Het ultieme interview met politica en activiste Sylvana Simons

Bossche BolHet heeft wat heen-en-weer bellen gekost, maar uiteindelijk kwamen we tot een afspraak op ons redactiekantoor in de Rode Olifant, Den Haag. Sylvana Simons verschijnt tegen de verwachtingen in alleen. We dachten haar op een typisch Brabantse lekkernij, maar nergens beter dan bij Bakkerij Boohemen aan de Laan van Nieuw-Oost Indië, te trakteren. Hadden we niet moeten doen, want ze gaat meteen op oorlogspad.

‘Proberen jullie mij uit de tent te lokken met een Bossche Bol? Vroeger heette dat een moorkop. En dan ook nog gekocht bij een bakkerij met als adres een laan die rechtstreeks refereert aan het Nederlandse koloniale verleden. Een lekker begin. Je zult begrijpen dat ik die Bossche Bol helemaal niet hebben wil.’

We durven het bijna niet te vragen, maar zal ze haar koffie zwart drinken? Gelukkig kiest ze een cappuccino en het gesprek kan beginnen. Ze spreekt associatief en heeft geen enkele moeite met springen van het ene onderwerp op het andere. Persoonlijke aangelegenheden zijn echter een ‘no go area’.

Niet alleen wisselt ze snel van onderwerp, maar ook van taal, want haar betoog is doorspekt met Engelse termen. Voor een cliché deinst ze niet terug. Zo is de onlangs overleden popmuzikant Prince er een voorbeeld van dat: ‘genie en gekte dicht bij elkaar liggen’.

‘Mij is kwalijk genomen dat ik de uitnodiging van Prince toe te treden tot zijn entourage niet als een ultieme kans op roem zag, maar een invitatie tot deelname aan een gangbang. Daar had ik echt geen trek in. Het was mijn eerste en tegelijk laatste, zeer korte gesprek, dat ik met Prince had. Mijn kennis over hem en zijn muziek stijgt niet uit boven dat van een verre fan. Wel woonde ik later nog een concert van hem bij. Waarom mocht ik van jou niet als expert aanschuiven bij de VARA om over Prince te praten na zijn overlijden? Als het om beroemdheden gaat, heeft in principe iedereen recht om een mening te uiten. Dus ik ook. Natuurlijk begrijp ik dat zoiets ook voor mij als bekende Nederlander geldt. Helaas is het zo dat ik vrijwel nooit beoordeeld wordt op wat ik zeg, maar altijd op wie ik ben: een sterke, geëmancipeerde vrouw met een Surinaamse achtergrond. Vaak voel ik mij om twee redenen gediscrimineerd; omdat ik vrouw ben en omdat ik een Afrikaans uiterlijk heb. Ik moet altijd harder vechten dan anderen om mij gelijkwaardig te profileren. Veel van wat blanke mannen in hun schoot geworpen krijgen, respect en status, moet ik zien te bereiken via voortdurende loopgraven oorlogen. Ik heb in mijn leven niets, maar dan ook niets cadeau gekregen. Ik mag nog blij zijn dat ik een fraai uiterlijk en goed postuur heb waar menig blanke vrouw razendjaloers op is. Bovendien ben ik gezegend met een goed stel hersenen en ben ik prima in staat mijn zegje te doen. Zonder die welkome talenten maakte ik in de bevooroordeelde Nederlandse maatschappij nu de toiletten schoon op het Centraal Station. Okay, okay, misschien niet zo’n goed voorbeeld. Vang mij nu niet op mijn woorden. Ik weet dat publieke toiletten meestal schoongemaakt worden door blanke vrouwen van middelbare leeftijd. Pak me nu niet op het verkeerde voorbeeld en probeer te begrijpen wat de boodschap is, namelijk dat je als zwarte in een blank-chauvinistische maatschappij altijd aan de rand en nooit in het middelpunt staat tenzij je een topsporter of een beroemde muzikant bent. Ik in het middelpunt terwijl ik geen van beide ben? Spits gevonden hoor! Blijkbaar heb ik iets te vertellen waar heel veel mensen wat aan hebben, want anders zou ik niet tot de top tien van het lijstje talkshowgasten behoren die de redacties graag uitnodigen. Of het nu DWDD, PAUW of Umberto is. You name it, and I’ll be there.’

‘Ja, ik weet dat op die damned social media na ieder optreden van mij weer allerlei vuil gespoten wordt. Throw it over your shoulder girl, zeg ik altijd tegen mijzelf. Die negatievelingen zijn helemaal niet geïnteresseerd in de content van wat ik te zeggen heb, en borrelen over van jaloezie en racisme. Ja, ik denk echt dat er vrijwel geen tegenstanders zijn die mij beoordelen op wat ik zeg, maar dat er alleen gereageerd wordt op mijn uiterlijk en achtergrond. Na de confrontatie met Martin Simek in DWDD ging een cesspool aan racisme open. Het was shocking die Simek over zwartjes te horen praten. Zou hij accepteren wanneer ik hem witje noemde? Vooral dat verkleinwoordje maakte mij furious. Wat een slap verweer dat hij zich probeerde te verbergen achter zijn relatie met een zwarte vrouw. Dat moet wel een onderdanige auntie Tom zijn. Jij kan dan wel vinden dat Simek geen racisme kan worden aangewreven omdat hij met een zwarte vrouw getrouwd is; bij mij gaat dat er niet in. Misschien was het wel racisme dat hij met een zwarte vrouw trouwde. zo kan je het ook zien. Nee, ik ben niet geobsedeerd met racisme. Ik ben er het doelwit en slachtoffer van. De obsessie zit bij de angstige racisten. Zij zijn degenen die hun mind geblurred hebben met vooroordelen; zij zijn degenen die integratie en binding in de Nederlandse society onmogelijk maken. We hebben nu een multi-cultural society waar alle partijen moeten integreren. Wanneer ik als zwarte vrouw ook maar iets zou doen dat duidt op onwil te integreren, dan krijg ik alle spotlights op mij. Racisten die in een vluchtelingendebat Daar Moet Een Piemel In staan te schreeuwen zijn zogenaamd uitzonderingen. Zodra een vluchteling, of een Nederlander met buitenlandse achtergrond of niet-blanke etniciteit de fout in gaat wordt meteen de hele groep daar op aangekeken. Ik kan me niet herinneren dat ergens te lezen was dat alle witten nazi’s zijn omdat een kleine groep witten zich als nazi gedraagt. Natuurlijk ben ik trots op deze redenatie. Jouw neiging die belachelijk te maken is voor mij het ultieme bewijs dat je niets tot je verdediging aan te voeren hebt. Alleen al het idee dat je meent dat je je verdedigen moet tegen wat ik zeg, geeft mij een triomfantelijk gevoel. Dan maak je eens mee wat wij dag in dag uit meemaken: wij moeten ons iedere dag verdedigen. Wie wij zijn? Wij minderheden. Hoe kom je erbij dat ik te ongeduldig ben? Kom me nu niet aan met die zogenaamd goed geïntegreerde nieuwe Nederlanders. Ben jij ook zo iemand die Aboutaaleb als smoes gebruikt om succesvolle integratie aan te tonen? Burgemeester van Rotterdam, maar zou jij hem, wees eens eerlijk, als buurman willen hebben als hij niet die beroemde politicus was?’

We nemen even pauze. Simons wil geen koffie meer en drinkt zuinig van haar mineraalwater. De lippenstift laat randen achter op het glas. De inmiddels zweterig Bossche Bollen staan als symbool van haar fanatisme ons vanaf de tafel aan te staren. Ze worden door niemand aangeroerd. Zoals we begonnen, gaan we ook weer door. De vlam slaat meteen in de pan wanneer ik vraagtekens zet bij haar deskundigheid.

‘Dat hele associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne was voor mij een schimmige aangelegenheid. Dat was juist een goede reden om bij PAUW aan te schuiven toen over het referendum gesproken werd. Stond de integrale tekst van het verdrag op het internet? Dat is mij ontgaan. Ik heb mijn mening geprobeerd te vormen met wat ik op TV en radio hoorde en in kranten las. Het gaat je niets aan welke kranten ik lees. Als je mij nu onderuit probeert te halen en in een bepaald hokje duwen alleen al om de krant die ik zou lezen, dan vergis je je. Daar stink ik echt niet in. Wat is er mis mee dat ik tijdens dat gesprek bij PAUW nog niet wist of ik zou gaan stemmen en wat ik zou gaan stemmen? Dat mag jij slecht voorbereid en zelfs dom vinden; ik vind dat ik daar onafhankelijk en openhartig mijn mening gaf. Ik was niet reactief. Wat een raar verwijt. Ik had alle recht de keuzes van de andere deelnemers aan het gesprek kritisch te beschouwen ondanks dat ik zelf nog geen mening had. Daar is niets reactiefs aan. Het is een ultieme vorm van flauwheid mij nu dat gesprek bij PAUW onder mijn neus te duwen omdat ik de politiek in gegaan ben. Ik weet heus wel dat ik mij de dossiers eigen moet maken, maar niet alle dossiers. Ik ga mij straks in het parlement, ik ben er namelijk van overtuigd dat DENK tussen de vijf en tien zetels gaat veroveren, heus wel verdiepen in dossiers over onderwerpen waar ik mij mee ga bemoeien. Kinderachtig om nu te zeggen dat ik dossier-lazy was toen het over het associatieverdrag ging. Kunnen we het over wat anders hebben? Nee, het is nog niet uitgekristalliseerd wat mijn specialismen als DENK-parlementslid zullen worden. Daar ben ik nog met de gentlemen van DENK over in gesprek. Ja, gentlemen. Ik voel mij bij hun beter geaccepteerd dan waar ook. Een warm nest. Het maakt mij niets uit dat ze moslims zijn en ik heb helemaal niet het gevoel dat ik als vrouw de mindere ben. Jij bent niet de eerste die een stupid vergelijking maakt tussen de strijd tegen slavernij en de Armeense kwestie. Nee, niet genocide, kwestie. Er is een Armeense kwestie door de voortdurende beschuldigingen in de westerse pers dat de Turken zich schuldig maakten aan genocide. Waar is het bewijs, vraag ik je. Er is voldoende bewijs dat Nederland eeuwen lang een centrale rol speelde bij de slavernij. Dat kan jij geschiedenis noemen, ik noem het actualiteit, omdat er feitelijk nog dagelijks sprake is van slavernij, discriminatie, racisme en uitbuiting in onze maatschappij. Wie brengt er ‘s morgens vroeg de krant rond? Wie haalt het vuil op en maakt de straten schoon? Wie wonen er in achterstandswijken? Wie hebben een leerachterstand? Hadden we in Nederland ooit een zwarte minister? Hoe zou in Nederland gereageerd zijn wanneer Willem Alexander met een zwarte vriendin op de proppen was gekomen? Kan ik dat ook niet weten? Ik weet dat wel! Hel en verdoemenis zou worden uitgesproken. We wachten af: misschien komt Amalia straks wel met een zwarte, Turkse, of Marokkaanse liefde. De kans is overigens uiterst klein. het zal wel weer een of andere verarmde Duitse jonker zijn. Nee, dat is geen racisme van mij. Leg mij nu geen woorden in de mond!’

We ontkomen er niet aan: Zwarte Piet

‘Dat die hele zaal blanke Brabanders leeg liep omdat ik de LUL-verhalen gebruikte om mijn standpunt over Zwarte Piet toe te lichten, is zwaar overdreven. Er was een kleine groep blanken die zich op hun tenen getrapt voelde en begon te joelen. Een nog kleinere groep verliet de zaal. Het was ultiem weak van de organisatie mij de mond te snoeren en mijn verdere deelname te beëindigen. Weak, very weak. Ik leverde die avond het ultieme bewijs dat de enige zwarte die in Nederland geaccepteerd wordt een zwart geschminkte blanke is. Bijna dagelijks hoor en lees je dat de Islam een achterlijke cultuur is. Wat nou achterlijk! Jezelf zwart schminken en dan een gek taaltje uitslaan en gekke sprongetjes maken: DAT is achterlijk. Grow up, denk ik dan. Achterlijk en dom. Te dom om te begrijpen hoe kwetsend dit is voor een groot deel van de bevolking. Wanneer je tegen deze flauwekul terecht bezwaar maakt, kan je oprotten uit Nederland. Jij mag daar anders over denken, maar dat bezwaar is terecht. Kom me nu niet aan met die valse sentimentaliteit dat Sinterklaas een kinderfeestje is. Oh ja? En wie geven dat feestje van generatie op generatie door? De volwassenen. Ik geloof er niets van dat kinderen spontaan dat feestje bedenken. Dat wordt ideologisch in ze gepompt met leugens en bedrog, net zoals door dat feestje racisme aangeleerd wordt. Wij zwarten en de kinderen, blank of zwart, zijn het slachtoffer van een volwassenenfeestje. Ik heb er helemaal niets mee te maken dat op de Cariben en in Suriname Sinterklaas gevierd wordt met Zwarte Pieten. Binnen een zwarte maatschappij zal dat heus niet leiden tot racisme tegen zwarten. Ik leef als Nederlander met Surinaamse achtergrond in de Nederlandse maatschappij en constateer dat Zwarte Piet leidt tot racisme. Hoe ik dat constateer? Met mijn gezonde verstand. Nee, ik heb er geen bewijzen voor en nee, ik kan je niet verwijzen naar onderzoeken. Moet alles dan bewezen worden? Het feit dat IK er last van heb, is al voldoende bewijs. Niet alleen ik, maar de hele Surinaamse gemeenschap. Als jij andere geluiden hoort, dan hoor je die van Surinaamse Nederlanders die er voor kiezen de goede vrede te bewaren. Dat zijn Surinaamse Nederlanders waar ik mij diep, heel diep voor schaam.’

Meer over haar optredens op TV

‘Ik ben niet de denkster des vaderlands. Dat is iemand anders al. Ik ben er van overtuigd dat ik een zinnige bijdrage kan leveren aan maatschappelijke discussies en aan de verbetering van onze maatschappij. Ik verbind. Dat is mijn sterkte. Als mensen dat niet begrijpen, dan ligt dat niet aan mijn boodschap of aan mijn presentatie. Dan ligt dat aan hun racistische vooroordelen. Nog nooit zag ik een televisie-uitzending met spijt terug. Ik sta achter wat ik zeg. Nee, ik ben geen flapuit. Alles wat ik zeg is goed doordacht en goed onderbouwd. Als jij daar anders over denkt, dan moet je maar met voorbeelden komen. Nee, niet weer dat gezeur over het associatieverdrag. Dat ik Youp van ‘t Hek en Guus Meeuwis ‘typisch mannen’ noemde was geen slip of the tongue. Ik meende wat ik zei. Ze zaten daar straight te liegen over de plannen samen in Parijs op te treden. Probeer je mij nu een spiegel voor te houden met mijn typisch mannen? Natuurlijk is dat wat anders dan mannen die vrouwelijke karakteristieken generaliseren. Het is een bekend gegeven dat mannen een neiging hebben tot liegen. Doe niet zo kinderachtig met je vraag naar cijfers en onderzoeken. Ik hoef toch ook niet met onderzoeken aan te tonen wanneer een tafel een tafel is. Kom op zeg! Mijn opmerking over mannen heeft niets met discriminatie te maken. Het was niets anders dan het benoemen van een feit. Nee, ik ken niet alle mannen op deze globe, maar ken er genoeg om conclusies te trekken. Hoewel we afspraken het niet te hebben over persoonlijke zaken, kan ik je zeggen dat ik meer dan mijn deel heb gehad van wangedrag door mannen. Mijn kaak is al bijna dertig jaar gedeeltelijk ontwricht dankzij een mannenvuist. Keer op keer leverden mannen het bewijs dat ze mij, een sterke vrouw, proberen klein te krijgen. Ik heb het dan niet over moslimmannen, maar westerse, blanke mannen. Het zit in de natuur van mannen om vrouwen te kleineren en te onderdrukken. Vrouwen zijn mentaal en ethisch ver verheven boven mannen. Waarom zou ik bij die conflicten met mannen naar mijzelf kijken? Was ik degene die geweld gebruikte? Ja, die ken ik: de vrouw die de arme, weerloze man zo ver krijgt dat hij zijn handen gaat gebruiken. De smoes aller smoezen, de ultieme smoes.’

Na drie uur praten, is Sylvana Simons aan het einde van haar latijn. Van het ene op het andere moment dooft de vlam en staart ze met gefronste wenkbrauwen, zwijgend voor zich uit. Het lijkt alsof ze na haar woordenvloed in haar schulp kruipt. Heeft ze spijt van wat ze allemaal gezegd heeft? Ik durf het haar niet te vragen en beperk mij tot de vraag of ze nog iets zeggen wil.

Volkomen onverwacht, met een meisjesachtige, verlegen tederheid zegt ze: ‘Zullen we toch maar een Bossche Bol eten?’

Mr. S. A. Tire