Willem Wilmink

In 1982 stond ik met Willem van Baardewijk met 2de-hands en antiquarische boeken in de Rotterdamse Schouwburg. Het was Poetry International en we probeerden tijdens de pauzes dichtbundels te slijten.

Eén van de optredens staat mij nog helder voor de geest: Willem Wilmink met zijn accordeon. Op grote afstand, ik stond boven in een galerij, was te zien dat daar een vriendelijke, zachtaardige man stond.

Wilmink zong een gedicht.

Na afloop van het eerste gedicht schreeuwde iemand keihard en sarcastisch vanuit halverwege de zaal: “Ah, wat MOOOOOIII !”

Wilmink reageerde verbouwereerd en kon niets anders uitbrengen dan: “Flauw, hoor..”.

Dat was mijn eerste kennismaking met Wilmink.

Een kwetsbare man.

Tim van Dool

Update – De lul van Jelle

Hugo Brandt CorstiusUpdate 30 oktober 2017; oorspronkelijke publicatie 28 maart 2016.

Jelle Brandt Corstius fietste naar Zuid Frankrijk om de as van zijn vader Hugo te verstrooien, en schreef daar een boekje over: As in tas, 150pp, uitgeverij Das Mag.

Volgens De Volkskrant: ‘De liefde van de zoon is hartverscheurend’. De blurb op de flappen en achterzijde van boeken is wat recensies betreft altijd volledig uit zijn verband gescheurd. Dat weten  en accepteren we. Ook in die blurb over Jelle’s fietstocht: ‘…wordt door zigeuners bijna van de as beroofd’.

Wie schrijft die blurb? Is dat de uitgever of doet de schrijver dat zelf? Hugo was een vermaard fantast. Jelle noemt de fantasieën van zijn vader ‘Hugoverhalen’. Dat ‘bijna van de as beroofd door zigeuners’ hoort in die categorie. Echter, deze fantasie is kwalijk omdat hij alleen gebaseerd is op platvloerse vooroordelen over zigeuners. Nergens, maar dan ook nergens in het boekje is te lezen dat Hugo’s as Jelle bijna ontstolen werd door zigeuners. De tekst op de achterkant van het boekje is boosaardig en misleidend.

Het boekje is een alleszins leesbaar niemendalletje. Jelle heeft, vooral in het eerste hoofdstuk, een heerlijke schrijfstijl. Het staccato van korte, duidelijke zinnen leest als een trein. Genieten.

Toch was ik na het lezen niet tevreden. Misschien verwachtte ik wat anders dan Jelle bedoelde. Ik had graag veel meer gelezen over vader Hugo. Jelle doorspekt zijn fietsrelaas wel met vermakelijke en emotionele anekdotes over zijn vader, maar tot de kern van die vreemde man dringen we niet door. Daartoe zijn de beschrijvingen te oppervlakkig.

In 1981 kocht en verslond ik vol respect Hugo’s Opperlandse Taal- & Letterkunde. Over die man had ik graag meer gelezen. Nu blijft bij mij het beeld hangen van een zwetende, kranten stelende zonderling die in korte broek en natte plekken onder zijn armen de dienst in een Frans kerkje verstoorde. In de volle kerk loopt hij als een achterlijke toerist helemaal naar voren en roept luidkeels op de terugweg door het gangpad: ‘Wat een leuk kerkje’. Zoon Jelle verbergt zich in schaamte. Was Hugo echt zo wereldvreemd of een puberale provocateur?

Je vraagt je sowieso af waar die ‘hartverscheurende liefde’ van de zoon uit blijkt. In ieder geval niet uit de ontluisterende beschrijvingen van zijn naar zweet stinkende vader en uit de klaarblijkelijke gierigheid van Hugo die altijd in een versleten trui rondliep – dit roept gedachten op aan Hans Spekman – en sokken gebruikte om in de winter op de fiets zijn handen warm te houden.

Willem Frederik Hermans schreef een boek over Brandt Corstius met de titel Malle Hugo. Jelle bevestigt dubbel-postuum, nu Willem Fredrik en Hugo beiden dood zijn, de juistheid van Hermans’ diagnose. Hugo was een malle man.

Jelle heeft tijdens zijn fietstocht problemen met een afgeklemd geslachtsdeel. De keer op keer verwijzing naar zijn ‘lul’ en zijn ‘worst’ heeft een hoog kijk-eens-wat-ik-durf-te-schrijven gehalte.

Op zijn Hugojaans ben ik ook aan het tellen gegaan. In een stuk tekst van 26 pagina’s mocht ik elf keer lezen dat Jelle zich zorgen maakte over zijn lul, worst of kruis. Gekweld door castratie-angst ploetert hij over de hellingen van de Ardennen, Elzas en Alpen door Frankrijk.

Al met al is het een sympathiek boekje. Of het alle aandacht verdiende bij DWDD en Pauw? Nee, dat was te veel eer. Eer die misschien te danken is aan de redactrice van DWDD die banden heeft met de uitgeverij waar het boekje verscheen en aan de roem van vader Hugo.

Waarom staat Jelle paginagroot op de voorpagina van het boekje dat over zijn vader gaat? Ik had daar een foto van Hugo verwacht. Wilde Jelle uit de schaduw van Hugo treden? Hoe pijnlijk ook voor de kinderen, maar iedere keer wanneer ik Aaf of Jelle lees, moet ik denken aan malle Hugo.

Snel weer over tot de orde van de dag.

Tim van Dool, literatuurcriticaster

Aanvulling 24 april 2017

Een jaar na het verschijnen van Jelle’s niemandalletje over vader Hugo As in tas, schoof zoonlief aan bij De Wereld Draait Door om de net overleden Chriet Titulaar te herdenken. Titulaar, een wereldburger altijd op zoek naar nieuwe technische ontwikkelingen en snufjes, werd door Jelle belachelijk gemaakt vanwege zijn Limburgse accent. Hoe stuitend kan je je gedragen. Lul Jelle werd in mijn ogen op slag lulletje Jelle. Hij kan niet in de schaduw staan van Titulaar, voelt blijkbaar geen enkele empathie voor de familie van Titulaar en schoffeert een hele provincie Nederlanders met zijn bevooroordeelde belachelijk maken van een accent. Jelle Brandt Corstius: overschat product van de Gooise matras en Amsterdamse zelfingenomenheid, een onmiskenbaar voorbeeld van TV-narcisme. Met terugwerkende kracht denk ik: rot toch op met dat waardeloze boekje over je vader en ga eens rustig nadenken hoe je de herinnering aan een imponerender familieman te grabbel gooide. JAKKIE!

TvD

 

Aanvulling 30 oktober 2017

Jelle warmt zich wederom onder de schijnwerpers van de publiciteit. Meedrijvend op de massahysterie van de MeToo hashtag doet hij de wereld kond van zijn ‘gedrogeerde’ en ongewilde pijpen van een programmaproductiemedewerker aan het begin van zijn carrière. Jelle en de door hem beschuldigde waren respectievelijk 24 en 25 jaar toen dit feit zich voor zou hebben gedaan. Hoe komen al die daders toch aan de medicijnen om hun naïve slachtoffers te verdoven en dan seksueel te misbruiken? Een clichéverhaal. Ik denk zo langzamerhand dat Jelle net zo’n ziekelijke fantast is als pappa Hugo.

TvD.

 

 

Rijks, masters of the golden age nu al in de ramsj?

April dit jaar trachtte ik al ergernis naar aanleiding van de hijgerige presentatie van een kitschboek over het Rijksmuseum van mij af te schrijven. (zie Rijks, masters of the golden age: GEBAKKEN LUCHT).

Het uit zijn krachten gegroeide boek met reproducties van 17de eeuwse schilderijen uit het Rijksmuseum werd in DWDD ter tafel gebracht alsof Rembrandt, Vermeer en Frans Hals in hoogst eigen persoon zich hadden bemoeid met de vormgeving van dit wanproduct.

De zogenaamde gelimiteerde editie van 2.500 (!) exemplaren zou in de handel komen voor het waanzinnige bedrag van € 6,500,00. Weggegooid geld, meende ik destijds al. Ik ben heel benieuwd hoeveel exemplaren van deze ballon inmiddels verkocht zijn. Ik schat maximaal 10% van de oplage.

Er zou ook een ‘gewone’ handelseditie in het formaat van een hotelbijbel komen. Prijs € 150,00. Van dat bedrag zag de uitgever al snel af; uiteindelijk werd het € 125,00. Nog niet laag genoeg, want ik zie al af en toe ‘aanbiedingen’ voorbij komen voor € 112,50. Nu schittert een advertentie in het magazine van de Vrije Academie, voorjaar 2017.

Een misleidende advertentie, want op de bijgaande foto staat een mevrouw met de joekel van € 6.500,00 voor haar lichaam met daarbij de tekst ‘Speciale prijs  112,50’:

 

Of zal het toch zo zijn, dat het ding van € 6.500,00 nu al wegens gebrek aan belangstelling in de  ramsj is?

Het zou mij niet verbazen.

Tim van Dool

 

 

 

 

Lui Letterkundig Museum

Mo bij het portret van Hella Haasse, de grote 1 van de naoorlogse literatuur
Mo bij het portret van Hella Haasse, de grote 1 van de naoorlogse literatuur

Afgelopen week stuurden een groep wetenschappers en schrijvers een brandbrief naar Jet Bussemakers, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, met het dringende verzoek de bezuiniging van € 500.000,00 op het Letterkundig Museum terug te draaien. Het museum zou nu zelfs geen geld meer hebben voor aankopen of voor de aanstelling van een conservator.

Uit solidariteit met het armlastige museum togen Mo en ik gisteren naar de Prins Willem-Alexanderhof 5 in Den Haag. Na een half uur werd mij weer duidelijk waarom ik dat museum nooit meer bezoek (de laatste keer was een jaar of vijf geleden).

Het blijft leuk die uitgebreide galerie van voornamelijk knullig geschilderde portretten van Nederlandse schrijvers te bekijken. Veel van de geportretteerden ken ik overigens niet. Te veel schilderijen voor de beschikbare muur, dus op z’n Frans opgehangen van plint tot plafond. Het voelt niet goed op je knieën te moeten om de onderste schilderijen te bekijken en op en neer te moeten dansen om de lichtschittering in de bovenste schilderijen te ontlopen.

In een paar nissen staan bronzen, stenen en gipsen bustes van Neerlands literaire roem op de grond. Hup, weer door de knieën om ze te kunnen bekijken. De naamlijstjes op de muur naast die bustes kan ik me nog voorstellen, maar waarom de namen van de schrijvers niet gewoon bij de schilderijen? Nu is het een soort puzzel, een minder aangenaam gezelschapsspel om te ontdekken wie wie is.

De vitrines met boeken en omschrijvingen voegen nauwelijks iets toe aan wat een goede, redelijke leraar Nederlands op de middelbare school aan zijn leerlingen vertelt. De tentoonstelling van Ronald Tolman’s literatuurgerelateerde kunst: boring, en onduidelijk.

Ooit, lang, zeer lang geleden maakte ik uitgebreid gebruik van het archief van het Letterkundig museum. Volgens mij ligt daar de kracht en het belang van deze organisatie; niet in een overbodige museale presentatie die niets toevoegt.

Wat mij betreft mag het Letterkundig Museum als museum opgedoekt worden en kan het archief naar de Koninklijke Bibliotheek of Meermanno.

Joost Zwagerman bracht bij leven nog zijn uitgebreide archief onder bij het Letterkundig Museum. Voorpaginanieuws in de kranten en prominent aangekondigd tijdens het NOS achtuurjournaal. Niets daarover in het museum.

Sterker nog: bij het geschilderd portret van Zwagerman staat alleen zijn geboortedatum vermeld; niet dat hij september 2015 zich het leven benam.

Als ik de positie van directeur Aad Meinderts had, bracht ik hoogstpersoonlijk de juiste informatie aan met een paar plakcijfers. Het is om je te schamen dat een van de volgens Harry Mulisch – waarom een hele zaal gewijd aan dat onleesbare Stenen Bruidsbed? – beste Nederlandse schrijvers, een schrijver die zijn hele archief schonk aan het museum, niet op wat meer zorgvuldigheid kan rekenen.

Ik moet denken aan de Afdeling Geschiedenis van het Rijksmuseum te Amsterdam. Vele jaren, ik overdrijf niet, klaagden buitenlandse bezoekers over het ontbreken van Engelstalige teksten bij de objecten op die afdeling. Een afdeling met objecten die juist honger naar informatie veroorzaakt. Het heeft werkelijk tientallen jaren geduurd voordat die afdeling, onder druk van een nieuwe directeur, eindelijk, eindelijk de wens van de bezoekers honoreerde.

Is het lethargie, is het luiheid, is het inertie, arrogantie, gebrek aan professionaliteit? Geldgebrek?

Mocht geldgebrek de oorzaak zijn dat het tekstbordje bij Joost Zwagerman nog niet is aangepast, dan mag Aad Meinderts mij mailen op TimvanDool@meditatione-ignis.org en zal ik het museum van ganser harte een éénmalige subsidie verstrekken om het aan te passen..

Tim van Dool, Meditatione Ignis literatuurcriticaster

 

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

Rijks, Masters of The Golden Age: GEBAKKEN LUCHT

In De Wereld Draait Door werd deze week schaamteloos promotie gemaakt voor een poenerig kitschproduct.

Marcel Wanders, gesteund door het clichés-repeteergeweer Wim Pijbes, mocht een kwartier lang zijn koffietafelboek Rijks, Masters of The Golden Age aanprijzen.

Het optreden van beide heren, onder ademloze bewondering van Van Nieuwkerk, riep plaatsvervangende schaamte op.

Hadden er vaklui aan het boek gewerkt? Nee, het waren volgens Marcel Wanders de beste ‘craftspeople’. Ja, als je in het Engels een vakman bent, dan ben je natuurlijk veel meer vakman dan in ordinair Nederlands.

De doorzichtige, platvloers commerciële promotie is volgens mij voer voor het Commissariaat voor de media. Dit heeft niets meer te maken met culturele verheffing van de massa’s, maar met geld, geld, geld.

Wanders: Het boek is gedrukt in de beste inkten en je kan details van de schilderijen soms wel drie vier keer vergroot bekijken.

Herinneringen aan zouteloze dia-avondjes waar oom en tante verslag deden van hun tocht met de Maasdam naar Canada kwamen boven drijven. De dis op het schip konden we vele keren uitvergroot op het projectiescherm bewonderen.

Koop dat boek, was van begin tot eind de aanbeveling.

Voor wie is dat boek bestemd? De eerste de beste bibliofiel zal over dit monster van 35 kg zijn schouders ophalen. Weggegooid geld, want wat koop je: een uit zijn krachten gegroeid, in offset gedrukt boek met een pooierig, zilveren omslag.

Volgens Wanders koop je niet een duur boek, maar een goedkoop kunstwerk. Daar is alles op af te dingen: je koopt een veel te dure reproductie van een mengelmoes aan kostbare oude kunst gelardeerd met hedendaagse kalligrafie. Dit alles overgoten met een sausje teksten van notabelen.

Alle teksten zijn met de hand gekalligrafeerd. Ja, waar anders mee? Met de hand gekalligrafeerd, maar offset gedrukt. Nou en?

Iedere bladzijde wordt volgens Wanders zorgvuldig gecontroleerd. Dat mag ook wel voor die prijs. Stel dat ze dat niet deden.

Als bewijs van de zorgvuldige controle kwam een meneer met een dradenteller in beeld om het raster van de druk te controleren. Dat doet het altijd goed: een expert met een vergrootglas in zijn hand.

De band is door ‘drie dames en een oud meneertje’ beplakt met meerdere lagen zilver. Zo, daar ga je als ‘craftsperson’. Ineens ben je denigrerend een ‘oud meneertje’. Ik loop zelf tegen de zeventig en val volgens Wanders waarschijnlijk in die categorie ‘oude meneertjes’. Laat ik Wanders zijn gebrekkige levenservaring maar niet kwalijk nemen.

Het boek, ik citeer nog steeds Wanders, is met de hand gebonden. Helemaal met de hand gebonden? Nee, gedeeltelijk. Ga er maar van uit dat het machinaal gebonden is.

Is het boek een investering voor de toekomst? Natuurlijk niet. Koop het nu en probeer het over tien jaar te verkopen. Teleurstelling zal je deel zijn.

De aanbeveling dat het in een gelimiteerde editie geproduceerd wordt slaat nergens op. Er worden 2.500 exemplaren van gemaakt. Dat noem ik niet gelimiteerd. Dat is gewoon een normale handelseditie, maar voor de prijs van een zeer gelimiteerd boek.

Lang, lang geleden zei Kees van kooten het al: ‘Binnenkort zijn niet-genummerde en niet-gesigneerde boeken heel zeldzaam en veel geld waard’.

Het spannende van gelimiteerde edities is dat je er snel bij moet zijn om niet achter het net te vissen. Iedereen die overweegt zijn geld te verspillen aan dit boek adviseer ik er een paar maanden rustig over na te denken. Je zal echt niet voor een lege winkel staan. Beter nog: wacht een paar jaar, want…

Naast de quasi gelimiteerde editie van 2.500 exemplaren voor de prijs van € 6.500,00 (die editie levert dus bruto ruim zestien miljoen euro op) komt er ook nog een niet-gelimiteerde editie met een prijskaart van € 150,00.  Geen enkel boek is ongelimiteerd, tenzij Wanders zich nu al voorgenomen heeft de persen ongelimiteerd te laten draaien zo lang er bestellingen binnen komen.

De onderdanig bewonderende vertoning in De Wereld Draait Door had een hoog Koefnoen-gehalte met die belachelijke witte handschoentjes. Er werd  een ballon opgeblazen. Niets meer en niets minder.

Zouden het Rijksmuseum en Marcel Wanders dat boek voor € 6.500,00 kopen als een of andere slimme Chinees, Arabier of Braziliaan deze kitsch produceerde? Ik heb daar weinig vertrouwen in.

Als de uitgever werkelijk meent wat allemaal hyperbolisch beweerd wordt over dit boek, dan zou hij moeten garanderen dat de prijs van het boek nooit naar beneden gaat, maar jaarlijks stijgt parallel aan de inflatie. Een goede test van de werkelijke waarde zou aanbieding over een paar jaar op een boekenveiling zijn. Ik voorspel dat dat schrikken wordt.

Halina Reijn was de enige aan tafel die nuchter bleef en uit riep: ‘Waar laat je zo’n boek’?

Ik weet het antwoord: bij de uitgever, want over vijf jaar ligt het sterk afgeprijsd in de Ramsj of wordt als een ‘speciale aanbieding’ voor een fractie van de prijs aangeboden door een gerenommeerd landelijk dagblad.

(juni 2016 ligt de ‘gelimiteerde’ editie bij Paagman in Den Haag. Hoewel de verkoper ons vertelde dat dit megalomane boek binnen vijf jaar minstens twee keer zo veel waard is, geeft Paagman nu toch al korting. Op mijn uitnodiging voor honderd euro een weddenschap af te sluiten dat het boek absoluut niet in waarde zal stijgen, integendeel, wilde de verkoper niet in gaan. Klanten die 6.000 euro trekken voor een luchtballon biedt hij gefantaseerde zekerheid over de toenemende waarde, maar hij durft er geen cent op te zetten. Bijzonder.)

Tim van Dool, recensent