Er is geen enkel bezwaar tegen het eten van honden

Tijdens de winterspelen in Zuid Korea merkte schaatser Jan Blokhuijsen aan het einde van een persconferentie op dat de Koreanen wel wat aardiger met honden om mochten gaan. Daar had Jan groot gelijk in. Vanuit publicitair oogpunt sowieso een heel goede actie want dit kwam zijn naamsbekendheid zeker ten goede. Ik had nog nooit van die Jan Blokhuijsen gehoord. Nu wel. Ik ben dan ook geen gedetailleerd volger van dat saaie rondjes rijden op schaatsen.

Jan bedoelde dat in Korea honden op het menu staan. Nauwelijks nog bij de moderne jonge Koreanen, maar voornamelijk bij oudere generaties. Moeilijk te verteren (sorry) voor westerlingen die vier maal daags vol liefde hun stoepenschijtertjes aan een riem uitlaten en die met evenveel liefde hun bron van geluk knus mee naar bed nemen.

De mens is een omnivoor. Een alleseter. Bij dat alles hoort ook vlees. Als je niet principieel tegen het eten van vlees bent, zou het inconsequent zijn als je wel principieel tegen het eten van hondenvlees bent. Het verbaast mij al mijn hele leven dat er mensen zijn die paarden een niet-te-eten uitzonderingspositie geven. Maar goed, ik ben dan ook opgegroeid met de overheerlijke boterhamworst van paardenslager Cock Nibbering aan de Weimarstraat in Den Haag.

Het gaat Jan Blokhuijsen misschien om de gedachte aan zijn eigen hond dat het eten van honden hem een gruwel is. Het is ook mogelijk, en eerlijk gezegd hoop ik het, dat hij tegen de weerzinwekkende handel in eetbare honden is omdat hij beelden heeft gezien van honden die met hun voorpoten op de rug gebonden op markten levend te koop worden aangeboden. Dierenmishandeling dus, want honden hebben geen sleutelbeenderen en het op de rug binden van de voorpoten is mishandeling. Daar kan ik Jan Blokhuijsen in volgen.

Toch beging hij met zijn bestraffend toespreken van de Koreanen een vergissing. Afkomstig uit het land met de meest intensieve veehouderij van Europa, het land waar mishandeling van dieren in megastallen verheven is tot een economisch recht, het land waar evenveel varkens gehouden worden als mensen wonen, het land waar bijna vier keer zoveel kippen worden gehouden in megastallen als er inwoners zijn, het land dat al tientallen jaren de voornaamste leverancier is van roomblank kalfsvlees voor de Italiaanse markt, het land van de vogelgriep en Q-koorts (beide gevolg van te intensieve veehouderij), het land waar per jaar tussen de 250.000 en 400.000 dieren omkomen bij stalbranden, het land dat nooit de CO2 doelen zal halen door die intensieve veehouderij…als inwoner van dat land kan je in Korea beter je mond houden over de handel in en consumptie van honden.

Doe je dat wel, dan zet je jezelf voor schut als onbetrouwbare moraalridder.

Als de kwaliteit van het leven van dieren en de wijze waarop ze getransporteerd en geslacht worden bepaalt of de consumptie ethisch verantwoord is, raad ik Jan Blokhuijsen aan zijn carnivore genoegens te beperken tot paardenvlees en het vlees van dieren die in alle vrijheid gevlogen, gerend of gezwommen hebben.

De Koreanen die er voor kiezen hun huisdier na jaren van prettig gedomesticeerd leven in familieverband feestelijk op tafel te zetten, moet hij niet voor de voeten lopen.

Die Jan Flappie Blokhuijsen toch..

Mark Cibus, voedingsdeskundige

 

Geef een reactie