Gerard Petrus Fieret, de Haagse gelatinezilverdruk Rembrandt

Gerard Petrus Fieret collage zelfportret

Gerard Petrus Fieret collage zelfportret

Op de Haagse boekenmarkt aan het Lange Voorhout hoorde ik 1980 van Dick Maan, grafisch ontwerper en auteur van publicaties over Paul Schuitema en Piet Zwart, dat Gerard Fieret ‘de beste fotograaf van Nederland’ was.

Ik stond 1980-1984 met antiquarische boeken op die markt en kwam daar in contact met Fieret. Hij bezocht me iedere week tegen het einde van de donderdagmiddag om lange verhalen te vertellen en af en toe zijn gedichten te declameren.

In 1984 kocht ik van Lydia Oorthuys de boekenverzameling, of wat daar van over was, van haar man Cas Oorthuys. Die verzameling vormde de basis van een catalogus Fotografie die ik herfst 1984 maakte. De boeken van Oorthuys, waaronder enkele zeldzame, aangevuld met fotoboeken die ik in de loop van de jaren zelf verzameld had, maakten die catalogus een bijzonder hebbeding. Bijna dertig jaar later toonde een antiquaar in Rotterdam mij een exemplaar van de catalogus als onderdeel van zijn naslagbibliotheek. Een onverwachte eer.

Fieret gaf mij een collage-zelfportret om te gebruiken als omslag van de catalogus (zie foto).

Kort na publicatie van de fotografiecatalogus kocht ik de eerste foto’s van Fieret. Hij vroeg per foto 100 gulden. Op een stuk karton had hij zes ansichtkaartformaat foto’s geplakt; prijs: 150 gulden. De vijf foto’s plus het karton verkocht ik enkele maanden later aan een echtpaar uit de USA dat in foto’s handelde. Ze betaalden mij de prijs die ik vroeg $ 6.000,00! Fieret kreeg wat hij vroeg, en ik een paar maanden later ook. Ik wilde een Hasselblad, een droom sinds mijn tienerjaren, kopen om dagelijks een portret van mijn echtgenote te maken. Daar is het nooit van gekomen.

Na de eerste aankoop kocht ik nog vele foto’s van Fieret en probeerde enkele te verkopen aan de verzamelaar Bert Hartkamp. Hartkamp was zeer geïnteresseerd, maar handelde liever rechtstreeks met Fieret. De miljonair Hartkamp trok Fieret een poot uit. Hij vertelde mij dat hij een hele stapel foto’s van Fieret gekocht had, maar ‘natuurlijk’ niet de prijs betaalde die Fieret vroeg. Ik vond dat destijds, en ook nu nog, niet sympathiek.

Fieret woonde in een voormalige opslag van de Gemeentereiniging in de Weissenbruchstraat, Benoordenhout, Den Haag. Zijn buren waren niet blij met hem. Begrijpelijk. Het was er een bende.

Hele dagen fietste Fieret met emmers vol voer door de stad om de duiven te voeren zonder door te hebben dat de duiven met hem mee reisden van voerplek naar voerplek. De duiven die hij voerde op Het Plein waren dezelfde als de duiven die hij voerde aan de Vijverberg, De Plaats en het Lange Voorhout. Zieke duiven gingen mee naar de Weissenbruchstraat waar ze door Fieret verzorgd werden. Ik was er bij toen hij een duif met een ontstoken gat waar ooit een oog zat vanuit een tubetje zalfde om daarna -“Misschien is het voor mij ook goed” – vanuit hetzelfde tubetje een eczeemplek op zijn voorhoofd in te smeren.

Zijn  bed was een vuile matras op de grond. De muizen liepen tussen tientallen duiven rond. Overal lag rotzooi. De foto’s waren hoog opgestapeld; de meeste aan de randen aangevreten.

Uit angst dat zijn foto’s gestolen werden en door anderen geclaimd als hun werk zette hij met viltstift in joekels van letters meerdere handtekeningen en vele stempels op de foto’s. Sanne Sannes maakte nooit foto’s; die waren allemaal gestolen van Fieret. Zijn paranoia werd in de loop van de jaren steeds erger. Ik belde hem ooit op om een afspraak te maken en hij nam op met mijn naam als pseudoniem!

Het zal ongeveer 1988 geweest zijn dat galerie Nouvelles Images in het Westeinde, Den Haag, een overzichtstentoonstelling Fieret had. Ik vernam dat pas een week na de opening en vreesde te laat te zijn. Dat was ik niet. De prijzen waren deze keer bepaald in overleg met een conservator van het Gemeentemuseum Flip Bool: 1.500,- per foto. Er was nog niets verkocht. De aanzienlijke, maar terechte inflatie van de prijzen was misschien de oorzaak. Via mijn bemiddeling heeft het Amerikaanse handelaarsechtpaar de hele tentoonstelling gekocht. Ik was deelgenoot in deze deal en vroeg aan de galeriehouder of Fieret nog meer foto’s beschikbaar had voor de verkoop.

Dat had hij, maar de sluwe vos wist zich op smerige wijze te onttrekken aan zijn afspraken met de galeriehouder. Fieret bracht tien foto’s naar Nouvelles Images. De galeriehouder belde mij en we maakten een afspraak. Toen ik me meldde in het Westeinde vertelde de verbouwereerde galeriehouder mij dat Fieret de door hem geleverde ‘vijftien’ foto’s in de galerie nog een keer wilde bekijken en woedend alles meegenomen had omdat vijf foto’s zouden ontbreken.

Een leugenachtig spelletje.

Kort daarna belde Fieret mij. Hij wilde mij foto’s verkopen en we maakten een afspraak in de Weissenbruchstraat. Hij liet mij niet binnen. We bekeken de foto’s die hij aanbood in de kofferbak van mijn auto. Stapel na stapel; allemaal tweede en derde garnituur. Ik koos niets uit. Totdat hij weer een nieuwe stapel foto’s haalde. Allemaal topwerk. Ik bekeek die foto’s blijkbaar tevreden glimlachend. “Je staat mij uit te lachen!” Wat ik ook zei, Fieret hield woedend vol dat ik hem uitlachte, haalde de ketting met hangslot van zijn deur en kwam woest zwaaiend op mij af. Ik zag hem al de ruiten van mijn auto in slaan en wist niet hoe weg te komen. Gelukkig deinsde hij iedere keer terug als ik naar hem liep, waardoor ik de kans kreeg snel in mijn auto te stappen en weg te rijden. Ik reed een blok om, wilde hem alsnog tot bedaren brengen. Hij stond bij ondergaande zon midden op de Weissenbruchstraat, wijdbeens met het kettingslot naast zijn benen hangend en maakte een verlaten indruk. Ik ben zonder stoppen door gereden.

Het was de laatste keer dat ik hem ontmoette.

De slimmerik was pissig dat ik de mindere foto’s niet kocht en flikte mij wat hij Nouvelles Images flikte: ruzie forceren om zich los te maken.

Na deze uitbarsting verkocht hij meerdere keren foto’s aan de Amerikanen. Mijn echtgenote was aanwezig bij die transacties. De ‘bezichtigingen’ vonden plaats in de brasserie van Pulchristudio waar Fieret tientallen foto’s op de grond legde en af en toe over zijn geïmproviseerde tentoonstelling wandelde.

De Amerikanen haakten na een paar bezoeken af omdat Fieret niets bijzonders meer aanbood.

Ik heb hem in de jaren daarna op afstand oud zien worden en verpauperen. Hij speelde in de Hoogstraat panfluit, op straat zittend voor slagerij Dungelmans. De fluiten maakte hij zelf. Hij was een verdienstelijk fluitist.

De Benoordenhoutse buren wisten Fieret uit zijn bende in de Weissenbruchstraat te jagen. Hij sleet zijn laatste jaren in een vrijstaand huisje in Wassenaar.

Na zijn dood werden daar honderden foto’s en duizenden negatieven gevonden.

Was hij, zoals Dick Maan zei, de beste fotograaf van Nederland? De beste fotograaf, schilder, beeldhouwer, auteur…het is iedere keer weer een nonsenskwalificatie. Gerard Fieret legde met zijn zwart-wit foto’s de Haagse zelfkant in de jaren zestig van de 20ste eeuw op unieke manier vast. Zijn foto’s waren brutaal en technisch imperfect. Door die imperfectie werden de zwart-wit foto’s schetsmatig Rembrandtiaans. Een zilvergelatinedruk Rembrandt, niet door beheersing van de techniek maar juist door de imperfectie. Hij heeft ook geprobeerd in kleur te fotografen maar kwam niet verder dan mislukte kiekjes.

Amerikaanse verzamelaars zijn kritisch op de technische kwaliteit van foto’s. De foto’s van Fieret moeten zo uniek zijn, dat de technisch slechte staat zijn relevantie verloor in de USA. Alleen dat al bewijst wat een unieke fotograaf hij was.

Vanuit technisch oogpunt was hij een slechte fotograaf, maar wel een fotograaf met een heel persoonlijke signatuur. Recht voor zijn raap, platvloers en brutaal. Als je eenmaal foto’s van Fieret gezien hebt, zal je daarna foto’s van hem altijd herkennen als echte Fierets.

Er is mondiaal slechts een handvol fotografen van wie dat ook gezegd kan worden.

Bertus G. Antonissen