Ballotagecommissie van de dood

LevenseindekliniekIn de door Ouddeken en Kema gemaakte documentaire Levenseindekliniek, verzucht arts Willem Spiers na de euthanasie op de hoogbejaarde Ans Dijkstra: ‘Ik heb het gevoel dat de zaak van mevrouw Dijkstra binnen de wet past’.

Dus, je beëindigt iemands leven, een onomkeerbare handeling, en moet dan afgaan op je gevoel? Daar knelt een schoen. Je kan je natuurlijk afvragen wat erger is: een wet die buiten enige twijfel de criteria omschrijft voor het beëindigen van een leven, of een wet die alleen kaders biedt voor persoonlijke interpretatie van artsen. Ik ben geneigd de voorkeur te geven aan het laatste.

Hoe komt het toch dat euthanasie eindeloos tot discussies en misverstanden leidt? Nico Tromp uit Tuitjehorn was ongetwijfeld te goeder trouw toen hij een ernstig lijdende patiënt een overdosis morfine gaf. De weduwe van de terminale patiënt was vol lof over de daadkracht van Tromp: ‘Z’n longen waren volgelopen en hij zou gestikt zijn als de dokter niet had ingegrepen. We waren blij dat het zo gegaan is. Hij was helemaal op, zijn lichaam was écht helemaal op. Ik vind dat dokter Tromp het goed gedaan heeft, wij waren er echt heel blij mee.’

Tromp kon het niet uitleggen aan zijn stagiaire / co-assistent, want die luidde de klok bij haar stagebegeleider in het AMC. Op zijn beurt overlegt deze met Henk van Weert, hoogleraar huisartsgeneeskunde, en meldt Tromp bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Resultaat: binnen de kortste keren staan ‘s avonds om 23.00 uur twee politiefunctionarissen, een officier van justitie en een rechter-commissaris bij Tromp op de stoep om huiszoeking te doen.

De inspectie stelt Tromp op non-actief. Tromp pleegt een dag later zelfmoord. Een afloop om woedend van te worden.

Ik wens die NSB co-assistent, de stagebegeleider van het AMC, de hoogleraar huisartsgeneeskunde, de betreffende inspecteur van de gezondheidszorg, de officier van justitie en de rechter-commissaris een toekomst toe waarin, als het moment daar is dat ze zelf verlangen naar een vredig afscheid, nog steeds grote onduidelijkheid over euthanasie bestaat waardoor hun lijden langdurig verlengd wordt. Vooral die co-assistente, die het zelfs na de zelfmoord van Tromp nog nodig vond in de publiciteit te treden en zich negatief over hem te uiten. Het kreng zal, na afstuderen, je huisarts maar zijn. In ieder geval niet de mijne, want zo iemand komt met haar tengels niet aan mijn lijf. Geen enkel vertrouwen in.

Wrang in deze hele kwestie is dat die vermaledijde co-assistent, haar stagebegeleider en Henk van Weert elkaar prima wisten te vinden in de achterklap over Tromp, maar het niet opbrachten met Tromp zelf te spreken. Nee, de eersten die met Tromp spraken waren twee koddebeiers, een OvJ en een rechter-commissaris, en dat dan ook nog midden in de nacht, gevolgd door een huiszoeking.

Een totalitaire, dankzij de gluiperige melding door de co-assistent en haar stagebegeleider, Noord-Koreaanse vermorzeling van een vertrouwde huisarts.

Wat is dat voor professioneel wederzijds wantrouwen waardoor een cultuur is ontstaan van klokkenluiden en veroordelen? De criticasters van Tromp dienen zich te realiseren dat ze ten nadele van toekomstige terminale patiënten gehandeld hebben. De angst zit er bij huisartsen nu zo in, dat lijden onnodig verlengd wordt. Terminale patiënten komen in de kou te staan omdat veel huisartsen vrezen ‘s nachts door justitie van hun bed gelicht en als misdadiger behandeld te worden.

Handelde Tromp niet geheel volgens de regels toen hij zijn ernstig lijdende, terminale patiënt veertig keer de normale dosis morfine gaf waardoor deze binnen een half uur overleed? Niemand kan dat zeggen zo lang er bijna dagelijks gediscussieerd wordt over die regels en er artsen rondlopen die altijd euthanasie weigeren. Ik heb er in ieder geval geen enkele twijfel over, en dat met de weduwe van Tromps patiënt, dat hij handelde in het belang van de patiënt. Zeuren over de exacte interpretatie van de regels en Tromp behandelen als een crimineel is, excusez le mot, lijkenpikkerij.

We gaan uiteindelijk allemaal dood. Het is een blijk van beschaving dat overlijden menswaardig kan plaatsvinden. Wie kan hulp bij overlijden als medische handeling beter verrichten dan de vertrouwde huisarts? Doordat huisartsen om principiële redenen hulp weigeren te verlenen – die artsen zouden op non-actief moeten worden gesteld – of het niet aandurven zorg bij overlijden te verlenen, werd de Levenseindekliniek in Den Haag een noodzaak.

De documentaire waarin drie patiënten met een doodswens worden gevolgd, is een tranentrekker. Dat kan ook haast niet anders bij dit onderwerp.

Joop Vervloet wil niet langer leven omdat hij doodmoe is van zijn psychische ziekte. Dwangmatig is hij iedere dag uren bezig zijn kledingkasten op te ruimen en de inhoud te tellen. Daarnaast moet hij iedere negen dagen met glas of een scheermes diep in zijn benen snijden. Je begrijpt dat dit niet langer zo kan. De man moet van dit lijden verlost worden. In de loop van tientallen jaren is hij in handen geweest van meerdere psychiaters. ‘Ik heb hier mijn hele leven al last van’. Vlak voor zijn sterven heeft hij nog een boodschap. Hij hoopt dat degenen die naar de ‘film’ kijken begrip voor psychische problematiek krijgen. Je moet van steen zijn om deze boodschap mis te verstaan.

De bejaarde Ans Dijkstra is lichamelijk een wrak. Verstandelijk is ze nog zeer helder. Mensen begrijpen daardoor volgens haar niet dat ze overlijden wil. Vlak voordat het zo ver is dat euthanasie uitgevoerd wordt – in de documentaire wordt een paar keer gesproken over ‘op reis gaan’ – gaat ze nog een dag begeleid op pad. ‘s Avonds straalt ze blozend dat het zo’n leuke dag was. ‘Je zou bijna niet dood willen, maar dat wil ik wel’.

Gepensioneerd huisarts, nu actief voor de Levenseindekliniek, Remco Verwer vertelt over patiënte Hannie Goudriaan dat ze een bijzondere vorm van dementie heeft: semantische dementie, waardoor het taalbegrip weg valt. Voor Hannie is alles ‘hupsakee’. Enthanasie? ‘Hupsakee en klaar’. De zondag voor haar ‘reis’ bezoekt ze met haar man schaatswedstrijden. Zij bestuurt de auto als ze op pad gaan. Voor het schaatsstadion danst en klapt ze op het ritme van een blaaskapel. De vrolijkheid straalt van haar gezicht. Toch zal ze de volgende dag, hupsakee, overlijden.

Dat onderdeel van de, ingetogen, documentaire roept vragen op. Hannie wil niet zittende in een stoel overlijden, maar kan niet onder woorden brengen wat ze precies wel wil. Exact het probleem waarom ze overlijden wil. Ze wijst steeds: ‘Nou, daar..’.

Ondanks haar semantische problematiek is Hannie blijkbaar voldoende wilsbekwaam om euthanasie te ondergaan. Er zal, dat kan niet anders, veel geïnvesteerd zijn om haar wens duidelijk te krijgen. Dat moet, want anders krijg je binnen de kortste keren de Inspectie, een OvJ en een rechter-commissaris over de vloer. Niemand wil immers een tweede Tuitjehorndrama.

Waarom werd niet dezelfde moeite gedaan om bij Hannie te achterhalen wat ze, al wijzend met haar hand, bedoelde met ‘Nou, daar…’.

Nee, manlief en Remco Verwer besluiten voor haar dat ze in die stoel moet overlijden. Het voelt als een miskleun. Hannie haalt haar schouders op in een ‘vooruit dan maar’ gebaar. Haar autonome recht zelf te besluiten voor de dood, werd hierdoor bezoedeld. Verwer gaat met zijn plan door, wenst Hannie ‘een goede reis’ en ze overlijdt in haar stoel. Ik durf het bijna niet te suggereren, het is nu eenmaal een heel gevoelig onderwerp, maar is het misschien zo dat Hannie’s echtgenoot en Remco Verwer Hannie’s laatste wens van tafel veegden met in hun achterhoofd de rompslomp die verandering van setting zou geven met camera’s en geluid?

Je vraagt je de hele documentaire af, of dat autonome recht op zelfbeschikking slechts een fictie is.

Doordat de wet niet duidelijk grenzen stelt, is er ruimte voor interpretatie. Jaarlijks bereiken de Levenseindekliniek 1400 verzoeken om euthanasie. Psychiater Gerty Casteelen vertelt dat ongeveer de helft van de verzoeken afgewezen wordt. Van de mensen die wel ‘het traject’ in gaan, vallen gedurende dat traject ook nog een aantal af. Uiteindelijk wordt 400 keer euthanasie uitgevoerd.

Tijdens het eerste gesprek met Joop Vervloet hoor je Casteelen zeggen: ‘Ik vorm een oordeel of u het traject van euthanasie in mag’. ‘Ik’ en ‘mag’; kippenvel…

Er bekruipt je een licht gevoel van onbehagen wanneer je dat gesprek bekijkt en Casteelen hoort spreken. Natuurlijk begrijp ik dat het niet zo kan zijn dat iemand komt met een euthanasieverzoek en dat de arts dan zonder enige toetsing zegt: ‘Doet u uw mouw maar omhoog’.

Toch voelt het niet goed. Je bent ernstig ziek, psychisch of lichamelijk, en wilt niet verder. Aan de stap naar de Levenseindekliniek ging veel vooraf, zoals langdurige ziekte en geleidelijk afscheid van het leven. Er vonden gesprekken plaats met familie en de huisarts. Die huisarts wil je niet helpen. Wat overblijft is zelfmoord of de Levenseindekliniek. Daar kom je dan voor een ballotagecommissie die besluit of je wel of niet ‘op reis’ mag. Casteelen legt de procedure uit aan die sympathieke, ernstig lijdende Joop Vervloet, inclusief de beoordeling door een onafhankelijke arts. ‘Trekt u dat?’, vraag ze Joop.

Joop ‘trok’ het leven al lange tijd niet meer; daarom zat hij daar.

De constructie waarbij de ene mens een diep verlangen heeft te overlijden en anderen besluiten over de rechtvaardiging van dat verlangen, stuit mij tegen de borst.

In Nederland plegen gemiddeld vijf mensen per dag zelfmoord. Vaak op een manier die contrasteert met de medische mogelijkheden. Ruim vier keer meer zelfmoorden dan succesvol afgeronde euthanasie trajecten. Het is tijd dat dit getalsmatige onderscheid ten nadele van euthanasie verdwijnt (mijn redenatie in deze alinea is niet juist. Zie commentaar van de Levenseindekliniek)

Daar helpen geen co-assistenten, stagebegeleiders, hoogleraren huisartsgeneeskunde, dienders, officieren van justitie en rechters-commissarissen als in de kwestie Nico Tromp bij.

Wat ook niet helpt is een idioot als pastoor Norbert van der Sluis uit Liempde die in 2011 een uitvaart weigerde voor een dorpsgenoot die overleed via euthanasie.

Blijkbaar moet je in sommige kringen ook al geballoteerd worden om in de hemel te komen.

Stephan Olmert Krates, Ethische kwesties

Reactie Levenseindekliniek:

Geachte heer Cremers,

Dank voor het toesturen van de mijmering “Ballotagecommissie van de dood”.
Ik heb hiervan met belangstelling kennisgenomen.

Wij houden een pagina op onze website bij met reacties op reacties rondom de documentaire ‘Levenseindekliniek’: www.levenseindekliniek.nl/documentaire.

Mag ik u op een, in mijn ogen, fout in de mijmering ‘Ballotagecommissie van de dood’ wijzen?
Tegen het einde van de mijmering wordt het aantal suïcides vermeld. In 2014 was dit aantal 1.835. Inderdaad gemiddeld vijf maal per dag.
Vervolgens wordt dit vergeleken met het aantal keren dat de Levenseindekliniek euthanasie verrichtte. Die vergelijking gaat volgens mij mank. Het zou beter zijn om met het aantal euthanasiemeldingen in Nederland te vergelijken. Dat waren er 5.306 in 2014. Dat betekent dat er in Nederland dus 2,9 maal vaker euthanasie verleend wordt dan er suïcide gepleegd wordt. Daarmee is dat getalsmatige onderscheid ten nadele van euthanasie verdwenen.

Met vriendelijke groet,

Steven Pleiter
Directeur

Please follow and like us:

2 comments for “Ballotagecommissie van de dood

  1. Heleen
    5 januari 2018 at 23:12

    De hele levenseindekliniek klopt niet. Om te beginnen: het is geen kliniek.

    • Mark Cibus
      6 januari 2018 at 09:49

      Ja, ‘om te beginnen’…en verder? Wat klopt er nog meer niet aan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.