Wat hebben Jelle Brandt Corstius en Astrid Holleeder met elkaar gemeen?

Kurhaus, Scheveningen

Willem Frederik Hermans – wie? – schreef het al vele jaren geleden: ‘Commotie is promotie’. Hij en zijn collega Gerard Reve begrepen dat maar al te goed toen ze in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de ene rel na de andere veroorzaakten om de verkoop van hun boeken te skyrocketen (ja, niet alleen Wim Pijbes spreekt een woordje over de grens).

Hermans verwierf veel aandacht door uitgever Van Oorschot uit te maken voor een aasgier omdat die allemaal boeken van lang dode Russische schrijvers uitgaf waar geen rechten over betaald hoefden te worden. Oorschot, hoe modieus zou je nu in 2017 zeggen, diende een aanklacht in wegens laster en smaad. Hermans’ verweer voor de rechtbank was fenomenaal: “Ik had dat niet moeten zeggen, want aasgieren zijn hoogvliegers. Dat kan je over Van Oorschot niet beweren”.

Hermans plaveide zijn pad over de dode karakters van door hem vermoorde schrijvers. Niet alleen in zijn in eigen beheer uitgegeven Mandarijnen op Zwavelzuur, maar ook in latere kritieken waar hij op kwaadaardige wijze de vloer aanveegde met collega-schrijvers en de beruchte Weinreb. Allemaal commotie. Goed voor de verkoop van zijn boeken.

Commotie die Reve bewerkstelligde via koketteren met het katholieke geloof en zijn expliciete praatjes over de heren-, of liever nog jongensliefde. Na deze twee waren er nooit meer schrijvers die op zo’n creatief confronterende en vaak humoristische wijze publiciteit wisten te genereren.

Wat in de jaren zestig nog leuk was, is nu wrang. Jelle Brandt Corstius overschaduwde in één keer alle aandacht voor seksueel lastig gevallen vrouwen door zijn verhaal over een verkrachting vijftien jaar geleden. Na afloop van een life TV programma hing stagiaire Jelle (24) samen met een productiemedewerker (25) aan de bar in het Kurhaus Hotel om zich vol te gooien met alcohol. Beide heren gingen met dronken koppen – volgens Jelle was er een verdovende drug in zijn glas gegooid (en dat terwijl alcohol op zichzelf al een verdovende drug is) – naar een hotelkamer. Daar bedreven beide heren de mannenliefde. Volgens Jelle’s leeftijdsgenoot en drankbroeder geheel uit vrije wil, volgens Jelle werd hij verkracht.

Heel Nederland heeft een mening. Ik ook. Mijn mening betreft het moment waarop Jelle met dit verhaal in de publiciteit trad, let wel: 15 jaar na dato. Is het goed getimede, bewuste commotie die uiteindelijk zijn nieuwe TV-programmareeks over robots promoot? Alle ogen gericht op Jelle en hoge kijkcijfers bij de eerste uitzending. Wie zal het zeggen…

Willem Holleeders zus Astrid kwam deze week ook uitvoerig in de publiciteit. Minder dan ze misschien gehoopt had. Ze zal tandenknarsend gekeken hebben naar alle publiciteit die Jelle Brandt Corstius kreeg. Astrid, haar zus en een ex van Willem traden deze week in het nieuws. Ze wilden geen getuigen meer zijn in het proces tegen Willem omdat ze veel te weinig bescherming krijgen van het OM. Erger nog: ze moeten een deel van hun bescherming zelf betalen.

Is het toeval dat de dames hiermee naar buiten kwamen enkele dagen voor de verschijning van Astrids nieuwe boek: Dagboek van een getuige, of zien we hier een perfect staaltje van commotie is promotie? Ik geloof hier niet in toeval.

Ik heb voor de kwellingen van de zussen Holleeder meer begrip dan voor die van Jelle. Ik was er niet bij in die hotelkamer van het Kurhaus, maar mij bekruipt bij het verhaal van Jelle een gevoel van achterdocht. Zal ik bevooroordeeld zijn? Ik denk het wel: https://www.meditatione-ignis.org/de-lul-van-jelle/.

Bob Bernstein, media watcher

Update – De lul van Jelle

Hugo Brandt CorstiusUpdate 30 oktober 2017; oorspronkelijke publicatie 28 maart 2016.

Jelle Brandt Corstius fietste naar Zuid Frankrijk om de as van zijn vader Hugo te verstrooien, en schreef daar een boekje over: As in tas, 150pp, uitgeverij Das Mag.

Volgens De Volkskrant: ‘De liefde van de zoon is hartverscheurend’. De blurb op de flappen en achterzijde van boeken is wat recensies betreft altijd volledig uit zijn verband gescheurd. Dat weten  en accepteren we. Ook in die blurb over Jelle’s fietstocht: ‘…wordt door zigeuners bijna van de as beroofd’.

Wie schrijft die blurb? Is dat de uitgever of doet de schrijver dat zelf? Hugo was een vermaard fantast. Jelle noemt de fantasieën van zijn vader ‘Hugoverhalen’. Dat ‘bijna van de as beroofd door zigeuners’ hoort in die categorie. Echter, deze fantasie is kwalijk omdat hij alleen gebaseerd is op platvloerse vooroordelen over zigeuners. Nergens, maar dan ook nergens in het boekje is te lezen dat Hugo’s as Jelle bijna ontstolen werd door zigeuners. De tekst op de achterkant van het boekje is boosaardig en misleidend.

Het boekje is een alleszins leesbaar niemendalletje. Jelle heeft, vooral in het eerste hoofdstuk, een heerlijke schrijfstijl. Het staccato van korte, duidelijke zinnen leest als een trein. Genieten.

Toch was ik na het lezen niet tevreden. Misschien verwachtte ik wat anders dan Jelle bedoelde. Ik had graag veel meer gelezen over vader Hugo. Jelle doorspekt zijn fietsrelaas wel met vermakelijke en emotionele anekdotes over zijn vader, maar tot de kern van die vreemde man dringen we niet door. Daartoe zijn de beschrijvingen te oppervlakkig.

In 1981 kocht en verslond ik vol respect Hugo’s Opperlandse Taal- & Letterkunde. Over die man had ik graag meer gelezen. Nu blijft bij mij het beeld hangen van een zwetende, kranten stelende zonderling die in korte broek en natte plekken onder zijn armen de dienst in een Frans kerkje verstoorde. In de volle kerk loopt hij als een achterlijke toerist helemaal naar voren en roept luidkeels op de terugweg door het gangpad: ‘Wat een leuk kerkje’. Zoon Jelle verbergt zich in schaamte. Was Hugo echt zo wereldvreemd of een puberale provocateur?

Je vraagt je sowieso af waar die ‘hartverscheurende liefde’ van de zoon uit blijkt. In ieder geval niet uit de ontluisterende beschrijvingen van zijn naar zweet stinkende vader en uit de klaarblijkelijke gierigheid van Hugo die altijd in een versleten trui rondliep – dit roept gedachten op aan Hans Spekman – en sokken gebruikte om in de winter op de fiets zijn handen warm te houden.

Willem Frederik Hermans schreef een boek over Brandt Corstius met de titel Malle Hugo. Jelle bevestigt dubbel-postuum, nu Willem Fredrik en Hugo beiden dood zijn, de juistheid van Hermans’ diagnose. Hugo was een malle man.

Jelle heeft tijdens zijn fietstocht problemen met een afgeklemd geslachtsdeel. De keer op keer verwijzing naar zijn ‘lul’ en zijn ‘worst’ heeft een hoog kijk-eens-wat-ik-durf-te-schrijven gehalte.

Op zijn Hugojaans ben ik ook aan het tellen gegaan. In een stuk tekst van 26 pagina’s mocht ik elf keer lezen dat Jelle zich zorgen maakte over zijn lul, worst of kruis. Gekweld door castratie-angst ploetert hij over de hellingen van de Ardennen, Elzas en Alpen door Frankrijk.

Al met al is het een sympathiek boekje. Of het alle aandacht verdiende bij DWDD en Pauw? Nee, dat was te veel eer. Eer die misschien te danken is aan de redactrice van DWDD die banden heeft met de uitgeverij waar het boekje verscheen en aan de roem van vader Hugo.

Waarom staat Jelle paginagroot op de voorpagina van het boekje dat over zijn vader gaat? Ik had daar een foto van Hugo verwacht. Wilde Jelle uit de schaduw van Hugo treden? Hoe pijnlijk ook voor de kinderen, maar iedere keer wanneer ik Aaf of Jelle lees, moet ik denken aan malle Hugo.

Snel weer over tot de orde van de dag.

Tim van Dool, literatuurcriticaster

Aanvulling 24 april 2017

Een jaar na het verschijnen van Jelle’s niemandalletje over vader Hugo As in tas, schoof zoonlief aan bij De Wereld Draait Door om de net overleden Chriet Titulaar te herdenken. Titulaar, een wereldburger altijd op zoek naar nieuwe technische ontwikkelingen en snufjes, werd door Jelle belachelijk gemaakt vanwege zijn Limburgse accent. Hoe stuitend kan je je gedragen. Lul Jelle werd in mijn ogen op slag lulletje Jelle. Hij kan niet in de schaduw staan van Titulaar, voelt blijkbaar geen enkele empathie voor de familie van Titulaar en schoffeert een hele provincie Nederlanders met zijn bevooroordeelde belachelijk maken van een accent. Jelle Brandt Corstius: overschat product van de Gooise matras en Amsterdamse zelfingenomenheid, een onmiskenbaar voorbeeld van TV-narcisme. Met terugwerkende kracht denk ik: rot toch op met dat waardeloze boekje over je vader en ga eens rustig nadenken hoe je de herinnering aan een imponerender familieman te grabbel gooide. JAKKIE!

TvD

 

Aanvulling 30 oktober 2017

Jelle warmt zich wederom onder de schijnwerpers van de publiciteit. Meedrijvend op de massahysterie van de MeToo hashtag doet hij de wereld kond van zijn ‘gedrogeerde’ en ongewilde pijpen van een programmaproductiemedewerker aan het begin van zijn carrière. Jelle en de door hem beschuldigde waren respectievelijk 24 en 25 jaar toen dit feit zich voor zou hebben gedaan. Hoe komen al die daders toch aan de medicijnen om hun naïve slachtoffers te verdoven en dan seksueel te misbruiken? Een clichéverhaal. Ik denk zo langzamerhand dat Jelle net zo’n ziekelijke fantast is als pappa Hugo.

TvD.

 

 

Fons de Poel gidst onder aan de ladder door Europa

Fons de Poel, Blij met de buren, op gladiatorenschool (Aflevering Italië)
Fons de Poel, Blij met de buren, op gladiatorenschool (Aflevering Italië). Bron KRO NCRV

Na vijfentwintig jaar Brandpunt moest verslaggever/journalist Fons de Poel vertrekken bij deze actualiteitenrubriek omdat hij kamerlid Jesse Klaver voor snotneus uitmaakte. Klaver voelde in een kamercommissie ABN AMRO-commissaris Rik baron van Slingelandt stevig aan de tand over de salarissen in de bankensector. Bij de afkondiging van het programma over deze ondervraging verzuchtte De Poel dat Klaver een snotneus was. Fons de Poel beunhaasde af en toe bij de ABN-AMRO waardoor zijn ‘snotneus’ een zware lading kreeg.

Exit De Poel.

Hij moest op zoek naar werk en weer onder aan de journalistieke ladder beginnen. Fons trok in opdracht van de KRO NCRV Europa in om een reeks programma’s te maken: Blij met onze buren, met als centrale vraag: hoe goed kennen we onze buren eigenlijk?

Wanneer alle uitzendingen zo knullig zijn als die over Italië, zal onze kennis over de Europese buren niet toenemen, vrees ik.

Na alle prachtige documentaires over andere landen door Fidan Ekiz (De pen is machtiger dan het zwaard), Thomas Erdbrink over Iran, Ruben Terlou en Maaik Krijgsman over China, Bram Vermeulen over Turkije en Afrika, Jelle Brandt Corstius over Rusland, of Van Dis over Indonesië en Zuid-Afrika, zitten we niet te wachten op een verslaggever, journalist is te veel eer, als Fons de Poel die echt weer onder aan de ladder staat. Eerlijk is eerlijk: na Geert Mak’s In Europa, kan van niemand verwacht worden betere journalistieke, historische of sociologische documentaires over Europa te produceren.

De flutdocumentaire van Fons de Poel, deze keer over Italië, stijgt kwalitatief nergens uit boven het niveau van een door de reisindustrie gesponsorde landencommercial bij een commerciële zender. Je kijkt met kromme tenen en plaatsvervangende schaamte naar de oppervlakkige zelfingenomenheid van Nederlandse-toerist-voor-het-eerst-van-zijn-leven-in-het-buitenland Fons de Poel. Het is niet voor te stellen dat iemand die 25 jaar in dienst was van een gewaardeerde rubriek als Brandpunt zo’n van zelfkritiek gespeende, monsterlijke documentaire af durft te leveren. Niet één, maar dan ook niet één interview heeft enige diepgang. Alleen het gesprek met in Italië woonachtig voormalig-correspondent Aart Heering, een fraai staaltje journalistieke inteelt, levert iets meer dan oppervlakkige informatie op.

Je schaamt je als Nederlander voor de schoffering van de burgemeester van het stadje Sonnino. De moderne, jonge manager wordt door De Poel slechts misbruikt om te praten over idiote juridische procedures van Italiaanse macho’s tegen hun slecht-kokende echtgenote’s, of over een vrouw die een geding aanspant tegen haar man wegens falend presteren onder de klamme lappen. Hoe werkt zoiets: de burgemeester, De Poel kan zelfs het fatsoen niet opbrengen zijn naam te vermelden, wordt door de redactie uitgenodigd om te praten over zijn stad. De beste man valt in de zo langzamerhand gewoon geworden journalistieke valkuil en zet zijn beste been voor om geïnterviewd te worden door de buitenlandse TV-zender. Een grote eer voor zijn stad en voor hem. Uit een lang gesprek over van alles en nog wat waarin de burgemeester zijn stad hoopt te promoten, knipt de journalistieke aasgier twee of drie quotes die bruikbaar zijn voor het bevooroordeelde verhaal dat Italië eigenlijk een beetje een achterlijk land is.

DE Italiaan bestaat volgens amateur-socioloog De Poel, een puur Charles-Swietertje (ook uit de Brandpuntstal), niet. Het is een verzameling divers als de Romein, de Napolitaan, de Siciliaan etc. Van de Poel realiseert zich niet dat DE Romein, DE Siciliaan etc. evenzeer nonsens is als DE Italiaan. Sterker nog, na eerst ontkend te hebben dat DE Italiaan bestaat, maar een bijeenraapsel is van diversiteiten, draaft junior-verslaggever Fons vrolijk door over DE Italiaan die zo gevoelig is voor vorm en uiterlijkheid. Dit in tegenstelling tot wij Nederlanders die veel meer voor de inhoud gaan. Op dat ‘gaan voor de inhoud’ maakt Fons de Poel in deze documentaire zonder twijfel een uitzondering. Hij gaat helemaal niet voor de inhoud, maar stapelt het ene voorspelbare cliché op het andere. Het verkeer in Rome is een anarchistische bende, Italianen houden zich niet aan de regels, het rechtssysteem is dichtgeslibd, de ambtenarij is een chaos, iedere Italiaan is fanatiek katholiek, de maffia maakt de dienst uit, Italianen zijn corrupt tot op het bot, Italianen hebben een hang naar sterke leiders (en dan snel even wat beelden van Mussolini), en er gaat niets, maar dan ook helemaal niets boven het familieleven. Dat laatste wordt dan geïllustreerd aan de hand van een vormselplechtigheid in een kerk waarna de familiebrunch in een Unilever-Bertolli setting in de tuin van Mussolini’s voormalig landhuis. Met de Italianen op het feestje praat diepte-interviewer De Poel over de Italiaanse hang naar uiterlijkheid. Een man met een monumentale lorgnet op de neus gaat daar gretig bevestigend op in. De enige modieuze dandy in het gezelschap is overigens De Poel zelf met zijn lichtblauwe, linnen colbert en zijn zonnebank teint. Hij steekt af tegen de onopvallend geklede Italianen.

Werkloze intellectuelen, alle mannen hebben in Italië baarden, worden op een avondlijk plein ‘geïnterviewd’ door De Poel. De jaren vijftig/zestig Felliniaanse landerigheid druipt er van af. De gesprekken komen niet verder dan ‘we zijn hoog opgeleid’ en ‘we kunnen geen werk vinden’. Zonder twijfel een dramatisch verlies van maatschappelijke potentie. Hoe komt dat? Dat komt doordat de Italianen ‘tot hun 70ste door werken’. Het zal wel.

De interviews van De Poel komen geen millimeter verder dan de oppervlakte. De beste man spreekt geen woord Italiaans en kan met de Italianen alleen communiceren in zijn MAVO-Engels. Als je dat gestuntel ziet verlang je naar Ruben Terlou die de Langs de oever van de Yangtze documentaire maakte en gesprekken voerde in het Mandarijn alsof het zijn moerstaal is, of naar Thomas Erbrink die vloeiend Farsi spreekt, of naar Van Dis die zich zowel in het Maleis als in het Zuid-Afrikaans weet te uiten. Een kwestie van respect tegenover de gastlanden die bezocht worden. Een respect dat bij Fons de Poel ontbreekt, en niet alleen vanwege taalonmacht.

Fons de Poel draafde ook nog op in een gladiatorenschool, het Italiaans equivalent voor Japanners en Chinezen op klompen, om zich te bekwamen in zwaardvechten. Je betreurt haast dat de zwaarden houten nepzwaarden waren en De Poel ook defensieve technieken werden aangeleerd waardoor zijn kop niet over het veldje rolde.

Deze verslaggever onder aan de ladder zal in volgende uitzendingen niet mijn gids door Europa zijn.

Ferdinand Braun

Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, maart 2016

Luther: "Hier sta ik; ik kan niet anders"
Luther: “Hier sta ik; ik kan niet anders”

Meditatione Ignis maakte in de maand maart 2016 een stevige groei door. We mochten vijf nieuwe redacteuren verwelkomen met even zo veel boeiende bijdragen aan onze internet publicatie. In dertig dagen zagen 26 blogs het licht. Bijna alle blogs werden gemotiveerd door woede en verontwaardiging. Ook deze maand viel er weer heel weinig te lachen.

Kabwe Tuskers zal zich in de toekomst richten op kwesties over Afrika. Zijn eerste bijdrage was een persoonlijke hommage aan Traude Rogers, de veel te vroeg overleden voormalig onderdirecteur van de nationale musea in Zimbabwe. De titel van Tuskers’ blog is ontleend aan het Zuid-Afrikaanse volkslied Nkosi Sikelel’Africa dat bij de uitvaartdienst van Traude werd gezongen. De melodie van dit lied, in allerlei versies te beluisteren via YouTube, werd ook gebruikt voor het volkslied van Zambia en enkele andere Afrikaanse landen.

Levinus Zwertbroek volgt de media. Zijn eerste bijdrage ging over de struikelpartij van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door waar hij Esther Gerritsen per ongeluk Esther Verhoef noemde. Voor Gerritsen niet leuk. Ze schreef het boekenweekgeschenk van 2016 en werd tijdens die week voortdurend herinnerd aan de verspreking van Van Nieuwkerk. Zwertbroek kaderde die verspreking in de context van spotterijen door DWDD over versprekingen door televisiepersoonlijkheden. DWDD en Van Nieuwkerk kregen een koekje van eigen deeg. Zwertbroek ergert zich al geruime tijd aan het gemakkelijke roosteren door Lucky TV van bekende Nederlanders en 80% Duitsers, zoals onze koning.

Paul Papinianus. ook nieuw in het Meditatione Ignis redactieteam, bracht zijn ergernis over een idiote Nederlandse rechter onder woorden. Een handtastelijke medewerker die zijn chef voor ‘vuile flikker’uitschold mocht van de rechter niet ontslagen worden omdat hij jong en allochtoon is. Wat een klootzak van een rechter (ik mag schelden omdat ik oud ben; niemand kan mij ontslaan want ik ben eigen baas). Die rechter maakt het onmogelijk de Nederlandse rechterlijke macht serieus te nemen. Papinianus had het niet beter kunnen benoemen: allochtonenknuffelaar.

Clifford Mead, onze aanwinst met sociologische deskundigheid, prikte op basis van enige voorbeelden uit de praktijk de kansarme-jonge-terroristen ballon door. Saleh Abdeslam, kansrijker dan X., is 100% verantwoordelijk voor de chaos die hij in zijn leven, en erger nog in dat van anderen, aanrichtte, evenals X. die vanuit een kansarme positie vele kansen schiep en benutte. Na deze tekst van Mead zal ik voortaan extra kritisch luisteren naar platitudes over kansarme jongeren.

Leendert Koerts schreef over Reinder Zwolsman, de branden in Haagse panden en de manier waarop de overheid het oude Haagse stadsgezicht definitief verziekte. Een sterke aanklacht tegen machtsmisbruik door stedelijke en landelijke overheden.

De maand begon met de jaloersmakend goed, en heerlijk profane woede-uitbarsting over de ‘culture of pure assholery’ door een Amerikaanse presentator van een praatprogramma. Die uitbarsting sprak hij uit na de aanslagen in Parijs en werd door de aanslagen in Brussel weer actueel.

S.A.Tire schreef een fictieve recensie van een fictief boek door de fictieve professor Victor Lamme. Lamme die zich misdroeg na de euthanasie van Hannie Goudriaan. Het hele redactieteam is nog steeds met stomheid geslagen dat een ‘minkukel’ als Victor Lamme deel uit maakt van het Nederlandse gezelschap professoren. Je kan met zo’n man toch nauwelijks geloven dat Nederlandse universiteiten internationaal hoog scoren. We kunnen slechts concluderen dat Victor Lamme er in zijn eentje de oorzaak van is dat Nederland niet een hogere plaats inneemt op de internationale ranglijst.

Clifford Mead en Hans Hoek zien een parallel tussen Femke Halsema en Hans Janmaat. Beide vertegenwoordigers van splinterpartijen en beiden toebedeeld met onevenredig veel aandacht in de pers. Janmaat leeft niet meer. Halsema kwam met een boekje, Pluche, en kreeg een overdaad aan belangstelling op radio, TV en de schrijvende pers. Buiten alle proportie.

Norbertus Herschel boog zich over de idiotie van over islamofobie klagende moslims. Al vele jaren wordt uit naam van de islam en allah gruwel na gruwel gepleegd en dan klagen de moslims dat er angst is ontstaan voor hun achterlijke cultuur. Angst mobiliseert angst. De moslims, bang geworden door de angst van de heidenen voor de islam, draaien de boel om en klagen dat zij zich bedreigd voelen door die heidenen. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Moordenaars die klagen dat ze bang zijn door de angst van nazaten van hun slachtoffers. Doet mij denken aan die enge Volkert van der Graaf die klaagt dat zijn mensenrechten geschonden worden, maar maling had aan de mensenrechten van Pim Fortuyn. Soms denk je dat de wereld gek geworden is.

Harry van Bommel meldde zich ook weer, deze keer met bedrukt pleepapier. Hij zou dat anti Oekraïne Associatieverdrag pleepapier overal in het gebouw van de Tweede Kamer ophangen zodat iedereen zijn gat af kon vegen met dat verdrag. Onze laffe verzetsheld kwam op het laatste moment op zijn schreden terug. Harry Hamas, of Harry Intifada, zoals hij bekend is bij de redactie van Meditatione Ignis zal, zo vrees ik, nog menig keer in onze kolommen terugkeren. Schaamt die man zich nooit? We danken hem dat hij zo zijn best doet de Socialistische Partij klein te houden.

Soms, heel soms valt er wel iets te lachen op Meditatione Ignis. Deze maand zorgde het Commissariaat Voor De Media voor een gulle lach door een bijdrage van S.A.Tire serieus te nemen en er bezwaar tegen aan te tekenen. Ze maakten zich daarmee onsterfelijk.

Ook onsterfelijk: Annet Veenstra met haar puberale briefje in De Volkskrant. Het zijn volgens snotneus Annetje, de Marty Feldman uit de Nederlandse journalistiek, de ouderen die in het Concertgebouw kuchen, tekstboekjes laten vallen, hoesten en proesten, in slaap vallen en luid klappen terwijl ze alleen in het Concertgebouw zijn om gezien te worden. Annet Veenstra is bij ons ook gezien. We zullen haar vanaf nu ieder jaar op Goede Vrijdag om exact drie uur aan het kruis nagelen. De Mattheus Passie is door ons omgedoopt en heet vanaf dit jaar de Annet Veenstra Passie.

Maart 2016 zal de geschiedenis in gaan als de maand van Daan Roosegaarde. De maand waarin Roosegaarde ontmaskerd werd. Lees de bijdragen over Roosegaarde.

Lees ook de bijdrage van nieuwe redacteur literatuur Tim van Dool over Jelle Brandt Corstius en diens boekje over zijn vader: De lul van Jelle.

Een van de woedendste stukken van deze maand is van de hand van Frans Ira. Hij veegt de vloer aan met Marcel van Dam. En terecht. Het smoezelige VARA/PvdA monster dat karaktermoord trachtte te plegen op Pim Fortuyn. Van Dam, de duivel hebbe zijn ziel, kon niet in de schaduw staan van Pim Fortuyn. Volgens de griezel Van Dam is/was Fortuyn ‘een buitengewoon minderwaardig persoon’. Hoe durfde die uit zijn straatje ruftende sigarenkauwer!

Maart 2016 was de maand van smerige, laffe aanslagen in Brussel door een stelletje mongolen. Wij deden er bij Meditatione Ignis zo veel mogelijk het zwijgen toe. Uit piëteit, niet uit desinteresse.

‘Hier staan wij; we kunnen niet anders’.

Dieter Korbjuhn, hoofd redacteur Mediaitione Ignis.