Het Openbaar Ministerie eist vanaf een onbewoond eiland

Bedreiger van Wilders

Vakbondsleider Herman Bode en zijn “Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam” van 4 maart 1980 staat mij nog helder voor de geest, evenals de gruwel die ik daarbij voelde. Niet vanwege de acties door de loonslaven in de RAI – ik weet niet meer waar het over ging – maar vanwege dat volksmennen op een podium en dat scanderen door het willige voetvolk.

Nooit in mijn leven zong of schreeuwde ik mee. Ik zong of schreeuwde wel, maar dan als eenling. De enige uitzondering, en dan nog heel ongemakkelijk, is het lang-zal-ie-leven bij de verjaardag van een kleinkind. Daarmee houdt mijn inbreng bij manifestaties op.

Het Wilhelmus heb ik nooit gezongen. Niet alleen vanwege de benauwende samenzang maar ook vanwege de idiote, archaïsche tekst. Ik vertik het om tegen beter weten in te zingen dat ik van Duitse bloed ben, zoals ons bijna voltallige koningshuis, en dat ik de Spaanse koning altijd geëerd heb.

Wanneer ik die Groen Links Trudeau-imitatie Yasser Klaver (Jesse is een verzinsel) met opgestroopte mouwen zijn act op zie voeren voor een volgzame menigte, denk ik aan Neurenberg. Idem dito als Baudet spekglad glunderend van zelfingenomenheid juicht over zijn verkiezingsoverwinning. En die toehoorders, die toehoorders…kippenvel.

Het heeft mij allemaal een veel te hoog Billy Graham gehalte.

Wilders en zijn ‘meer of minder Marokkanen’ is van hetzelfde laken een pak: een walgelijke stijlfiguur.

Over de inhoud valt te praten. Context heet dat. Voor mij relevante contexten zijn Opsporing Verzocht en jarenlange ernstige bedreigingen van Wilders.

Die bedreigingen komen waarschijnlijk niet alleen uit Marokkaaanse hoek. Ik schrijf bewust ‘waarschijnlijk’ omdat ik het gewoonweg niet weet en het dus ook niet uit kan sluiten. Ik geef toe: glad ijs.

Wilders wordt al 15 jaar dag en nacht beveiligd vanwege bedreigingen, maar het aantal mensen dat wegens bedreigingen is opgepakt kan op de vingers van één hand geteld worden. Dat stemt tot nadenken. Is het amateurisme van de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie, of is het politiek gemotiveerde lamlendigheid?

Daardoor is zelfs de achtergrond van de bedreigers niet duidelijk, maar er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat die bedreigingen voornamelijk uit islamitische hoek komen. Het geloof van de liefde is namelijk een heel onzeker geloof en de aanhangers zijn niet gediend van kritiek. Wilders geeft die kritiek.

De Turkse debiel Gökmen Tanis die in een Utrechtse tram vier mensen doodschoot verwees deze week nog naar de door Wilders en Hirsi Ali gemaakte film Fitna en de geannuleerde cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed.

Aan deze context heeft het Openbaar Ministerie in het proces tegen Wilders vanwege zijn ‘Minder Marokkanen’ slogan maling. Dat OM functioneert op een in zichzelf gekeerd onbewoond eiland en is alle feeling met de maatschappij kwijt.

Iedere verdachte mag bij de beoordeling van zijn daad rekenen op contextuele verzachtende omstandigheden. Bij Wilders zijn die zonder meer aanwezig. Jongeren met een Marokkaanse achtergrond zijn immers oververtegenwoordigd in de criminele statistieken. Ook ik zou heel graag minder Marokkaanse criminelen in onze maatschappij zien. Ook ik maak me zorgen over de contaminatie van vluchtelingenstromen met leugenachtige criminelen uit veilige Noord-Afrikaanse landen.

De context van Wilders’ Marokkanen volksmenning in een Haagse kroeg is natuurlijk de problematiek met Marokkaanse criminelen en de dagelijkse bedreiging van zijn leven uit islamitische hoek.

Het is kwade opzet van het OM om die context te veronachtzamen en te doen alsof Wilders alle Marokkanen bedoelde en in het proces tegen Wilders – een proces dat nooit gevoerd had mogen worden – te komen met de waanzinnige eis Wilders een boete van € 5.000 op te leggen.

Deze kwade opzet van het OM maakt het proces tegen Wilders tot het soort politiek proces zoals zich dat in landen als Turkijë afspeelt en waar politiekcorrect Nederland veroordelend de bek over open trekt.

Van Wilders’ stijlfiguur krijg ik kippenvel; van de vervolging door het Openbaar Ministerie moet ik walgen.

Ton Cremers

Antidemocraat Kajsa Ollongren, of hoe Hans van Mierlo zich omdraait in zijn graf

Uit De Volkskrant 26 juni 2019: “Minister Kajsa Ollongren baarde opzien door het raadgevend referendum af te schaffen. Nu komt de D66-bewindspersoon met een reeks voorstellen voor bestuurlijke vernieuwing. Een ander kiesstelsel, de ‘depolitisering’ van de Eerste Kamer en wellicht stemrecht voor iedereen boven de 16. ‘Met mijn nalatenschap ben ik helemaal niet bezig.’ ”

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-democratie-behoeft-onderhoud~b95abe172/

Verder uit diezelfde krant: Het ligt sinds december op het sta­bureau van Kajsa Ollongren: het 384 pagina’s dikke rapport ‘Lage drempels, hoge dijken’ van de staatscommissie onder leiding van Johan Remkes, met in totaal 83 aanbevelingen om het parlementaire stelsel te verbeteren. Belangrijkste doel: kiezers die zich niet meer vertegenwoordigd voelen weer beter betrekken bij de democratie.

De vraag of dit humor is van deze humorloze dame is gemakkelijk te beantwoorden. Dit is geen humor.

Meteen na haar aantreden als minister verdedigde ze met verve het onverdedigbare: afschaffen van het raadgevend referendum omdat haar en haar verderfelijke partijtje de uitkomst van het raadgevende referendum over het associatieverdrag met Oekraïne helemaal niet beviel. Het verdrag dat door de oplichter met geheugenverlies, Alexander Pechtold, zo fanatiek verdedigd werd. Zo fanatiek zelfs dat hij zich in Kiev een hele dag voor de gek liet houden door de dankzij corruptie moddervet geworden president Petro Proroshenko.

En dan matigt die mevrouw Olongren zich aan dat er stappen moeten worden genomen opdat het volk zich beter herkent in zijn volksvertegenwoordigers. Blijkbaar is amnesia een echte D66 kwaal. Denkt dat domme blondje nu echt dat de hele Nederlandse bevolking door die kwaal getroffen is en de leugens en het gedraai van zowel Pechtold als haarzelf vergeten is? Denkt ze nu echt dat we haar gestuntel rondom de afschaffing van het raadgegevend referendum vergeten zijn? Denkt ze werkelijk dat we Pechtolds “sorry maar dat was ik vergeten te melden” pathologische liegen over het gratis vliegreisje naar Kiev vergeten zijn? Denkt ze nu echt dat we zijn “dit is een privékwestie” over dat cadeautje van een Canadese diplomaat – een appartement in Scheveningen – vergeten zijn? Weten wij niets meer over de in geuren en kleuren publiek uitgevochten smeerlapperij met zijn buitenechtelijke neukertje en de abortus?

Mevrouw Ollongren is hier het schoolvoorbeeld van de vos die de passie predikt (met excuses aan de prachtige vossen voor deze vergelijking). Als de Jeanne d’Arc van het digitale tijdperk trok ze ten strijde tegen nepnieuws in de sociale media en viel uiteindelijk zelf als nepnieuws door de mand.

Door deze D66 leugens, en niet alleen daardoor, voel ik me in ieder geval door deze partij helemaal niet vertegendwoordigd, maar besodemieterd.

Mijn vertrouwen in de politiek is geen snars toegenomen, integendeel, nu Alexander Pechtold een baantje is toegeschoven als projectleider bij de peperdure renovatie van het Binnenhof. Er lopen volgens mij voldoende gekwalificeerde experts rond die een dergelijke klus kunnen klaren, maar, nee hoor, volkomenen nitwit Pechtold mag het doen. De kennis over vastgoed gaat bij deze man volgens mij niet verder dan die nare belastingtruc met zijn Scheveningse appartementje.

Een schoffering van de belastingbetalers die zijn weerga niet kent.

Wedden dat de budgetten voor de verbouwing van het Binnenhof als gevolg van zijn ondeskundige aansturing met miljoenen overschreden zullen worden?

D66, een partij die geen enkele van zijn in 1966 gestelde doelen – gekozen burgemeester, directe democratie via referenda, verbetering toegankelijkheid (hoger) onderwijs – heeft behaald is nu haantje de voorste bij een quasi-democratische publiciteitsstunt.

Een chutzpah; dat is het, niets meer en niets minder. Hans van Mierlo draait zich om in zijn met alcohol gevulde graf.

Ton Cremers

Paris

De Tour de France zal nooit meer worden wat het geweest is nu de Avondetappe niet langer gepresenteerd wordt door Mart Smeets en we de ‘echt gebeurde’ geschiedenissen van Jean Nelissen niet meer horen. Smeets’ boek over Nelissen las ik een paar jaar geleden. Een ontluisterend verslag van een drankovergoten leven. ‘Jean’, want zo kende heel wielrennenvolgend Nederland hem, was een charlatan, een beetje een boef, een Bourgondiër en vooral een goed geïnformeerde verhalenverteller. De man bouwde tijdens zijn leven een onmetelijk knipselarchief dat hij ooit voor veel geld hoopte te slijten. De digitale techniek en razendsnelle informatie haalde hem in en maakte het archief onverkoopbaar.

Heimwee naar Smeets, Jean Nelissen en Dalida – de Avondetappe eindigde altijd met haar zwoele Buenas noches mi amor – doet niets af aan de innemende presentatie van Smeets’ opvolger Dione de Graaff en de Jean Nelissen, sympathiek maar een slap aftreksel, van nu: Herman van der Zandt. Dalida is om onbekende reden opgeborgen en vervangen door Edith Piaff en Paris. Zo mogelijk nog melancholieker en dromeriger dan Buenas noches mi amor.

Piaffs Paris trekt de lade vol Parijs herinneringen iedere keer weer helemaal open. Ik zie me nog als 18-jarige onbenul 1966 in mijn eentje struinen door Parijs. Onvoorbereid stapte ik in de trein om pas na aankomst op Gare du Nord te bedenken waar te overnachten. Het werd een hotelletje aan de Avenue d’Amsterdam. De volgende dag bezocht ik de grote Toutankhamon et son temps tentoonstelling in het Grand Palais. Volgens mij de eerste keer dat het bekende gouden dodenmasker van farao Toutankhamon buiten Egypte tentoongesteld werd. Zoals nog vele jaren in vele steden bracht ik mijn tijd urenlang doelloos zwervend in Parijs door.

Er volgden in de vijftig jaar na die eerste keer Parijs nog vele keren. De laatste keer, maar niet voor het laatst, in 2014 samen met M. als huwelijksreis. We huurden een appartement bovenop Montmartre en waren tussen alle toeristen een kleine week de trotse eigenaar van de buitendeur van een appartmentengebouw; alsof we er woonden.

Zomer 1980 gingen L. en ik met Th. (8) en B. (5) naar Parijs. We kampeerden ‘wild’ in het Bois de Boulogne, vlakbij de camping. Geen tent of camper, maar in de aftandse, roestige Ford Transit die ik gebruikte om in de zomermaanden wekelijks mijn boekenvoorraad naar de markt op het Voorhout in Den Haag te brengen. We waren als gezinnetje vier dagen in Parijs. L. en de kinderen moesten geduldig wachten terwijl ik boekenstalletjes en antiquariaten afstruinde.

Vier gelukkige dagen. Misschien de gelukkigste. Th. heeft mij ongeveer twintig jaar later toevertrouwd dat zijn keuze definitief naar Parijs te vertrekken onder andere door dat eerste bezoek werd bepaald.

Stemmingmakend subjectief taalgebruik De Volkskrant

uadalupe Garcia de Rayos, gedeporteerd uit de Verenigde Staten
Guadalupe Garcia de Rayos, gedeporteerd uit de Verenigde Staten

Twee berichten uit De Volkskrant van zaterdag 11 februari:

  • Mexico waarschuwt staatsburgers in VS na deportatie vrouw
  • Verdachte buitenlanders sneller uitgezet in België

Behalve dat het mij vreemd voorkomt dat België verdachte (illegale, criminele) buitenlanders uitzet ‘in’ en niet ‘uit’ het land, valt nog iets op.

Wanneer, al of niet criminele, buitenlanders zonder geldige verblijfspapieren Europese landen moeten verlaten, dan heet dat ‘uitzetten’ in De Volkskrant. Wanneer de Verenigde Staten precies hetzelfde besluiten en doen met buitenlanders zonder papieren, dan heet het in dezelfde krant ineens ‘deporteren’.

Niet alleen door de negatieve lading die de term deporteren in de 20ste eeuwse geschiedenis kreeg – de deportatie van Joden, zigeuners, homo’s en anderen naar Duitse concentratiekampen – maar ook etymologisch is deportatie een beladen woord.

De etymologiebank vermeldt onder deportatie:

deportatie zn. ‘het overbrengen naar een strafkolonie’. Vnnl. deportatie ‘verbanning’ [1561; Damhouder], deportatie “afzetting, verdraaghing, wegbanning” [1669; Meijer], deportatie, deportement “afzetting, uitbanning, wegvoering in ballingschap” [1805; Meijer], ‘overbrenging naar strafkolonie’ [1875; WNT verwijzen I]. Ontleend aan Frans déportation ‘verbanning’ [1508-17; Rey], later ‘verbanning als straf’, Laatlatijn deportatio ‘verbanning’ < klassiek Latijn dēportātio ‘vervoer, transport’, afleiding van het werkwoord dēportāre ‘vervoeren’, later ‘verbannen’. In de Tweede Wereldoorlog werd het woord gebruikt voor het wegvoeren naar concentratiekampen.

Het is geen toeval dat De Volkskrant, zo langzamerhand een dubieuze krant want gespeend van objectieve journalistiek, het uitzetten van vreemdelingen zonder verblijfsvergunning uit de USA deportatie noemt. Het moet de lezer immers koste wat kost ingewreven worden wat voor een tegen de nazi-ideologie aanschurkende regering de Trump regering is. De keuze voor stemmingmakende woorden is dan bij de Volkskrant redactie geoorloofd. De lezer wordt geïnformeerd en zonder schroom gemanipuleerd. Zo zijn de manieren van De Volkskrant; waarbij de krant haar naam blijkbaar heel letterlijk neemt en in de praktijk brengt: populistisch.

Braaf Europa, ondanks dat we een deal maakten met die verderfelijke Erdogan en ondanks dat we tienduizenden vluchtelingen laten verkommeren aan de buitengrenzen van onze unie, zet buitenlanders zonder papieren uit, maar de VS deporteert ze.

Wil je, net als ik, van dat populistische krantje af:  https://www.opzeggen.nl/krant_tijdschrift/volkskrant/opzeggen

 

Clifford Mead

Pia Zsa Zsa Dijkstra – D’66 wordt Dood ’75

Pia - levensmoe - Dijkstra
Pia – levensmoe – Dijkstra

Continue doodmoede Pia Dijkstra heeft de oplossing gevonden voor de medemens met een voltooid leven: spuiten maar.

Weliswaar goed begeleid – wat dat dan ook wezen mag – kan je soepeltjes naar graf of urn. Een luxe die niet voor iedereen is weggelegd. Je moet minstens de leeftijd van vijfenzeventig jaar bereikt hebben.

Zie je het al voor je: op je 70-ste helemaal geen trek meer langer voort te dolen in dit ondermaanse en dan van een expert, afgestudeerd aan de Hulp-Bij-Zelfdoding universiteit, van een jaar of 35 horen: “Het spijt mij voor u, maar u bent helaas nog te jong. Kom over vijf jaar maar weer terug. En, ondertussen geen geintjes. Niet zonder mijn begeleiding zelfstandig snijden, slikken, hangen, voor de trein springen of verdrinken”.

Hoe haal je het in je botte D’66 harses om hulp bij zelfdoding aan een leeftijd te binden, alsof iemand van dertig niet het gevoel kan hebben klaar te zijn met het leven. Nee, bij die leeftijd zullen hele hordes MBO-hulpverleners in de startblokken staan om je duidelijk te maken hoe mooi het leven nog kan zijn en hoe je er nog iets van kan maken. Ben je eenmaal de 75 gepasseerd, dan laten al die hulpverleners het moede hoofd zakken en zijn slechts nog beschikbaar om je de wereld uit te helpen.

Bijna symbolisch dat Dood ’75 via uitgeputte Dijkstra de categorie kiezers van boven de 75 afstoot in het weekend waarin bekend werd dat levensmoede Zsa Zsa Gabor op haar 99ste vertrok naar de eeuwige kaptafel en de limelights voor haar definitief doofden.

Ben ik tegen hulp bij zelfdoding? Absoluut niet. Waar ik even absoluut wel tegen ben is een bevoogdende leeftijdsgrens. Daar sta je straks als oudere – ik ben over ruim zes jaar ook 75 – nog volop in het leven, al of niet achter rollator of zittend op een elektrisch scootertje en ga je je iedere dag schuldiger voelen omdat je blijft vreten uit de pensioen- en AOW-ruif. Het wordt helemaal erg wanneer de volgende generatie, meestal nieuwe Nederlanders, vier keer per dag je reet af moet vegen en het stukgekookte en geblende voer tussen je vergeelde tanden moet schuiven. Dag in dag uit schaam je je meer dat je geen gebruik maakt van de Pia-Dijkstra-vampiers en niet kiest voor een eervol vertrek. Op een gegeven moment is dat schuldgevoel en de schaamte voor je gerekte bestaan zo groot dat je nog meer één ding wilt: STERVEN.

Bied mensen die vinden dat het leven voltooid is en er geen zin meer in hebben de steun die nodig is om te blijven leven of waardig te sterven, maar stop met die onzin van een leeftijdsgrens. Iedereen die nu nog niet de leeftijd van 60 bereikt heeft moet minstens tot haar/zijn 67-ste werken. Er resteren dan nog acht jaar dat je zonder schuldgevoel vrijuit mag blijven ademen en je graaiende pensioenhand ophouden. Daarna breekt de tijd aan dat je onder zachte dwang van Pia Wallen Dijkstra moet gaan denken aan de voltooiing van je leven.

Het is duidelijk: het voorstel van engerdje Dijkstra en haar liberale partijtje Dood ’75 is niets anders dan een in bedrieglijke empathie verhulde bezuinigingsmaatregel.

Ik durf het bijna niet te schrijven, maar doe het toch…wie zullen vast en zeker zich geen bal aantrekken van die door Pia geïdealiseerde levensvoltooiing vanaf je 75ste: de fundamentalistische gelovigen in de Nederlandse bible belt en de moslims in de grote steden.

Tel maar uit je winst.

Mag ik een stemadvies geven voor maart 2017: STEM NIET OP Dood ’75.

Stephan O. Krates

Nobelprijs voor onderzoekers die vermogen tot troosten bij de prairiewoelmuis ontdekten

prairiewoelmuizen

In de jaren zestig van de vorige eeuw werd in het spoor van de ‘democratisering’ alom fanatiek gediscussieerd of wetenschap geëngageerd moest zijn of juist ‘waardevrij’.

Moet er maatschappelijk engagement zijn bij de wetenschapsbeoefening, of moet wetenschap juist los van enig engagement wetenschap-om-de-wetenschap zijn?

Een moeilijke vraag die tot brede meningsverschillen leidde en onder andere tot het onmogelijk maken van een onderzoek door professor Buikhuizen naar genetische factoren bij crimineel gedrag. Heel links Nederland, aangevuurd door Vrij (die naam stemt tot nadenken) Nederland verfoeide de moderne Lombroso.

Een methodologische vraag die volgens mij niet eenduidig te beantwoorden is.

Zoals met veel kwesties, zal iedere situatie op eigen merites beoordeeld moeten worden. Wetenschapsbeoefening zal, een bescheiden mening, altijd binnen ethische kaders moeten plaatsvinden, hoe veranderlijk en subjectief ethiek ook kan zijn, maar goed…alles is immers betrekkelijk, ook wat ik hier uit mijn toetsenbord tover.

In de NRC van 22 januari werd verslag gedaan van een onderzoek aan de Emory University (Atlanta, VS) met als uitkomst dat prairiewoelmuizen elkaar kunnen troosten. Een zucht van opluchting ging door huize Krates. Eindelijk de prangende, zelfs existentiële vraag beantwoord waar wij al jaren mee worstelden. We zijn beide onderzoekers Larry Young en James Burkett intens dankbaar dat ze dit raadsel voor ons opgelost hebben. Vanaf nu kijken we compleet anders naar de geliefde prairiewoelmuis. Het gaat niet alleen om Young en Burkett, maar gloeiend van trots blijkt dat de Nederlandse primatoloog Frans de Waal ook een belangrijke bijdrage leverde aan dit boeiende onderzoek. Het is terecht dat de NRC, geheel waardevrij, via de vaardige pen van Hester van Santen ons kond heeft gedaan over de bevindingen van deze Nobelprijswaardige onderzoekers.

Hoe ontdekten ze dat de prairiewoelmuis in staat is soortgenoten te troosten? Simpel: je haalt een van de muizen uit een kooi met muizen, zet hem apart, dient hem stroomstoten toe en confronteert hem met harde geluiden totdat het beestje stinkt van de stress. Daarna zet je hem terug in de kooi met soortgenoten en wat gebeurt? Zijn makkers gaan hem likken, vlooien en troosten totdat alle stress verdwenen is. Zoiets kan je alleen maar waardevrij ontdekken, want anders zouden twijfels kunnen ontstaan over de ethiek van het onderzoek. Die twijfels kunnen we ons niet veroorloven, daartoe is het belang van dit wereldveranderende onderzoek te groot. Alles heeft zijn prijs. Het getreiterde beestje, ach wat is het belang van een prairiewoelmuisje, heeft een memorabele bijdrage geleverd aan verdiept inzicht in onze wereld.

Ik kijk met spannende belangstelling uit naar het verslag door Hester van Santen van een onderzoek waarvoor de subsidie-aanvraag inmiddels is ingediend:

Larry Young, James Burkett en Frans de Waal worden in het komende Glazen Huis ingesloten en ik, geheel op vrijwillige basis, zal een van de drie apart zetten in een nauwe ruimte met 130Db David Bowie muziek. De bezoekers van het Glazen Huis mogen, na een donatie voor het goede doel, de uitverkorene gedurende een etmaal stroomstoten toedienen. Na 24 uur zal de gestreste wetenschapper op een brancard teruggeplaatst worden bij zijn collega’s (soortgenoten) opdat het toegestroomde publiek kan observeren hoe hij gelikt, gevlooid en getroost wordt.

De opbrengst van deze unieke actie gaat integraal naar de partij voor de dieren.

Stephan Olmert Krates

 

 

Amsterdam huilt

Schermafbeelding 2016-01-22 om 09.28.01

Gisteren werd bekend dat de Amsterdamse zangeres Rika Jansen (91) in Zandvoort is overleden. Ik (1948) groeide met Amsterdam Huilt op en hoorde vanaf mijn jeugd met regelmaat, meerdere keren per jaar, dit schrijnende liedje. Mijn luisterfrequentie nam toe met de komst van internet en vooral van YouTube.

Thuis werd nooit over de WW.II gesproken met uitzondering van de programma’s van Lou de Jong die we, er was toen nog maar 1 televisienet, in een halve kring voor de TV zittend met ons hele gezin bekeken. Als ik mij goed herinner vond mijn vader die De Jong een betweter. De mannen en vrouwen, volgens mij voornamelijk mannen, uit het verzet die aan het woord kwamen waren allemaal opscheppers en jokkebrokken.

Hoe mijn vader, voor de oorlog al bij de Haagse politie, de oorlog door kwam bleef voor ons terra incognita. Een heel klein tipje van de sluier werd opgelicht door mijn moeder: zij bracht eten naar haar ondergedoken echtgenoot in de kelders van het scholencomplex aan de Zonnebloemstraat. Later zou ik daar school gaan. Cremers sr. moest op een gegeven moment van de mede-onderduikers vertrekken omdat hij overspannen raakte en een gevaar werd voor de anderen. Wat er aan vooraf ging, en wat later volgde: geen idee. Soms, heel soms, hoorden iets over de hongerwinter 1944 en dat wij, de naoorlogse generatie, geen echte honger hebben gekend. Je mocht als kind nooit zeggen dat je honger had. We hadden ‘trek’, geen honger, want honger kenden we niet. “In de oorlog, toen hadden we honger”. Aan die hongerwinter hielden we ook de mores over dat je met eten niet knoeit en het niet weggooit.

Informatie over de oorlog kregen we van Lou de Jong; de emotie van de oorlog kregen we via Rika Jansen, ik heb nooit geweten dat ze Zwarte Riek werd genoemd, en haar ‘Amsterdam huilt’.

Amsterdam huilt werd in 1964 geschreven door Rika’s partner Kees Manders. Rika werd geboren aan de Brouwersgracht en maakte de armoe tijdens de crisis van de jaren 1930 mee en zag met eigen ogen het wangedrag van de Duitse bezetters in haar wijk. Iedere keer wanneer ik haar liedje hoor, voel ik woede over het Herrenvolk in de jaren 1940-1945.

In DWDD was de dag waarop haar overlijden bekend werd te horen wat een zware maand januari 2016 is: David Bowie en Glenn Frey (Eagles) overleden. NIETS over Rika Jansen. Later op de avond komt Matthijs van Nieuwkerk bij Eva Jinek als een geile bakvis verslag doen over het mogelijk laatste concert van Charles Aznavour, en wederom horen we hoe erg het is dat Bowie en Frey deze maand de pijp aan Maarten gaven. Weer NIETS over Rika Jansen. Elitair verzwegen. Jammer.

Het overlijden van Bowie noch van Frey was voor mij, wat een cliché, de ‘afsluiting van een tijdperk’. Het overlijden van Rika Jansen ook niet, maar wel een moment van droevige mijmeringen over mijn eigen jeugd.

Ik schreef mijn kinderen dat Rika Jansen overleed en stuurde hen de Amsterdam huilt YouTube link.

Th., de oudste reageerde via de mail met een Joods mopje:

“Pappa, wat is misjpoge; kan je dat eten?”

“Nee jongen, dat kan je niet eten, maar je kan er wel heel misselijk van worden”.

Mazzel en broche Rika.

Bertus G. Antonissen

Bizarre bedrijfscultuur – falende museumdirecteuren worden in de watten gelegd

Cellini - Saliera di Francesco I (Vienna, Kunsthistorisches Museum)De afgelopen 15 jaar werd de museumwereld een aantal keren geconfronteerd met zeer ernstige schade veroorzaakt door lethargisch beleid van museumdirecteuren. Consequenties van falen door eindverantwoordelijken hoort niet tot de bedrijfscultuur van musea. Je vraagt je af waarom. Het vermoeden dringt zich op dat consequenties uitblijven omdat het falen gevolg is van een keten falende verantwoordelijkheid van subsidiegever, bestuur, raad van toezicht tot de eindverantwoordelijke directeur.

In de profit sector komt het regelmatig voor dat ondeskundige managers hun biezen moeten pakken. Ik geef toe: dat biezen pakken gaat nogal eens gepaard met een financiële douceur waar menig werknemer in dienstverband van smult. Wie wil er niet als een Rijkman Groenink genoodzaakt worden de werkjas aan de wilgen te hangen? Rijkman – what’s in a name – zou later spreken over rampjaar: 2007, het jaar waarin hij door de vijandige overname van de ABN AMRO bank een beloning van een slordige 30 miljoen euro in de schoot geworpen kreeg. Bij zijn vertrek kreeg hij twee jaarsalarissen mee en zijn optie- en aandelenbeloningen bleken in één klap zo’n 26 miljoen euro waard. Je zou bijna medelijden krijgen met de man, vooral omdat het volk nog jaren kritiek bleef spuien over dit riante afscheidscadeau. Groenink, een verklaard tegenstander van absurd hoge bonussen in de bankenwereld – een beter voorbeeld van een vos die de passie predikt is niet denkbaar – ziet het geld dat hij kreeg als genoegdoening voor het onverteerbare feit dat ABN Amro in 2007 tegen zijn zin werd overgenomen en opgeknipt. Een jaar later bleek niet alleen de ABN AMRO bank er een bende van te hebben gemaakt, maar dat vrijwel de hele bankenwereld wegens egoïstisch, zelfverrijkend management door de mand viel. Er rolden vele volgevreten koppen op alle niveaus in de bankenwereld.

Hoge vertrekpremies zijn in de profit sector minder sociaal aanvaard dan voorheen, maar worden wel nog verstrekt. Falen loont in veel gevallen op financieel aantrekkelijke wijze. Niet goed functioneren? Wegwezen en tegelijk de schaapjes op het droge.

Als ik Rijkman Willem Johan Groenink tijdens de vernissage op The European Fina Art Fair (TEFAF) in Maastricht in zijn maatkostuum en met zijn ijdele haarbos, net onder de droogkap vandaan, rond zie stappen, kan ik niet nalaten te denken: “Met belastingcenten volgepropt varken dat je bent!” Belastingcenten omdat zijn omvallende bank met miljarden belastinggeld overeind moest worden gehouden.

Zo lang die bonussen en vertrekpremies betaald worden uit de winst die bedrijven maken, is dat hoogstens zeer pijnlijk voor de werknemers die alleen via zeer moeizame CAO-onderhandelingen een enkel graantje meepikken van het succes. Erger nog: niet zelden stapt de CEO met een zak vol geld de deur uit vlak voordat een faillissement wordt uitgesproken. Werknemers en leveranciers in verbijsterde armoe en werkloosheid achterlatend.

Maar dan de museale non-profit sector. Geen, voor zover ik weet, klinkende gouden handdrukken bij falend beleid. Nee, erger nog: falend beleid heeft helemaal geen gevolgen voor de eindverantwoordelijke directeur.

Je ‘halve museum’ leeggeroofd in Hoorn (2005)? Je liegt in de pers en op bijeenkomsten van de Museumvereniging dat je een geavanceerde beveiliging had, maar helaas geslachtofferd werd door ‘professionele criminelen’. Dat zijn twee vliegen in 1 klap: liegen over zowel de beveiliging als over de professionaliteit van de criminelen. De vraag dringt zich op: hoe komt het dat je na een inbraak ineens expert lijkt te zijn over de professionaliteit van de criminelen, maar nooit zelfs maar het initiatief nam iets te doen aan je beveiliging? Helemaal een gotspe: nadat deze directeur – ik heb het over raaskallende Ruud Spruit – door het ijs zakte als buiten-de-deur-beunhazende broodschrijver en programmamaker, vertaalde en verziekte hij een boek over gestolen kunst. Alles, werkelijk alles, dat Beun de Haas toevoegde aan het oorspronkelijke boek is gelardeerd met nonsens en fouten. De inleiding die hij schreef in dit slordig geproduceerde boek, een onvervalste commercial voor het Art Loss Register (een particuliere onderneming met winstdoelmerk), geurt naar hoerige journalistiek. Had al dat falen en gesjoemel van Ruud consequenties? Wie zal het zeggen. Ongeveer een jaar voor zijn pensioen verdween hij met stille trom uit het museum, overeind gehouden door wethouder van cultuur Tonnaer. Volledig onbegrijpelijk: na de omvangrijke diefstal uit het Westfries Museum meldden zich diverse museumdirecteuren die het allemaal zo sneu vonden voor Ruud dat ze hem aan de borst namen en ongevraagd schilderijen in bruikleen aanboden om de gaten in het museum op te vullen. De Museumvereniging ging op de uitnodiging van Ruud in om in zijn museum de sectie Veiligheidszorg te presenteren. Ben ik nu gek geworden? Laat ik deze vraag meteen beantwoorden: Nee, dat ben ik niet. Het hermetische, zichzelf beschermende museumwereldje toonde hier symptomen van gekte. (Ruud organiseerde ooit een Karel Appel tentoonstelling en kreeg, als directeur van het museum, van Appel als dank een schilderij cadeau. Waar is dat schilderij?)

Hoe kon dit slecht beveiligde museum verzekerd zijn? De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Een unieke situatie? Van geen kant. Na de inbraak en diefstal in het Museon Den Haag (2002) waar een tentoonstelling met diamanten sieraden werd gedecimeerd door criminelen, kreeg toenmalig directeur Bert Molsbergen van allerlei kanten het aanbod sieraden in bruikleen te nemen om de tentoonstelling weer aan te vullen. Ben ik nu gek geworden? Nee, nee, nee. Het ‘wereldje’ vertoonde ook daar trekken van acute verstandsverbijstering. De verzekeraar weigerde de schade te vergoeden omdat de beveiliging middeleeuws was. Een terecht besluit. Maar, hoe kwam het dat de verzekeraar deze slecht georganiseerde tentoonstelling in verzekering nam? Hier gaat het deksel van een kwalijk riekende beerput open. De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope. Twee weken voordat in het Museon werd ingebroken vertelde een medewerker van AON Artscope mij dat de beveiliging van de tentoonstelling ‘om te huilen’ was. Vreemd, heel vreemd. Waarom bracht deze makelaar de tentoonstelling zonder eisen te stellen onder bij een verzekeraar? Laat ik hierover niet fantaseren. Of toch een beetje: had het misschien iets te maken met geld verdienen en duimen dat er niets fout zou gaan? Wie zal het zeggen. Hoe het ook zij: de Portugese kroonjuwelen die gestolen werden, zijn nooit meer teruggevonden, evenmin als alle andere gestolen sieraden.

Had dit falen gevolgen voor de verantwoordelijke managers in het museum? Wie het weet mag het zeggen. Ik weet het, maar zeg het deze keer niet.

Jaar-in-jaar uit niet in staat een honderden miljoenen kostende verbouwing van het Rijksmuseum vlot te krijgen als eindverantwoordelijke? Ik las in geen enkele krant dat de grootste financier van deze verbouwing en tevens eigenaar van de collectie en gebouwen consequenties uit dit onvermogen trok. Nee, Ronald de Leeuw vertrok met stille trom, omdat hij ‘meer tijd voor zichzelf wilde hebben’. Wat??! Vijfenvijftig jaren jong en bedeeld met de meest prestigieuze baan in de Nederlandse museumwereld, een van de meest prestigieuze banen in de internationale museumwereld, en dan in de bloei van je carrière aan je stutten trekken omdat je meer tijd voor jezelf wilt hebben? Binnen een wereld gebouwd op creativiteit en kunstzinnigheid had ik een wat originelere smoes verwacht. Werd Ronald de Leeuw onder druk van het ministerie de laan uit gestuurd? Geen idee. Collectie en gebouwen zijn weliswaar eigendom van de staat, maar het toezicht ligt in handen van de zelfstandige Stichting Het Rijksmuseum. Ronald de Leeuw vormde in zijn eentje het bestuur van deze stichting onder toezicht van een commissie zeer wijze mannen en vrouwen (onder andere de huidige directeur Wim Pijbes). Kreeg Ronald een financiële douceur mee? Laat ik niet te veel suggestieve vragen stellen, want ik weet niet wat er gebeurd is. Echter, niemand kan mij verkopen dat er geen relatie is tussen dat vroegtijdige vertrek, na een kort dienstverband, van Ronald de Leeuw en de stagnatie bij de verbouwing. Laat ik het er op houden dat mijn zeer persoonlijke overtuiging is dat RdeL zorgvuldig beschermd door het Rijksmuseale netwerk genoodzaakt was het hazenpad te nemen.

Brand (2007) je gehele museum af en komt de aap uit de mouw dat je geen calamiteitenplan had, dat er geen duidelijke afspraken waren met externe hulpverlening zoals de brandweer, dat er dakwerkzaamheden plaatsvonden terwijl je de belangrijkste tentoonstelling uit je tienjarig bestaan organiseerde en dat er over die werkzaamheden onvoldoende afstemming was met de gemeente? Geen probleem. Het museum – Armando Museum in de Elleboogkerk in Amersfoort – is na de brand van de aardbodem verdwenen samen met de in het museum aanwezige collectie, inclusief kostbare bruiklenen. De verantwoordelijke directeur, Gerard de Klein, raakte door zijn falen zijn museum kwijt en daardoor zijn baan. Geen reden tot zorg: binnen de kortste keren werd binnen de museumwereld weer een directeursbaantje voor hem gevonden, en wel van museumgoudA (let wel: deze maffe spelling is niet mijn vondst). Gerard haalde binnen de kortste keren weer het nieuws door de twijfelachtige veilingverkoop om de museale kas te spekken van een Marlene Dumas schilderij. De inbraak in zijn museum en de diefstal van een monstrans is hem niet aan te rekenen. Wel ben ik natuurlijk heel benieuwd wat Gerardje gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Hoorde of las ik kritische vragen over het functioneren van De Klein in Amersfoort? Hoorde of las ik kritische vragen over het wanbeleid van Spruit in Hoorn. Werd Bert Molsbergen persoonlijk aangesproken over de uiterst slechte beveiliging van de tentoonstelling in het Museon? Hoorde of las ik kritische kanttekeningen bij het verbouwingswanbeleid van Ronald de Leeuw? Niets van dat al. Ik zag wel meeleven op het medelijdende af, verhulling van falen, idiote aanbiedingen van bruiklenen aan geslachtofferde musea. Hoe vreemd kan het lopen.

Is bovenstaand overzicht compleet? Nee, er is nog een museum met een ‘geavanceerde beveiliging’ waar een stelletje Roemeense kruimeldieven met het grootste gemak hun slag sloegen (2012): De Kunsthal (strikt genomen geen museum) in Rotterdam. Alsof het de diefstal uit een onbeveiligd rijtjeshuis betrof gingen die jongens aan de haal met een aantal beroemde meesters, maar aan de beveiliging mankeerde volgens directeur Emily Ansenk helemaal niets. Die was dik op orde. Hoe bont kan je het maken. Dacht mevrouw Ansenk werkelijk dat de buitenwereld, inclusief ondergetekende, die Spruitiaanse bluf zou slikken voor zoete koek? Niet alleen gefaald als eindverantwoordelijke voor het veilig tentoonstellen van kostbare bruiklenen – maling aan de gedupeerde bruikleengevers – maar ook nog minachting voor de pers en de buitenwereld. Had dit voor de positie van Ansenk gevolgen? Natuurlijk niet. Waren er dan helemaal geen gevolgen? Ja, binnen een dag werd de geavanceerde beveiliging nog geavanceerder gemaakt door op voor ramkraak kwetsbare plekken rondom het gebouw betonnen plantenbakken te plaatsen en anderhalf jaar later vond er een aanzienlijke ingreep plaats in het gebouw om onder andere de ‘klimaatbeheersing te moderniseren’.

Oh ja, voordat ik het vergeet: wie was de verzekeringsmakelaar? Juist: AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Vooruit, om af te sluiten nog een kleintje: het Natuurhistorisch Museum, buur van Ansenk. Daar werd ingebroken (2011) en de kostbare hoorn van een neushoorn werd gestolen. Hoe was dat mogelijk? Dat was mogelijk doordat de beunhazende (ja, Ruud Spruit staat niet alleen) directeur een advies van de politie in de wind sloeg. Meneer Jelle Reumer had geen boodschap aan de hausse aan inbraken in natuurhistorische musea waar een, vermoedelijk Ierse, bende zich richtte op deze hoorns. Reumer wilde het de scholieren niet aan doen dat ze moesten kijken naar een kopie van kunsthars. Nee, ze moesten het echte werk zien en niets anders. Jammer, heel jammer dat dat echte werk er nu niet meer is. Was er enig kritisch geluid te horen over Jelle? Niente, nada. Wat Jelle wel deed: mij een aanmatigende mail sturen omdat ik mij kritisch uitliet over zijn wanpresterende buurvrouw en over zijn maatje Ruud Spruit. Het zij hem vergeven. Ook Jelle heeft op z’n tijd recht de ratio uit het oog te verliezen en neer te donderen in een emotionele afgrond.

Is bovenstaand overzicht volledig? Nee. Moet ik door gaan? Een volgende keer. Er is meer, veel meer in binnen- en buitenland. Erger nog: de lijst zal, zo vrees ik, in de toekomst groeien.

Ton Cremers

 

Bron: Bizarre bedrijfscultuur – falende museumdirecteuren worden in de watten gelegd | ton cremers

KANTTEKENINGEN BIJ DE MEDIAHYPE RONDOM HET WESTFRIES MUSEUM

kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum

by Ton Cremers

De afgelopen week werd, in ieder geval in Nederland, het nieuws voor een aanzienlijk deel bepaald door de hype rondom de gestolen schilderijen uit het Westfries Museum in Hoorn.

Er zou zich een militante splintergroep bij de Nederlandse ambassade in Kiev gemeld hebben met het aanbod de schilderijen tegen betaling terug te bezorgen. Van een van de schilderijen werd een foto getoond met daarop een exemplaar van een recente krant. Gemakshalve ga ik er vanuit dat dit niet een digitale bewerking, oplichterij, betreft, maar een werkelijke foto.

Je zou verwachten dat deze kwestie in handen werd gegeven van Interpol, de Oekraïense en de Nederlandse politie. Misschien gebeurde dat ook, echter: het geslachtofferde museum kreeg volgens de directeur uiteindelijke de vrije hand bij de onderhandelingen met de huidige bezitters (niet ‘eigenaars’ zoals ik een ‘expert’ hoorde zeggen) en schakelde een private, commerciële partij in.

Deze partij die zich afficheert als kunstdetective, historicus, kunst- en antiquiteitenexpert, kunstaankoopadviseur, vervalsings- en provenancedeskundige – veel talenten verzameld binnen een enkele persoon – toog naar de Oekraïne om namens het museum te onderhandelen over de terugkeer van de schilderijen.

Helaas leverden die onderhandelingen niets anders op dan een spannend relaas over gevaarlijke criminelen en militairen en zelfs de Oekraïense geheime dienst. Smullen in de media.

De onderhandelaar kon in Oekraïne geen overeenstemming bereiken over de waarde van de gestolen kunst en een aan die waarde gerelateerd te betalen bedrag om de schilderijen terug te krijgen. Geheel in overeenstemming met de geldende (juridische) mores kon slechts gesproken worden over een vergoeding van door de schilderijengijzelnemers gemaakte kosten. Het is immers niet gebruikelijk, en in vele landen zelfs in strijd met de wet, aan dieven of helers te betalen voor het terugkrijgen van gestolen goederen.

Het museum zou bereid zijn € 50.000,00 op tafel te leggen, terwijl de criminele bezitters meenden dat de schilderijen totaal 50 miljoen euro waard zouden zijn. Een telefoontje naar Oekraïne was voldoende geweest om te constateren dat hier sprake was van een onoverbrugbaar gat en dat onderhandelingen bij voorbaat gedoemd waren te mislukken.

Dus: veel opgewonden tam-tam in de media over een ballon, want er werd geen resultaat bereikt.

Er is bovendien geen enkele duidelijkheid over de verblijfplaats van de schilderijen, noch over de staat waarin ze verkeren. Het ene schilderij waar een foto van getoond werd, verkeert kennelijk in een slechte staat. Over het hele schilderij lopen verticale vouwen omdat het te lang opgerold is geweest.

Voordat de reis naar Oekraïne werd gemaakt, ware het zinnig geweest indien vanuit Nederland, en dan liefst door professionals, onderhandeld werd over de haalbare financiële marges en had toch minstens de eis gesteld moeten worden dat foto’s werden getoond van alle schilderijen.

Het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich in een ander land bevinden dan nu beweerd wordt. Sterker nog: het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich niet onder de controle bevinden van degenen die dachten miljoenen euro’s in de wacht te slepen. Of, het ergst denkbare scenario, dat de overige schilderijen niet meer beschikbaar zijn.

In zijn persconferentie deze week verklaarde directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum dat de publiciteit gezocht werd om het de criminelen onmogelijk te maken met de schilderijen de markt op te gaan.

Na de inbraak zondag 9 op maandag 10 januari 2005 werden foto’s van de gestolen schilderijen over het internet verspreid. Van niet alle schilderijen waren kleurenfoto’s beschikbaar. Geen beste beurt van het museum (kleurenfotografie is vanaf 1960 de norm; blijkbaar slaagde het museum er in een halve eeuw niet in de registratie op orde te krijgen).

Dat het beleid van Geerdinks voorganger Ruud Spruit op meer terreinen faalde was op museumbeveiliging.com herhaaldelijk onderwerp van kritische beschouwing.

Ik duim dat alle schilderijen in bezit zijn van de criminelen waarmee onderhandeld werd en dat ze terugkeren naar het beroofde museum.

Of het museum dit in zijn eentje, buiten officiële internationale instanties om, gaat redden, betwijfel ik zeer.

Ton Cremers

 

Prins Context von Amsberg

Prins Constantijn reikte 2 december 2015 de Grote Prins Claus Prijs (100.000 euro) uit aan de Iraanse fotografe Newsha Tavakolian, omdat zij een voortrekkersrol speelt in de cultuur en ontwikkeling van haar land. Zij woont in de Iraanse hoofdstad Teheran samen met de Nederlandse correspondent Thomas Erdbrink.

Technologie brengt de wereld dichter bij de mensen, maar leidt ook tot steeds meer “verwarring”, aldus Constantijn in het Koninklijk Paleis.

“We zien onbegrijpelijke en verontrustende beelden van gebombardeerde steden, opgeblazen monumenten en executies in Syrië, vluchtelingenstromen in Griekenland, Turkije, Jordanië en Libanon en terreuraanslagen in Parijs, Nigeria en Beiroet”, aldus Constantijn.

Datgene dat ver weg gebeurt, komt volgens de prins in onze eigen huizen, en bij wat dichtbij is, kijkt de hele wereld mee. “We hebben een mening over Afrikaanse leeuwen en Amerikaanse tandartsen, en zijn verrast over de wereldwijde verontwaardiging over de Zwarte Piet-discussie in Nederland. We zijn snel geschokt en willen snel een oordeel vellen, zonder de context te weten.”

Een mening over Afrikaanse leeuwen en Amerikaanse tandartsen zonder dat we de context kennen? Wat voor context moeten we hierbij kennen, meer dan de overduidelijke feiten?

Een puissant rijke smoelensmid geeft $ 50.000,00 uit om in Zimbabwe met zijn handboog een oude leeuw zwaar te verwonden om hem daarna twee dagen te achtervolgen en uiteindelijk met een geweerschot uit zijn lijden te verlossen. Wat voor context is hierbij nog nodig om diepe verontwaardiging te rechtvaardigen? Geen enkele! Hoeveel context wil die Von Amsberg junior eigenlijk hebben?

“We zijn snel geschokt en willen snel een oordeel vellen..” Wie bedoelt Constantijn hier? Is ‘we’ de gemiddelde Nederlander? Lijkt mij een niet onderbouwde bewering door Constantijn, want waar is deze kwasi-feitelijkheid op gebaseerd? Gebruikte Constantijn Context von Amsberg misschien majesteitelijk meervoud en tracteerde hij de toehoorders slechts op zijn persoonlijke, contextloze geblaat?

Prins Context Constantijn toont zich een waardige kleinzoon van zijn criminele – steekpenningen opstrijkende – schizofreen teutoonse grootvader die maar al te graag zijn bleke spillepoten in korte broek op een door hem afgeschoten Afrikaanse jachttrofee plantte. De hufter liet zich trots fotograferen met de slagtanden van een vermoorde olifant.

Diezelfde walgelijke en onbetrouwbare anjerboer vierde periodiek zijn moordlust op gekweekte fazanten in een afgeschermd gebied in de Haagse duinen. Mag ik daar misschien ook geen mening over hebben omdat ik de context niet ken? Ik heb daar helemaal geen context bij nodig. De feiten spreken voor zichzelf.

Herr von Amsberg junior kletst werkelijk uit zijn arrogante nek met die contextpraatjes.

Hetzelfde contextverwijt werd in het verleden gemaakt door het Zuid-Afrikaans apartheidsbewind: de protesterenden in Europa en de VS kenden de lokale context niet. Protesten tegen de oorlog in Vietnam: we kenden de context niet en moesten onze mond houden volgens Jozef Luns. Protesten tegen de neutronenbom: context, dames en heren, context. Geen kernkoppen in Nederland: als je de geheimzinnige context maar kent, zal je niet tegen zijn. Walvisvangst: context! Kolencentrales: context!

Gewauwel over ‘de context niet kennen’, is het stokpaardje van anti-democratische nepautoriteiten die niet gediend zijn van kritiek. Politici die door eigen uitspraken in het nauw gedreven worden, beroepen zich vaak op onwetendheid over de context bij critici. Te loslippig geweest in een interview en geconfronteerd met eigen raaskallen? Niets aan de hand: “Citaat is uit zijn context gerukt”, en klaar is Kees.

‘Uit zijn context’ is geworden tot een eufemisme voor “Hou je mond want je weet niet waar je het over hebt”. We konden dankzij Constantijn weer eens ons geliefde koningshuis achter in de elitaire keel kijken.

Wist Constantijn von Amsberg wel wat hij uitkraamde? Is er dan niemand in zijn omgeving geweest die zijn simplistische speech vooraf las en hem tegen zichzelf beschermde? Blijkbaar niet.

“We willen snel een oordeel vellen, zonder de context te weten”. Borrelpraat. niets meer en niets minder. ‘We’ noch ‘context’ is gedefinieerd. Op http://www.encyclo.nl/begrip/context zijn 20 definities van het woord context te vinden, echter geen enkele waar de koninklijke kletsmajoor in te herkennen is.

Een leuke studieklus voor deze belastinggeldsteuntrekker tijdens de donkere decembermaand.

Als er ooit een tijd is geweest waarin ‘we’ uitgebreid geïnformeerd werden over context, dan is het wel in de huidige met ‘real time’ TV-verslagen van gebeurtenissen wereldwijd, het ene praatprogramma na het andere met gespecialiseerde commentatoren, vele sociale media en 24/24 mogelijkheid tot het ontvangen van informatie uit alle hoeken.

Thomas Erdbrink, echtgenoot van de door het Prins Clausfonds onderscheiden fotografe Newsha Tavakolian, bezorgde ons week na week als ‘Onze man in Teheran‘ fascinerende context waarop we een genuanceerde mening konden vormen over Iran. Genoeg context? Het zal nooit genoeg zijn.

Constantijn moet zich realiseren dat een grote hoeveelheid, desnoods beperkt onderbouwde, meningen gezamenlijk ook context vormt.

Net zoals zijn mening in de speech van gisteren gezien moet worden in de context van geboorterechtprivileges en gebrekkige sociale vaardigheid. We (=ik) mogen het hem eigenlijk niet kwalijk nemen. De man torst vanaf zijn geboorte de zware last van een sociale handicap mee.

Leefde Constantijn al die jaren, sinds zijn start in de bevoorrechte wieg, onder een steen en mist hij zelf de actuele maatschappelijke context?

Je zou het haast denken.

Constantijn heeft met zijn vermaledijde speech overduidelijk aangetoond, zijn broer koning Willem Alexander is er ook een voorbeeld van, dat de wieg waar je in gelegen hebt geen garantie is voor sociale intelligentie, maar eerder een handicap. Ik geef ‘ook maar een mening‘.

Wereldvreemd en mateloos arrogant, een andere conclusie is niet mogelijk. Laat het domme volk, want men kent de context niet, zijn mond houden, zeker wanneer het gaat over de dierenmishandelingspraktijken door een Amerikaanse tandarts (Prietpraat Constantijn had het over tandartSEN, maar aan die generalisatie wil ik mij niet bezondigen).

Postuum wordt opa-playboy Bernard en zijn walgelijke jachthobby door Constantijn verdedigd.

Opa zal apetrots – sorry, ik kon het niet laten – op hem zijn.

Hoeveel landen ter wereld hebben nog een koningshuis?

Wij leven met die Duits-Argentijnse kliek in een achterlijke bestuurlijke cultuur; opgezadeld met die wereldveemde Marie-Antoinettes van de 21ste eeuw.

Ik kijk nu al uit naar de kersttoespraak door Constantijns domme broertje.

B.G. Antonissen