van Gogh nog niet plaatsgevonden, en lagen 9/11, de golfoorlogen, gruwelijke IS-acties en smerige Jihad aanslagen nog in de schoot van de toekomst verborgen.

Wilders zal iedere keer wanneer hij fel bekritiseerd wordt door Spekman, Samson, Pechtold (Femke Halsema en haar mini-partijtje kon er destijds ook wat van) in zijn handen knijpen. Het maakt niet uit hoe ze over je praten, als ze maar over je praten. Liever de hemel in vervloekt, dan het graf in geprezen.

Het politieke beeld werd de afgelopen tien jaar bepaald door een economische crisis met als gevolg afbraak van allerlei zekerheden, forse bezuinigingen en stijgende werkloosheid. De Arabische lente die zich vanaf Tunesië verspreidde over Libië, Egypte en Syrië is uitgedraaid op een Arabische nachtmerrie met miljoenen vluchtelingen richting West-Europa.

Chaos alom. ‘Stoere’ leiders als Wilders gedijen als kool op deze voedingsbodem doordat nette partijen als de PvdA (momenteel regeringspartij) vleugellam, passief toekijken.

De vluchtelingenvolksverhuizing is vervuild doordat tienduizenden, vooral mannen, uit veilige landen zonder kans op asielstatus in Europa vrijwel onbelemmerd met deze volksverhuizing meeliften. De Europese samenwerking is een fictie. Alle daadkracht ontbreekt. Daadkracht is precies wat nodig is om de democratie te beschermen tegen mensen als Wilders en Le Pen.

De democratie wordt niet bedreigd door het onkruid dat welig tiert in de slecht onderhouden politieke tuin, maar door de democratisch gekozen tuinlieden die de kracht ontberen orde op zaken te stellen.

Het verwijt van Spekman aan Wilders is projectie. Hans denkt Wilders te zien, maar kijkt in de spiegel naar zijn eigen machteloze, democratie-ondermijnende slappe tronie.

Mr. Jean Morve, politiek commentator

Heeft het jostileger een mastermind nodig?

Paris attacks 2015
Paris attacks 2015

Na de gestoorde acties in Parijs door het jostileger van affectiefverwaarloosde, mongoloide nepmoslims werd dagenlang gezocht naar het mastermind of brein achter deze moordpartij. Mastermind? Brein? Heb je nu werkelijk enig verstand nodig om zoiets stoms te bedenken?

De wellustige slachting onder onschuldige theater- en terrasbezoekers is van zo’n grote stupiditeit dat per definitie duidelijk is dat hier geen ontwikkeld brein achter zat. Hoeveel intelligentie is er nodig om af te spreken op hetzelfde tijdstip een aantal gemakkelijke, want weerloze, doelwitten te selecteren en dan naar willekeur zoveel mogelijk onschuldigen af te maken?

Het enige dat nodig is: voldoende wapens, vervoermiddelen en een goed lopend horloge. Dat is het; niets meer en niets minder. Natuurlijk ook nog een gebrek aan normen en moed.

Ik kan me niet voorstellen dat die jihadisten na de aanslagen het gevoel hebben een hoger doel te hebben bereikt. Jammer dat die losers bijna allemaal omkomen bij hun moorden. Wat zou ik graag van ze horen wat dat ‘doel’ is.

(Jihad (Arabisch: جهاد, djihād) is een begrip uit de islam. Het komt van de Arabische woordstam jhd, dat ‘streven’ betekent. Jihad betekent letterlijk ‘inspanning gericht op het realiseren van een bepaald doel’.) Bron: Wikipedia.

Al jaren heb ik een grote hekel aan complimentjes voor criminelen en oplichters.

Die walging neemt rechtevenredig toe aan de waanzin en stommiteit van de daders. Er is eerder een groot tekort aan hersens nodig om deze beestachtige acties uit te voeren dan dat er behoefte is aan een brein, of zelfs een mastermind.

De daders zijn nog te stom om door te hebben dat ze zich laten gebruiken door frustraten uit het voormalig Iraakse leger. De triomfantelijkheid waarmee ze zich etaleren op sociale media is daarom lachwekkend.

Het blijft onbegrijpelijk: je hebt van je eigen leven helemaal niets gemaakt en besluit dan dat van anderen kapot te maken. Eindig je eigen nutteloze bestaan, denk ik dan, maar laat dat van anderen met rust. Het zal toch niet zo zijn dat je in een god gelooft die rechtvaardigt dat je moorden pleegt.

B.G. Antonissen