Hollandse jongens moeten leren met onderbroek aan te douchen (Oorlog voorbij…terug naar je intolerante cultuur)

douchen met je onderbroek aan

Er is blijkbaar geen verschil tussen arbeidsmigranten en vluchtelingen.

Zodra vluchtelingen een ‘status’ krijgen wordt door de overheid en goedwillende vrijwilligers de integratiemachinerie op ze los gelaten alsof ze definitief in Nederland zullen blijven.

Ik vind al jaren staatkundige grenzen kunstmatig. Bij die overtuiging hoort dat er geen belemmering zou moeten zijn voor vrij verkeer van mensen. Een te idealistische overtuiging, zo blijkt.

Er zijn naast staatkundige en geografische grenzen ook grenzen die hardnekkig en niet te doorbreken zijn: culturele grenzen.

Uit de falende integratiegeschiedenis van afgelopen jaren is gebleken waar die culturele grenzen toe leiden: ghettovorming, discriminatie, intolerantie, onbegrip en in extremo tot agressie en terrorisme.

Gisterenavond besteedde EenVandaag aandacht aan integratielessen voor vluchtelingenkinderen. Een aandoenlijke, Nederlandse mevrouw zat voor een klas met moslimkinderen in de vroege tienerleeftijd en sprak met hen over homoseksualiteit en huwelijken tussen mannen en tussen vrouwen.

Een lacherig onderwerp; misschien ook voor veel Nederlandse kinderen op die leeftijd. Volgens EenVandaag zaken waar ‘vluchtelingenkinderen die in Nederland komen enorm aan moeten wennen’.

Het is de vraag, ik ben daar somber over, of dat ‘enorm moeten wennen’ in de moslimgemeenschap zal leiden tot een breed gedragen acceptatie. Er is pas werkelijk sprake van acceptatie als homoseksualiteit binnen de moslimgemeenschap zelf wordt geaccepteerd, inclusief huwelijken tussen partners van hetzelfde geslacht. Hoeveel huwelijken zullen er in Europa gesloten worden tussen praktiserende moslims die homo of lesbienne zijn?

De korte interviews met moslimtieners die EenVandaag uitzond waren huiveringwekkend. De kinderen toonden, ongetwijfeld met de hete adem van hun ouders in de nek, nu al hardnekkige onwil tot werkelijke integratie in de Nederlandse maatschappij. Ze papegaaiden hun ouders niet alleen over die gekke homo’s na, maar ook dat wij (de Nederlanders) maar moeten doen wat we willen, maar ‘wij doen gewoon wat wij willen’.

Een van de besjaalde meisjes ventileerde over gezamenlijk douchen na gymnastiekles of sportwedstrijd: ‘De Nederlandse jongens moeten maar leren met hun onderbroek aan te douchen’.

Je vraagt je werkelijk af wat die halsstarrige ouders er toe drijft met hun geïndoctrineerde kinderen te migreren naar een westerse maatschappij die ze diep in hun hart verfoeien en waar ze blijkbaar voorafgaand aan hun vaak riskante reis al over besloten dat ze daar niet in willen integreren.

Sterker nog: die verfoeide maatschappij moet zich maar aanpassen aan hun conservatie overtuigingen en vastgeroeste normen.

Bij mij wordt het draagvlak voor immigratie vanuit deze halsstarrige culturen razendsnel smaller.

We moeten uit humanitaire overwegingen mensen, ook uit moslimlanden, die vluchten voor oorlogen een veilig onderdak geven, maar wel een tijdelijk onderdak. Een klein duiveltje in mijn hoofd blijft overigens de vraag stellen: als je vlucht voor oorlog en geweld, waarom reis je dan door een aantal veilige landen totdat je in West-Europa bent? Waarom niet blijven in het dichts bij zijnde veilige land totdat je terug naar huis kan?

Oorlog voorbij…terug naar je land met intolerante cultuur.

Ik moet denken aan wat een bevriende student medicijnen mij twintig jaar geleden al vertelde: tijdens praktijklessen waar studenten medische handelingen op elkaar oefenden, stonden: ‘de meisjes met sjaaltjes altijd vooraan, maar wanneer hen gevraagd werd wederzijds deel te nemen aan de oefeningen mochten ze van hun geloof niet gedeeltelijk uit de kleren’.

Wie kan mij zeggen of in twintig jaar tijd de integratie zo veel succes opleverde dat er nu wel sprake is van reciprociteit bij de praktijkcollege’s medicijnen?

Ik hoor het graag.

Clifford Mead, sociologische overpeinzingen.