Deutschstunde – een parallel leesavontuur

 

deutschstunde

In de nacht van 18 op 19 februari 1980 waren L. en ik in het Dijkzigt Ziekenhuis – het latere Erasmus Medisch Centrum – in afwachting van de geboorte van M.

Van de geboorte kan ik mij, hoe beschamend, vrijwel niets herinneren. Dat M. ons vierde kind is, biedt onvoldoende excuus voor dit hiaat in mijn geheugen. Ik maakte een foto van L., met een ingespannen gezicht, buik vooruit, zittend op bed. Die foto heb ik niet bij de hand, maar die staat wel overduidelijk in mijn geheugen gegrift.

De sterkste herinnering, over beschamend gesproken, die ik heb, is aan het boek dat ik las, zittend naast het bed van L.: Groepsfoto met dame van Heinrich Böll (Keulen, 21 december 1917 – Kreuzau, 16 juli 1985).

De korte Biblon Recensie over dit boek:

Tegen de achtergrond van ruim dertig jaar Duitsland geeft Boll de levensgeschiedenis van de nu achtenveertigjarige warmbloedige en sympathieke Lenie Pfeiffer, geb. Gruyten. Hij doet dit aan de hand van getuigenverklaringen en gesprekken met Lenie’s vrienden en familieleden. Zelf komt ze niet aan het woord. Met deze levensgeschiedenis levert Boll tegelijkertijd kritiek op de fouten in de maatschappij, zij die anders zijn dan Lenie, de o.w.-ers en keiharde “Wirtschaftswunder”-zakenlui. Dit alles in een zeer persoonlijke stijl geschreven en de menselijkheid waarmee het boek doortrokken is, maken het geheel tot een schitterende prestatie van een groot schrijver.

Mij staat vooral bij dat het boek dankzij imponerend taalgebruik in een razend tempo te lezen is. Je gaat van de ene prachtformulering naar de andere. Hoewel ik het las in vertaling, stond voor mij als een paal boven water dat de pen van Böll in het Duits zeldzaam vaardig was. Dat ‘als een paal boven water vast staan’ is overigens een vermoeden en niet gebaseerd op betrouwbare waarneming, want ik lees geen boeken in het Duits.

Niet het verhaal, maar de wijze waarop het verteld werd, is mij vooral bijgebleven.

Eenzelfde taalervaring had ik toen ik in de jaren tachtig (of zeventig?) van de vorige eeuw op TV Duitse les (Deutschstunde) naar de roman van Siegfried Lenz zag. Het kon niet anders: achter deze verfilming moest een boek ‘Böll-waardig’ schuilen. Ik moest en zou dat boek lezen, maar het kwam er niet van.

Begin deze eeuw, werkzaam in Dresden, vond ik Deutschstunde in een uitgave van de Süddeutsche Zeitung. Nummer 28 in een fraaie reeks ‘große Romane’. In mijn boekengretigheid – daarover later meer – wilde ik al deze bandjes kopen.

Ik koos voor Deutschstunde omdat ik die boeiende verfilming zag. Het kwam er, net zoals bij vele boekenaankopen, niet van in alle rust te zitten en lezen. Het boek kwam op de stapel gewetensnoodboeken.

In 2011 vond ik op een van mijn neurotisch-gretige strooptochten door boekenwinkels Duitse les, vertaald door Jaap Walvis. Ik kon, natuurlijk, niet nalaten die vertaling te kopen en vatte het plan op beide boeken parallel te lezen.

Al jaren mis ik een gedegen kennis van het Duits. Een extra pijnlijk gemis als je struint door de vele prachtige boekenwinkels in Duitsland. Duits lezen, lijkt om de hoek te liggen, totdat je werkelijk een boek ter hand neemt. Dan valt het tegen. Een krant of tijdschrift lezen gaat nog een beetje, maar een boek..

Dat gemis aan vaardigheid in een vreemde taal voelde ik februari 1971, op 22-jarige leeftijd, bij mijn eerste bezoek aan Mexico-Ciudad. De overdonderende muurschilderingen van Diego Rivera in het presidentieel paleis aan het Zocalo lieten, zoals dat heet, ‘een onvergetelijke indruk’ achter, maar ook de bezoeken aan boekwinkels. Duizenden boeken, miljoenen woorden, het geesteswerk van duizenden auteurs, en ik kon niets met mijn onlesbare dorst naar lezen, lezen, lezen. Boeken in een taal die je niet lezen kan, hebben een mystieke aantrekkingskracht.

Terug naar Siegfried Lenz: Deutschstunde en Duitse les, sieren als tweeling al meerdere jaren mijn boekenkast, eerst aan de Rechter Rottekade in Rotterdam, en nu ook weer in de Mr.Higgingskast in M.’s en mijn nieuwe appartement in Den Haag.

Beschuldigend staarden ze mij jarenlang aan. Beschuldigend omdat ik mijn lust tot uitvoering van het parallelle leesplan iedere keer weer liet verstoren door nieuwe leesaandachtsgebieden. Het laatste boek, krijgt de eerste aandacht. De onrechtvaardigheid van een boekenstofzuiger zoals ik.

Eindelijk is het zo ver. Verzadigd van non-fictie over Napoleon, Stalin, Mao of de dagboeken van Albert Speer, is het verlangen naar prachtliteratuur te sterk om nog langer voor Siegfried Lenz weg te lopen en is het goede moment daar aan te slag te gaan met de geschiedenis van Siggi Jepsen en zijn worsteling met een opstelopdracht over ‘de vreugden van de plicht’ (Die Freuden der Pflicht).

‘Strafwerk hebben ze mij gegeven’ (Sie haben mir eine Strafarbeit gegeben). Bij deze eerste zin van het boek zou ik al in de fout zijn gegaan en hem vertaald hebben als: U heeft mij strafwerk gegeven.

Een vergeeflijke fout, maar dan komt het:

Joswig selbst hat mich in mein festes Zimmer gebracht, hat die Gitter vor dem Fenster beklopft, den Strohsack massiert, hat sodann, unser Lieblingswärter, meinen metallenen Schrank durchforscht und mein altes Versteck hinter dem Spiegel. Schweigend, schweigend und gekränkt hat er weiterhin den Tisch inspiziert und den mit Kerben bedeckten Hocker, hat dem Ausguß sein Interesse gewidmet, hat sogar, mit forderndem Knöchel, dem Fensterbrett ein paar pochende Fragen gestellt, den Ofen auf Neutralität untersucht, und danach ist er zu mir gekommen, um mich gemächlich abzutasten von der Schulter bis zum Knie und sich beweisen zu lassen, daß ich nichts Schädliches in meinen Taschen trug.

Ik kan en wil nog lang door gaan. De muziek die deze taal maakt is in mijn geest zelfs hoorbaar bij het monnikenwerk van overtypen. Je gaat vrezen voor de Nederlandse vertaling:

Joswig heeft mij persoonlijk naar mijn eigen kamer gebracht, op de tralies voor het raam geklopt, de strozak opgeschud en vervolgens heeft onze lievelingsoppasser mijn ijzeren kast doorzocht en mijn oude bergplaats achter de spiegel. Zonder ook maar één woord te zeggen, zwijgend beledigd heeft hij verder nog de tafel geïnspecteerd en de bekraste kruk, heeft zijn ogen over de wastafel laten gaan, ja zelfs met aanmatigende knokkels de vensterbank door klopsignalen enkele vragen gesteld, de neutraliteit van de kachel op de proef gesteld en is toen op mij afgekomen om mij op zijn gemak van top tot teen te fouilleren en zich ervan te vergewissen dat ik niets gevaarlijks op zak had.

Het effect van vlot en vaardig taalgebruik, een mengeling van realistisch schrijven en lichte humor, houdt in deze eerste zinnen gelukkig ook in vertaling stand.

Er wacht mij een mooie leestijd!

Bertus G. Antonissen

Geef een reactie