Discriminatieparanoia

Nederlandse-vlag

Mevrouw Umar, de door zichzelf meest overgewaardeerde columnist van Nederland, is weer terug in ons land. Ik onderdruk de neiging nog over haar te schrijven. Dat kan ik sowieso niet beter dan Daniëlle Pinedo en Enzo van Steenbergen vandaag in NRC Next deden onder de titel ‘Ebru Umar: het schreeuwmeisje’.

Dat mevrouw Umar blij is met dat artikel, zoals blijkt uit een Tweet van haar, toont aan dat ze werkelijk een gigantisch blad voor haar hoofd heeft. ‘Beledigen is haar tweede natuur’, aldus Pinedo en Van Steenbergen. Umar wordt geciteerd: “De clown van Nederland”, zei ze over Geert Wilders. „Een ijdel leeghoofd” over Jeroen Pauw, „Een lulletje rozewater” over Job Cohen, en „een manipulatieve despotische einzelgänger”, over Ayaan Hirsi Ali.

Al die kwalificaties zeggen niets over de slachtoffers van Umar, maar alles over haar persoontje. Pinedo en Van Steenbergen wonnen voor hun artikel zelfs inlichtingen in bij het Erasmiaans Lyceum in Rotterdam waar Umar samen met twee zussen op school zat. Ook daar was ze al iemand die kleinigheden tot grote proporties op blies. Bovendien was ze jaren later een jokkebrok over de school. Ze zat helemaal niet in een ‘allochtonenklasje’ zoals ze, als een spinnende poes zich wentelend in de slachtofferrol, beweerde.

“Is er dan werkelijk niemand in dit land die moslims duidelijk kan maken dat je best je geloof kunt aanhangen zonder dat je daar op straat mee hoeft te koketteren”, schreef Umar in een opiniestuk in NRC over een leerkracht in Laren die besloot voortaan een hoofddoek te dragen. Kijk, daar kan ik mij prima in vinden. ‘Duidelijk maken’ is wat anders dan verbieden, want daar zou ik op tegen zijn.

Deze blog gaat helemaal niet over Ebru Umar, ook al vormt ze wel een aanleiding.

Een paar weken geleden ontmoetten mijn echtgenote en ik een jongedame van 37 (op onze leeftijd vind je dat jong) waarmee we een prettig gesprek hadden. Pas na een klein uurtje praten kwamen te weten dat ze in Turkije geboren is. Haar Nederlands is accentloos, misschien een beetje Zuid-Hollands accent. Haar donkere ogen en donker haar riepen bij ons niet meteen de gedachte op te maken te hebben met een nieuwe Nederlander.

Het gesprek werd al snel min of meer persoonlijk. Dat gebeurt soms wanneer persoonlijkheden goed op elkaar aan lijken te sluiten. Vanwege haar Turkse achtergrond spraken we even over Ebru Umar, maar aan die persoon wil ik nu geen woord meer besteden.

S., vertelde over het spaak lopen van een relatie, enkele relaties. “Ik loop blijkbaar steeds tegen de verkeerde mannen aan”.

Wij wisten iemand voor haar, een leeftijdgenoot, de zoon van vrienden van wie wij hoorden dat hij maar wat graag een leuke vriendin vindt. Dus toonden wij S. een Facebookfoto van B. en vertelden haar wat over hem. “Wat een leuke man!”

Kwamen we daar onverwacht in de relatiebemiddelingsbranche terecht, want we stuurden een foto van S. naar de moeder van B. Moeder belde ons bijna juichend op en overlaadde ons met enthousiaste dankbetuigingen. “Wat leuk dat jullie aan B. gedacht hebben”.

We vertelden moederlief een en ander over S. Zij zou het doorgeven aan B. en hem attent maken op het Facebookprofiel van S.

Totdat mijn vrouw een WhatsApp-bericht kreeg van B.’s moeder:

‘Is het een Nederlandse?”

“Nee, ze is Turks”.

“Okay, Thnx”.

Waarop een doodse stilte.

Ik vertelde mijn vrouw dat ze verkeerde informatie had gegeven. S. heeft de Nederlandse en niet de Turkse nationaliteit. We voelden ons beiden niet prettig bij de vraag naar het Nederlanderschap en de daarop ingetreden communicatiestilte, dus stuurde ik een dag of tien later een mail naar B.’s moeder:

“Van M. hoorde ik dat je gevraagd hebt of S. Nederlandse is. Ze heeft een Turkse achtergrond, maar is Nederlandse.”

Per ommegaande kwam het antwoord: “Dank voor je bericht”.

Niets meer, niets minder. Er bereikten ons geen andere vragen over S. Alleen “Is ze Nederlandse?”

Zo worden wat ons betreft hoogopgeleide vrienden snel gedegradeerd tot kennissen.

Hebben we in ons land nog een lange integratie- en acceptatieweg te gaan, of heb ik last van discriminatieparanoia? Wie zal het zeggen.

Misschien is wel het ergste dat ik het niet ga vragen omdat ik bij voorbaat het antwoord niet vertrouw.

Ik moet toch maar nog eens dat artikel van Nadia Ezzeroili in De Volkskrant lezen.

Mehmet Murat Abdülhamit, correspondent Turkije

 

 

Please follow and like us: