Je moet slim zijn om discriminatie te bestrijden

racismeIn interviews hoor of lees je vaak, te vaak, dat geïnterviewden zichzelf citeren. Bij het lezen van artikelen door wetenschappers moet ik glimlachen over het aantal zelfcitaten waar het notenapparaat – vreemd woord – naar verwijst.

Toch moet ik nu ook even: vorige week beschreef ik mijn confrontatie met discriminatie door een voormalig vriendin, nu verre kennis.

Was ik zo naïef dat haar discriminatie mij aan het schrikken bracht? Die discriminatie en mijn schrik waren afgelopen weken bron van urenlange overpeinzingen. Haar discriminatie hield mij een spiegel voor.

Niets menselijks is mij vreemd en ook ik neig op zwakke momenten naar vooroordelen over groepen mensen. Vooroordeel is gemakkelijker dan nuance. Mijn verstand weet dat ieder mens op eigen merites beoordeeld moet worden, voor zo ver oordelen op zichzelf al acceptabel is, maar soms redeneer ik met het hart en niet met het hoofd.

Bij vooroordelen ontbreken nuance, begrip en intelligentie. Vooroordelen worden gemaskeerd met quasi ratio, maar hebben zelden met ratio en bijna altijd met onderbuik te maken.

Vooroordelen maken de ingewikkelde maatschappij overzichtelijk.

Datzelfde geldt vaak bij de bestrijding van vooroordelen, discriminatie en racisme. Ook daarbij is behoefte aan overzichtelijkheid. Het help geen zier je vast te bijten in symptomen en symboliek als politiek correct taalgebruik, en als slachtoffer van discriminatie de ‘daders’ aan de schandpaal te nagelen. Sterker nog: dat werkt contraproductief omdat aan beide zijden de standpunten verharden.

Martin Simek’s ‘zwartjes’ in DWDD was onhandig, maar liefdevol (ja, ja, ik weet het: liefde wordt soms gegeven vanuit superioriteit). Ook onhandig en niet slim: de man enkel op dat woord ‘zwartjes’ klem zetten en zijn verweer dat het niets met racisme te maken heeft zonder een seconde na te denken van tafel te vegen. Natuurlijk gaf het feit dat Simek met een zwarte vrouw getrouwd is nuance aan zijn ‘zwartjes’. Nadenken alvorens te toeteren is niet Sylvana Simons’ sterkste kant. Simeks huwelijk met een zwarte vrouw ‘heeft er niets mee te maken’ volgens Simons. Nee, alleen het woord ‘zwartjes’ was voldoende Simek weg te zetten als een verkapte racist.

Sylvana Simons, mogelijk te ingewikkeld voor haar, diende zich te realiseren dat ze met de aanval op Simek met zevenmijlslaarzen achteruit liep in de strijd tegen discriminatie in plaats van vordering te maken. Simeks sentimenteel zachtaardige bedoelingen werden door Simons keihard gemaakt waardoor ze keiharde en vaak vulgaire oppositie op riep.

Simek hebben we sindsdien niet meer teruggezien in praatprogramma’s. Hij zat er geslagen bij en trok zich definitief terug in Calabrië. Tel maar uit je winst, mevrouw Simons. Dit was geen ‘verbinden’, haar motief om toe te treden tot politieke splintergroep DENK, maar polariseren.

Niet slim van Sylvana Simons.

Nog zo’n zelfbenoemde strijder tegen racisme en discriminatie: drammende Quincy Gario. De man ziet overal racisme en werd daardoor, evenals Simons, juist oorzaak van toenemende weerzin tegen zijn eigen persoon. Zijn tweet naar aanleiding van Rutte’s reactie op het neerschieten van MH17 was verbijsterend:

MH17 tweet Quincy Gario

 

 

 

 

 

Hij verwijderde de walgelijk racistische tweet na veel kritiek van zijn Twitter account, maar het kwaad was geschied. Dit was geen foutje, de man presenteert zich immers als een specialistische actievoerder tegen racisme. Gario’s werkelijke aard werd onthuld.

Niet slim van Quincy Gario.

Actievoerder is blijkbaar een beroep, want in het Amsterdamse loopt nog zo’n professional rond: Roy Kaikusi Groenberg die met een klein groepje Nederlands-Surinaamse medestanders op De Dam een boek van Harry Intifada van Bommel verbrandde omdat in dat boekje Prem Radakishun geciteerd werd met het woord neger. Dezelfde Groenberg die de onsmakelijke vergelijking maakte tussen Joden en geroosterd sate-vlees. Net als Sylvana Simons en Quincy Gario verscherpte Roy Groenberg de tegenstellingen.

Niet slim van Roy Groenberg.

Alledrie voeren ze discussie over en acties tegen discriminatie vanuit een ik-ben-okay en jij-bent-niet-okay stelling. Niet slim, want contraproductief. Als je je medeburgers voortdurend voorhoudt dat ze niet okay zijn, dan worden ze niet okay en ben je zelf ook niet okay.

Er is intelligentie nodig om deze dialectiek te zien.

Als je discriminatie en racisme volledig uit wil bannen, vecht je tegen windmolens. Er zullen altijd mensen zijn die de overzichtelijkheid van discriminatie nodig hebben om zich staande te houden. Zoals er ook altijd ‘strijders’ tegen discriminatie zijn die behoefte hebben aan overzichtelijkheid. Beide partijen opereren vanuit dezelfde behoefte en hebben meer gemeen dan ze zich realiseren.

Discriminatie kan een giftige veenbrand zijn. Het bestrijden van een veenbrand kost tijd, maar ik ben optimistisch genoeg om vooruitgang te zien. De op één na grootste stad van Nederland heeft een burgemeester die pas op zijn vijftiende als kind in een immigrantengezin naar Nederland kwam. We hebben in de Tweede Kamer meerdere volksvertegenwoordigers met een niet-Nederlandse achtergrond. In de diverse praatprogramma’s zijn vrijwel dagelijks mensen te zien die eerste, tweede of derde generatie nieuwe Nederlanders zijn. Die groepen zijn vertegenwoordigd in film, theater, cabaret, sport, muziek, wetenschap en onderwijs. Enkele succesvolste cabaretiers in Nederland zijn van niet-Nederlandse oorsprong. Regelmatig zien we documentaires op TV of bioscoop die gemaakt zijn door nieuwe Nederlanders. Nu loopt de reeks fascinerende en vooral dappere documentaires over vrijheid van pers door Fidan Ekiz, dochter van Turkse ouders. Bijzonder onderwijs voor nieuwe religies en bouw van moskeeën worden gesubsidieerd volgens de in ons land geldende regels. Mensen als Sylvana Simons, Quincy Gario en Roy Groenberg krijgen ruim podium om hun mening te uiten.

Er is veel vooruitgang, maar we zijn er nog niet. De weg naar integratie moet afgelegd worden door alle partijen, niet alleen door de oorspronkelijke Nederlanders. Wat voor één-op-één relaties geldt, gaat ook voor maatschappelijke relaties op: als je wilt dat de relatie verandert dan moet je bij jezelf beginnen. Van de ander eisen dat die verandert is een dood spoor.

De ideale maatschappij, vrij van alle vooroordelen, is een utopie.

Er is intelligentie voor nodig om een betere maatschappij dichterbij te brengen. Racistische tweets, verbranden van boeken en onverdraagzaamheid omdat iemand er een woord uit flapt dat je niet zint (Sylvana Simons heeft zelf patent op uitflappen) is dom en zet de klok terug.

Mehmet Murat Abdülhamit