Fons de Poel gidst onder aan de ladder door Europa

Fons de Poel, Blij met de buren, op gladiatorenschool (Aflevering Italië)

Fons de Poel, Blij met de buren, op gladiatorenschool (Aflevering Italië). Bron KRO NCRV

Na vijfentwintig jaar Brandpunt moest verslaggever/journalist Fons de Poel vertrekken bij deze actualiteitenrubriek omdat hij kamerlid Jesse Klaver voor snotneus uitmaakte. Klaver voelde in een kamercommissie ABN AMRO-commissaris Rik baron van Slingelandt stevig aan de tand over de salarissen in de bankensector. Bij de afkondiging van het programma over deze ondervraging verzuchtte De Poel dat Klaver een snotneus was. Fons de Poel beunhaasde af en toe bij de ABN-AMRO waardoor zijn ‘snotneus’ een zware lading kreeg.

Exit De Poel.

Hij moest op zoek naar werk en weer onder aan de journalistieke ladder beginnen. Fons trok in opdracht van de KRO NCRV Europa in om een reeks programma’s te maken: Blij met onze buren, met als centrale vraag: hoe goed kennen we onze buren eigenlijk?

Wanneer alle uitzendingen zo knullig zijn als die over Italië, zal onze kennis over de Europese buren niet toenemen, vrees ik.

Na alle prachtige documentaires over andere landen door Fidan Ekiz (De pen is machtiger dan het zwaard), Thomas Erdbrink over Iran, Ruben Terlou en Maaik Krijgsman over China, Bram Vermeulen over Turkije en Afrika, Jelle Brandt Corstius over Rusland, of Van Dis over Indonesië en Zuid-Afrika, zitten we niet te wachten op een verslaggever, journalist is te veel eer, als Fons de Poel die echt weer onder aan de ladder staat. Eerlijk is eerlijk: na Geert Mak’s In Europa, kan van niemand verwacht worden betere journalistieke, historische of sociologische documentaires over Europa te produceren.

De flutdocumentaire van Fons de Poel, deze keer over Italië, stijgt kwalitatief nergens uit boven het niveau van een door de reisindustrie gesponsorde landencommercial bij een commerciële zender. Je kijkt met kromme tenen en plaatsvervangende schaamte naar de oppervlakkige zelfingenomenheid van Nederlandse-toerist-voor-het-eerst-van-zijn-leven-in-het-buitenland Fons de Poel. Het is niet voor te stellen dat iemand die 25 jaar in dienst was van een gewaardeerde rubriek als Brandpunt zo’n van zelfkritiek gespeende, monsterlijke documentaire af durft te leveren. Niet één, maar dan ook niet één interview heeft enige diepgang. Alleen het gesprek met in Italië woonachtig voormalig-correspondent Aart Heering, een fraai staaltje journalistieke inteelt, levert iets meer dan oppervlakkige informatie op.

Je schaamt je als Nederlander voor de schoffering van de burgemeester van het stadje Sonnino. De moderne, jonge manager wordt door De Poel slechts misbruikt om te praten over idiote juridische procedures van Italiaanse macho’s tegen hun slecht-kokende echtgenote’s, of over een vrouw die een geding aanspant tegen haar man wegens falend presteren onder de klamme lappen. Hoe werkt zoiets: de burgemeester, De Poel kan zelfs het fatsoen niet opbrengen zijn naam te vermelden, wordt door de redactie uitgenodigd om te praten over zijn stad. De beste man valt in de zo langzamerhand gewoon geworden journalistieke valkuil en zet zijn beste been voor om geïnterviewd te worden door de buitenlandse TV-zender. Een grote eer voor zijn stad en voor hem. Uit een lang gesprek over van alles en nog wat waarin de burgemeester zijn stad hoopt te promoten, knipt de journalistieke aasgier twee of drie quotes die bruikbaar zijn voor het bevooroordeelde verhaal dat Italië eigenlijk een beetje een achterlijk land is.

DE Italiaan bestaat volgens amateur-socioloog De Poel, een puur Charles-Swietertje (ook uit de Brandpuntstal), niet. Het is een verzameling divers als de Romein, de Napolitaan, de Siciliaan etc. Van de Poel realiseert zich niet dat DE Romein, DE Siciliaan etc. evenzeer nonsens is als DE Italiaan. Sterker nog, na eerst ontkend te hebben dat DE Italiaan bestaat, maar een bijeenraapsel is van diversiteiten, draaft junior-verslaggever Fons vrolijk door over DE Italiaan die zo gevoelig is voor vorm en uiterlijkheid. Dit in tegenstelling tot wij Nederlanders die veel meer voor de inhoud gaan. Op dat ‘gaan voor de inhoud’ maakt Fons de Poel in deze documentaire zonder twijfel een uitzondering. Hij gaat helemaal niet voor de inhoud, maar stapelt het ene voorspelbare cliché op het andere. Het verkeer in Rome is een anarchistische bende, Italianen houden zich niet aan de regels, het rechtssysteem is dichtgeslibd, de ambtenarij is een chaos, iedere Italiaan is fanatiek katholiek, de maffia maakt de dienst uit, Italianen zijn corrupt tot op het bot, Italianen hebben een hang naar sterke leiders (en dan snel even wat beelden van Mussolini), en er gaat niets, maar dan ook helemaal niets boven het familieleven. Dat laatste wordt dan geïllustreerd aan de hand van een vormselplechtigheid in een kerk waarna de familiebrunch in een Unilever-Bertolli setting in de tuin van Mussolini’s voormalig landhuis. Met de Italianen op het feestje praat diepte-interviewer De Poel over de Italiaanse hang naar uiterlijkheid. Een man met een monumentale lorgnet op de neus gaat daar gretig bevestigend op in. De enige modieuze dandy in het gezelschap is overigens De Poel zelf met zijn lichtblauwe, linnen colbert en zijn zonnebank teint. Hij steekt af tegen de onopvallend geklede Italianen.

Werkloze intellectuelen, alle mannen hebben in Italië baarden, worden op een avondlijk plein ‘geïnterviewd’ door De Poel. De jaren vijftig/zestig Felliniaanse landerigheid druipt er van af. De gesprekken komen niet verder dan ‘we zijn hoog opgeleid’ en ‘we kunnen geen werk vinden’. Zonder twijfel een dramatisch verlies van maatschappelijke potentie. Hoe komt dat? Dat komt doordat de Italianen ‘tot hun 70ste door werken’. Het zal wel.

De interviews van De Poel komen geen millimeter verder dan de oppervlakte. De beste man spreekt geen woord Italiaans en kan met de Italianen alleen communiceren in zijn MAVO-Engels. Als je dat gestuntel ziet verlang je naar Ruben Terlou die de Langs de oever van de Yangtze documentaire maakte en gesprekken voerde in het Mandarijn alsof het zijn moerstaal is, of naar Thomas Erbrink die vloeiend Farsi spreekt, of naar Van Dis die zich zowel in het Maleis als in het Zuid-Afrikaans weet te uiten. Een kwestie van respect tegenover de gastlanden die bezocht worden. Een respect dat bij Fons de Poel ontbreekt, en niet alleen vanwege taalonmacht.

Fons de Poel draafde ook nog op in een gladiatorenschool, het Italiaans equivalent voor Japanners en Chinezen op klompen, om zich te bekwamen in zwaardvechten. Je betreurt haast dat de zwaarden houten nepzwaarden waren en De Poel ook defensieve technieken werden aangeleerd waardoor zijn kop niet over het veldje rolde.

Deze verslaggever onder aan de ladder zal in volgende uitzendingen niet mijn gids door Europa zijn.

Ferdinand Braun