Ode aan Park Clingendael

Clingendael Den Haag WassenaarHet leven is veranderd sinds we een hond hebben. Je hoort altijd zeggen dat je door een hond meer lichaamsbeweging krijgt. Dat gaat bij mij niet op: sinds wij Orca, onze Amerikaanse Staffordshire terriër, hebben beweeg ik weliswaar meer door weer en wind dan voorheen, maar de racefiets staat te verstoffen in het tuinhuis.

Kan het maar niet over mijn hart verkrijgen Orca urenlang alleen thuis te laten. Die rothond kijkt je, wanneer je hem achterlaat, met die grote bruine ogen droevig – antropomorfiseer ik nu? – aan en belast je met een loodzwaar schuldgevoel. Ondanks dat ik weet, in ieder geval sterk vermoed, dat hij gaat liggen ronken op de bank wanneer hij alleen is, voel ik mij niet op mijn gemak wanneer ik zonder hem op pad ga. Voel me door mijn hond emotioneel gegijzeld. Dat komt misschien door hoe ik mij voel als Monique mij iedere dag ‘in de steek laat’. Ik projecteer dat op Orca.

Tegenover dit ongemak, misschien gebruik ik hem wel als smoes niet te gaan fietsen, staan voordelen. Hij is de hele dag aanwezig wanneer ik zit te lezen of schrijven. Nu ook, na onze ochtendwandeling hoor ik hem snurken op de bank in de voorkamer van onze kamer en-suite. De afgelopen weken heeft hij er een gewoonte van gemaakt op gezette tijden van de bank naar de achterkamer, tuinzijde, te slenteren. Hij klimt dan met beide voorpoten op mijn schoot en likt de zijkant van mijn gezicht. Soms bijt hij dan, iets te hard, in mijn rechter oorlel.

Het huis zou erg leeg zijn zonder hem.

We wandelen een paar keer per dag oostwaarts door het Haagse Bos. Zeer dichtbij: de Benoordenhoutse Weg oversteken en meneer kan meteen los van de riem en tussen de bomen rennen. Op zondagmorgen wandelen we gedrieën via het Haagse Bos naar Marlot. Een zondagochtendtraditie om de hele week naar uit te kijken.

De noordelijke route gaat door Landgoed Oosterbeek, in de vroege 19de eeuw ontworpen door tuinarchitect Zocher. Denken de klanten van Zocher’s brasserie in Utrecht, achter hun bier en saté, aan zijn tuinen in Oosterbeek?

In 1935 werd Oosterbeek gekocht door filmproducent Loet Barnstijn. Hij had al een filmstudio in Duivendrecht, (Cinetone), bouwde op Oosterbeek nog twee filmstudio’s, en noemde dit Filmstad. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, verbleef Barnstijn in de Verenigde Staten. Hij was joods en bleef daar. De filmstudio’s van Oosterbeek werden in beslag genomen en door de Duitse filmmaatschappij U.F.A. gebruikt om propagandafilms te maken. De Engelsen hebben de studio’s gebombardeerd. (feiten uit Wikipedia)

Het park wordt vanaf 2013 in oude glorie, zonder de filmstudio’s, hersteld. Een fraai Engels landschapspark. De imponerendste treurbeuk van Nederland, ik bluf maar, staat in Landgoed Oosterbeek. Als je er onder staat voel je je in een kathedraal. De treurende takken reiken tot op de grond. Een Lord-of-the-rings plek. Je krijgt kippenvel door de priemende ogen van Gandalf.

Vorig jaar liep ik met Monique de treurbeukkathedraal in. Ik wilde de mystieke stilte met haar delen. Later hoorden we van een hondenbezitster die we soms op onze wandelingen tegenkomen, dat de plek onder de treurbeuk regelmatig gebruikt wordt voor het verstrooien van as. Daar krijg ik Monique met haar necrofobie nooit meer naartoe.

De westelijke wandeling, via Oosterbeek of via de Laan van Clingendael leidt naar park Clingendael. Voorbij het instituut, in het uiterste westen van het park, is een uitgebreid losloopgebied voor honden. Een zomerse middag in 2014 telde ik daar op het grote veld 64 (!) honden. De stilte verbaasde. Een klas met pauzerende kinderen produceert veel meer decibellen. Wat ook opvalt: een vredig samenzijn al die honden.

De wandeling door Oosterbeek is iedere keer weer anders. Ik wil niet de strijd aan gaan met Emants, Netscher, Van Deijssel of de vroege Couperus en me wagen aan gedetailleerde, naturalistische beschrijvingen van het parklandschap.

In Clingendael zie ik de seizoenen veranderen zoals tijdens de paar jaren die L. en ik een boerderijtje hadden in Scharmer, Groningen. Daar wilde ik aan het einde van een koude winter de knoppen in de bomen dwingen zich te openen en keek ik de narcissen de grond uit.

Dat verlangen naar de lente is minder sterk wanneer je leven thuis centraal verwarmd is. In de winter kan ik me nauwelijks voorstellen dat we straks weer zonder jas naar buiten kunnen. ‘s Zomers gaan mijn gedachten niet spontaan naar hevige najaarsbuien en ijs op de autoruiten. Dan lijken die weer ver weg, alsof ze nooit meer terug komen.

Vanmorgen vroor het toen ik met Orca door Clingendael wandelde, na, zoals iedere dag, Monique naar de bushalte aan de Laan van Clingendael gebracht te hebben. Het was aangenaam vriesweer. De drassige delen van het park die ik meestal vermijd, kraakten nu onder mijn Emma werkschoenen.

Orca komt in de kou tot leven. Hij heeft een hekel aan warme zomerdagen. In het vorstige park rent hij springend rond.

Het maakt mij een beetje gelukkiger wanneer ik naar zijn opwinding kijk.

Toch geen ‘rothond’.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.