Fundamentalismefobie ontrafeld

Overspelige echtgenote

Een wantrouwige en een wreedaardige echtgenoot. Roman de la Rose, Frankrijk, 1487-95. Oxford, Bodleian Library, Ms. Douce 195, fol. 66v en 60

Fundamentalistische toewijding aan een geloof was in mijn ogen nooit angstaanjagend, eerder lachwekkend. Fundamentalisme is per definitie achterlijk, want het fundament van het geloof, zonder aanpassing aan nieuwe tijden, is leidraad.

November 1961 werd een overspelig, wat een ouderwets woord, stel in Staphorst ingesmeerd met pek en veren op een mestkar door het stadje gereden. De vaderlandse pers sprak er schande van. Ongetwijfeld werd in menig fundamentalistisch-gristelijke zwarte-kousenhuiskamer triomfantelijk handenwrijvend en met instemming de gereformeerde krant gelezen.

Er werden toen nog niet via smartphones van iedere snottebel films gemaakt. Volgens mij zijn er zelfs geen foto’s van dit volksgericht.

Prinses Irene, toen nog zonder boomschors tussen haar tanden, trad 29 april 1964 in het huwelijk met de Spaanse muis en troonpretendent Carlos Hugo. Ze werd katholiek. Dat pikte het Nederlands-Hervormde wereldje niet. Felle protesten waren haar deel en ze moest voor haar huwelijksceremonie uitwijken naar Rome. Hervormde scholen in Zeeland, Zuid-Holland en op de Veluwe haalden in protest de naam Prinses Irene School van hun gevel.

Een bekend fenomeen: verfoei iemands geloof en fundamentalisme is je deel. Irene huwde in het Roomse hol van de fundamentalistisch-katholieke leeuw.

De maatschappelijke sfeer wordt altijd al verziekt door fundamentalisten, of dat nu gristenen of moslims zijn. Fundamentalistisch vastplakken aan etnische roots is ook zo’n vruchtbare bron van ellende. Zonder te ontkennen dat het bestaat, gaat het mij te ver politiek fundamentalisme te omschrijven.

Angst voor fundamentalisme wordt pas fobisch wanneer het fundamentalisme een mix is van vreemde religieuze starheid en vreemde etniciteit. Twee keer vreemd, dus dubbel eng.

Angst voor fundamentalisme, en fundamentalisme zelf, is gebrek aan vertrouwen in de weerbaarheid van de eigen cultuur. Die moslims zouden wel eens onze maatschappij kunnen gaan overnemen ten koste van onze cultuur. Wat onze cultuur ook zijn mag. Het gouden lam van onze cultuur, de vrijheid van meningsuiting, is zijn glans verloren sinds afwijkende meningen op een piemel getrakteerd moeten worden zoals tegenstanders van vluchtelingenopvang fijntjes scandeerden.

Islamofobie en xenofobie en helemaal de combinatie van beide, nu wordt het ingewikkeld, zijn fundamentalistische angsten. Door wederzijds wantrouwen graven alle partijen zich vast in het fundament van hun overtuiging. Zekerheid voor alles als remedie tegen onbeheersbare angst.

Het zou mij werkelijk worst zijn of godsdienstfundamentalisten met sjaaltjes, burka’s, chassidische bontmutsen, keppeltjes, zwarte jassen en hoge hoeden, of in kaftans over straat gaan. Ieder zijn meug. Ik vind het allemaal prima.

Mij zal het niet raken, afgezien van de verandering in ‘uitzicht’. Je voelt je met al die uiterlijke poespas uit de eerste zes eeuwen van onze jaartelling, of zelfs ouder, vervreemd in je leefomgeving. Tegelijkertijd vind ik het ook een verrijking van de wereld waarin we leven.

Fobie? Geen enkele reden voor.

Er is één grens die al die sprookjesaanbidders met hun archaïsche cultuur niet over mogen: mij hun fixatie opdringen.

Zodra dat gebeurt krijgen ze te maken met de verdediging van mijn fundamentalistisch-atheïstische vrijheid.

Het is maar dat ze gewaarschuwd zijn.

Norbertus Herschel

 

 

Please follow and like us: