Nkosi Sikelel’ iAfrika

Traude Rogers, Great Zimbabwe, 27 augustus 2006

Traude Rogers, Great Zimbabwe, 27 augustus 2006

De Zweedse organisatie SAMP – Swedish African Museum Project – nodigde mij 2005 uit om in Dakar, Senegal een presentatie te houden. Mijn presentatie zou gaan over de roof van cultuurgoed uit Afrika.

Ik was samen met L. al een paar keer in Afrika, Zambia geweest, maar niet eerder in Noord-West Afrika.  Door de bezoeken met L. aan Zambia, en met name aan haar familie in Kabwe, kreeg ik enkele keren de kans ‘achter de schermen’ te kijken. Ooit wil ik weer, samen met Mo, terug naar Afrika.

‘s Avonds laat kwam ik in Dakar aan. De bus om mij en andere deelnemers aan het congres naar het vakantiepark buiten Dakar te brengen stond klaar. Mijn bagage niet. Die kreeg ik pas twee dagen later. In de bus zaten alleen ‘lokalen’ (op Bonaire hoorde ik dat ik niet mag zeggen ‘zwarten’. Ik word gek van dat politiek correcte gedoe; vooral van het komen en gaan van wel of niet politiek correcte benamingen.)

We moesten in de bus wachten op nog enkele vluchten met deelnemers. Voor mij in de bus nam een grote ‘blanke negerin’ plaats, behangen met kralen en een explosieve bos haar. Ze keerde zich half naar mij om: ‘You must be Swedish’. ‘No, I am Dutch. I do hope you don’t mind’. Dat antwoord leidde tot gegiechel van overige passagiers. Ik, voorover hangend over de rugleuning van de vrouw voor me, keek in een monumentale borstpartij. Onbedoeld, maar toch voelde ik me een beetje betrapt.

De volgende ochtend gaf ik mijn presentatie voor een volle zaal congresdeelnemers. De drie congresdagen werden verder geeuwend saai. De Zweedse ‘bazin’ bedacht allerlei discussiethema’s die in klein comité uitgewerkt moesten worden en later plenair besproken. Veel gedoe met flapovervellen en dikke viltstiften. Flashbacks naar veertig jaar eerder op de sociale academie, qua onderwerpen en qua presentatie. Een van de onderwerpen: Welke rol kunnen musea vervullen bij de democratisering van de maatschappij. Geen enkele, was mijn snelle conclusie, maar er werd lang over gediscussieerd.

Een Zweedse dame die een grote groep Afrikaanse lokalen – zwarten dus – als een schooljuf aan de hand nam. Bevoogdend en blank superieur. Kippenvel en plaatsvervangende schaamte.

De Afrikaanse museummedewerkers speelden het spel mee. Ik sluit niet uit dat hun gedweeë deelname aan dit quasi intellectuele discours voornamelijk gemotiveerd werd door het per diem (dat ik niet kreeg; gedeeltelijke reis- en verblijfkosten waren mijn betaling).

De tweede dag bezochten we in Dakar het IFAN: Musée de l’Institut Fondamental d’Afrique Noire. Door Europese ogen deprimerend en imponerend tegelijk. Fraaie collecties in een verwaarloosde, ontoereikende omgeving.

Na afloop van het bezoek aan dat museum zwierf ik enkele uren alleen door het drukke centrum van Dakar. Afrikaanse drukte zoals ik die ook in Zambia zag. Duizenden mensen die met handeltjes door de stad banjeren. De meeste in typisch Afrikaanse kleding, met daar tussen ongelooflijk fraaie, arrogante, slanke, lange meiden. Wat een blikvangers.

Na de lunch gingen we naar het eiland Gooree voor de kust van Dakar. Ja, Gooree, genoemd naar Goeree-Overflakkee in Zuid-Holland. Gooree met de slavengevangenis en het ‘house of no return’ waar vandaan slaven verscheept werden naar de Cariben, Zuid en Noord Amerika. Loop je daar ineens rond als Nederlander op een Afrikaans eiland genoemd naar een Nederlands eiland, dat herinnert aan gruwelijke Nederlandse-Afrikaanse geschiedenis. De middag die ik er doorbracht namen de lokalen wraak. Ik werd bijna letterlijk achtervolgd en gegijzeld door de souvenirverkoopsters.

De zee bij het ‘house of no return’ zag er dreigend uit. Iedere keer wanneer ik beelden zie van economische vluchtelingen die de oversteek op bootjes wagen, denk ik aan die enge zee. De nood moet heel hoog zijn om de reis aan te durven.

De eerste dag van het congres trokken Traude Rogers, de ‘blanke negerin’ in de bus vanaf het vliegveld, en ik samen op tijdens de workshops. Op de veerboot naar Gooree kwamen we verder in gesprek. Het klikte. Traude was een unieke verschijning in haar jurken van Afrikaanse stof (gemaakt in Helmond, Noord Brabant) en haar rammelende kettingen en armbanden. Geen persoon om over het hoofd te zien. Groot, fors en kleurrijk, maar met een onverwacht hoge, wat flemende stem. Een heel rustige manier van spreken. Ik vond haar een blank-Afrikaanse Miss Marple met haar typisch Engelse uitspraak.

Na Senegal hielden we contact. Traude, onderdirecteur van de National Museums and Monuments of Zimbabwe (NMMZ), wilde dat ik naar Zimbabwe kwam om de nationale musea, de National Galleries en de National Archives te onderzoeken. Het lukte haar de Nederlandse ambassade over te halen om mijn werk te betalen. Omdat het westen de Zimbabwaanse overheid boycotte, mocht ik de National Archives, een 100% overheidsinstelling, niet onderzoeken. De NMMZ en National Galleries, semi-overheid, was geen bezwaar. Ik heb Traude er altijd van ‘verdacht’, hopelijk vind ik ooit een ander woord, dat haar inspanningen mij naar Zimbabwe te krijgen gebaseerd waren op behoefte naar voortzetting van het contact in Senegal. Die behoefte was overigens wederzijds. Ik ontmoette haar graag in haar eigen habitat.

Er wachtte mij een fascinerende tijd.

Uit de National Gallery in Harare werden een paar maanden voordat ik met mijn werk in Zimbabwe begon enkele antieke maskers en hoofdsteunen gestolen. Dankzij mijn Museum Security Network en mijn contact met de FBI lukte het de gestolen stukken in Polen (!) op te sporen en terug te bezorgen. Dat maakte mij tot een soort ‘nationale’ held in de National Galleries. Te veel eer.

Helaas kon ik niet de interne diefstallen uit het Museum of Human Sciences in Harare oplossen. Een conservator en een handelaar, Ken Karner, uit Zuid-Afrika waren bij die verduisteringen betrokken. Geen twijfel mogelijk, maar bewijs leveren lukte niet. Joseph Svinurayi Muringaniza, directeur van het Museum of Human Sciences, had volgens mijn gids tijdens de reizen door Zimbabwe – Joshua Mukonho, ex-politieman – bovennatuurlijke krachten. Magie, en vooral dreiging met magie, behoort tot de dagelijkse realiteit.

In Harare logeerde ik bij Traude en haar zoon Tane. Op reis, met Traude of met Joshua, overnachtten we in fraaie, vrijwel geheel verlaten, lodges. De mooiste overnachtingsplek was de Bulawayo Club in Bulawayo. Een stap terug in het koloniale verleden met prullenbakken gemaakt van olifantsvoeten en een echte Engelse bibliotheek met een tafel vol idem tijdschriften. Het Museum of Natural History in Bulawayo zou het belangrijkste in zijn categorie van het zuidelijk halfrond zijn.

Reizen met Joshua en vooral met Traude was een vriendschappelijk feest. Traude en ik bezochten onder andere Tengenenge, de beeldhouwerskolonie in het noorden van Zimbabwe. Ik kocht daar, en later ook in de National Gallery Harare, meerdere stenen beelden. In de auto luisterden we naar cassettebandjes met Dylan Thomas; onder andere Do not go gentle into that dark night. Terugkijkend een symbolische gezamenlijke ervaring. Voor mij een stap terug in de tijd. Ik bezat die opnames, gekocht in de Papestraat, in mijn jeugd en kon flarden van enkele gedichten citeren. Emotioneel. Dylan Thomas heeft me altijd gefascineerd.

Traude, Joshua en ik bezochten ook Old Zimbabwe en Cecil Rhodes’ graf in het Matopos nationaal park. Een betoverde plek; prachtig uitzicht op een heuvel. Cecil Rhodes koos zelf deze lokatie voor zijn graf. Onbegrijpelijk dat een graf dat symbool staat voor de koloniale overheersing zo in ere wordt gehouden door de regering Mugabe.

Mugabe mocht ik van zeer nabij meemaken tijdens de herdenking van de overwinning op de Engelse overheerser op Heroe’s Acre aan de rand van Harare. Bevende lilliputter met Hitler-snorretje.

Traude heb ik na mijn werkzaamheden in Zimbabwe nog enkele keren ontmoet; in Nederland waar ze op mijn voordracht lid werd van het Leiden Network (nutteloze organisatie die het best vergeten kan worden), in Londen en in Cardiff. We maakten samen trips door Wales, onder andere naar boekendorp Hay on Wye.

Eén avond zal ik nooit meer vergeten: in de pub The Black Pig (Y Mochyn Du) in Cardiff. Die pub staat op mijn lijst om ooit nog eens te bezoeken ter nagedachtenis aan Traude. Want Traude is er niet meer.

Ze woonde en werkte een tijd in Den Haag. Het contact tussen ons was verwaterd. Tijdens yogales ontmoette ik een Amerikaanse juriste die mij vertelde over een ‘white lady from Zimbabwe’ die ernstig ziek was.

Traude en ik dronken lente 2014 koffie bij Des Indes in Den Haag. Ze zag er monumentaal struis uit zoals altijd. Geen spoor van ziekte in haar uiterlijk. We wandelden naar de Willemstraat waar ze woonde. Haar bijna sluipende gang over het Lange Voorhout viel me op. Grote, rustige passen. Het hoofd een beetje gebogen en met ronde rug. Een geruisloos zich voortbewegende reus van een vrouw.

De inhoud van haar huis in Harare was bijna in zijn geheel overgebracht naar het kleine appartement in de Willemstraat. Een prachtige collectie Afrikana, voornamelijk hedendaags. Schilderijen, kleden, trommels. Afrika in Den Haag. Haar zoon Tane was er ook. Ik had hem sinds 2006 niet meer gezien.

Korte tijd later vertrok Traude naar Cardiff waar ze een fraai pand bezat. We hadden nog één keer contact via e-mail. Zeventien augustus 2014 vroeg ik haar hoe het met haar ging. Niet goed.

‘Wished there was euthanasia here like Flatland’.

‘If you really want that, can’t you come and get it here. Do you suffer?’

‘No pain Ton but not really mobile so that is tough.’

Ik vroeg haar of ze verwachtte er met Kerstmis nog te zijn.

‘No Ton not unless I defy medical science which may be possible!’

Daar houdt het contact op.

Op 2 oktober 2014 kreeg ik een mail van haar vriendin Sally Davies:

‘Hello Ton, this is Sally, Traude’s friend who you met in Cardiff a good few years ago now.  I know you and Traude had been in touch again recently so I just wanted to let you know that she left us today.  She’d been gradually drifting away over the last weeks and days and finally went peacefully this afternoon. Sorry to be the bearer of bad news..’

Tane schreef mij over de uitvaart van Traude. Aan het einde van de dienst werd door een koor Nkosi Sikelel’ iAfrika gezongen. Ik luister daar via YouTube af en toe nog naar en krijg dan heimwee naar Afrika en naar Traude Rogers en haar indrukwekkende persoonlijkheid.

Waarom ging ik haar niet bezoeken in Cardiff?

Het kan nu niet meer. Een verkeken kans.

Kabwe Tuskers, Afrikaanse zaken

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.