Economisch-geluk zoekers

 

Beeld en Geluid, Hilversum: In de periode 1947-1963 bereikt het aantal overzeese emigranten uit Nederland een peil van 410.000, van wie de meerderheid naar Canada (147.000), Australië (119.000) en de Verenigde Staten (76.000) gaat. In totaal vertrok ongeveer 3½ procent van de Nederlandse bevolking naar overzeese gebieden. Emigratie wordt zelfs van overheidswege gestimuleerd. Belangrijke motieven vormen het sombere economische toekomstperspectief, het huizentekort en de dreiging van een derde wereldoorlog.

In 1955 vertrok de Valkenswaardse familie Verdonck van 18 personen op het stoomschip Johan van Oldenbarneveld naar Australië. Ze waren niet de enigen op dat schip. In totaal maakten 1400 Nederlanders de reis naar ‘down-under’ in de hoop een economisch beter bestaan te vinden dan in het arme, na-oorlogse Nederland. Ze zochten hun economisch geluk en veiligheid aan de andere kant van de wereldbol.

In deze migratie-tsunami, vrij naar Geert Waterstofperoxide, werden ze al door velen vooraf gegaan en velen zouden nog volgen.

In 1947 vertrok het troepentransportschip Waterman vanaf Rotterdam met honderden boeren en ‘bruidjes’ van Canadese militairen naar Canada.

Naast massale verplaatsingen vonden er ook individuele reizen plaats. Het woord ‘familiehereniging’ had in die tijd nog niet de negatieve connotatie die het nu heeft. F.K. Schoonebeek vertrok 1951 uit Halfweg, in zijn 99ste (!) levensjaar, samen met zijn 71-jarige dochter naar Zuid-Afrika om zich te herenigen met zijn jaren eerder geëmigreerde zoons. Schoonebeek zou niet meer naar Nederland terugkeren.

Het motorschip Sibajak bracht 1953 honderden Nederlanders naar Australië. In een promotiefilm van de firma Ruys & Co. wordt de luxe aan boord van het schip geprezen. Van rijen wastafels zonder tussenschot – camping idee – en douches kon de hele dag gebruik gemaakt worden. Er waren ruime lounges en eetruimtes en voor kinderen speel- en lesruimtes; voor degenen die ‘niet in een cabine zijn ingedeeld’ waren er slaapzalen met stapelbedden.

Wanneer ik de opnames van badruimtes en slaapzalen zie, moet ik denken aan de opvang van vluchtelingen in het Nijmeegse Heumensoord waar allerlei klachten over zijn. Het verschil tussen Heumensoord en Sibajak is relatief.

De Nederlandse migranten namen gebrek aan privacy en comfort op de koop toe. Ik realiseer mij: vooraf was bekend hoe lang hun scheepstocht zou duren. Die luxe overzichtelijkheid kennen de vluchtelingen niet.

Bovendien: er waren voor de Nederlandse migranten voldoende ‘Indonesische bedienden’ aan boord. Ruys & Co. is daar in de promotiefilm ronkend trots op.

In 1952 vertrokken vanaf Rotterdam acht boerenfamilies uit Noord-Oost Nederland naar Brazilië. Zij waren de voorhoede van wat uiteindelijk een Nederlandse kolonie van 300 migranten, 700 kilometer ten zuiden van de Braziliaanse hoofdstad, zou worden. Alle landbouwwerktuigen en -vervoersmiddelen gingen op het schip mee. Het inschepen van de ‘bagage’ duurde twee dagen.

In de eeuwen voorafgaand aan de na-oorlogse uittocht, reisden duizenden Nederlanders naar de koloniën. Allemaal ‘economisch-geluk zoekers’ die als de trots van de Nederlandse natie werden gezien.

Dat gold ook voor de emigranten tussen 1945 en 1965. Dat waren Nederlanders die niet bij de pakken neerzaten, maar het heft in eigen hand namen op zoek naar een ‘betere toekomst’. Overigens: gestimuleerd en gesponsord door de Nederlandse overheid.

‘VOC-mentaliteit’ zou Balkenende zeggen.

In de opbouwjaren na de Tweede Wereldoorlog werd economische gelukzoekerij gezien als Hollands heldendom. Weliswaar gedreven door economische onzekerheid, maar toch: heldendom. Emigreren dwong respect af.

Nieuwkomers naar Nederland, ook op zoek naar economisch geluk omdat hun thuisland dat niet biedt, worden niet zo positief bekeken. Integendeel: economisch geluk zoeken heeft een negatieve bijklank gekregen. Nederlandse economisch geluk zoekers in Australië, Canada of Nieuw-Zeeland waren per definitie harde werkers die een krachtige bijdrage leverden aan de economie in de gastlanden; economisch geluk zoekers die nu naar Nederland komen zijn per definitie parasieten waar wij alleen maar last van zullen hebben.

Dat Turken in Rotterdam al jaren achtereen de grootste groep nieuwe ondernemers vormen, doet aan dat negatieve beeld niets af. De nieuwe-Nederlanders zouden niet bereid zijn de tradities uit hun land van oorsprong in te ruilen voor Nederlandse tradities. Nou en? Wat te denken van alle Nederlandse verenigingen in de nieuwe wereld met hun fundamentalistisch-orthodoxe kerkgenootschappen, hun Nederlandse tradities en feesten?

Zoals altijd, is ook hier het maken van vergelijkingen dubieus. De tijden en omstandigheden zijn anders. De schaal is anders. 500.000 vertrekkende Nederlanders in 20 jaar tijd en dan ook nog naar ver uiteen liggende landen, heeft minder impact dan de toestroom van vluchtelingen en economische gelukzoekers nu.

Wereldwijd waren in 2014 zestigmiljoen mensen op de vlucht. Daarvan kwamen er zo’n 80.000 in 2014/15 naar Nederland. Op een bevolking van 17 miljoen is dat 0,6%. Relatief dus heel wat minder dan de 3,5% Nederlandse emigranten in de twee decennia na de oorlog. Alleen al in 1952 emigreerden 48.000 Nederlanders. 48.000 vertrekkers op een bevolking van nauwelijks 11 miljoen scheelt verhoudingsgewijs weinig met 80.000 op de 17 miljoen. Hoe je het ook wendt of keert: het betreft allemaal mensen die noodgedwongen hun geboorteland verlieten met alle emotie en ontvreemding van dien.

De dreiging van een derde wereldoorlog motiveerde velen te vertrekken uit Nederland. Mensen die voor een dreigende oorlog uit vluchtten. De Nederlandse zoekers naar een betere economie waren dus gedeeltelijk ook vluchtelingen.

Het is pijnlijk steeds maar weer de tokkie-mantra te moeten horen dat er geen plaats is voor vluchtelingen in Nederland en dat het ‘allemaal gelukzoekers’ zijn. Nou en?

In de Syrische burgeroorlog kwamen vanaf 2011 circa 500.000 burgers om het leven. Wie durft nu nog te beweren dat de Syriërs die onze kant op komen geen vluchtelingen, maar economisch gemotiveerden zijn?

Het schept verbazing, in ieder geval bij mij, dat het zoeken van (economisch) geluk en veiligheid verwerpelijk is. De presentatie van tegenstanders is bedroevend en schaamtelijk. Domheid aan de macht. Daar is geen rede tegenop gewassen.

Wanneer al die economisch-geluk zoekers in Nederland succesvol zijn, dan bevordert dat toch ook het economisch geluk van allen in Nederland?

Of zie ik dat verkeerd?

Mr. Jean Morve, politiek commentator.

 

 

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.