Fons de Poel gidst onder aan de ladder door Europa

Fons de Poel, Blij met de buren, op gladiatorenschool (Aflevering Italië)
Fons de Poel, Blij met de buren, op gladiatorenschool (Aflevering Italië). Bron KRO NCRV

Na vijfentwintig jaar Brandpunt moest verslaggever/journalist Fons de Poel vertrekken bij deze actualiteitenrubriek omdat hij kamerlid Jesse Klaver voor snotneus uitmaakte. Klaver voelde in een kamercommissie ABN AMRO-commissaris Rik baron van Slingelandt stevig aan de tand over de salarissen in de bankensector. Bij de afkondiging van het programma over deze ondervraging verzuchtte De Poel dat Klaver een snotneus was. Fons de Poel beunhaasde af en toe bij de ABN-AMRO waardoor zijn ‘snotneus’ een zware lading kreeg.

Exit De Poel.

Hij moest op zoek naar werk en weer onder aan de journalistieke ladder beginnen. Fons trok in opdracht van de KRO NCRV Europa in om een reeks programma’s te maken: Blij met onze buren, met als centrale vraag: hoe goed kennen we onze buren eigenlijk?

Wanneer alle uitzendingen zo knullig zijn als die over Italië, zal onze kennis over de Europese buren niet toenemen, vrees ik.

Na alle prachtige documentaires over andere landen door Fidan Ekiz (De pen is machtiger dan het zwaard), Thomas Erdbrink over Iran, Ruben Terlou en Maaik Krijgsman over China, Bram Vermeulen over Turkije en Afrika, Jelle Brandt Corstius over Rusland, of Van Dis over Indonesië en Zuid-Afrika, zitten we niet te wachten op een verslaggever, journalist is te veel eer, als Fons de Poel die echt weer onder aan de ladder staat. Eerlijk is eerlijk: na Geert Mak’s In Europa, kan van niemand verwacht worden betere journalistieke, historische of sociologische documentaires over Europa te produceren.

De flutdocumentaire van Fons de Poel, deze keer over Italië, stijgt kwalitatief nergens uit boven het niveau van een door de reisindustrie gesponsorde landencommercial bij een commerciële zender. Je kijkt met kromme tenen en plaatsvervangende schaamte naar de oppervlakkige zelfingenomenheid van Nederlandse-toerist-voor-het-eerst-van-zijn-leven-in-het-buitenland Fons de Poel. Het is niet voor te stellen dat iemand die 25 jaar in dienst was van een gewaardeerde rubriek als Brandpunt zo’n van zelfkritiek gespeende, monsterlijke documentaire af durft te leveren. Niet één, maar dan ook niet één interview heeft enige diepgang. Alleen het gesprek met in Italië woonachtig voormalig-correspondent Aart Heering, een fraai staaltje journalistieke inteelt, levert iets meer dan oppervlakkige informatie op.

Je schaamt je als Nederlander voor de schoffering van de burgemeester van het stadje Sonnino. De moderne, jonge manager wordt door De Poel slechts misbruikt om te praten over idiote juridische procedures van Italiaanse macho’s tegen hun slecht-kokende echtgenote’s, of over een vrouw die een geding aanspant tegen haar man wegens falend presteren onder de klamme lappen. Hoe werkt zoiets: de burgemeester, De Poel kan zelfs het fatsoen niet opbrengen zijn naam te vermelden, wordt door de redactie uitgenodigd om te praten over zijn stad. De beste man valt in de zo langzamerhand gewoon geworden journalistieke valkuil en zet zijn beste been voor om geïnterviewd te worden door de buitenlandse TV-zender. Een grote eer voor zijn stad en voor hem. Uit een lang gesprek over van alles en nog wat waarin de burgemeester zijn stad hoopt te promoten, knipt de journalistieke aasgier twee of drie quotes die bruikbaar zijn voor het bevooroordeelde verhaal dat Italië eigenlijk een beetje een achterlijk land is.

DE Italiaan bestaat volgens amateur-socioloog De Poel, een puur Charles-Swietertje (ook uit de Brandpuntstal), niet. Het is een verzameling divers als de Romein, de Napolitaan, de Siciliaan etc. Van de Poel realiseert zich niet dat DE Romein, DE Siciliaan etc. evenzeer nonsens is als DE Italiaan. Sterker nog, na eerst ontkend te hebben dat DE Italiaan bestaat, maar een bijeenraapsel is van diversiteiten, draaft junior-verslaggever Fons vrolijk door over DE Italiaan die zo gevoelig is voor vorm en uiterlijkheid. Dit in tegenstelling tot wij Nederlanders die veel meer voor de inhoud gaan. Op dat ‘gaan voor de inhoud’ maakt Fons de Poel in deze documentaire zonder twijfel een uitzondering. Hij gaat helemaal niet voor de inhoud, maar stapelt het ene voorspelbare cliché op het andere. Het verkeer in Rome is een anarchistische bende, Italianen houden zich niet aan de regels, het rechtssysteem is dichtgeslibd, de ambtenarij is een chaos, iedere Italiaan is fanatiek katholiek, de maffia maakt de dienst uit, Italianen zijn corrupt tot op het bot, Italianen hebben een hang naar sterke leiders (en dan snel even wat beelden van Mussolini), en er gaat niets, maar dan ook helemaal niets boven het familieleven. Dat laatste wordt dan geïllustreerd aan de hand van een vormselplechtigheid in een kerk waarna de familiebrunch in een Unilever-Bertolli setting in de tuin van Mussolini’s voormalig landhuis. Met de Italianen op het feestje praat diepte-interviewer De Poel over de Italiaanse hang naar uiterlijkheid. Een man met een monumentale lorgnet op de neus gaat daar gretig bevestigend op in. De enige modieuze dandy in het gezelschap is overigens De Poel zelf met zijn lichtblauwe, linnen colbert en zijn zonnebank teint. Hij steekt af tegen de onopvallend geklede Italianen.

Werkloze intellectuelen, alle mannen hebben in Italië baarden, worden op een avondlijk plein ‘geïnterviewd’ door De Poel. De jaren vijftig/zestig Felliniaanse landerigheid druipt er van af. De gesprekken komen niet verder dan ‘we zijn hoog opgeleid’ en ‘we kunnen geen werk vinden’. Zonder twijfel een dramatisch verlies van maatschappelijke potentie. Hoe komt dat? Dat komt doordat de Italianen ‘tot hun 70ste door werken’. Het zal wel.

De interviews van De Poel komen geen millimeter verder dan de oppervlakte. De beste man spreekt geen woord Italiaans en kan met de Italianen alleen communiceren in zijn MAVO-Engels. Als je dat gestuntel ziet verlang je naar Ruben Terlou die de Langs de oever van de Yangtze documentaire maakte en gesprekken voerde in het Mandarijn alsof het zijn moerstaal is, of naar Thomas Erbrink die vloeiend Farsi spreekt, of naar Van Dis die zich zowel in het Maleis als in het Zuid-Afrikaans weet te uiten. Een kwestie van respect tegenover de gastlanden die bezocht worden. Een respect dat bij Fons de Poel ontbreekt, en niet alleen vanwege taalonmacht.

Fons de Poel draafde ook nog op in een gladiatorenschool, het Italiaans equivalent voor Japanners en Chinezen op klompen, om zich te bekwamen in zwaardvechten. Je betreurt haast dat de zwaarden houten nepzwaarden waren en De Poel ook defensieve technieken werden aangeleerd waardoor zijn kop niet over het veldje rolde.

Deze verslaggever onder aan de ladder zal in volgende uitzendingen niet mijn gids door Europa zijn.

Ferdinand Braun

Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, mei 2016

 

boekenkastDe maand mei was, in vervolg op de berichten in april, weer een maand waarin alle publicitaire ogen gericht waren op miniatuur Kwatta’s.

De tijd dat de gasten in praatprogramma’s werden uitgenodigd en in de schrijvende pers aan het woord kwamen op basis van deskundigheid of verdienste lijkt achter ons te liggen. Mei werd de maand van twee dames wier namen ik uit protest niet weer wil noemen. Mei werd ook de maand waarin het debat over racisme explodeerde. Net zo min als ik behoefte voel die beide dames te vermelden, voel ik behoefte mij in dat debat over racisme te begeven.

Het is helaas onvermijdelijk er toch kort iets over te zeggen. Degenen die zich dood ergeren aan het publieke optreden door één van de dames reageren in mijn ogen helemaal verkeerd met hun racistische scheldpartijen. De vraag is overigens of hier werkelijk sprake is van racisme of eerder van machteloosheid uiting te geven aan irritatie. De dame in kwestie wordt om onbegrijpelijke redenen keer op keer uitgenodigd in populaire praatprogramma’s. Die uitnodigingen zijn werkelijk raadselachtig omdat ze deskundigheid noch verdienste heeft. Haar houding in die programma’s, en niet alleen daar maar ook in een theater, is ronduit irritant. Mijn bezwaren tegen haar hebben helemaal niets te maken met etniciteit, maar alles met inhoudelijke ergernis.

Een dame wier naam ik maar al te graag noem is Fidan Ekiz. Een Nederlandse, net als die andere dame, met een niet-Nederlandse achtergrond. Fidan Ekiz verschijnt even vaak in praatprogramma’s als dame X. Toch zijn massaal racistische reacties en scheldpartijen niet Ekiz’ deel. Ik voel bij Ekiz nooit irritatie, maar altijd bewondering. Ze vindt bij mij een zeer willig gehoor. Hoe komt het dan dat op X door mij met ergernis en bij Ekiz met bewondering gereageerd wordt? Dat heeft wat mij betreft alles met deskundigheid en verdienste te maken.

Aan de mevrouw die in Turkije enige tijd werd vastgehouden, ik neig tot het wel weer noemen van haar naam, begin ik te wennen. Ik vind dat ze vaak polariseert, maar bij haar voel ik niet de irritatie die ik bij X voel. Integendeel, er zijn momenten dat ik ook haar bewonder.

Laten we ons a.u.b. niet aanpraten dat onze maatschappij verziekt is door racisme. Er zijn veel voorbeelden van nieuwe Nederlanders op toonaangevende posities, zoals de voorzitter van de Tweede Kamer en de burgemeester van Rotterdam. Alle Nederlandse kranten hebben journalisten en columnisten onder hun gelederen met een niet-Nederlandse achtergrond. Veel gaat goed.

Er is racisme in onze maatschappij. Dat valt niet te ontkennen. Lees de bijdrage van Mehmet Murat Abdülhamit over Discriminatieparanoia. Ondanks de opgewonden racismediscussies van afgelopen tijd, ben ik van mening dat Nederland op dit gebied niet slechter scoort dan andere landen in de EU; zelfs beter dan enkele Oost-Europese landen. Ik durf het bijna niet te schrijven, maar kunnen de inwoners van Nederland die menen dat onze maatschappij gebukt gaat onder racisme mij één land noemen waar ze beter af zullen zijn? Mehmut schreef dat je ‘Slim moet zijn om discriminatie te bestrijden’.

In de maand waar we doden herdenken en bevrijding vieren schreef Bertus Antonissen een kort persoonlijk verslag over de deportatie van het vriendje van Ger Booms en hoe Ger daar de rest van zijn leven last van had. Van Antonissen konden we ook zijn relaas over Gerard Fieret, de zonderlinge Haagse fotograaf lezen.

Joshua Gooree schreef over de 22-jarige Christa Noëlla, ook een nieuwe Nederlander, die vier mei niet wil vieren. Haar onvolwassen anti-argumenten zijn haar vergeven. Het meisje heeft geen benul van geschiedenis en is gespeend van empathie met mensen die wel willen herdenken. Onvergeeflijk is dat het luie journalistieke wereldje zich stortte op deze wind van een eenling en prominenter maakte dan nodig.

De Sensualiteit van het moslimhoofddoekje, door Herschel wierp eindelijk een ander licht op deze door velen afgewezen en door velen verdedigde hoofdbedekking. Ik deel overigens met Herschel dat ‘omdat het moet van mijn geloof’ baarlijke nonsens is.

De naam van die ene mevrouw wil ik dus niet meer vermelden, maar de nieuwsgierigen onder ons verwijs ik naar het artikel over splintergroep DENK door Jean Morve.

Ik heb het me moeilijk gemaakt met de zelfcensuur over de naam van dame X, want ze keert nog een paar keer terug deze maand bij Meditatione Ignis, onder andere met een lang ‘interview’.

Theodor Holman komt aan bod vanwege een xenofobische column in Het Parool.

Simon Aernout Tire sluit de maand af met de ergernis van Alexander Pechtold over de benoeming van Taco Dibbits tot algemeen directeur van het Rijksmuseum.

Volgende maand is de hele redactie van Meditatione Ignis op reis. We blijven echter paraat om ons licht te laten schijnen over dringende zaken.

Blijf lezen!

Dieter Korbjuhn, hoofdredacteur

 

Je moet slim zijn om discriminatie te bestrijden

racismeIn interviews hoor of lees je vaak, te vaak, dat geïnterviewden zichzelf citeren. Bij het lezen van artikelen door wetenschappers moet ik glimlachen over het aantal zelfcitaten waar het notenapparaat – vreemd woord – naar verwijst.

Toch moet ik nu ook even: vorige week beschreef ik mijn confrontatie met discriminatie door een voormalig vriendin, nu verre kennis.

Was ik zo naïef dat haar discriminatie mij aan het schrikken bracht? Die discriminatie en mijn schrik waren afgelopen weken bron van urenlange overpeinzingen. Haar discriminatie hield mij een spiegel voor.

Niets menselijks is mij vreemd en ook ik neig op zwakke momenten naar vooroordelen over groepen mensen. Vooroordeel is gemakkelijker dan nuance. Mijn verstand weet dat ieder mens op eigen merites beoordeeld moet worden, voor zo ver oordelen op zichzelf al acceptabel is, maar soms redeneer ik met het hart en niet met het hoofd.

Bij vooroordelen ontbreken nuance, begrip en intelligentie. Vooroordelen worden gemaskeerd met quasi ratio, maar hebben zelden met ratio en bijna altijd met onderbuik te maken.

Vooroordelen maken de ingewikkelde maatschappij overzichtelijk.

Datzelfde geldt vaak bij de bestrijding van vooroordelen, discriminatie en racisme. Ook daarbij is behoefte aan overzichtelijkheid. Het help geen zier je vast te bijten in symptomen en symboliek als politiek correct taalgebruik, en als slachtoffer van discriminatie de ‘daders’ aan de schandpaal te nagelen. Sterker nog: dat werkt contraproductief omdat aan beide zijden de standpunten verharden.

Martin Simek’s ‘zwartjes’ in DWDD was onhandig, maar liefdevol (ja, ja, ik weet het: liefde wordt soms gegeven vanuit superioriteit). Ook onhandig en niet slim: de man enkel op dat woord ‘zwartjes’ klem zetten en zijn verweer dat het niets met racisme te maken heeft zonder een seconde na te denken van tafel te vegen. Natuurlijk gaf het feit dat Simek met een zwarte vrouw getrouwd is nuance aan zijn ‘zwartjes’. Nadenken alvorens te toeteren is niet Sylvana Simons’ sterkste kant. Simeks huwelijk met een zwarte vrouw ‘heeft er niets mee te maken’ volgens Simons. Nee, alleen het woord ‘zwartjes’ was voldoende Simek weg te zetten als een verkapte racist.

Sylvana Simons, mogelijk te ingewikkeld voor haar, diende zich te realiseren dat ze met de aanval op Simek met zevenmijlslaarzen achteruit liep in de strijd tegen discriminatie in plaats van vordering te maken. Simeks sentimenteel zachtaardige bedoelingen werden door Simons keihard gemaakt waardoor ze keiharde en vaak vulgaire oppositie op riep.

Simek hebben we sindsdien niet meer teruggezien in praatprogramma’s. Hij zat er geslagen bij en trok zich definitief terug in Calabrië. Tel maar uit je winst, mevrouw Simons. Dit was geen ‘verbinden’, haar motief om toe te treden tot politieke splintergroep DENK, maar polariseren.

Niet slim van Sylvana Simons.

Nog zo’n zelfbenoemde strijder tegen racisme en discriminatie: drammende Quincy Gario. De man ziet overal racisme en werd daardoor, evenals Simons, juist oorzaak van toenemende weerzin tegen zijn eigen persoon. Zijn tweet naar aanleiding van Rutte’s reactie op het neerschieten van MH17 was verbijsterend:

MH17 tweet Quincy Gario

 

 

 

 

 

Hij verwijderde de walgelijk racistische tweet na veel kritiek van zijn Twitter account, maar het kwaad was geschied. Dit was geen foutje, de man presenteert zich immers als een specialistische actievoerder tegen racisme. Gario’s werkelijke aard werd onthuld.

Niet slim van Quincy Gario.

Actievoerder is blijkbaar een beroep, want in het Amsterdamse loopt nog zo’n professional rond: Roy Kaikusi Groenberg die met een klein groepje Nederlands-Surinaamse medestanders op De Dam een boek van Harry Intifada van Bommel verbrandde omdat in dat boekje Prem Radakishun geciteerd werd met het woord neger. Dezelfde Groenberg die de onsmakelijke vergelijking maakte tussen Joden en geroosterd sate-vlees. Net als Sylvana Simons en Quincy Gario verscherpte Roy Groenberg de tegenstellingen.

Niet slim van Roy Groenberg.

Alledrie voeren ze discussie over en acties tegen discriminatie vanuit een ik-ben-okay en jij-bent-niet-okay stelling. Niet slim, want contraproductief. Als je je medeburgers voortdurend voorhoudt dat ze niet okay zijn, dan worden ze niet okay en ben je zelf ook niet okay.

Er is intelligentie nodig om deze dialectiek te zien.

Als je discriminatie en racisme volledig uit wil bannen, vecht je tegen windmolens. Er zullen altijd mensen zijn die de overzichtelijkheid van discriminatie nodig hebben om zich staande te houden. Zoals er ook altijd ‘strijders’ tegen discriminatie zijn die behoefte hebben aan overzichtelijkheid. Beide partijen opereren vanuit dezelfde behoefte en hebben meer gemeen dan ze zich realiseren.

Discriminatie kan een giftige veenbrand zijn. Het bestrijden van een veenbrand kost tijd, maar ik ben optimistisch genoeg om vooruitgang te zien. De op één na grootste stad van Nederland heeft een burgemeester die pas op zijn vijftiende als kind in een immigrantengezin naar Nederland kwam. We hebben in de Tweede Kamer meerdere volksvertegenwoordigers met een niet-Nederlandse achtergrond. In de diverse praatprogramma’s zijn vrijwel dagelijks mensen te zien die eerste, tweede of derde generatie nieuwe Nederlanders zijn. Die groepen zijn vertegenwoordigd in film, theater, cabaret, sport, muziek, wetenschap en onderwijs. Enkele succesvolste cabaretiers in Nederland zijn van niet-Nederlandse oorsprong. Regelmatig zien we documentaires op TV of bioscoop die gemaakt zijn door nieuwe Nederlanders. Nu loopt de reeks fascinerende en vooral dappere documentaires over vrijheid van pers door Fidan Ekiz, dochter van Turkse ouders. Bijzonder onderwijs voor nieuwe religies en bouw van moskeeën worden gesubsidieerd volgens de in ons land geldende regels. Mensen als Sylvana Simons, Quincy Gario en Roy Groenberg krijgen ruim podium om hun mening te uiten.

Er is veel vooruitgang, maar we zijn er nog niet. De weg naar integratie moet afgelegd worden door alle partijen, niet alleen door de oorspronkelijke Nederlanders. Wat voor één-op-één relaties geldt, gaat ook voor maatschappelijke relaties op: als je wilt dat de relatie verandert dan moet je bij jezelf beginnen. Van de ander eisen dat die verandert is een dood spoor.

De ideale maatschappij, vrij van alle vooroordelen, is een utopie.

Er is intelligentie voor nodig om een betere maatschappij dichterbij te brengen. Racistische tweets, verbranden van boeken en onverdraagzaamheid omdat iemand er een woord uit flapt dat je niet zint (Sylvana Simons heeft zelf patent op uitflappen) is dom en zet de klok terug.

Mehmet Murat Abdülhamit

Ebru Umar – je mag alles zeggen, maar het hoeft niet

Ebru UmarEbru Umar schreef voor de Metro van vandaag een column over haar verblijf in Turkije. De eerste keer dat ik een column van haar las. Geen verheffende ervaring. Misschien is de hysterie in deze column te verklaren door de recente gebeurtenissen rondom Umar. Ik gun haar het voordeel van de twijfel omdat ik me niet voor kan stellen dat deze column representatief is voor de stijl van Umar.

De column, met de titel Lieve familie, vrienden en collega’s, is voor de helft een narcistisch dankbetoon aan alle mensen die zich inspannen voor haar terugkeer naar Nederland: ‘WAANZINNIG BEDANKT familie, vrienden en collega’s, WAANZINNIG BEDANKT. Ondanks dat ik jullie zonder uitzondering wegdruk zetten jullie je met man en macht in om mij thuis te krijgen. Ik kan wel janken van dankbaarheid – en doe ik ook hoor, no worries. WAANZINNIG BEDANKT.

Herhaling kan een stilistische keuze zijn, maar de functionaliteit van deze waanzinnig dankende herhalingen ontgaat mij. Mevrouw Umar houdt van hoofdletters. Misschien heeft ze onlangs kritiek gelezen op gebruik van het uitroepteken als middel om het belang van je mededelingen kracht bij te zetten. Umar vond een alternatief voor dat uitroepteken: HOOFDLETTERS.

Ik huiver al tientallen jaren van het adjectief ‘hartstikke’ bij bedankt en geef de voorkeur aan ‘hartelijk’. Umar vervangt hartstikke door ‘waanzinnig’. Daar gaan we maar geen goedkope grapjes over maken.

 ‘Allereerst: SORRY dat ik jullie allemaal, zonder uitzondering af en toe wegdruk en dat jullie tig keer moeten terugbellen om me aan de lijn te krijgen.‘  Weer hoofdletters om te benadrukken hoe zeer het haar spijt dat ze het te druk heeft alle – ‘tig’ – telefoontjes te beantwoorden. Maar ja, ze heeft dan ook ‘dagelijks Mark Rutte, Lodewijk Asscher en Bert Koenders aan de lijn’.

Ik heb zeven dagen om het uitreisverbod op te heffen. Daar wordt aan gewerkt maar laten we eerlijk zijn: dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Nog voordat die zeven dagen voorbij zijn, zal ik weer opgepakt worden, deze keer met een andere oorzaak. Weet ik, weet de advocaat, weet elke Turk (én Nederlander) maar mijn ouders zitten in de ontkenningsfase. Ik trouwens ook hoor, dat is het enige wat je kunt doen om niet in te storten.’

Met of zonder hoofdletters, logisch redeneren is niet Umar’s sterkste kant. Zij, haar advocaat, iedere Turk en iedere Nederlander weet zeker dat de Turkse autoriteiten weer een andere grond zullen bedenken om haar op te pakken. Mevrouw Umar noemt dat ‘een andere oorzaak’. De Turken zullen geen ‘oorzaak hebben’ om haar op te pakken, maar een reden.

Haar bewering over haarzelf, haar advocaat, alle Turken en Nederlanders – hoe weet ze dat van al die mensen – is stevig. Maar, tegelijkertijd zit ze in de ontkenningsfase. De logica ontgaat mij.

Mochten de Turkse autoriteiten nog op zoek zijn naar een ‘oorzaak’ om Ebru Umar op te pakken, dan is ze niet te beroerd ze te helpen, want: ‘Maar dan tot slot het volgende: gefeliciteerd nageboorte van een mislukte gastarbeidersgeneratie. GEFELICITEERD. …GEFELICITEERD met jullie totaal mislukte Nederlanderschap. GEFELICITEERD met jullie loyaliteit aan een stel berggeiten uit Turkije, geitenneukers zo je wilt, die jullie volgen zodra ze oproepen tot NSB-gedrag.

Over generaliseren gesproken. Blijkbaar mag een Turkse-Nederlander, of moet ik schrijven Nederlandse-Turk, alle tweede en derde generatie Turken, Nederturken zoals Umar ze noemt, over één kam scheren.

Een van haar tweets gisteren was FUCK YOU NEDERTURKEN. In het NOS journaal en in DWDD lieten ze wel haar IK EET EEN IJSJE tweet zien, maar niet FUCK YOU NEDERTURKEN. Volgens mij een betekenisvollere tweet. Ook een betekenisvolle keuze door de redacties van beide programma’s. Iets om over na te denken.

Blijkbaar wordt niet alleen in Turkije het nieuws gemanipuleerd. De manipulatie daar is duidelijker en minder verborgen dan in ons landje. Aan die Turkse duidelijkheid geef ik niet de voorkeur, maar laten we ons niet heiliger voor doen dan we zijn.

Bedoelde Ebru Umar echt de tweede en derde generatie Turkse Nederlanders uit te maken voor ‘nageboorte‘, of was het een vergissing en bedoelde ze nageslacht? Mocht nageboorte een bewuste keuze zijn, dan is het een walgelijke keuze. Een domme keuze ook.

Dom omdat haar in hoofdletters schelden, een slap aftreksel van het Theo van Gogh venijn waar ze zich zo graag aan spiegelt, niets oplost en alleen leidt tot verdere polarisatie. Turkse Nederlanders mogen haar niet voor rotte vis uitschelden, heel het politiek correcte wereldje spreekt daar schande van, maar FUCK YOU en nageboorte scheldende Umar kan rekenen op support van datzelfde wereldje.

De vader van Theo van Gogh hield zijn zoon meerdere keren voor: ‘Je mag alles wel zeggen, maar het hoeft niet’.

Theo van Gogh noch zijn minder getalenteerde epigoon Ebru Umar zijn wat mij betreft de ideale voorvechters van het vrije woord.

Ebu Umar mag in ons land gelukkig alles zeggen, maar het hoeft wat mij betreft niet. Als ze wil polariseren dan gaat ze haar gang maar; klagen bij succes is echter niet logisch. Het vrije woord kan prachtig ingezet worden voor communicatie. Wanneer je vrije woord alle communicatiedeuren dicht smijt, doe je iets niet goed. Umar kan wat leren van Fidan Ekiz.

Het is mij een gruwel dat de absurde arrestatie van Umar in ons land bijval vindt. Die bijval is ook onderdeel van het vrije woord en moet gerespecteerd worden.

Mehmet Murat Abdülhamit, correspondent Turkije