Multatuli over sociale media

In concurrentie met sociale media zijn conventionele media bereid onbezonnen oprispingen van snotneusjes op Twitter of Facebook een podium te bieden. Je maakt dan mee dat een kind als Christa Noëlla die ‘altijd’ met respect deelnam aan de dodenherdenking van 4 mei ineens landelijk nieuws is als ze besluit ‘Geen vier mei voor mij’ omdat ze het maar een hypocriet gedoe vindt. Ongecensureerd en ongenuanceerd blaten op Facebook krijgt met hulp van De Volkskrant een status die het helemaal niet verdient. Een Nederlandse twintiger met Marokkaanse roots mag in diezelfde Volkskrant janken dat ze geen Nederlander meer wil zijn, en een leeftijdsgenootje van deze Nadia Ezzeroili, Annet Veenstra krijgt alle ruimte zich laatdunkend discriminerend uit te laten over ‘de oudere generatie’.

Er is geen kritische, seniore zeef meer die deze kinderen tegen zichzelf beschermt. Anna Stein die onder de aanstellerige Afrikaanse naam Anousha Nzume een Amerikaans product imiteerde (plagieerde) in het boekje Hallo witte mensen is weliswaar geen kind meer, maar heeft nog alle stampvoetende, racistische, discriminerende en bevooroordeelde kenmerken van een puber.

En dat allemaal dankzij de digitale podia. De ultieme democratie en VvMU (ja, zoek die maar op via Google) waar bloggers zoals ik dankbaar gebruik van maken. Als je niet uitkijkt, loop je het risico nerveus en zelfs opgefokt te raken van alle halfbakkenmeningenexhibitionisme.

Gelukkig manifesteren zoveel mensen zich op het digitale Hyde Park Speaker’s Corner, dat tweets en Facebook postings een beperkte houdbaarheid hebben. Tenzij kranten en praatprogramma’s in hun onderwerpenarmoede onderdelen uit de digitale stortvloed vissen en ze een iets langer leven gunnen.

Multatuli zag eind vorige eeuw deze bui al hangen toen hij schreef (in ‘Max Havelaar aan Multatuli’, verzamelde werken bezorgd door Stuiveling, Deel I, pp 455 en 456): “Zonder geheel te delen in het gevoelen van hen, die de uitvinding der boekdrukkunst een ramp noemen, moet ik toch bekennen dat die zogenaamde kunst veel kwaads heeft te weeg gebracht; vooral sedert men van boekenschryven een beroep gemaakt heeft. Men mag onderstellen van iemand, die, vóór die uitvinding, iets voortbracht dat de moeite van ‘t op- en overschryven waardig werd gekeurd, dat hy werkelyk iets te zeggen had. De kans is groter althans, dan ná Coster. Maar sedert men het schryven heeft verheven, – of verlaagd, – tot een broodwinning, spreekt het van zelf, dat er om het lieve brood gedurig iets moet geleverd worden van weinig gehalte.

Wat een schrijver was die man. Wanneer je in zijn tekst ‘boekenschryven’ vervangt door ‘tweeten’ (ik begrijp niet waarom velen dat ‘twitteren’ noemen) dan is hij (de tekst) bijna één op één toepasbaar op de kwaliteitsarme overdaad aan geschreven woord die in de 21ste eeuw beschikbaar is via digitale media.

Gelukkig is de invloed van de ‘boekenschryvery’ niet desastreus geweest op de samenleving zoals Multatuli leek te vrezen. De invloed van boeken moet nooit overdreven worden omdat het lezen van een boek meer inspanning vergt dan velen opbrengen.

Het lezen van vluchtige tweets kost geen moeite. Het is een zege dat er sinds kort meer tekens beschikbaar zijn om te tweeten. De bereidheid tweets te lezen is omgekeerd evenredig aan de lengte er van. Hoe langer de tweets, deste meer inspanning moet worden geleverd om ze te lezen. Bovendien is de overdaad aan tweets een garantie tegen werkelijke invloed van individuele tweets.

Geen groter zege dan de exponentiële groet van het aantal tweets.

Nog steeds geldt dat teksten die de moeite waard zijn over te schrijven per definitie meer kwaliteit hebben dan vluchtige kreten via het toetsenbord.

Dat ik de tekst van Multatuli overtypte is daar het bewijs van; zou ik nooit hebben gedaan met de voorspelbare tweets van Wierd Duk.

Ferdinand Braun.

 

Stemmingmakend subjectief taalgebruik De Volkskrant

uadalupe Garcia de Rayos, gedeporteerd uit de Verenigde Staten
Guadalupe Garcia de Rayos, gedeporteerd uit de Verenigde Staten

Twee berichten uit De Volkskrant van zaterdag 11 februari:

  • Mexico waarschuwt staatsburgers in VS na deportatie vrouw
  • Verdachte buitenlanders sneller uitgezet in België

Behalve dat het mij vreemd voorkomt dat België verdachte (illegale, criminele) buitenlanders uitzet ‘in’ en niet ‘uit’ het land, valt nog iets op.

Wanneer, al of niet criminele, buitenlanders zonder geldige verblijfspapieren Europese landen moeten verlaten, dan heet dat ‘uitzetten’ in De Volkskrant. Wanneer de Verenigde Staten precies hetzelfde besluiten en doen met buitenlanders zonder papieren, dan heet het in dezelfde krant ineens ‘deporteren’.

Niet alleen door de negatieve lading die de term deporteren in de 20ste eeuwse geschiedenis kreeg – de deportatie van Joden, zigeuners, homo’s en anderen naar Duitse concentratiekampen – maar ook etymologisch is deportatie een beladen woord.

De etymologiebank vermeldt onder deportatie:

deportatie zn. ‘het overbrengen naar een strafkolonie’. Vnnl. deportatie ‘verbanning’ [1561; Damhouder], deportatie “afzetting, verdraaghing, wegbanning” [1669; Meijer], deportatie, deportement “afzetting, uitbanning, wegvoering in ballingschap” [1805; Meijer], ‘overbrenging naar strafkolonie’ [1875; WNT verwijzen I]. Ontleend aan Frans déportation ‘verbanning’ [1508-17; Rey], later ‘verbanning als straf’, Laatlatijn deportatio ‘verbanning’ < klassiek Latijn dēportātio ‘vervoer, transport’, afleiding van het werkwoord dēportāre ‘vervoeren’, later ‘verbannen’. In de Tweede Wereldoorlog werd het woord gebruikt voor het wegvoeren naar concentratiekampen.

Het is geen toeval dat De Volkskrant, zo langzamerhand een dubieuze krant want gespeend van objectieve journalistiek, het uitzetten van vreemdelingen zonder verblijfsvergunning uit de USA deportatie noemt. Het moet de lezer immers koste wat kost ingewreven worden wat voor een tegen de nazi-ideologie aanschurkende regering de Trump regering is. De keuze voor stemmingmakende woorden is dan bij de Volkskrant redactie geoorloofd. De lezer wordt geïnformeerd en zonder schroom gemanipuleerd. Zo zijn de manieren van De Volkskrant; waarbij de krant haar naam blijkbaar heel letterlijk neemt en in de praktijk brengt: populistisch.

Braaf Europa, ondanks dat we een deal maakten met die verderfelijke Erdogan en ondanks dat we tienduizenden vluchtelingen laten verkommeren aan de buitengrenzen van onze unie, zet buitenlanders zonder papieren uit, maar de VS deporteert ze.

Wil je, net als ik, van dat populistische krantje af:  https://www.opzeggen.nl/krant_tijdschrift/volkskrant/opzeggen

 

Clifford Mead

De Volkskrant en jankende islamist Izz Ad-Din Ruhulessin

Izz Ad-Din Ruhulessin verdedigt steniging overspelige vrouw
Izz Ad-Din Ruhulessin verdedigt steniging overspelige vrouw

Walgelijke smeerlapperij van De Volkskrant en Izz Ad-Din Ruhulessin. De door deze islamist publiek aangevallen beveiliger kan zich niet verdedigen. De Volkskrant en Izz Ad-Din Ruhulessin wisten dat en handelden in strijd met het journalistieke principe dat 1 bron geen bron is. 100% misbruik van de zo machtige pen.

De Volkskrant – zo langzamerhand het ideale podium voor klagende exoten zoals Nadia Ezzeroili die geen Nederlander meer wil zijn en consorten, of een mevrouw Annet Veenstra die prominent mag klagen over kuchende bejaarden – plaatste 8 februari een huilerig stuk van Izz Ad-Din Ruhulessin. Meneer Izz Ad-Din Ruhulessin deed boodschappen voor zijn moesje bij de Coop en werd door een beveiliger bij de kassa verzocht zijn pet en capuchon af te doen.

Geheel voorspelbaar bij deze Izz Ad-Din Ruhulessin escaleerde dat tot een rel omdat meneer weigerde. Nu kan ik mij voorstellen dat hij verzet voelde bij het verzoek van die beveiliger. Ook kan ik mij voorstellen dat Izz Ad-Din Ruhulessin best wel begrijpt wat de motivatie van de beveiliger was. Alle supermarkten maken tegenwoordig, wat leven we toch in moeilijke tijden, gebruik van observatie met camera’s en wanneer klanten het dan nodig vinden zich via pet + capuchon – wat een combinatie – onherkenbaar te maken, dan loop je het risico dat een ijverige beveiliger zich met je verhulling bemoeit.

Handig en noodzakelijk? Ik weet het niet.

Izz Ad-Din Ruhulessin had twee keuzes: aan het verzoek voldoen of in de discriminatie- en racismestuip schieten, weigeren en de boel op de spits drijven. Hij koos voor het laatste. Meneer Izz Ad-Din Ruhulessin wilde het verzoek van de beveiliger zwart-op-wit hebben en als dat niet mogelijk was dan maar de manager spreken.

Wil je zijn eenzijdig gekleurde relaas lezen, dan is dat (nog) te vinden op: http://www.volkskrant.nl/opinie/ik-vroeg-om-de-manager-en-lag-ineens-in-een-nekklem~a4459270/

Meer weten over de manieren en denkwijze van exoot Izz Ad-Din Ruhulessin? Dat kan via Youtube waar meneer zich in gruwelijke bochten wringt om bij Pauw & Witteman uit te leggen waarom binnen de juridische context van islam en sharia steniging van een overspelige vrouw te rechtvaardigen is.

Stenigen van een vrouw moet kunnen, maar oh wee wanneer meneer uit een supermarkt wordt gezet. Dan is de wereld te klein en De Volkskrant maar al te graag bereid veel ruimte vrij te maken voor Izz Ad-Din Ruhulessin’s klaagzang, inclusief – hoe trendy – een verhaal over de nekklem die hij nog net overleefde.

Kijk en huiver: https://youtu.be/-tufF4zgolg

Gelukkig is er een simpele wijze om van dat stemmingmakende, bevooroordeelde krantje, De Volkskrant, af te komen: https://www.opzeggen.nl/krant_tijdschrift/volkskrant/opzeggen

Stephan O. Krates

 

 

 

 

Nadia Ezzeroili: “OPDONDEREN”!

Nadia Ezzeroili wil geen Nederlander meer zijn
Nadia Ezzeroili wil geen Nederlander meer zijn

Januari 2016 ging er een golf van huiver en diepe teleurstelling door ons lage land aan de Noordzee. In een huilerig stuk vol zelfbeklag liet Nadia Ezzeroili in De Volkskrant weten geen Nederlander meer te willen zijn. Ze kon dat niet langer uit haar mond krijgen: veel gemakkelijker noemde zij zich Marokkaan. Want, Nederland is een in- en inracistisch land waar je als nieuwkomer tegen de bierkaai vecht als je in deze witte maatschappij mee wilt doen. Ezzeroili, liefhebber van Hollandse stamppot, bezoekt geen witte kroegen meer, maar rookt onder haarsgelijken een waterpijp in een exotentent en gaat alleen nog maar bij de Marokkaan of Turk buiten de deur eten. Dat is haar goed recht. Sterker nog: wat mooi dat we in ons land honderden van die exotische tentjes hebben, waar niet alleen gefrustreerde Nadia’s eten, maar ook veel van die enge, racistische Nederlanders. Ik koop zelf al jaren mijn brood en croissants bij de Turkse bakker, eet regelmatig in een Turks restaurant, ga niet meer naar de Turkse slager die mij verneukte en een geitenbout aan mij verkocht als lamsbout en koop mijn Hollandse nieuwe – leuker kan het haast niet – bij een Marokkaanse visboer aan de Rotterdamse Zwaanhals. Het is iedere keer weer genieten van de multiculturele haring: gekocht bij een paar vriendelijke en vlotte Marokkanen die vrolijk rood-wit-blauw in de schoongemaakte haring prikken. Met mijn kaapverdiaanse buren trek ik al meer dan twintig jaar op. Ze zijn eigenlijk de beste vrienden die ik heb. Ik zag hun kinderen, neven en nichten opgroeien en zich ontwikkelen tot tevreden volwassen mensen met goede opleidingen en meestal dito banen.

Tevredenheid is iets dat Nadia Ezzeroili blijkbaar helemaal kwijt geraakt is. Nee, (zelf)beklag is de fuik waar ze in klem liep. Dat ze dat zelfbeklag mag uiten in een nationale krant, De Volkskrant, doet daar bij haar blijkbaar niets aan af. Dat haar verdriet breed uitgemeten werd in Neerlands meest bekeken TV programma, De Wereld Draait Door, opent haar niet de ogen, want als je eenmaal vindt dat Nederland, met zijn 500 moskee-en en 1 miljoen moslims, een racistisch land is, dan helpt niemand je meer van die overtuiging af. De innerlijke tegenstrijdigheid tussen de overtuiging dat Nederland racistisch is en het podium dat overal beschikbaar is om daarover te klagen, is voor Nadia Ezzeroili te moeilijk om te begrijpen.

Mevrouw Nadia Ezzeroili heeft gelukkig nog een restje empathie voor de laag-opgeleide Nederlandse arbeider die achter de PVV aan loopt. Hier mist ons Marokkaanse prinsesje wat informatie. Het zijn niet alleen laagopgeleiden die hun heil zoeken bij de PVV. Het zijn ook niet alleen racistische witte Hollanders die PVV stemmen. Als je eenmaal je vastgebeten hebt in een overtuiging dan is het moeilijk de klem van je kaak te halen en weer om je heen te kijken. Laat ik Nadia Ezzeroili een handje helpen: 50% (!) van de Nederlanders met een Surinaamse achtergrond overwegen PVV te stemmen in maart. De afgelopen paar jaar voerde ik in het Rotterdamse Oude Noorden menig gesprek met exotische – allochtoon mag blijkbaar niet meer – Nederlanders, soms tamelijk felle gesprekken, om ze van het plan PVV te stemmen af te brengen.

Een kinderhand, ook die van Nadia Ezzeroili, is snel gevuld, want: “Afgelopen zomer was ik in de Marokkaanse havenstad Tanger. Op de markt raakte ik in gesprek met een oude man. Ik excuseerde me voor mijn slechte beheersing van de Marokkaanse taal en vertelde dat mijn ouders een paar honderd kilometer verderop zijn geboren. ‘Vandaag is een mooie dag’, zei hij. ‘Want je bent weer bij ons thuisgekomen.’ In een land waar ik als vrouw veel slechter af ben dan hier in jouw huis ervoer ik meer warmte dan ik van jou heb gekregen.

De tranen schieten er van in je ogen. Sindsdien nooit meer iets van Nadia Ezzeroili gehoord over in Marokko – of in Nederland door Marokkanen – mishandelde homo’s; niets over de Marokkaanse actrice die haar vaderland uit vluchtte nadat ze in Nadia’s verheerlijkte Tanger op straat in elkaar was geramd enkel en alleen om een filmrol die ze speelde, niets van frustraat Nadia Ezzeroili gehoord over de gewelddadige acties door de Marokkaanse oproerpolitie tegen betogers in Marokko; helemaal niets van het kokerkijkertje gehoord over de criminele Marokkaanse migranten die misbruik maken van de Europese asielprocedures en de ene misdaad na de andere plegen in Europa. Nee, mevrouw Ezzeroili krijgt de tranen in ogen en broek van een marktkoopman die haar warm in de armen sluit. Hoe naïef kan je zijn. Als je jezelf, geboren in Nederland, liever Marokkaan noemt, wees dan ook zo consequent en dapper om kritisch naar dat oord van levensgeluk te kijken.

Tweetende Nadia Ezzeroili plaatste op haar Twitter account een bericht over de te witte Nederlandse politie en het gebrek aan diversiteit. Laat ik daar eens op reageren, meende ik en ik wees haar op: http://www.artikel7grondwet.nl/het-nos-journaal-toetert-klakkeloos-discriminaatsjie/.

Een tekst die kanttekeningen plaatst bij de vermeende discriminatie bij de politie. Een tekst waar geen onvertogen woord in staat. Nadia Ezzeroili mag het met die tekst oneens zijn – wat leven we toch in een heerlijk land – maar niets, helemaal niets rechtvaardigde haar reactie per kerende post:

Zo zijn de manieren van Nadia Ezzeroili
Zo zijn de manieren van Nadia Ezzeroili

Hmm….mag ik dan ook even: Als je het hier zo weinig naar je zin hebt en Marokko blijkbaar ziet als het paradijs op aarde, donder dan zelf op!

Maar ja, het vreet zo lekker uit de Nederlandse ruif. Dat weet Nadia Ezzeroili maar al te goed. Ze drinkt maar wat graag uit die goedgevulde Nederlandse bron om er dan ook weer haar smerige frustratengal in te spugen.

De ideale maatschappij bestaat niet, ook niet voor autochtone (inheemse) Nederlanders. Die hebben helaas niet het gemakkelijke excuus dat ze bij voorbaat geen kans hebben omdat de wieg van hun (voor)ouders in een ander land stond en Nederland niet gastvrij is. Zal jankende Ezzeroili zich wel eens afvragen wat het voor inheemse bejaarden betekent om met hun boodschappennetje in de Crooswijksestraat of omgeving Afrikaanderplein naar de supermarkt te gaan? Ze schuifelen daar door een wereld die allang niet meer de wereld is waar ze opgroeiden. Ja, en die inheemse bejaarden, ook jongere  inheemse generaties, moeten het niet in hun hoofd halen een janktoon aan te slaan zoals Nadia Ezzeroili over het feit dat ze zich niet meer Nederlander in Nederland voelen.

DISCRIMINAATSJIE en OPDONDEREN zal Ezzeroili’s strenge oordeel zijn.

Een klein duveltje in mijn hoofd vraagt zich af: bedoelt gefrustreerde Nadia met haar ‘ik wil geen Nederlander meer zijn’ dat ze alle, of een grote meerderheid van de Nederlanders verfoeit? Mocht dat zo zijn, zo fluistert het duiveltje verder, dan begeeft Nadia zich op een door-de-mand-vallende wijze over de grens van xenofobie en racisme. Blijkbaar toch niet zo’n slim meisje die Nadia. Zal het dit gebrek aan intelligentie en haar vooroordeel, per definitie niet slim, zijn waardoor ze niet in alle kringen met open armen ontvangen wordt?

Om met Henk Spaan te spreken: VUILNISMAN, MAG DEZE ZAK NADIA EZZEROILI OOK MEE!!

Stephan Olmert Krates

 

Kokerkijkende koppenredacteur De Volkskrant

De Volkskrant 26 mei 2016De voorpagina van De Volkskrant is vandaag gesierd met de banketletterkop: NEDERLANDSE SCHOLIER ONGEMOTIVEERD. ‘Nergens ter wereld zijn de klassen zo onrustig en rumoerig’, aldus de sub-kop.

Zo, dat is schrikken. Nergens ter wereld zouden scholieren zo slecht gemotiveerd en ongedisciplineerd zijn als in Nederland, aldus de OESO in een lijvig rapport over Nederlandse scholen.

Slecht gemotiveerd en ongedisciplineerd zijn beide normatieve oordelen. De vraagt dringt zich op hoe de OESO zoiets meet en hoe je dat tussen landen vergelijkt. DE scholier bestaat natuurlijk niet. Scholier is een containerbegrip waarin een populatie divers als alle inwoners van Nederland gegooid wordt. Het is zoiets als de Nederlander is gierig, de Duitser ijverig, de Fransman arrogant, de Italiaan een schuinsmarcheerder en de Arabier onbetrouwbaar.

Niemand zou accepteren als een of andere zich vervelende VN organisatie met een lijvig rapport zou komen waarin geconcludeerd wordt dat de Nederlander niet alleen gierig, maar ook ongedisciplineerd en ongemotiveerd is. Over scholieren mag dat blijkbaar wel gezegd worden en De Volkskrant heeft er geen enkele moeite mee dergelijke generaliserende kwalificaties prominent op de voorpagina van de krant te papegaaien.

Wat concludeerde de OESO nog meer:

  1. Per saldo is het onderwijs in Nederland behoorlijk (wat is dat?) goed;
  2. Relatief  (44% van de 25- tot 34-jarigen) veel Nederlanders hebben hoger onderwijs genoten;
  3. In wiskunde, natuurwetenschappen en taalbeheersing presteren Nederlandse scholieren beter dan de meeste Europese leeftijdgenoten;
  4. Sociaal zwakkere leerlingen blijven in Nederland langer ‘binnen boord’ dan in andere westerse landen;
  5. Het Nederlandse onderwijs sluit goed aan op de arbeidsmarkt;
  6. Scholen genieten onafhankelijkheid en de onderwijsinspectie doet goed werk;
  7. Het Nederlandse onderwijssysteem is een van de beste van de OESO landen, ondanks dat we relatief weinig van het BBP (3,8 procent) uitgeven aan onderwijs.

Compliment na compliment, maar wat vindt de De Volkskrant redacteur die de kop boven het artikel bedacht: de scholieren zijn ongemotiveerd en luidruchtig. Waarom niet de kop NEDERLANDS ONDERWIJS EEN VAN DE BESTE? Of: VEEL NEDERLANDERS HOOG OPGELEID? Of: NEDERLANDSE SCHOLIER SCOORT HOOG IN EXACTE VAKKEN?

Nee, de redacteur in nachtdienst ging met zijn slaperige, bevooroordeelde ogen in het artikel ijverig op zoek naar kritiek op de Nederlandse scholier en vond te veel rumoer in de schoolbanken.

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat de kop boven een artikel een bondige weerslag is van de inhoud. Blijkbaar deelt de sensatiebeluste koppenredacteur die visie niet.

De Nederlandse scholier scoort volgens de OESO hoog in taalbeheersing. Zal het misschien zo zijn dat de redacteur van dienst behoort tot de 56% van de Nederlanders die geen hoger onderwijs genoten?

Bob Bernstein, onderzoeksjournalist met als specialiteit nieuwsmedia en de publieke omroep

 

Geniale Sylvana Simons en Lullien Althuisius ontluisteren nagedachtenis Prince

The Artist Formerly Known As Prince
The Artist Formerly Known As Prince

Lullien Althuisius schreef in De Volkskrant, al lang niet meer de beste krant van Nederland, vandaag een sarcastisch stukkie over het onvermogen van De Wereld Draait Door adequaat te reageren op het overlijden van Prince.

MvNBij dat stukkie werd een flauwe foto van Matthijs van Nieuwkerk, met wapperende handen naast zijn voorhoofd, geplaatst. Het lijkt er op dat De Volkskrant en Lullien Althuisius hun kans hebben afgewacht ‘Het Vlaggenschip (De Volkskrant meent dat de spelling vlaggeschip moet zijn) DWDD het onderspit’ te laten delven. Te laat, want die kans nam Meditatione Ignis al meerdere keren.

Wat gebeurde: tijdens het bekende DWDD autocue-ratelintro door Van Nieuwkerk, met naast zich tafeldame Halina Reijn (ik ga haar steeds sympathieker vinden; het was even wennen, maar toch..), fluisterde de redactie in Van Nieuwkerk’s oortje dat Prince was overleden.

Ja, wat moet je dan? Op dat moment kon Van Nieuwkerk maar één ding doen, en dat deed hij in mijn ogen goed: verbijsterd reageren. Reijn sloeg de handen voor de mond, Mart Smeets zat er aangeslagen bij en er vielen stiltes in ADHD-DWDD. Begrijpelijk. Een menselijk moment.

Maar Althuisius (een naam uit het Friese Heeg; herinneringen aan Gerard Reve dringen zich op) vond het allemaal maar niks. DWDD had volgens Lullien Althuisius stante pede het hele programma om moeten gooien en er een Prince special van moeten maken.

Een onmogelijke eis. Zonder dat er allemaal beeldmateriaal en over elkaar tuimelende specialisten beschikbaar waren, lukte het Van Nieuwkerk tussen alle vooraf geplande onderwerpen een impliciet huldebetoon te geven aan Prince.

Mijn waardering.

PAUW had vier uur meer tijd om zich voor te bereiden op herdenking van Prince’s dood. Vier weggegooide uren, want waar kwam de redactie mee op te proppen: met die onvermijdelijke bet- en allesweter Sylvana Simons. ‘Uit die TV’ was mijn eerste reactie. Een reactie die ik twee dagen geleden van een goede vriend ook hoorde: ‘Wanneer ik die Simons op TV zie, zap ik meteen weg’.

Waarom doe ik dat eigenlijk niet? Ben ik te masochistisch om me te beschermen tegen de tenenkrommende walging wanneer ik dat mens op TV zie?

De voorraad boeiende commentatoren is blijkbaar zo armetierig dat redacties in wanhoop maar kiezen voor Simons. Of het nu gaat over racisme en discriminatie, glazen plafonds voor vrouwen, Zwarte Piet (maar wel geblondeerd als een negroïde Wilders op TV verschijnen), het associatieverdrag met Oekraïne of het overlijden van Prince: die mevrouw kan en weet alles.

Ivo Niehe en zijn regisseur Egbert van Hees hadden interessante verhalen over hun ontmoetingen met Prince. Sylvana Simons had niets anders te vertellen dan dat Prince haar ooit uitgenodigd had toe te treden tot zijn musicale entourage.

We kunnen dat helaas niet meer verifiëren maar ik geloof er geen snars van. Simons, alsof ze dagelijks door topartiesten wordt uitgenodigd, sloeg dat aanbod af omdat ze al voor zich zag ‘in een gangbang met de band van Prince terecht te komen’.

(Voor de heel jonge en heel oude lezers van Meditatione Ignis: een gangbang is een seksorgie waarbij een groep mannen, bij voorkeur zwaargeschapen negers, met zijn allen één vrouw in al haar openingen neukt waarna ieder op zijn beurt haar smoeltje volspuit met imponerende kwakken sperma.)

Je moet er toch niet aan denken om met die anti-conceptuele Simons sex te hebben. Ik moet er sowieso niet aan denken speler in een gangbang te zijn. Simons’ natte droom, maar dan niet met de band van Prince.

Simons ‘ontmoette’ Prince nog een keer. Ze waren ‘in dezelfde ruimte’ (ziggo Dome?) en keken elkaar aan. Om zo’n gedegen Prince-expert kan een gerenommeerd praatprogramma niet heen.

Simons zat niet voor niets bij PAUW, want zonder haar cliché-filosofie hadden we nooit geweten dat bij ‘Prince, zoals bij vele genieën, genialiteit en gekte dicht bij elkaar lagen’.

Dat kan je wat Simons betreft niet beweren. Bij haar gekte is genialiteit ver te zoeken.

Mag die mevrouw a.u.b. als curiositeit op sterk water gezet en diep weg geborgen worden in de depots van het Instituut voor Beeld en Geluid.

Ferdinand Braun, Meditatione Ignis media commentator.

Heiligverklaring Matthäus Passion door Annet Veenstra

Bach Museum Leipzig

Annet Veenstra werd naar aanleiding van haar maffe ingezonden brief in De Volkskrant van zaterdag j.l. niet alleen door mij aan het kruis genageld.

Op Twitter, in de De Volkskrant app en op de Geenstijl website incasseerde ze haar portie zwavelzuur. Bij Geenstijl kreeg ze op een walgelijke manier ‘onder uit de kast’. Niet mijn stijl dat Geenstijl.

Mijn ergernis betrof niet alleen de brief van Annet Veenstra, maar voornamelijk de keuze van de opinie redactie van De Volkskrant haar brief prominent in een gekleurd kader te presenteren. Blijkbaar werd de brief als van groot belang gezien.

Als hij al van belang was, dan slechts in negatieve zin door de stigmatisering van oudere concertbezoekers. Inhoudelijk had Annet Veenstra niets nieuws te melden. De afgelopen 50+ jaar zag ik periodiek ingezonden brieven, recensies en redactionele commentaren langs komen met exact dezelfde inhoud: gemier over kuchende concertbezoekers. De afgelopen twee decennia aangevuld met klachten over ringende telefoons.

Ik heb mij nooit geërgerd aan kuchen bij klassieke concerten, noch aan de uiterst zeldzame keren dat ik een telefoon af hoorde gaan. Sterker nog: ik hoopte nooit te hoeven kuchen en mijn telefoon is altijd uit bij een concert. Mijn enige reactie op de kuchende medemens is een afgeleide reactie: vrees voor de onverdraagzame Annet Veenstra’s en angst zelf te kuchen.

Hoe komt het toch dat ik mij nooit stoor aan af en toe een kuch en anderen zich daarover zo kwaad maken dat ze in de pen kruipen om van hun irritatie in landelijke dagbladen kond te doen? Je moet wel erg overtuigd zijn dat je boosheid over kuchen terecht is en breed gedragen wordt om die boosheid publiek te delen. Zal het te maken hebben met overwaardering, zelfs heiligverklaring van cultuur?

Annet Veenstra’s discriminerende boosheid, want ouderen zijn de kuchdaders, ontstond bij een uitvoering van Bach’s Matthäus Passion in het Concertgebouw. Hoe zou Bach gereageerd hebben op kuchjes tijdens zijn meesterwerk? We kunnen het niet weten, maar er wel over fantaseren.

De eerste uitvoering van de Matthäus Passion vond 1727 plaats in Bach’s Thomaskirche in Leipzig. De MP was in Nederland voor het eerst te horen in 1870, waarmee Heine’s gelijk bewezen is dat in Nederland alles (honderd)vijftig jaar later plaatsvindt.

Die eerste keer in Leipzig vond plaats in een koude kerk. Een kerk die met kolen- en houtkachels ‘s winters op temperatuur werd gehouden. Een ongezonde, rokerige omgeving. De landelijk gemiddelde leeftijd was in die tijd circa 40 jaar. Dit kwam niet alleen door de kindersterfte die toen veel hoger was dan nu, maar ook doordat de levensverwachting van mensen die wel de kinderleeftijd goed doorkwamen lager was dan nu.

De gemiddelde leeftijd van de kerkbezoekers weet ik niet. Die moet lager geweest zijn dan de gemiddelde leeftijd van de huidige concertbezoekers. In hoeverre er sprake was van een ‘oververtegenwoordiging’ (Annet Veenstra) van een oudere leeftijdcategorie weet ik ook niet. Ik sluit niet uit dat er bij die eerste voorstelling en in vele decennia daarna, in de koude, rokerige kerkomgeving heel wat gekucht, gehoest en geproest is. Misschien waren er ook huilende kinderen te horen. Werden er boze brieven naar kranten gestuurd om te klagen over alle bijgeluiden? Weer iets dat ik jammer genoeg niet weet, maar ik vermoed dat de aanwezige gelovigen alle rumoer zonder klagen accepteerden, zoals ik in mijn katholieke jeugd het normaal vond dat er af en toe rumoer in de kerk was terwijl het acolietenkoor prachtige Gregoriaanse muziek ten gehore bracht.

De maatschappij is geseculariseerd maar de christelijke muziekcultuur, dat is de Matthäus Passion immers, wordt door mensen als Annet Veenstra steeds weer op het heilige, snobistische schild geheven. In historisch perspectief is een kuch tijdens de Matthäus Passion niets om je aan te ergeren. Ik ben het daarom volledig eens met de reactie op Annet Veenstra’s idiote brief: ‘Ga dan lekker thuis met een koptelefoon op luisteren naar de Matthäus Passion’.

Nee, wat doet Annet Veenstra: zij mengt zich willens en wetens tussen de 1974 concertbezoekers in het Concertgebouw om zich te wentelen in ergernis dat die bezoekers af en toe te horen zijn. Veenstra bedient zich in haar ingezonden ergernis zonder enige schaamte van overdrijving alsof de magische Matthäus Passion verstoord zou zijn door wangedrag van ‘oververtegenwoordigde’ ouderen. Heeft dat kind geen ouders en grootouders, zo vraag ik mij af.

Kuchen (jammer dat Annet Veenstra die statistiek niet bijhield), 3 programmaboekjes en vijf ongedefinieerde ‘zwaardere voorwerpen’ die vielen en ‘twee telefoons’ die afgingen. Geen slechte score bij 2.000 bezoekers, volgens mij. Een relatieve rust.

Het zou reden voor verbazing zijn wanneer in een volle Grote Zaal van het Concertgebouw niet af en toe een kuch te horen is. Ik ben iedere keer weer verbaasd hoe bijna muisstil het tijdens concerten is dankzij een voorbeeldig, devoot publiek. Annet Veenstra is niet alleen het zicht op de realiteit van 2.000 mensen in één zaal kwijt, maar verliest in haar zelfgevoede irritatie ook de ratio. Heeft ze zich werkelijk geen moment afgevraagd hoeveel rumoer van kuchen en telefoons er zou zijn als 2.000 twintigers daar bij de Matthäus Passion zaten? Vonden al die luidruchtige incidenten vlak naast haar plaats? Dat moet wel, want hoe kon ze anders weten dat het ‘de ouderen’ waren die zich zo schandalig misdroegen?

Het door Annet Veenstra verloren perspectief op de oorsprong van de Matthäus Passion is niet uniek.

Eenzelfde perspectiefverlies zag ik regelmatig tijdens mijn circa dertig jaar werk in musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties en monumenten. Ook daar keek ik vaak verbaasd naar de heiligverklaring van objecten en gebouwen.

Rembrandt schilderde zijn Nachtwacht, De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh, circa 1640 op de binnenplaats van zijn woning. In de buitenlucht dus.

Van het schilderij, eigendom van de gemeente Amsterdam, werden in 1715 vanwege de verplaatsing van de Kloveniersdoelen naar het stadhuis op de Dam aan alle zijden enkele stroken afgesneden, waardoor het bijna twintig procent van de oorspronkelijke oppervlakte van ongeveer 500 bij 387 cm verloor. Zo ging men toen met die heilige kunst om.

Sinds 1885 hangt het in het Rijksmuseum in Amsterdam. De eerste 75 jaar zonder dat er sprake was van een geavanceerd klimaatbeheersingssysteem. Nu worden de klimaatcondities 24 uur per dag minutieus in de gaten gehouden. Meer dan drie eeuwen hield het schilderij stand in niet-geklimatiseerde omgevingen. Echter, wanneer nu de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid enkele procenten afwijkt, ontstaat paniek. Het heilig verklaarde schilderij moet als een kwetsbaar couveusekind vertroeteld en beschermd worden.

We hebben in Nederland ruim duizend musea die jaarlijks 30 miljoen keer bezocht worden. Slechts zelden doet zich een incident voor, maar oh wee wanneer een object moedwillig beschadigd, of erger nog, gestolen wordt: voorpagina nieuws in alle kranten, prime time nieuws op radio en TV en deskundige commentaren in praatprogramma’s. Alsof er een nationale ramp heeft plaats gevonden; of een dierbaar familielid geheel onverwacht de pijp aan Maarten heeft gegeven.

Iedere generatie laat zijn voetstappen na. De waardering voor die voetstappen fluctueert. Rembrandt was tot ver in de 19de eeuw een min of meer vergeten meester. De depots van musea staan vol met wat ooit gezien werd als meesterwerken (en werken die nooit die status verwierven). Het kan verkeren. De musea van nationaal belang tonen slechts het topje van hun collectie-ijsberg, ongeveer 10%, aan het publiek. De depots puilen uit. Niet alle voetstappen van alle voorbije generaties zijn blijkbaar even indrukwekkend.

Moeten die voetstappen dan niet zorgvuldig bewaard worden voor toekomstige generaties? Natuurlijk wel, maar dan in alle nuchterheid, in de wetenschap dat waardering vergankelijk is. De maandelijks gepresenteerde boek-van-de-maand literaire meestwerken, zijn in de meeste gevallen over een paar maanden historie. Wie leest er nog Vestdijk, de veelschrijver uit mijn jeugd? Wordt er naast de Max Havelaar nog andere literatuur uit de 19de eeuw gelezen? De door Veen uitgegeven verzamelde werken van Gerard Reve liggen te verstoffen bij het Centraal Boekhuis. Toch was hij in zijn tijd ‘de belangrijkste na-oorlogse schrijver’, samen met WFH (zullen mijn kleinkinderen weten waar die afkorting voor staat) en Harry Mulisch. Probeer dat onleesbare boek Het stenen bruidsbed, maar eens door te worstelen.

Niet alleen wij zelf, maar al het menselijke is vergankelijk.

Stop met die overwaardering van moderne kunst, stop met die amechtige aanbevelingen van literaire meesterwerken, stop met de hysterie over een beschadigd of gestolen museumobject, en vooral: kap met die truttige Annet-Veenstra-opvliegers over een kuch tijdens de Mattheus Passie in het Concertgebouw.

Al die heiligverklaarde cultuur is niets anders dan een vluchtige voetstap in de tijd.

Een Rembrandt-tentoonstelling een ‘once in eternity’ ervaring? Rot toch op joh!

Bertus Gerardus Antonissen