Haat zaaien – een nonsens verwijt

Trump zaait haat, Wilders zaait haat, Marine le Pen zaait haat, Norbert Hofer zaait haat, Lutz Bachmann zaait haat..

Wat hebben al deze mensen gemeen? Ze zaaien volgens tegenstanders niet alleen haat, maar zijn ook extreem rechts. Ooit, lang geleden, leerde een geschiedenisleraar ons op de HBS (weet de generatie van na 1968, het jaar waarin Cals’ Mammoetwet werd ingevoerd, nog waar HBS voor staat?) dat politiek links staat voor veel invloed van de overheid en rechts voor weinig invloed van de overheid. Een duidelijke afbakening.

Rechts staat volgens links ook voor onverdraagzaam, conservatief, het recht van de sterkste, cultuurbarbaren, eigen volk eerst, agressie en dom. Maar dan de linkse krachten in de maatschappij: die zijn intelligent, verdraagzaam, vooruitstrevend, cultuurminnend. Echte wereldburgers.

Ben je rechts? Schaam je. Ben je links? Dan weet je in ieder geval borstkloppend zeker dat rechts van het politieke spectrum verkeerde mensen zitten. Rechts zaait haat. Dat hoor je over links zelden zeggen.

In verkiezingstijd is weinig moed nodig om affiches van zogenaamde linkse partijen als de SP, Groen Links of de PvdA achter je raam te hangen. Er is moed voor nodig om een affiche van de PVV op te hangen. Hoon zal je deel zijn, zoals de vanzelfsprekende hoon waarop Eva Jinek – wat een slechte interviewster – tegen een Amerikaanse dame die aankondigde op Trump te zullen stemmen zei: “Really”? Het politiek-correcte blondje blaatte haar impliciete veroordeling zonder maar een moment te bedenken dat een vraag naar de beweegredenen van die dame meer op zijn plaats was.

Het verwijt ‘haat zaaien’ is per definitie elitair en aanmatigend. Niemand, maar dan ook helemaal niemand die komt met het verwijt ‘haat zaaien’ zal zichzelf zien als vruchtbare bodem voor dat haatzaad. De klacht ‘haatzaaien’ wordt altijd geuit namens anderen: het domme volk waar de gezaaide haat wel eens een vruchtbare bodem zou kunnen vinden en namens de slachtoffers van de welig tierende haat in die achterlijke voedingsbodem. Driewerf arrogant dus. De zaaier wordt veroordeeld, op de ontvangers van het zaad wordt paternalistisch neergekeken en de slachtoffers van de haat mogen rekenen op bevoogdende bescherming.

Het verwijt ‘haat zaaien’ is op zichzelf haat zaaien op een vruchtbare linkse voedingsbodem. Projectie dus.

Dat proces naar aanleiding van Wilders’ stomme actie tijdens een verkiezingsavond is oliedom. Het strafrecht heeft 2 intenties: zorgen dat de verdachte niet in herhaling vervalt en algemene preventie (zorgen dat anderen dat gedrag niet na-apen). In het proces tegen Wilders was vooraf bekend dat beide intenties niet gerealiseerd zouden worden. Wilders zal zich niet anders gaan uiten en zijn aanhang groeit. De opiniestatistieken tonen dat aan.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest. Het Openbaar Ministerie en rechters mogen bij zichzelf te raden gaan en zich afvragen of ze gehandeld hebben in de geest van de strafwet.

Wilders zal het OM en de rechters dankbaar zijn.

Stephan Olmert Krates