Bij het overlijden van Marcel van Dam

Van Dam
Marcel van Dam in de Tweede Kamer. Foto Nationaal Archief

Een van de gedenkwaardigste discussies in het programma Lagerhuis van de VARA vond 1997 plaats tussen gentleman Pim Fortuyn en straatvechtertje Marcel van Dam. Er moet een ander woord te vinden zijn voor wat daar plaats vond dan ‘discussies’. Van Dam’s inbreng voldeed op geen enkele wijze aan redelijke discussienormen.

Alle pogingen door Pim Fortuyn op basis van argumenten de verbale strijd aan te gaan met VARA Sturmführer Van Dam strandden op diens platvloerse schelden. Fortuyn’s gebaar aan het einde, gekverklaring van Van Dam met de vinger naar het voorhoofd, was meer dan gerechtvaardigd. Van Dam gedroeg zich van begin tot eind als een populistische, op het publiek spelende, walgelijke man. Ik vraag me af hoe al het VARA klapvee nu, bijna twintig jaar later, aankijkt tegen het slaafse toejuichen van Van Dam’s karaktermoord op Fortuyn.

Fortuyn schreef een boekje over de islamisering van onze cultuur. Fortuyn vatte in Lagerhuis zijn zorg samen: de nieuw arriverende moslims komen voor een merendeel terecht in de onderlagen van onze maatschappij en het gevaar ligt, aldus Fortuyn, daardoor op de loer van toekomstig terrorisme.

Een mening waarover gediscussieerd kon worden.  Van Dam kon echter niets anders doen dan zijn hele VARA archief aan vooroordelen uitstorten over Fortuyn. Niet één keer ging hij in op de argumenten van Fortuyn. Wanneer je de schaamtelijke uitzending na twee decennia terug ziet, kan je slechts de conclusie trekken dat de socioloog Pim Fortuyn profetisch was. Van Dam, volgens hem was Fortuyn de moderne Eichmann, kwam geen moment boven het scheldniveau uit. Fortuyn uitmaken voor Eichmann was een postuum compliment voor Eichmann en een schoffering van miljoenen omgekomen Joden en van Pim Fortuyn. Van Dam ontkende Fortuyn ooit voor Eichmann uitgemaakt te hebben. Een ontkenning waaraan weinig geloof gehecht kan worden.

Uiteindelijk kan Van Dam aan het einde van de confrontatie met Fortuyn alleen nog stamelen dat Fortuyn ‘een leugenaar’ en een ‘buitengewoon minderwaardig’ man is. Een buitengewoon aanmatigende opstelling van dit buitengewoon onaangename mannetje. Fortuyn schiep volgens zijn opponent een NSB sfeer. Van Dam kan enige inside kennis over de NSB waarschijnlijk niet ontzegd worden.

Ik weet het van de doden niets dan goeds. Van Dam was immers ooit een getalenteerde VARA ombudsman. Lang, lang geleden. Daarmee houdt het ‘goeds’ dat over deze man te vertellen is helaas op.

Fortuyn voor leugenaar uitmaken was een spiegeling van Van Dam’s nare gezicht in een modderige plas water. De man deinsde zelf niet terug voor liegen, zoals zijn relaas over het wel en wee van de familie Van Dam in oorlogstijd. Hij was een snotneus van twee jaar toen de oorlog uitbrak, maar presenteerde zich als een na-oorlogse verzetsheld met historische kennis over onderduiken van de familie uit eerste hand. Zelfoverschatting die hem de rest van zijn leven zou achtervolgen. Dat krijg je er van wanneer je je rechtenstudie op de universiteit niet af maakt en politiek hopt van de onbetrouwbare KVP naar de bevooroordeelde PvdA. Als socioloog studeerde hij af met een scriptie over Kiezersgedrag. Een scriptie die nutteloos in de kliko verdween.

Zijn hele politieke carrière gedroeg hij zich als een linkse Hans Wiegel. Het soort mandarijn waar Willem Frederik Hermans zo’n bloedhekel aan had. Een epigoon van Wiegel, inclusief door sigaren smerig bezoedelde lippen. Van Dam’s woord was wet en wie zich daar niet bij neerlegde kon rekenen op ordinaire scheldpartijen zoals in 1997 Fortuyns deel was.

Marcel van Dam kenmerkte zich als een maat der dingen. Zijn mening was norm en hij meende in alle voorkomende situaties gemachtigd als rechter, verheven boven allen, zijn oordeel uit te mogen spreken. Het moet zijn katholieke achtergrond zijn die hem op die hemelse zetel plaatste. Gespeend van enige zelfreflectie toog ridder Van Dam ten strijde tegen iedereen die anders dacht dan hij. In zijn diepste wezen was hij een pur sang anti-democraat. Tegenspraak, al was die nog zo bescheiden, werd door Van Dam niet geaccepteerd. Geen methode was hem te min om tegenstanders fors onderuit te halen.

Als voorzitter van de VARA gingen alle sluizen open. Hij verzon niet alleen dat programma Lagerhuis, maar plaatste zich zelfs letterlijk op een verheven positie waar vanuit hij bij iedere discussie het goddelijke eindoordeel sprak. Een pijnlijke vertoning. Niemand durfde Van Dam tegen zichzelf te beschermen uit angst er stante pede uitgegooid te worden en, werkloos, nog vele jaren door Van Dam belemmerd te worden in het opbouwen van een nieuwe carrière. Van Dam bediende zich van Maoïstisch/Stalinistische terreurtechnieken om zijn tegenstanders te vermorzelen.

Het kon niet uitblijven. Zelfs voor de PvdA was Van Dam’s terreur te veel. Hij werd, veel te laat, uit de partij gezet.

Van Dam is net geen 78 jaar geworden. De Nederlandse maatschappij neemt afscheid van een buitengewoon onaangenaam mens. Het luidruchtige handgeklap door onnadenkende volgers in het Lagerhuis is verstomd. De man zal wel herinnerd, maar niet gemist worden.

Zijn verwijt aan Fortuyn dat hij een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ was, heeft zich als een boemerang gekeerd tegen Van Dam. Nooit kwam hij op dat verwijt terug. Tot zijn dood bleef hij overtuigd van zijn gelijk.

Laten we hopen dat er in de hemel een hoekje is, ver weg van alle andere overledenen, waar smoezelige Van Dam zich verplicht terugtrekt. Ook na zijn dood kan van Van Dam niet verwacht worden tot enige reflectie in staat te zijn.

Het is overigens zeer de vraag of de hemelpoort voor Van Dam open ging.

Ik vrees het ergste.

De vereniging van Nederlandse tandartsen heeft vrijdag 1 april uitgeroepen tot dag van rouw.

Frans Ira

 

Film over Hannah Arendt, een ‘lege’ film

Hannah Arendt

Dankzij het overschot aan tijd de voorbije feestdagen haalden M en ik, genietend van het zalig niets doen, onze filmachterstand in en zagen onder andere de Margarethe Von Trotta film Hannah Arendt (2012) met in de hoofdrol Barbara Sukowa.

Wij waren geboeid en geïmponeerd door de film. Waren wij de enigen? Toen ik mijn oudste zoon Th. vertelde over de film was zijn reactie ronduit negatief. Hij vond het een zeer slechte, ‘lege’ film. Duidelijk. De recensies destijds waren vrijwel unaniem weinig enthousiast. Op een schaal van 1 tot 5 scoorden alle Nederlandse recensenten een 3.

De film zou een ‘mooie lofzang‘ zijn waar echter te weinig in zit.

Jann Ruyters noemt de film in zijn recensie voor Trouw ‘niet veel meer dan een Arendt voor beginners’. Peter de Bruijn velt in NRC een vergelijkbaar oordeel. “Deze film laat weliswaar goed de woede en de opwinding zien die Arendt met haar artikelenreeks over het Eichmann-proces teweegbracht, maar de film gaat nauwelijks in op de inhoud van de controverse. We zien een moedig denker die tegen de stroom in gaat. Naar buiten toe stoïcijns, binnenskamers een liefhebbende vrouw voor haar man, en – in kitscherige flashbacks – haar leermeester en minnaar Heidegger.” De Volkskrant is er kort over, en ziet de film als uitnodiging ons meer in Arendt te verdiepen: “De film slaagt vooral als instapfilm voor diegenen die minder bekend zijn met Arendt: een uitnodiging om haar werk eens nader te beschouwen.” Mike Peek lijkt zich in Het Parool bij de hierboven geciteerde collega’s aan te sluiten, maar benadrukt daarnaast dat de film visueel nauwelijks interessanter is dan een powerpointpresentatie:  “Von Trotta doet veel concessies om de historische achtergronden goed te kunnen duiden. Arendt en haar man Heinrich Blücher (Axel Milberg) lijken continu gesprekken te voeren met de kijker. Als alledaagse dialogen zijn hun onderonsjes, waarin ze veel feitjes debiteren, in elk geval tenenkrommend ongeloofwaardig. Arendt wordt daardoor nauwelijks meer dan de som van haar opvattingen. Terwijl er in haar privéleven toch genoeg interessants gebeurde. Arendts liefdesrelatie met filosoof Martin Heidegger, die zich in 1933 achter het nazisme schaarde, maar met wie ze haar leven lang contact hield, komt slechts in korte en weinigzeggende flashbacks aan bod. Daar laat Von Trotta een prachtige kans liggen om door Arendts academische schild te breken. Hannah Arendt is Schooltv voor volwassenen: je wordt er wel wijzer van, maar voelt er niets bij.”

Zo, het is me nogal wat. Kitscherig, visueel niet interessanter dan een powerpoint presentatie, schoolTV voor volwassenen waar je niets bij voelt, tenenkrommend ongeloofwaardig, de film gaat nauwelijks in op de controverse die Arendt’s artikelen over het proces veroorzaakten…

Wat vreemd. Wij vonden de film heel leerzaam; dat niet alleen, maar ook erg emotioneel en, voor zover binnen de beperkte tijd en het beperkte bestek van een film mogelijk, diepgaand genoeg om een goed beeld te krijgen van de schizofrene positie waarin Hannah Arendt zich moet hebben bevonden toen ze vanuit haar joods-filosofische, objectief denkende positie Eichmann en het proces beschreef. Je kan Margarethe von Trotta niet verwijten, daar lijkt het in de kritieken teveel op, dat ze de filosofe Arendt niet extensief, volledig en gedetailleerd behandelt. Het is overduidelijk dat een keuze is gemaakt voor het deel van Arendts leven en werk dat de zaak Eichmann betrof.

Films die gebaseerd zijn op historische feiten kennen altijd beperkingen waar fictieve films geen, of in ieder geval veel minder – ik krijg nu aangejaagd door de kritiek op de film een paranoïde neiging zo volledig mogelijk te zijn – last van hebben. Het is nu eenmaal niet mogelijk de complexe persoon van Hannah Arendt, of de complexe materie rondom schuld en verantwoordelijkheid voor de jodenvervolging door de nazi’s in een enkele film naar tevredenheid van alle, in kennis over Arendt variërende, beschouwers in beeld te brengen.

Misschien werd de film gemaakt voor mensen zoals M. en ondergetekende. Mocht dat zo zijn, dan verdient de film een 5 op de schaal van 1 tot 5. Wij leerden van de film, waren door de film en de strijd van Arendt, de scene aan het einde van de film in de collegezaal was zonder meer aangrijpend, zeer onder de indruk en onze nieuwsgierigheid naar meer kennis over Arendt en Eichmann is gewekt. Dat de film geen gevoel oproept, is reden tot zorg over het gebrek aan inlevingsvermogen van de betreffende recensent (Mike Peek van Het Parool).

Er zijn maar weinig films die zo veel bij ons bewerkstelligen.

B.G. Antonissen