Opgepast: De Annet Veenstra Passie komt er weer aan

Teutoons gevaar voor kuchende oudjes: Annet Veenstra

Pas op beste, brave oudjes in het Concertgebouw – of welke andere zaal dan ook – tijdens het aanhoren van Bach’s Mattheus Passie…Niet, vooral NIET kuchen of je programmaboekje laten vallen want de toorn van Teutoonse kinnebak Annet Veenstra zal je deel zijn…

Annet Veenstra, Maarten ‘t Hart, Johann Sebastian Bach

De Teutoonse kinnebak van Annet Veenstra

Sinds maart 2016 is voor mij de Mattheus Passie onlosmakelijk verbonden met snotneus-journalistje Annet Veenstra.

Waarom?

Leest u maar de tekst die ik destijds schreef naar aanleiding van een aanmatigend en vooral leeftijddiscriminerend stukkie dat Veenstra schreef in De Volkskrant, misschien wel de slechtste krant van Nederland; de spreekbuis voor gefrustreerde trutjes als Annet Veenstra en Nadia Ezzeroili die in een huilend stuk verkondigde geen Nederlander meer te willen zijn, maar in plaats van te vertrekken naar haar paradijs op aarde, Marokko, lekker blijft zitten waar ze zit omdat ze in ons lage landje aan de Noordzee, ook al heeft ze nog zoveel aversie tegen dat landje, veel meer kansen heeft carrière te maken en uit een welgevulde ruif te schransen dan daar aan de noordkust van Afrika.

Maar goed, het gaat niet over deze frustraat met Marokkaanse wortels, maar over puur-Hollandse, ondanks haar Teutoonse koppie, Annet Veenstra en haar heiligverklaring van de Mattheus Passie.

In 2016 nam ik mij voor ieder jaar in de ‘heilige week’ voor Pasen even aandacht te besteden aan mevrouw Veenstra en haar Mattheus Passie terreur tegen ouderen, waarbij ze er niet voor terugdeinst te dreigen met fysiek geweld.

Dit jaar speelt ze iets langer door mijn hoofd. Dat komt door het geweldige boek dat Maarten ‘t Hart in 2000 schreef over Johann Sebastian Bach. Dit jaar verscheen eindelijk een nieuwe en gewijzigde editie. Een boek om te verslinden en van te smullen, net zoals Maarten ‘t Hart al van kindsbeen af smult van Bach, en terecht.

Bach (1685-1750) leefde in de tijd van voor het elektrisch licht en door CV verwarmde gerieflijke kerken. Reken maar dat in die kerken heel wat gehoest en geproest is en de bacteriën vrij spel hadden door de bedompte lucht van walmende kaarsen. Het was destijds in de kerken tijdens de winter en zeer vroege lente bij een uitvoering van de Mattheus Passie van begin tot eind een geroezemoes van jewelste.

Wat een geluk dat die vermaledijde Annet Veenstra niet in 1729 of een van de navolgende jaren tijdens het leven van Bach de passie bij moest wonen. Ze had het van woede, met name woede over de oudere bezoekers, absoluut niet overleefd.

Al meer dan twee jaar vraag ik mij af: “Heeft die Veenstra geen ouders, of grootouders en heeft ze er werkelijk geen seconde bij stil gestaan dat ze ook over hen dat denigrerende stukkie schreef?”

Ik (70) weet niet hoe oud het kind is, maar vrees dat ze nog zo jong is dat ik niet de triomf mag beleven om haar oude huig lawaai te horen maken in het Concertgebouw.

Het is helaas niet anders.

Ik acht de kans gering, maar wil hopen op een positieve wending waarbij job-hopper, ze lijkt het nergens lang uit te houden, Veenstra terugkijkend denkt dat ze het in haar quasi-humoristische stukkie uit 2016 over ouderen bij de Mattheus Passie in het Concertgebouw eigenlijk te bont maakte.

Ach, en dat gezeur over mensen die tijdens concerten kuchen, in hun stoel schuiven, een programmaboekje laten vallen – Veenstra weet dankzij haar bionische oren perfect wie de daders zijn – is zo oud als de weg naar Kralingen.

Annet Veenstra dacht misschien in haar historieloze jeugdigheid dat ze in De Volkskrant origineel was, maar dan moet ik haar helaas teleurstellen: niet origineel en stinkend elitair. Dat was haar tekst.

Bertus G. Antonissen

Multatuli over sociale media

In concurrentie met sociale media zijn conventionele media bereid onbezonnen oprispingen van snotneusjes op Twitter of Facebook een podium te bieden. Je maakt dan mee dat een kind als Christa Noëlla die ‘altijd’ met respect deelnam aan de dodenherdenking van 4 mei ineens landelijk nieuws is als ze besluit ‘Geen vier mei voor mij’ omdat ze het maar een hypocriet gedoe vindt. Ongecensureerd en ongenuanceerd blaten op Facebook krijgt met hulp van De Volkskrant een status die het helemaal niet verdient. Een Nederlandse twintiger met Marokkaanse roots mag in diezelfde Volkskrant janken dat ze geen Nederlander meer wil zijn, en een leeftijdsgenootje van deze Nadia Ezzeroili, Annet Veenstra krijgt alle ruimte zich laatdunkend discriminerend uit te laten over ‘de oudere generatie’.

Er is geen kritische, seniore zeef meer die deze kinderen tegen zichzelf beschermt. Anna Stein die onder de aanstellerige Afrikaanse naam Anousha Nzume een Amerikaans product imiteerde (plagieerde) in het boekje Hallo witte mensen is weliswaar geen kind meer, maar heeft nog alle stampvoetende, racistische, discriminerende en bevooroordeelde kenmerken van een puber.

En dat allemaal dankzij de digitale podia. De ultieme democratie en VvMU (ja, zoek die maar op via Google) waar bloggers zoals ik dankbaar gebruik van maken. Als je niet uitkijkt, loop je het risico nerveus en zelfs opgefokt te raken van alle halfbakkenmeningenexhibitionisme.

Gelukkig manifesteren zoveel mensen zich op het digitale Hyde Park Speaker’s Corner, dat tweets en Facebook postings een beperkte houdbaarheid hebben. Tenzij kranten en praatprogramma’s in hun onderwerpenarmoede onderdelen uit de digitale stortvloed vissen en ze een iets langer leven gunnen.

Multatuli zag eind vorige eeuw deze bui al hangen toen hij schreef (in ‘Max Havelaar aan Multatuli’, verzamelde werken bezorgd door Stuiveling, Deel I, pp 455 en 456): “Zonder geheel te delen in het gevoelen van hen, die de uitvinding der boekdrukkunst een ramp noemen, moet ik toch bekennen dat die zogenaamde kunst veel kwaads heeft te weeg gebracht; vooral sedert men van boekenschryven een beroep gemaakt heeft. Men mag onderstellen van iemand, die, vóór die uitvinding, iets voortbracht dat de moeite van ‘t op- en overschryven waardig werd gekeurd, dat hy werkelyk iets te zeggen had. De kans is groter althans, dan ná Coster. Maar sedert men het schryven heeft verheven, – of verlaagd, – tot een broodwinning, spreekt het van zelf, dat er om het lieve brood gedurig iets moet geleverd worden van weinig gehalte.

Wat een schrijver was die man. Wanneer je in zijn tekst ‘boekenschryven’ vervangt door ‘tweeten’ (ik begrijp niet waarom velen dat ‘twitteren’ noemen) dan is hij (de tekst) bijna één op één toepasbaar op de kwaliteitsarme overdaad aan geschreven woord die in de 21ste eeuw beschikbaar is via digitale media.

Gelukkig is de invloed van de ‘boekenschryvery’ niet desastreus geweest op de samenleving zoals Multatuli leek te vrezen. De invloed van boeken moet nooit overdreven worden omdat het lezen van een boek meer inspanning vergt dan velen opbrengen.

Het lezen van vluchtige tweets kost geen moeite. Het is een zege dat er sinds kort meer tekens beschikbaar zijn om te tweeten. De bereidheid tweets te lezen is omgekeerd evenredig aan de lengte er van. Hoe langer de tweets, deste meer inspanning moet worden geleverd om ze te lezen. Bovendien is de overdaad aan tweets een garantie tegen werkelijke invloed van individuele tweets.

Geen groter zege dan de exponentiële groet van het aantal tweets.

Nog steeds geldt dat teksten die de moeite waard zijn over te schrijven per definitie meer kwaliteit hebben dan vluchtige kreten via het toetsenbord.

Dat ik de tekst van Multatuli overtypte is daar het bewijs van; zou ik nooit hebben gedaan met de voorspelbare tweets van Wierd Duk.

Ferdinand Braun.

 

Witje – want slechts half zwart – Anousha Nzume valt door de mand.

Anna Steijn schreef het boekje Hallo witte mensen onder haar belachelijke quasi Afrikaanse artiestennaam Anousha Nzume. Mevrouw worstelt met haar warrige wortels en besloot op haar achttiende dat Anna Steijn veel te Hollands klonk en had toen al door dat je in Nederland met een exotische naam veel meer kansen maakt geknuffeld en gepamperd te worden, dan wanneer je gesierd bent met een ordinaire inheemse naam. Bovendien is je minderheidskleur met een Afrikaanse naam overtuigender.

Zo werkt het: je zoekt vrienden als racist Arzu Aslan en consorten, neemt een Afrikaanse naam aan en vercommercialiseert je zelfgecreëerde slachtofferschap.

Kassa!

Juichend in je gediscrimineerde en achtergestelde gelijk kan je je natuurlijk niet veroorloven dat beargumenteerd weerwoord tegen je zelfbeklag publiek gemaakt wordt. Dus wat doe je: je vertrapt met je buitenproportionele, zwarte voet iedere oppositie.

Anna Anousha Steijn Nzume is het selectieve succes naar haar obese koppie gestegen. Het lot van kokerkijkertje is haar deel, want ze ziet niet dat alle support uit slechts één hoek komt en dat dat succes een eendagsvlieg is. De aandacht gaat van de ene aandachtszieke frustraat naar de andere. Is het eerst raciste Arzu Aslan, dan is het een jankmarokkaantje als Nadia Ezzeroili, of snotneusje Christa Noëlla die niet meer mee wil doen aan die huichelachtige dodenherdenking op 4 mei, of partijen en relaties hoppende Sylvana Simons, of van Joop naar Geen Stijl zwabberende links-fascistische Anne Fleur Dekker, of naar met een bionisch gehoor geoutilleerde Annet Veenstra, om nu, voor heel even, terecht te komen bij Anna Anousha Steijn Nzume.

Ik besloot niet te trappen in de STER priet-praat van Anna Anousha Steijn Nzume in diverse media en kocht haar boekje niet. Over dat boekje heb ik dan ook geen mening, anders dan de vraag die ik mij stel: zou een witte een uitgever weten te vinden die Hallo zwarte mensen, wil publiceren? Een boekje waarin een witte aan zwarten uitlegt hoe ze zich in onze maatschappij dienen te gedragen tegen witten?

Vanmorgen las ik een boeiende column door Robert Vuijsje waarin hij onder de titel Zelfbenoemde keurmeester de vraag stelt of Anna Anousha Steijn Nzume het recht heeft hem als witte man, met een overigens zeer diverse komaf, te verbieden mensen met een integratie-achtergrond te interviewen. Een imponerende column die ik via Twitter stuurde naar Anna Anousha Steijn Nzume. Het enige commentaar dat ik bij de column voegde was ‘OEPS’:

Tweet aan Anna Anousha Steijn Nzume

 

Ik bekritiseerde het boekkie van Anna Anousha Steijn Nzume niet, voegde haar geen verwijten toe, schold haar niet uit, gebruikte geen vulgaire taal, discrimineerde haar niet, behandelde haar niet racistisch…niets van dat al. Het enige dat ik deed was de column van Vuijsje aan haar sturen, een column die er niet om liegt, met de toevoeging ‘OEPS’. Volgens mij niet een toevoeging om aanstoot aan te nemen.

Binnen twee minuten kreeg ik een reactie van Anna Anousha Steijn Nzume: “Heb ik niet gezegd. Doei”. Nu besef ik maar al te goed dat Twitter gedegen inhoudelijk reageren alleen mogelijk maakt voor de werkelijk getalenteerden, maar zo karig en dan door iemand die zich theatermaker, actrice en nu ook auteur noemt, is teleurstellend.

Doei?

Ja Doei, want Anna Anousha Steijn Nzume heeft mij ook meteen geblokkeerd als Twittervolger:

Lafbekje Anna Anousha Steijn Nzume

 

Ja, deze allesbehalve bescheiden aanwinst in ons polderland matigt zich aan de meerderheid van de inwoners de norm te stellen hoe met elkaar om te gaan, maar scoort zelf op de verdraagzaamheidschaal een dikke onvoldoende. Zo werkt dat bij Anna Anousha Steijn Nzume blijkbaar: volop gebruik maken, en terecht, van de vrijheid van meningsuiting in ons landje, maar met haar maatje 48 keihard op de rem trappen zodra ze een tegengeluid verneemt.

Wat mij betreft verdwijnt ze in de afvalcontainer waar alle parasieten horen die spugen in de bron waar ze smakelijk uit drinken.

Misschien mag ik van een Russisch-Kameroense-Nederlandse (stiefvader) ook niet te veel verwachten.

Simon Aernout Tire.

Mattheus Passie en de Annet Veenstra terreur

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is alweer ruim een jaar geleden dat ‘bejaard’ Nederland gekruisigd werd door Annet Veenstra vanwege het luidruchtig kuchen, smijten met programmaboekjes en ringende telefoons en andere verstoringen van de heilige muziekcultuur in het Amsterdamse Concertgebouw. Annet Veenstra die op geen enkele manier accepteert dat ouderen generaliserend over de jongere generatie praten, schroomde er – hoe inconsequent – via een ingezonden brief in De Volkskrant niet voor ‘ouderen’, alsof het een afzonderlijke en verachtelijke menssoort is, collectief over de kling te jagen. Het zijn namelijk de ouderen die met hun door kattenharen, sputum en huismijt vervuilde bronchiën plechtige concerten, en vooral de heiliger dan heilige Mattheus Passie luidruchtig kuchend verstoren.

Een waarschuwing voor bejaard Nederland is op zijn plaats. Mevrouw Annet Veenstra is te jong om zelf geplaagd door KNO-problemen snotterend en proestend Buẞ und Reu te verstoren en oud genoeg om bejaarden die dat wel doen dubbel te vouwen tussen de pluche stoelen van het Concertgebouw. Annet Veenstra wil ongestoord zich onderdompelen in de serene sfeer van Bach’s symbool van Christelijke naastenliefde en verdraagzaamheid en is desnoods bereid de liefde voor de medemens met geweld te verdedigen. Vrij zeldzaam zo’n fundamentalistisch Christelijk meisje; haar onverdraagzaamheid is helaas minder zeldzaam.

Laat ik alle ouderen aanraden zich dit jaar te beschermen tegen de toorn van retorica talent Veenstra en Goede Vrijdag thuis aan de radio, voor de TV, of via een CD te luisteren naar de Passie. Ze hoeven dan geen moment verstijfd van angst iedere kuch te onderdrukken en kunnen geheel zichzelf zijn, net zoals elitaire Annet dat kan zijn in haar Concertgebouw ballenbak.

Daar mag ze zonder bijgeluiden van de rollatorgeneratie Jesum selbst begraben.

Ik zal dit aardse tranendal verlaten hebben tegen de tijd dat Annet Veenstra zelf de leeftijd bereikt heeft dat ze door weer een nieuwe generatie uit het Concertgebouw wordt verbannen, maar hoop, hoog gezeten op een wolk, te kunnen aanschouwen hoe zij die schoffering van een journalistiek groentje mentaal verwerkt.

Misschien krabt ze dan nog eens met spijt aan haar Teutoonse kinnebak.

Bertus G. Antonissen

 

De Volkskrant en jankende islamist Izz Ad-Din Ruhulessin

Izz Ad-Din Ruhulessin verdedigt steniging overspelige vrouw
Izz Ad-Din Ruhulessin verdedigt steniging overspelige vrouw

Walgelijke smeerlapperij van De Volkskrant en Izz Ad-Din Ruhulessin. De door deze islamist publiek aangevallen beveiliger kan zich niet verdedigen. De Volkskrant en Izz Ad-Din Ruhulessin wisten dat en handelden in strijd met het journalistieke principe dat 1 bron geen bron is. 100% misbruik van de zo machtige pen.

De Volkskrant – zo langzamerhand het ideale podium voor klagende exoten zoals Nadia Ezzeroili die geen Nederlander meer wil zijn en consorten, of een mevrouw Annet Veenstra die prominent mag klagen over kuchende bejaarden – plaatste 8 februari een huilerig stuk van Izz Ad-Din Ruhulessin. Meneer Izz Ad-Din Ruhulessin deed boodschappen voor zijn moesje bij de Coop en werd door een beveiliger bij de kassa verzocht zijn pet en capuchon af te doen.

Geheel voorspelbaar bij deze Izz Ad-Din Ruhulessin escaleerde dat tot een rel omdat meneer weigerde. Nu kan ik mij voorstellen dat hij verzet voelde bij het verzoek van die beveiliger. Ook kan ik mij voorstellen dat Izz Ad-Din Ruhulessin best wel begrijpt wat de motivatie van de beveiliger was. Alle supermarkten maken tegenwoordig, wat leven we toch in moeilijke tijden, gebruik van observatie met camera’s en wanneer klanten het dan nodig vinden zich via pet + capuchon – wat een combinatie – onherkenbaar te maken, dan loop je het risico dat een ijverige beveiliger zich met je verhulling bemoeit.

Handig en noodzakelijk? Ik weet het niet.

Izz Ad-Din Ruhulessin had twee keuzes: aan het verzoek voldoen of in de discriminatie- en racismestuip schieten, weigeren en de boel op de spits drijven. Hij koos voor het laatste. Meneer Izz Ad-Din Ruhulessin wilde het verzoek van de beveiliger zwart-op-wit hebben en als dat niet mogelijk was dan maar de manager spreken.

Wil je zijn eenzijdig gekleurde relaas lezen, dan is dat (nog) te vinden op: http://www.volkskrant.nl/opinie/ik-vroeg-om-de-manager-en-lag-ineens-in-een-nekklem~a4459270/

Meer weten over de manieren en denkwijze van exoot Izz Ad-Din Ruhulessin? Dat kan via Youtube waar meneer zich in gruwelijke bochten wringt om bij Pauw & Witteman uit te leggen waarom binnen de juridische context van islam en sharia steniging van een overspelige vrouw te rechtvaardigen is.

Stenigen van een vrouw moet kunnen, maar oh wee wanneer meneer uit een supermarkt wordt gezet. Dan is de wereld te klein en De Volkskrant maar al te graag bereid veel ruimte vrij te maken voor Izz Ad-Din Ruhulessin’s klaagzang, inclusief – hoe trendy – een verhaal over de nekklem die hij nog net overleefde.

Kijk en huiver: https://youtu.be/-tufF4zgolg

Gelukkig is er een simpele wijze om van dat stemmingmakende, bevooroordeelde krantje, De Volkskrant, af te komen: https://www.opzeggen.nl/krant_tijdschrift/volkskrant/opzeggen

Stephan O. Krates

 

 

 

 

Bang zwijgen of boos roepen, that’s the question

Indonesië - Zestigjarige vrouw krijgt 28 Stokslagen als straf om verkoop alcohol
Indonesië – Zestigjarige vrouw krijgt 28 Stokslagen als straf om verkoop alcohol

Zodra lichtvoetigheid en relativiteit verdwijnen en discussies geobsedeerd serieus worden, krijg ik het verlangen mijn ogen en oren te sluiten en me terug te trekken in een veilige cocon.

We namen ons al voor geen aandacht meer te besteden aan narcistisch, exhibitionistische engerdjes zoals de dame-wier-naam-we-niet-meer-willen-vermelden, of aan snotneusjes die ineens geen Nederlander meer willen zijn omdat een bejaarde marktkoopman ze in Marakech welkom thuis heet, of aan nat-achter-de-oren ‘theaterjournalistjes’ die alle ouderen over één kam scheren en beschuldigen van kuchen, telefoons af laten gaan of met oorverdovend kabaal laten vallen van tekstboekjes tijdens uitvoeringen van de Mattheus Passie, of aan besjaalde moslimmeisjes die klagen over discriminatie maar geen bek open doen over hun moslimbroertjes die autochtoon Nederlandse vrouwen uitschelden voor kankerhoer, of gluiperds die een etnisch profilerend partijtje begonnen nadat ze zetels roofden van de PvdA en er niet voor schromen te kotsen in de bron waar ze uit dronken, of aan ramadanzakkenwassers die uitschreeuwen ‘we zijn er nu eenmaal, wen er maar aan’, of aan ondoorgrondelijke redacties van kranten die al deze schreeuwerd een podium bieden, of aan hyperracisten die 24 uur per dag klaaggrammofoonplaten draaien over het blanke racisme, of aan een racistische in Nederland steuntrekkende Antilliaan die Zwarte Piet racistisch vindt, of aan voormalige koloniën in de Cariben die bij het verfoeide moederland financieel aan de borst blijven hangen maar wel klagen over de al 150 jaar geleden opgeheven slavernij, over Antilliaanse racisten die stampvoetend respect eisen en tegelijkertijd een bord met MINDER MAKAMBA’S langs de weg zetten op Bonaire, aan stenengooiende criminele carrièremakers die huilen over etnisch profileren terwijl ze zelf zo racistisch als de pest zijn, aan Marokkaanse meisjes die en bloc wegblijven bij het klasje creativiteit omdat er Turkse meisjes bij gekomen zijn, aan vluchtelingenpubers die vinden dat ‘Hollandse jongens maar moeten leren na de sportles met hun onderbroek aan te douchen’, aan islamistisch antisemitisme….

Ik wil me niet meer druk maken over nieuw in Nederland gesettelde, goed verdienende middenklassers die spugen op onze maatschappij. Ik wil me niet meer druk maken over moslims wier alfabet begint en eindigt met de I van Islamofobie zonder door te hebben dat fobie angst betekent en die angst volkomen logisch is door alle gruwelijkheden die verricht worden uit naam van de islam. Ik wil niet meer somber worden over de ramadanpolitie in Indonesië die een eettentje leegrooft omdat een bejaarde uitbaatster tegen hun zelfverzonnen regels in tijdens de ramadan eten bereidt. Ik wil niet meer piekeren over het onbegrijpelijke partnership tussen de westerse wereld en het achterlijke Saoedie-Arabië waar stok- en zweepslagen en onthoofdingen aan de orde van de dag zijn omdat burgers overspel zouden plegen. Ik wil geen hoofdbrekens meer hebben over de stokslagen die vrouwen in Iran krijgen omdat ze hun haar niet bedekken. Niet meer peinzen over al die in Nederland geboren islamtrutjes die ‘geheel vrijwillig’ het haar bedekken en geen moment nadenken over solidariteit met onderdrukte vrouwen in Arabische landen. Besjaalde meisjes in Nederland die ‘geheel vrijwillig’ met sjaaltjes om op straat koketteren met hun geloof maar zich geen moment afvragen wat hun lot binnen de moslimgemeenschap zal zijn wanneer ze besluiten geen sjaaltje meer te dragen. Ik wil me niet meer ergeren aan Tofik Dibi die in een TV interview de woorden homoseksualiteit en homofilie niet uit zijn islamitische muil kan krijgen maar het heeft over ‘wat ik heb’. Wat ik heb? Alsof het een ziekte is NONDEJU.

Moet ik somber worden van een Amerikaans-Afghaanse homo die 50 andere homo’s afslacht om aan zijn fantasie-allah te bewijzen dat hij braaf volgens de koran leeft en niet pijpte en gepijpt werd? Moet ik me druk maken over de stiekeme moslims die stijf in het pak zomers glurend langs de vloedlijn van de Nederlandse naaktstranden lopen? Wat maken mij die honderden Arabische schoften uit die hun klauwen niet van westerse vrouwen, die kankerhoeren, af kunnen houden tijdens massa manifestaties? Moet ik er over nadenken hoe het komt dat diezelfde schooiers het niet in hun hoofd zouden halen besjaalde geloofsgenoten zo te behandelen? Moet ik er over nadenken hoe het komt dat die Marokkaanse teringcrimineeltjes nooit tasjes roven van bejaarde Marokkaanse oma’s? Moet ik me nog afvragen waarom Marokkaantjes in Enschede alleen de auto’s van niet-Marokkanen in brand steken?

Moet ik het raar vinden dat de gemeente Den Haag het goed gevonden heeft dat in de Wagenstraat een moskee gevestigd werd in een 18-de eeuwse synagoge? Moet ik het raar vinden dat ieder bouwvoorstel in Den Haag langs schoonheidscommissies moet, maar dat nu naast die klassieke synagoge twee gigantische plastic minaretpikken boven de synagoge en de omliggende oude gebouwen uitsteken? Moet ik verbaasd zijn over de honderden moskeeën in ons land die gebruikt worden om haat te prediken en leerregels te verkondigen die rechtstreeks indruisen tegen onze rechtsorde? Mag ik het raar vinden dat overal moskeeën en gebedsruimtes verschijnen om moslims te gerieven en dat diezelfde moslims vol zelfbeklag ‘islamofobie!’ roepen? Moet ik er trots op zijn dat wij in ons land moskee na moskee laten bouwen en zelfs subsidiëren op grond van dat idiote grondwetsartikel over vrijheid van godsdienst terwijl bij onze bondgenoot Saoedie-Arabië christelijke kerken verboden zijn? Moet ik het maar gewoon vinden dat in Egypte koptische christenen vermoord worden en in de gehele Arabische wereld bijna alle Christenen verdreven zijn, maar dat Europa de grenzen tientallen jaren open zette voor de westerse waarden verwerpende Arabische moslims? Moet ik vragen stellen bij het besluit door een islamitische Turkse gouverneur dit jaar de gay-parade te verbieden in Istanbul?

Zal ik maar doen of er geen vaginale verminking plaatsvindt in Nederland? Zal ik maar wegkijken bij gedwongen huwelijken in ons polderlandje? Ach, wat zal ik mij druk maken over af en toe een slachtoffer van eerwraak in Rotterdam. Wat moet het mij bommen dat een groepje Turkse hangjongeren mij in Rotterdam voor een moskee uitschelden voor kale klootzak terwijl hun bebaarde en bejurkte opvoeders er passief goedkeurend bij staan? Zal ik maar wennen aan de nieuwe marktcultuur waarbij een stelletje Marokkaanse vishandelaars op de Haagse markt mij opzettelijk rotte makrelen meegeven? Zal ik maar niet meer praten over nieuw-Nederlandse racisten die mij en mijn zwarte Zambiaanse vrouw het Kralingse Bos uit jagen? Zal ik maar doodsbedreigingen van uittredende moslims zien als een boeiende exotische cultuur?

Moet ik leerlingen van het Elde College in Schijndel die scanderen dat joden zo goed branden maar negeren?

Moet ik mij druk maken over de onderdrukking van persvrijheid? Over de aanslagen in Madrid, Londen, Parijs, Brussel? Over de verderfelijke vluchtelingendeal tussen de EU en Turkije? Over de machteloosheid van de EU? Over Brexit? Over de moord op een Britse parlementariër? Over Nederlandse scholen die Tweede Pinksterdag om willen ruilen voor een dag vrij met het suikerfeest? Over Trump, Poetin, Wilders, Marie le Pen, de FPÖ?

Voor mijn gemoedsrust moet ik al die vragen en ergernissen over mijn schouder gooien.

Toch knaagt er iets aan mij..

Alle ellende in de wereld wordt mogelijk gemaakt door de ongeïnteresseerde en angstige zwijgers. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Bij die zwijgers wil ik niet horen.

Meditatione Ignis gaat dus door, maar met een somber en bezorgd hart.

Dieter Korbjuhn, hoofdredacteur Meditatione Ignis

 

Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, maart 2016

Luther: "Hier sta ik; ik kan niet anders"
Luther: “Hier sta ik; ik kan niet anders”

Meditatione Ignis maakte in de maand maart 2016 een stevige groei door. We mochten vijf nieuwe redacteuren verwelkomen met even zo veel boeiende bijdragen aan onze internet publicatie. In dertig dagen zagen 26 blogs het licht. Bijna alle blogs werden gemotiveerd door woede en verontwaardiging. Ook deze maand viel er weer heel weinig te lachen.

Kabwe Tuskers zal zich in de toekomst richten op kwesties over Afrika. Zijn eerste bijdrage was een persoonlijke hommage aan Traude Rogers, de veel te vroeg overleden voormalig onderdirecteur van de nationale musea in Zimbabwe. De titel van Tuskers’ blog is ontleend aan het Zuid-Afrikaanse volkslied Nkosi Sikelel’Africa dat bij de uitvaartdienst van Traude werd gezongen. De melodie van dit lied, in allerlei versies te beluisteren via YouTube, werd ook gebruikt voor het volkslied van Zambia en enkele andere Afrikaanse landen.

Levinus Zwertbroek volgt de media. Zijn eerste bijdrage ging over de struikelpartij van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door waar hij Esther Gerritsen per ongeluk Esther Verhoef noemde. Voor Gerritsen niet leuk. Ze schreef het boekenweekgeschenk van 2016 en werd tijdens die week voortdurend herinnerd aan de verspreking van Van Nieuwkerk. Zwertbroek kaderde die verspreking in de context van spotterijen door DWDD over versprekingen door televisiepersoonlijkheden. DWDD en Van Nieuwkerk kregen een koekje van eigen deeg. Zwertbroek ergert zich al geruime tijd aan het gemakkelijke roosteren door Lucky TV van bekende Nederlanders en 80% Duitsers, zoals onze koning.

Paul Papinianus. ook nieuw in het Meditatione Ignis redactieteam, bracht zijn ergernis over een idiote Nederlandse rechter onder woorden. Een handtastelijke medewerker die zijn chef voor ‘vuile flikker’uitschold mocht van de rechter niet ontslagen worden omdat hij jong en allochtoon is. Wat een klootzak van een rechter (ik mag schelden omdat ik oud ben; niemand kan mij ontslaan want ik ben eigen baas). Die rechter maakt het onmogelijk de Nederlandse rechterlijke macht serieus te nemen. Papinianus had het niet beter kunnen benoemen: allochtonenknuffelaar.

Clifford Mead, onze aanwinst met sociologische deskundigheid, prikte op basis van enige voorbeelden uit de praktijk de kansarme-jonge-terroristen ballon door. Saleh Abdeslam, kansrijker dan X., is 100% verantwoordelijk voor de chaos die hij in zijn leven, en erger nog in dat van anderen, aanrichtte, evenals X. die vanuit een kansarme positie vele kansen schiep en benutte. Na deze tekst van Mead zal ik voortaan extra kritisch luisteren naar platitudes over kansarme jongeren.

Leendert Koerts schreef over Reinder Zwolsman, de branden in Haagse panden en de manier waarop de overheid het oude Haagse stadsgezicht definitief verziekte. Een sterke aanklacht tegen machtsmisbruik door stedelijke en landelijke overheden.

De maand begon met de jaloersmakend goed, en heerlijk profane woede-uitbarsting over de ‘culture of pure assholery’ door een Amerikaanse presentator van een praatprogramma. Die uitbarsting sprak hij uit na de aanslagen in Parijs en werd door de aanslagen in Brussel weer actueel.

S.A.Tire schreef een fictieve recensie van een fictief boek door de fictieve professor Victor Lamme. Lamme die zich misdroeg na de euthanasie van Hannie Goudriaan. Het hele redactieteam is nog steeds met stomheid geslagen dat een ‘minkukel’ als Victor Lamme deel uit maakt van het Nederlandse gezelschap professoren. Je kan met zo’n man toch nauwelijks geloven dat Nederlandse universiteiten internationaal hoog scoren. We kunnen slechts concluderen dat Victor Lamme er in zijn eentje de oorzaak van is dat Nederland niet een hogere plaats inneemt op de internationale ranglijst.

Clifford Mead en Hans Hoek zien een parallel tussen Femke Halsema en Hans Janmaat. Beide vertegenwoordigers van splinterpartijen en beiden toebedeeld met onevenredig veel aandacht in de pers. Janmaat leeft niet meer. Halsema kwam met een boekje, Pluche, en kreeg een overdaad aan belangstelling op radio, TV en de schrijvende pers. Buiten alle proportie.

Norbertus Herschel boog zich over de idiotie van over islamofobie klagende moslims. Al vele jaren wordt uit naam van de islam en allah gruwel na gruwel gepleegd en dan klagen de moslims dat er angst is ontstaan voor hun achterlijke cultuur. Angst mobiliseert angst. De moslims, bang geworden door de angst van de heidenen voor de islam, draaien de boel om en klagen dat zij zich bedreigd voelen door die heidenen. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Moordenaars die klagen dat ze bang zijn door de angst van nazaten van hun slachtoffers. Doet mij denken aan die enge Volkert van der Graaf die klaagt dat zijn mensenrechten geschonden worden, maar maling had aan de mensenrechten van Pim Fortuyn. Soms denk je dat de wereld gek geworden is.

Harry van Bommel meldde zich ook weer, deze keer met bedrukt pleepapier. Hij zou dat anti Oekraïne Associatieverdrag pleepapier overal in het gebouw van de Tweede Kamer ophangen zodat iedereen zijn gat af kon vegen met dat verdrag. Onze laffe verzetsheld kwam op het laatste moment op zijn schreden terug. Harry Hamas, of Harry Intifada, zoals hij bekend is bij de redactie van Meditatione Ignis zal, zo vrees ik, nog menig keer in onze kolommen terugkeren. Schaamt die man zich nooit? We danken hem dat hij zo zijn best doet de Socialistische Partij klein te houden.

Soms, heel soms valt er wel iets te lachen op Meditatione Ignis. Deze maand zorgde het Commissariaat Voor De Media voor een gulle lach door een bijdrage van S.A.Tire serieus te nemen en er bezwaar tegen aan te tekenen. Ze maakten zich daarmee onsterfelijk.

Ook onsterfelijk: Annet Veenstra met haar puberale briefje in De Volkskrant. Het zijn volgens snotneus Annetje, de Marty Feldman uit de Nederlandse journalistiek, de ouderen die in het Concertgebouw kuchen, tekstboekjes laten vallen, hoesten en proesten, in slaap vallen en luid klappen terwijl ze alleen in het Concertgebouw zijn om gezien te worden. Annet Veenstra is bij ons ook gezien. We zullen haar vanaf nu ieder jaar op Goede Vrijdag om exact drie uur aan het kruis nagelen. De Mattheus Passie is door ons omgedoopt en heet vanaf dit jaar de Annet Veenstra Passie.

Maart 2016 zal de geschiedenis in gaan als de maand van Daan Roosegaarde. De maand waarin Roosegaarde ontmaskerd werd. Lees de bijdragen over Roosegaarde.

Lees ook de bijdrage van nieuwe redacteur literatuur Tim van Dool over Jelle Brandt Corstius en diens boekje over zijn vader: De lul van Jelle.

Een van de woedendste stukken van deze maand is van de hand van Frans Ira. Hij veegt de vloer aan met Marcel van Dam. En terecht. Het smoezelige VARA/PvdA monster dat karaktermoord trachtte te plegen op Pim Fortuyn. Van Dam, de duivel hebbe zijn ziel, kon niet in de schaduw staan van Pim Fortuyn. Volgens de griezel Van Dam is/was Fortuyn ‘een buitengewoon minderwaardig persoon’. Hoe durfde die uit zijn straatje ruftende sigarenkauwer!

Maart 2016 was de maand van smerige, laffe aanslagen in Brussel door een stelletje mongolen. Wij deden er bij Meditatione Ignis zo veel mogelijk het zwijgen toe. Uit piëteit, niet uit desinteresse.

‘Hier staan wij; we kunnen niet anders’.

Dieter Korbjuhn, hoofd redacteur Mediaitione Ignis.

Heiligverklaring Matthäus Passion door Annet Veenstra

Bach Museum Leipzig

Annet Veenstra werd naar aanleiding van haar maffe ingezonden brief in De Volkskrant van zaterdag j.l. niet alleen door mij aan het kruis genageld.

Op Twitter, in de De Volkskrant app en op de Geenstijl website incasseerde ze haar portie zwavelzuur. Bij Geenstijl kreeg ze op een walgelijke manier ‘onder uit de kast’. Niet mijn stijl dat Geenstijl.

Mijn ergernis betrof niet alleen de brief van Annet Veenstra, maar voornamelijk de keuze van de opinie redactie van De Volkskrant haar brief prominent in een gekleurd kader te presenteren. Blijkbaar werd de brief als van groot belang gezien.

Als hij al van belang was, dan slechts in negatieve zin door de stigmatisering van oudere concertbezoekers. Inhoudelijk had Annet Veenstra niets nieuws te melden. De afgelopen 50+ jaar zag ik periodiek ingezonden brieven, recensies en redactionele commentaren langs komen met exact dezelfde inhoud: gemier over kuchende concertbezoekers. De afgelopen twee decennia aangevuld met klachten over ringende telefoons.

Ik heb mij nooit geërgerd aan kuchen bij klassieke concerten, noch aan de uiterst zeldzame keren dat ik een telefoon af hoorde gaan. Sterker nog: ik hoopte nooit te hoeven kuchen en mijn telefoon is altijd uit bij een concert. Mijn enige reactie op de kuchende medemens is een afgeleide reactie: vrees voor de onverdraagzame Annet Veenstra’s en angst zelf te kuchen.

Hoe komt het toch dat ik mij nooit stoor aan af en toe een kuch en anderen zich daarover zo kwaad maken dat ze in de pen kruipen om van hun irritatie in landelijke dagbladen kond te doen? Je moet wel erg overtuigd zijn dat je boosheid over kuchen terecht is en breed gedragen wordt om die boosheid publiek te delen. Zal het te maken hebben met overwaardering, zelfs heiligverklaring van cultuur?

Annet Veenstra’s discriminerende boosheid, want ouderen zijn de kuchdaders, ontstond bij een uitvoering van Bach’s Matthäus Passion in het Concertgebouw. Hoe zou Bach gereageerd hebben op kuchjes tijdens zijn meesterwerk? We kunnen het niet weten, maar er wel over fantaseren.

De eerste uitvoering van de Matthäus Passion vond 1727 plaats in Bach’s Thomaskirche in Leipzig. De MP was in Nederland voor het eerst te horen in 1870, waarmee Heine’s gelijk bewezen is dat in Nederland alles (honderd)vijftig jaar later plaatsvindt.

Die eerste keer in Leipzig vond plaats in een koude kerk. Een kerk die met kolen- en houtkachels ‘s winters op temperatuur werd gehouden. Een ongezonde, rokerige omgeving. De landelijk gemiddelde leeftijd was in die tijd circa 40 jaar. Dit kwam niet alleen door de kindersterfte die toen veel hoger was dan nu, maar ook doordat de levensverwachting van mensen die wel de kinderleeftijd goed doorkwamen lager was dan nu.

De gemiddelde leeftijd van de kerkbezoekers weet ik niet. Die moet lager geweest zijn dan de gemiddelde leeftijd van de huidige concertbezoekers. In hoeverre er sprake was van een ‘oververtegenwoordiging’ (Annet Veenstra) van een oudere leeftijdcategorie weet ik ook niet. Ik sluit niet uit dat er bij die eerste voorstelling en in vele decennia daarna, in de koude, rokerige kerkomgeving heel wat gekucht, gehoest en geproest is. Misschien waren er ook huilende kinderen te horen. Werden er boze brieven naar kranten gestuurd om te klagen over alle bijgeluiden? Weer iets dat ik jammer genoeg niet weet, maar ik vermoed dat de aanwezige gelovigen alle rumoer zonder klagen accepteerden, zoals ik in mijn katholieke jeugd het normaal vond dat er af en toe rumoer in de kerk was terwijl het acolietenkoor prachtige Gregoriaanse muziek ten gehore bracht.

De maatschappij is geseculariseerd maar de christelijke muziekcultuur, dat is de Matthäus Passion immers, wordt door mensen als Annet Veenstra steeds weer op het heilige, snobistische schild geheven. In historisch perspectief is een kuch tijdens de Matthäus Passion niets om je aan te ergeren. Ik ben het daarom volledig eens met de reactie op Annet Veenstra’s idiote brief: ‘Ga dan lekker thuis met een koptelefoon op luisteren naar de Matthäus Passion’.

Nee, wat doet Annet Veenstra: zij mengt zich willens en wetens tussen de 1974 concertbezoekers in het Concertgebouw om zich te wentelen in ergernis dat die bezoekers af en toe te horen zijn. Veenstra bedient zich in haar ingezonden ergernis zonder enige schaamte van overdrijving alsof de magische Matthäus Passion verstoord zou zijn door wangedrag van ‘oververtegenwoordigde’ ouderen. Heeft dat kind geen ouders en grootouders, zo vraag ik mij af.

Kuchen (jammer dat Annet Veenstra die statistiek niet bijhield), 3 programmaboekjes en vijf ongedefinieerde ‘zwaardere voorwerpen’ die vielen en ‘twee telefoons’ die afgingen. Geen slechte score bij 2.000 bezoekers, volgens mij. Een relatieve rust.

Het zou reden voor verbazing zijn wanneer in een volle Grote Zaal van het Concertgebouw niet af en toe een kuch te horen is. Ik ben iedere keer weer verbaasd hoe bijna muisstil het tijdens concerten is dankzij een voorbeeldig, devoot publiek. Annet Veenstra is niet alleen het zicht op de realiteit van 2.000 mensen in één zaal kwijt, maar verliest in haar zelfgevoede irritatie ook de ratio. Heeft ze zich werkelijk geen moment afgevraagd hoeveel rumoer van kuchen en telefoons er zou zijn als 2.000 twintigers daar bij de Matthäus Passion zaten? Vonden al die luidruchtige incidenten vlak naast haar plaats? Dat moet wel, want hoe kon ze anders weten dat het ‘de ouderen’ waren die zich zo schandalig misdroegen?

Het door Annet Veenstra verloren perspectief op de oorsprong van de Matthäus Passion is niet uniek.

Eenzelfde perspectiefverlies zag ik regelmatig tijdens mijn circa dertig jaar werk in musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties en monumenten. Ook daar keek ik vaak verbaasd naar de heiligverklaring van objecten en gebouwen.

Rembrandt schilderde zijn Nachtwacht, De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh, circa 1640 op de binnenplaats van zijn woning. In de buitenlucht dus.

Van het schilderij, eigendom van de gemeente Amsterdam, werden in 1715 vanwege de verplaatsing van de Kloveniersdoelen naar het stadhuis op de Dam aan alle zijden enkele stroken afgesneden, waardoor het bijna twintig procent van de oorspronkelijke oppervlakte van ongeveer 500 bij 387 cm verloor. Zo ging men toen met die heilige kunst om.

Sinds 1885 hangt het in het Rijksmuseum in Amsterdam. De eerste 75 jaar zonder dat er sprake was van een geavanceerd klimaatbeheersingssysteem. Nu worden de klimaatcondities 24 uur per dag minutieus in de gaten gehouden. Meer dan drie eeuwen hield het schilderij stand in niet-geklimatiseerde omgevingen. Echter, wanneer nu de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid enkele procenten afwijkt, ontstaat paniek. Het heilig verklaarde schilderij moet als een kwetsbaar couveusekind vertroeteld en beschermd worden.

We hebben in Nederland ruim duizend musea die jaarlijks 30 miljoen keer bezocht worden. Slechts zelden doet zich een incident voor, maar oh wee wanneer een object moedwillig beschadigd, of erger nog, gestolen wordt: voorpagina nieuws in alle kranten, prime time nieuws op radio en TV en deskundige commentaren in praatprogramma’s. Alsof er een nationale ramp heeft plaats gevonden; of een dierbaar familielid geheel onverwacht de pijp aan Maarten heeft gegeven.

Iedere generatie laat zijn voetstappen na. De waardering voor die voetstappen fluctueert. Rembrandt was tot ver in de 19de eeuw een min of meer vergeten meester. De depots van musea staan vol met wat ooit gezien werd als meesterwerken (en werken die nooit die status verwierven). Het kan verkeren. De musea van nationaal belang tonen slechts het topje van hun collectie-ijsberg, ongeveer 10%, aan het publiek. De depots puilen uit. Niet alle voetstappen van alle voorbije generaties zijn blijkbaar even indrukwekkend.

Moeten die voetstappen dan niet zorgvuldig bewaard worden voor toekomstige generaties? Natuurlijk wel, maar dan in alle nuchterheid, in de wetenschap dat waardering vergankelijk is. De maandelijks gepresenteerde boek-van-de-maand literaire meestwerken, zijn in de meeste gevallen over een paar maanden historie. Wie leest er nog Vestdijk, de veelschrijver uit mijn jeugd? Wordt er naast de Max Havelaar nog andere literatuur uit de 19de eeuw gelezen? De door Veen uitgegeven verzamelde werken van Gerard Reve liggen te verstoffen bij het Centraal Boekhuis. Toch was hij in zijn tijd ‘de belangrijkste na-oorlogse schrijver’, samen met WFH (zullen mijn kleinkinderen weten waar die afkorting voor staat) en Harry Mulisch. Probeer dat onleesbare boek Het stenen bruidsbed, maar eens door te worstelen.

Niet alleen wij zelf, maar al het menselijke is vergankelijk.

Stop met die overwaardering van moderne kunst, stop met die amechtige aanbevelingen van literaire meesterwerken, stop met de hysterie over een beschadigd of gestolen museumobject, en vooral: kap met die truttige Annet-Veenstra-opvliegers over een kuch tijdens de Mattheus Passie in het Concertgebouw.

Al die heiligverklaarde cultuur is niets anders dan een vluchtige voetstap in de tijd.

Een Rembrandt-tentoonstelling een ‘once in eternity’ ervaring? Rot toch op joh!

Bertus Gerardus Antonissen

Aan het kruis met Annet Veenstra

Schermafbeelding 2016-03-19 om 18.52.15

In 1963, een paar maanden voor mijn 15de verjaardag, woonde ik samen met klasgenoot Ronald Lempke – niet meer onder ons – voor het eerst een uitvoering van de Mattheus Passie bij. Plaats van handeling: de Grote Kerk in Den Haag. In deze kerk vol houten stoeltjes zaten we de bijna drie uur durende opvoering uit. Geen gemakkelijke uren. Niet alleen vanwege de ongerieflijke stoeltjes, maar ook vanwege de kou in de kerk. De vrouwelijke solisten droegen bontjassen, dat kon toen nog, met de kraag omhoog. Het was de winter waarin Reinier Paping de zwaarste Elfstedentocht ooit won.

De voorbije ruim vijftig jaar woonde ik veel Passions bij. Voor mij is de Mattheus Passie van Bach niet gebonden aan het lijdensverhaal en Pasen. Ik heb niets met die christelijke sprookjes en rituelen. De Mattheus Passie is de mooiste muziek die ik ken. Ik was 18, vijftig jaar geleden, toen ik mijn rijbewijs haalde en sindsdien was de M.P. vast onderdeel van het repertoire cassettebandjes, later C.D.’s en weer later de iPod in mijn auto. Niets mooier dan een verlaten snelweg met keihard Erbarme dich. Tien jaar geleden zette ik Bach integraal op mijn iPod. Zeven dagen en nachten continu Bach.

Mijn M.P. hoogtepunt beleefde ik in de Thomaskirche in leipzig begin deze eeuw. Ik werkte bij de Staatliche Kunstsammlungen in Dresden en tijdens de reizen naar huis stopte ik meerdere keren in Leipzig om het Bach Museum en de Thomaskirche te bezoeken. Op een van die détours met bezoek aan de Thomaskirche, het was een sombere laat-winterdag, werd ik in de bijna lege kerk getrakteerd op een oefenend Bachkoor. Sinds die middag is de M.P. voor mij onlosmakelijk verbonden aan dat emotionele moment in Leipzig.

Al meer dan vijftig jaar kon ik bijna op gezette tijden in de krant lezen over kuch-ergernissen tijdens de opvoering van klassieke concerten en met name tijdens de M.P. Vooral tijdens de M.P. omdat het nu eenmaal een lange zit is. Toen, en ook nu erger(de) ik mij niet aan de incidenteel kuchende medemens. Mocht het soms iets te luidruchtig zijn, wat ik zelden meemaakte, dan vond ik dat eerder sneu voor de kucher en was blij dat ik niet door een kuch-, of erger nog hoestbui overvallen werd. De fobie van iedere concertbezoeker.

De nooit door mij gestelde vraag wie de kuchende snoodaards waren, kreeg ik in De Volkskrant van gisteren 19 maart 2016, beantwoord door multitalent (Journalist NRC en SSBA, recensent Theaterkrant, theater- en filmliefhebber, retoricaspecialist – classica – skilerares Lech. @Annet_VeenstraAnnet Veenstra.

Annet weet het: het zijn de ‘ten opzichte van jongeren oververtegenwoordigde oudere bezoekers’ die zich schuldig maken aan willekeurig kuchen. Ja, willekeurig, want Annet verzoekt ze nadrukkelijk hun kuchen uit te stellen tot na stille passages van de M.P. Er is dus opzet in het spel. Die oudjes kuchen niet omdat ze niet anders kunnen, nee, volgens Annet Veenstra doen ze dat opzettelijk. Ze hebben voldoende controle over hun luchtwegen om de kuchjes uit te stellen. Laat ik Annet Veenstra onthullen dat ik al meer dan een jaar worstel met KNO-problemen die helaas tot op heden geen huisarts of specialist op heeft weten te lossen. Bij mijn laatste bezoek aan een KNO specialist, december 2015, kreeg ik te horen: ‘Ik wil u niet kwetsen, maar het heeft ook met de leeftijd te maken’.

Zou Annet, de K-3 generatie, ook schrijven dat bij optredens van die commerciële, Belgische Lolita’s kinderen ‘oververtegenwoordigd’ zijn. Vindt mevrouw Veenstra dat tijdens popconcerten haar generatie twintigers ‘oververtegenwoordigd’ is?

Bizar taalgebruik voor een ‘retoricaspecialist’. Natuurlijk bedoelde Annet niet ‘oververtegenwoordigd’, maar bovengemiddeld. Oververtegenwoordigd schurkt aan tegen ‘te veel’. Of was het geen verkeerde woordkeuze van Annet, maar bedoelde ze werkelijk dat er te veel ouderen in het Concertgebouw zitten? Niet netjes van je Annet, niet netjes.

De tegenstelling ouderen-jongeren ten nadele van ouderen is een pijnlijke generalisatie. Dat had ik van zo’n jonge theaterjournalist en retoricaspecialist niet verwacht.

Ben ik als oudere te optimistisch over ‘jongeren’? Mocht ik al generaliserend positief over jongeren denken – dat krijg je als je vier geweldige kinderen en acht schatten van kleinkinderen hebt – dan moet ik voor snotneus Annet Veenstra een uitzondering maken.

Is het toeval dat ik zo’n diffamerende generalisatie over een bevolkingsgroep moet lezen precies één dag nadat een Nederlandse politicus achter het hekje van de Amsterdamse rechtbank stond vanwege negatieve generalisatie van een bevolkingsgroep? Laat ik die vraag zelf beantwoorden: toeval bestaat. Eén ding is zeker: Annetje discrimineert hier op leeftijd.

Multitalent Annet Veenstra heeft een lijstje eisen opgesteld voor de oudere – vanaf welke leeftijd bedoelt ze? – concertbezoeker. Een aanmatigend lijstje, want deze journalistieke nieuwkomer denkt de wet te kunnen voorschrijven aan concertbezoekers. Een faux pas voor een objectieve, dat mag je toch hopen, journalist met als specialisatie de kunst van het weldenkend formuleren en het theater.

De oude kuchers moeten niet alleen hun kuchaanvallen beter timen, maar als het dan toch moet, ‘doe het dan in een zakdoek’.

De ouderen moeten vooral ook ‘wakker blijven’ en niet alleen naar het concertgebouw komen om ‘hun gezicht te laten zien’. Waarom gaat Annet Veenstra naar het Concertgebouw, zo vraag je je automatisch af. Niet om zich te concentreren op het concert, maar om als een wijkagent de bezoekers kritisch in de gaten te houden. Gelukkig zijn haar ogen door de natuur zo ver uit elkaar gezet, de gelijkenis met Marty Feldman valt op, dat ze zonder nekpijn te krijgen de kuchende en slapende ouderen panoramisch kan observeren.

Ik moet nu iets bekennen. 2004 woonde ik een Nibelungenlied voorstelling bij in de Semper Oper, Dresden en ik heb een groot deel van de voorstelling moeten knokken tegen de slaap. Ik was toen 56 jaar. In de ogen van Annetje natuurlijk een oude zak; in mijn ogen verre van dat. Hoe oud zullen de pappa en mamma van Annet zijn? Gezien haar leeftijd, 25, schat ik dat haar ouders ergens tussen de vijftig en zestig jaar zijn. Vallen die ouders ook in Annet’s verfoeilijke categorie van concertverstoorders, of geldt haar over-één-kam–scheren alleen niet-familie?

De bezoekers van de M.P. moeten van Annet hun tekstboekjes maar thuis ‘literatuurwetenschappelijk’ (wat een kulwoord) bestuderen en niet meenemen naar de uitvoering, en dan zeker niet op de grond laten vallen. Annet heeft dat met haar op de zijkant van haar gezicht geplaatste arendsogen wel drie keer zien gebeuren. Volgens mij overdrijft Annet Hyperbool Veenstra hier. Het lijkt mij dat negatieve feitjes in haar stampvoetende relaas ‘oververtegenwoordigd’ zijn.

Drie keer zag (hoorde?) Peter R. Veenstra tekstboekjes vallen; vijf keer hoorde ze niet nader omschreven zwaardere objecten vallen. Twee keer hoorde ze een telefoon af gaan tijdens de M.P. opvoering. Annet heeft ook bij die twee keer, zaal of balkon, kunnen constateren dat ouderen de schuldige waren, want ik lees in haar tekst niet dat dat niet zo was. Haar tirade begon immers met die ‘oververtegenwoordiging’ van ouderen. De ouderen deden het; de ondervertegenwoordigde twintigers zaten allen braaf en doodstil de M.P. uit. Zo, daar kunnen de ouderen een voorbeeld aan nemen.

Annet VeenstraKampbewaakster Annet Veenstra eindigt haar relaas met enkele dreigementen. Een slag met haar vuist, of wanneer een oudere een mening geeft die Annet niet zint, dan kan deze erop rekenen door mevrouw Veenstra dubbelgeklapt te worden tussen ‘het rode pluche..en dat kan heel hard gaan met die concertstoeltjes’.

Wanneer kan je rekenen op deze Guantanamo-behandeling: “als ik u nog één keer hoor zeggen dat het de jongeren zijn die niet meer weten hoe het hoort”.

WAT??!! Dus ouderen mogen niet generaliserend naar jongeren wijzen met negatieve kritiek, maar Annet Veenstra mag dat andersom wel doen in die bizarre brief in De Volkskrant. Hier komen barstjes in mijn klomp. Verbijsterend. Wanneer een oudere het in zijn hoofd haalt te doen wat Annet Veenstra zelf doet, kan hij rekenen op geweld.

Toch maar even op het internet zoeken wat retorica betekent. Ik ben immers een dagje ouder en mogelijk raakte ik kwijt wat ik op school leerde toen Annet nog vele jaren niet in beeld was.

Retorica (van het Griekse woord ῥήτωρ, rhêtôr, spreker, leraar; oude Nederlandse spelling rhetorica met -rh) is de uit de klassieken voortgekomen oudste westerse teksttheorie. De term staat voor welsprekendheid, maar in uitgebreide zin slaat het op effectief spreken en schrijven en de kunst van het overtuigen. (Wikipedia).

Laat ik er niet een kritische, tekstverklarende exercitie van maken en mij beperken tot de conclusie dat onze retoricaspecialist geen kaas heeft gegeten van ‘effectief schrijven’. Ze heeft namelijk niet door dat de laatste alinea van haar brief de eerste – generaliserend negatief over ouderen – volledig onderuit haalt. Ik raad Annet Veenstra aan het begrip ‘projectie’ op te zoeken in een basisleerboek psychologie.

Via Twitter liet Annet Veenstra mij weten dat ik de ‘Spielerei’ van haar brief moet begrijpen en: ‘opinie is een genre’.

Spielerei: een laf verweer. Mevrouw denkt noch schrijft effectief. Dat wordt duidelijk uit de vele negatieve reacties op haar tekst in de Volkskrant app. Geen van die reageerders begreep het speelse karakter van Annet’s tekst. Niet effectief dus.

Opinie ‘een genre’. Oh, moet ik dat zo zien.. Annet Veenstra schrijft een mening op, en als je het met die mening niet eens bent, dan heb je niet door dat haar mening een speels genre is en dus niet al te serieus moet worden genomen.

Waarom die keuze voor het Duitse Spielerei?

Op 1 mei gaan mijn echtgenote en ik naar Mahler 3 in het Concertgebouw. We staan nu al beiden doodsangsten uit dat we, hoe zacht dan ook, een kuch niet kunnen onderdrukken en geraakt worden door een slag met Annet’s toornige vuist.

Annet VeenstraLaat ik Annet waarschuwen: mijn achtenzestigjarige vuist is nog stevig genoeg om haar met gelijke munt te betalen. Bovendien lijkt mij haar met ‘oververtegenwoordigd’ bot gesierde Teutoonse kin een niet te missen doelwit.

Zal het zo zijn dat Annet Veenstra concentratieproblemen heeft en is die Mattheus Passie een veel te lange zit voor haar?

Aan het kruis met die vrouw.

Spielerei snotneusje Veenstra, Spielerei…

Bertus Gerardus Antonissen