Annet Veenstra, Maarten ‘t Hart, Johann Sebastian Bach

De Teutoonse kinnebak van Annet Veenstra

Sinds maart 2016 is voor mij de Mattheus Passie onlosmakelijk verbonden met snotneus-journalistje Annet Veenstra.

Waarom?

Leest u maar de tekst die ik destijds schreef naar aanleiding van een aanmatigend en vooral leeftijddiscriminerend stukkie dat Veenstra schreef in De Volkskrant, misschien wel de slechtste krant van Nederland; de spreekbuis voor gefrustreerde trutjes als Annet Veenstra en Nadia Ezzeroili die in een huilend stuk verkondigde geen Nederlander meer te willen zijn, maar in plaats van te vertrekken naar haar paradijs op aarde, Marokko, lekker blijft zitten waar ze zit omdat ze in ons lage landje aan de Noordzee, ook al heeft ze nog zoveel aversie tegen dat landje, veel meer kansen heeft carrière te maken en uit een welgevulde ruif te schransen dan daar aan de noordkust van Afrika.

Maar goed, het gaat niet over deze frustraat met Marokkaanse wortels, maar over puur-Hollandse, ondanks haar Teutoonse koppie, Annet Veenstra en haar heiligverklaring van de Mattheus Passie.

In 2016 nam ik mij voor ieder jaar in de ‘heilige week’ voor Pasen even aandacht te besteden aan mevrouw Veenstra en haar Mattheus Passie terreur tegen ouderen, waarbij ze er niet voor terugdeinst te dreigen met fysiek geweld.

Dit jaar speelt ze iets langer door mijn hoofd. Dat komt door het geweldige boek dat Maarten ‘t Hart in 2000 schreef over Johann Sebastian Bach. Dit jaar verscheen eindelijk een nieuwe en gewijzigde editie. Een boek om te verslinden en van te smullen, net zoals Maarten ‘t Hart al van kindsbeen af smult van Bach, en terecht.

Bach (1685-1750) leefde in de tijd van voor het elektrisch licht en door CV verwarmde gerieflijke kerken. Reken maar dat in die kerken heel wat gehoest en geproest is en de bacteriën vrij spel hadden door de bedompte lucht van walmende kaarsen. Het was destijds in de kerken tijdens de winter en zeer vroege lente bij een uitvoering van de Mattheus Passie van begin tot eind een geroezemoes van jewelste.

Wat een geluk dat die vermaledijde Annet Veenstra niet in 1729 of een van de navolgende jaren tijdens het leven van Bach de passie bij moest wonen. Ze had het van woede, met name woede over de oudere bezoekers, absoluut niet overleefd.

Al meer dan twee jaar vraag ik mij af: “Heeft die Veenstra geen ouders, of grootouders en heeft ze er werkelijk geen seconde bij stil gestaan dat ze ook over hen dat denigrerende stukkie schreef?”

Ik (70) weet niet hoe oud het kind is, maar vrees dat ze nog zo jong is dat ik niet de triomf mag beleven om haar oude huig lawaai te horen maken in het Concertgebouw.

Het is helaas niet anders.

Ik acht de kans gering, maar wil hopen op een positieve wending waarbij job-hopper, ze lijkt het nergens lang uit te houden, Veenstra terugkijkend denkt dat ze het in haar quasi-humoristische stukkie uit 2016 over ouderen bij de Mattheus Passie in het Concertgebouw eigenlijk te bont maakte.

Ach, en dat gezeur over mensen die tijdens concerten kuchen, in hun stoel schuiven, een programmaboekje laten vallen – Veenstra weet dankzij haar bionische oren perfect wie de daders zijn – is zo oud als de weg naar Kralingen.

Annet Veenstra dacht misschien in haar historieloze jeugdigheid dat ze in De Volkskrant origineel was, maar dan moet ik haar helaas teleurstellen: niet origineel en stinkend elitair. Dat was haar tekst.

Bertus G. Antonissen

EMMA Safety Footwear kent zijn eigen schoenen niet

We maakten het volgens mij allemaal als kind (en volwassene), hier spreek ik de ouderen onder ons toe, wel eens mee dat de tong in onze stoerleren Robinson schoenen op hinderlijke manier onder de veterafsluiting naar opzij wegschoof. Dat voelde niet prettig. Gelukkig vonden de schoenfabrikanten een oplossing voor dit probleem: via een opvouwbaar hulpstukje werd de tong vastgezet aan de zijkanten van de veteropening. Hierdoor was er genoeg ruime om de schoenen aan te trekken en bleef de tong op zijn plaats. Fluitje van een cent zou je denken, maar niet voor DE Nederlandse fabrikant van werk- en veiligheidsschoenen EMMA.

Oorspronkelijk was EMMA de huisfabrikant voor de werknemers van de EMMA Staatsmijnen in Limburg.

Een paar jaar geleden las ik in een van mijn lijfbladen een lovend artikel over EMMA schoenen, dus toog ik naar De Werkman aan de Prinsenstraat in Den Haag om een paar te kopen. Een aankoop waar ik ruim twee-en-half jaar lang geen spijt van had. Dag in dag uit droeg ik die geweldige schoenen bij mijn vijf maal daagse wandelingen met de hond door bos en duin.

Ruim een maand geleden vond ik het tijd nieuwe schoenen te kopen en koos natuurlijk weer voor EMMA, deze keer voor een schoen met klitterbandsluiting. Handig voor de artrose klauwtjes die bij het strikken van veters pijnlijk zijn.

Vanaf de eerste wandeling bleken helaas de tongen van beide schoenen naar de zijkant weg te schuiven. Dat voelt niet lekker. Dus, een mailtje naar EMMA om het probleem te melden. Ik kreeg binnen een dag een reactie dat mijn bevindingen doorgegeven werden aan de betreffende functionaris. Ik antwoordde meteen met ‘dank voor de snelle reactie’ en liet weten dat het mij echt niet ging om ‘geld terug’ of zo, maar dat ik slechts het probleem wilde melden. Ik was in die mail lovend over mijn ervaringen met EMMA.

Daarna trad stilte in en besloot ik foto’s te sturen:

Helaas bleef ook de toezending van de foto’s zonder enig bericht van EMMA, dus er maar weer een mailtje aan gewijd met de vraag waarom verdere reactie uitbleef. De vriendelijke dame die mijn mails steeds beantwoordde liet weten zelf ook nog niets gehoord te hebben, maar de betreffende afdeling – alsof EMMA een multinational is met duizenden werknemers en honderden mails per dag – alsnog om reactie te vragen. Ze hoopte op reactie binnen een week, alsof dit niet het digitale tijdperk is. Mocht ik na een week niets gehoord hebben, moest ik nog maar eens mailen.

Wel, die reactie kwam binnen een week: of ik de schoenen op wilde sturen zodat ze het probleem konden bestuderen, bekijken.

Ja, hallo! Kent EMMA zijn eigen schoenen niet en is het echt zo dat er een foutje zou zitten net in dat ene paar dat ik kocht en bij niemand anders, en zijn de foto’s die ik stuurde onvoldoende duidelijk (beoordeelt u zelf maar hierboven)?

Nu was het tijd voor mij een wat minder tolerante toon aan te slaan en te laten weten dat ik dit echt baarlijke nonsens en vertragingstactiek vind. Ik kondigde aan een review te gaan schrijven op Google. Nou, dat zette de ‘betreffende afdeling ineens aan tot onmiddellijke actie. Niks twaalf dagen plus eventueel nog een week wachten, niks opsturen schoenen om het probleem te bekijken, maar meteen het aanbod mij mijn geld terug te geven ondanks dat de 14 dagen bedenktijd bij een WEB aankoop reeds verstreken was.

Mijn geld terug? Dat wilde noch vroeg ik. Ik wilde slechts één ding: EMMA het probleem melden en ik verwachtte niets anders dan dat men het fatsoen zou hebben mij te laten weten hoe dat probleem bij toekomstige schoenen aan te pakken. Ik schreef dat niet, maar had toekomstige toezending van een geoptimaliseerd model natuurlijk op prijs gesteld.

Dat geld, we praten over minder dan honderd euro, mag EMMA wat mij betreft aan een goed doel besteden. Ik zal in ieder geval na deze behandeling nooit meer EMMA schoenen kopen, niet dat model met klitterband LUDO S1P, of welk ander model met een fantasienaam dan ook.

Ton Cremers

 

AOW-kosten beheersbaar door maximum leeftijd

Elsevier Weekblad  publiceerde (16 december 2017) een verontrustend artikel over de kosten van de AOW en waarom de AOW-leeftijd omhoog moet. Een zeer verontrustend artikel door Joris Heijn. Een week voor Kerstmis ga je je als oudere bijna schuldig voelen dat je aanschuift bij de dis die door de werkende generatie betaald wordt.

De AOW kost de schatkist € 38,1 miljard per jaar. De uitkering komt niet zoals bij pensioenen tot stand via rendement op zelf ingebracht geld, maar via een omslagstelsel. Degenen die nu werken betalen de uitkering van de oudjes die niet meer werken. De premie die de werkenden op moeten hoesten is 17,9% over maximaal 33.791 euro salaris. Heijn rekent voor, of liet dat voorrekenen, dat iemand die modaal, is 37.000 euro, verdient dus 16% van zijn brutosalaris kwijt is om de AOW-pot te vullen.

Er werken op het moment in Nederland ruim 8 miljoen inwoners terwijl ruim 3 miljoen ouderen AOW vangen. Door de vergrijzing komen er verhoudingsgewijs steeds meer ouderen bij. Nu is het zo, dat mensen die slechts deeltijd in loondienst werken, of zelfs helemaal niet, vanaf de AOW-leeftijd toch een volledige AOW vangen. Lager opgeleiden, en dus minder verdienend, betalen tijdens hun werkzame leven minder AOW-premie dan ze na pensionering gaan vangen.

Het is nog erger met die maar door levende oudjes: ze vangen niet alleen veel te veel jaren AOW, maar slurpen ook nog eens voor een te groot deel de zorgkosten op.

Doordat men maar rücksichtslos blijft leven, is er minder geld beschikbaar voor onderwijs en defensie en kunnen de werkenden belastingverlaging, zelfs tijdens de huidige economisch geweldige tijd, op hun buik schrijven.

Als je je dan ook nog eens realiseert dat al die babyboom oudjes zonder uitzondering, tenminste volgens ha-ha-ha Claudia de Breij in een werkelijk ‘magistrale’ sketch (heeft dat mens geen ouders?), er financieel zeer warmpjes, zelfs rijk bij zitten, dan kan je geen andere conclusie trekken dan: luie parasieten.

Iedere dag die ik langer leef groeit mijn schuldgevoel. Zo langzamerhand een nauwelijks te dragen schuld die mij ‘s nachts uit mijn slaap houdt. Ik durf bijna niet meer over straat en overweeg het aanschaffen van een toupet, liften van mijn uitzakkende wangen, dagelijks bezoek aan de sportschool, botox waar maar gebotoxt kan worden en het dragen van een corset van pubis tot nek om het slapper wordende lijf helemaal te verhullen, en zelfs te corrigeren. Ik wil niet dat de werkende generatie mij op straat herkent als AOW-parasiet en verwijtend nakijkt. Ik voel me niet meer veilig als ik met mijn boodschappennetje onderweg ga naar de SPAR.

Helaas ben ik pas zeventig, bijna zeventig, en moet dus nog meer dan twee jaar wachten totdat ik van Pia Dijkstra toestemming krijg mijn leven als voltooid te beschouwen en er vrijwillig een einde aan mag maken. Ik zal haar wetsvoorstel, ook al is ze volksvertegenwoordiger namens de partij van corrupte Pechtold, van harte steunen. De weg naar zelf-euthanasie moet zo gemakkelijk mogelijk gemaakt worden opdat de werkende generatie van deze ondraaglijke financiële last bevrijd kan worden. Het minste dat je als oudere voor het nageslacht kan doen.

Mag ik een amendement in die wet voorstellen: vanaf 70 jaar, waarom dat willekeurige 72 van Dijkstra, moeten alle inwoners van Nederland de gelegenheid krijgen hun verantwoordelijkheid te nemen en het voortslepend bestaan te beëindigen. Er moet op de sociale en conventionele media een intensieve campagne gevoerd worden om de voortlevingsmentaliteit van oude niet-werkers een halt toe te roepen. De parasiterende generatie krijgt vanaf 70 tot 80 jaar de tijd op eigen initiatief de levenseindepil in te nemen.

Degenen die weigeren hieraan mee te werken zullen vanaf de tachtigjarige leeftijd van overheidswege gedwongen geëuthanaseerd worden waarbij via loting 20% van de 80-plussers per jaar afscheid dienen te nemen van dit ondermaanse. De maximumleeftijd wordt dus verlaagd naar 85.

Om corruptie en exorbitante verrijking door crematieboeren als voormalig VVD-voorzitter Keizer en graaier Harry Mens te voorkomen, zullen Rijkscrematoria worden opgericht.

Afzien van het recht op AOW in ruil voor een langere levensduur zal niet toegestaan zijn om te voorkomen dat lang leven een privilege wordt van de rijkere klasse.

Er zal een korte overgangsperiode worden ingesteld van vijf jaar. Het systeem moet dus vanaf 2023 operationeel zijn.

Bertus G. Antonissen (nog tien jaar te gaan).

Politie

We hebben in Nederland ongeveer 60.000 dienders. Ik heb het niet zo op mensen die blaten dat ze het niet zo op hebben met de politie. Mij een te generaliserende veroordeling. Ik heb het wel al sinds herfst 1980 (!) niet op met een bepaalde diender uit Schiedam.

De man, waarschijnlijk net als ik pensionado, achtervolgt mij in mijn herinnering al bijna veertig jaar. Niet continu, gelukkig niet, maar iedere keer wanneer ik aan hem denk kook ik van woede.

Een koude late herfstochtend reed ik met mijn bejaarde Mercedes 200 D en aanhanger van Hoogvliet richting Den Haag. De aanhanger geladen met boeken. Ik stond in die tijd donderdags op de boekenmarkt aan het Voorhout.

Aan de noordzijde van de Beneluxtunnel, net voor de afslag naar Schiedam-West, midden in het drukke spitsuurverkeer, werd ik naar de vluchtstrook gedirigeerd ter controle. Het lot van de automobilist in een oud barrel en dan ook nog met een aanhanger. Een van de agenten opende de passagiersdeur en vroeg om mijn papieren. Toen hij met die papieren naar zijn auto wilde lopen, vroeg ik hem de passagiersdeur ook weer dicht te doen omdat het ijzig koud was buiten.

Maar toen….de man deed de deur juist wagenwijd open, pakte hem met twee handen beet en smeet hem met volle kracht dicht. Zonder enige aanleiding, volkomen overbodig, agressief en machtswellustig want je bent – en dat weet zo’n diender – als burger weerloos.

Protest tegen dergelijk wangedrag wordt natuurlijk meteen geduid als weerbarstigheid. Je wilt als aangehouden automobilist maar één ding: geen escalatie, want dat verlies je altijd.

De ploert van een diender is het feit(je) waarschijnlijk allang vergeten. Ik niet. Iedere keer als ik er aan denk gaan de meest vreselijke agressieve fantasieën door mijn hoofd.

Ik wens dat de etter nog leeft en nog vele jaren leeft, maar dan wel ondraaglijk lijdend aan een of andere verschrikkelijke, slopende en vooral pijnlijke ziekte.

Voor dat laffe gedrag van deze diender heb ik geen enkel begrip. Voor de zwaarte van politiewerk heb ik alle begrip. Ik begrijp ook dat dienders een uitlaatklep nodig hebben om stoom af te blazen door alle agressie waarmee zij geconfronteerd worden.

Stoom zoekt altijd de weg van de minste weerstand.

Die koude, herfstige ochtend was ik als niet bedreigende en weerloze automobilist die weg van de minste weerstand.

Pech dus.

Bertus Antonissen

 

Paris

De Tour de France zal nooit meer worden wat het geweest is nu de Avondetappe niet langer gepresenteerd wordt door Mart Smeets en we de ‘echt gebeurde’ geschiedenissen van Jean Nelissen niet meer horen. Smeets’ boek over Nelissen las ik een paar jaar geleden. Een ontluisterend verslag van een drankovergoten leven. ‘Jean’, want zo kende heel wielrennenvolgend Nederland hem, was een charlatan, een beetje een boef, een Bourgondiër en vooral een goed geïnformeerde verhalenverteller. De man bouwde tijdens zijn leven een onmetelijk knipselarchief dat hij ooit voor veel geld hoopte te slijten. De digitale techniek en razendsnelle informatie haalde hem in en maakte het archief onverkoopbaar.

Heimwee naar Smeets, Jean Nelissen en Dalida – de Avondetappe eindigde altijd met haar zwoele Buenas noches mi amor – doet niets af aan de innemende presentatie van Smeets’ opvolger Dione de Graaff en de Jean Nelissen, sympathiek maar een slap aftreksel, van nu: Herman van der Zandt. Dalida is om onbekende reden opgeborgen en vervangen door Edith Piaff en Paris. Zo mogelijk nog melancholieker en dromeriger dan Buenas noches mi amor.

Piaffs Paris trekt de lade vol Parijs herinneringen iedere keer weer helemaal open. Ik zie me nog als 18-jarige onbenul 1966 in mijn eentje struinen door Parijs. Onvoorbereid stapte ik in de trein om pas na aankomst op Gare du Nord te bedenken waar te overnachten. Het werd een hotelletje aan de Avenue d’Amsterdam. De volgende dag bezocht ik de grote Toutankhamon et son temps tentoonstelling in het Grand Palais. Volgens mij de eerste keer dat het bekende gouden dodenmasker van farao Toutankhamon buiten Egypte tentoongesteld werd. Zoals nog vele jaren in vele steden bracht ik mijn tijd urenlang doelloos zwervend in Parijs door.

Er volgden in de vijftig jaar na die eerste keer Parijs nog vele keren. De laatste keer, maar niet voor het laatst, in 2014 samen met M. als huwelijksreis. We huurden een appartement bovenop Montmartre en waren tussen alle toeristen een kleine week de trotse eigenaar van de buitendeur van een appartmentengebouw; alsof we er woonden.

Zomer 1980 gingen L. en ik met Th. (8) en B. (5) naar Parijs. We kampeerden ‘wild’ in het Bois de Boulogne, vlakbij de camping. Geen tent of camper, maar in de aftandse, roestige Ford Transit die ik gebruikte om in de zomermaanden wekelijks mijn boekenvoorraad naar de markt op het Voorhout in Den Haag te brengen. We waren als gezinnetje vier dagen in Parijs. L. en de kinderen moesten geduldig wachten terwijl ik boekenstalletjes en antiquariaten afstruinde.

Vier gelukkige dagen. Misschien de gelukkigste. Th. heeft mij ongeveer twintig jaar later toevertrouwd dat zijn keuze definitief naar Parijs te vertrekken onder andere door dat eerste bezoek werd bepaald.

Facebook dictatuur in mondiaal dorp / Facebook dictatorship in the global village

Facebook zou, exacte gegevens verstrekt het geheimzinnige bedrijf niet, wereldwijd tweemiljard gebruikers hebben. Een zeer indrukwekkend en tegelijk verontrustend aantal. Bovendien is Facebook ook nog eigenaar van What’s App en Instagram. Facebook is een van de grootste machten geworden in het digitale mondiale dorp.

Marshall MacLuhan kondigde dit Global Village al 1968 aan in zijn gelijknamige boekje. Global Village is een door hem bedachte term die de trend beschrijft van massamedia die de tijd- en plaatsbarrières van de menselijke communicatie steeds meer wegneemt, waardoor mensen op een mondiale schaal kunnen communiceren.

Een ziener die man.

Wie maakt echter de dienst uit in dat mondiale dorp? Facebook, zoals ik onlangs mocht ervaren. Een machthebber over de communicatie van tweemiljard mensen vrij van enige democratische controle en transparante regelgeving. We zijn in het mondiale communicatiedorp van Facebook terecht gekomen onder een willekeurige dictatuur die op onvoorspelbare manier bepaalt hoe 15% van de wereldbevolking onderling communiceert. Verontrustend. Helemaal verontrustend omdat alle vrijwillige migranten naar dat mondiale dorp als onderdanige bavianen de goddelijke en absolute macht van Facebook accepteren.

Wat geschiedde..

Een drietal remonstrantse dominees pleitte afgelopen week voor het schrappen van tweede pinksterdag uit de Nederlandse feestdagenkalender en daarvoor in de plaats het islamitische suikerfeest op te nemen. Zeven procent van de NL bevolking is moslim en hoeveel van die 7% zitten te wachten op het suikerfeest als nationale, dus ook voor niet-moslims geldende, feestdag is niet bekend. Ik, niet-moslim, zit daar niet op te wachten en reageerde op feestboek met: 

Een door irritatie ingegeven tekst naar aanleiding van het gristelijke plan. Ik kreeg een tiental reacties waarbij drie vooral opvielen. Tot twee keer toe werd ik voor ‘racist’ uitgemaakt – alsof de islam een ras is en geen geloof – en één meneer met een Marokkaanse achternaam schreef mij: “Die kop van jou zecht al genoeg”. Ja, in tegenstelling tot deze lieftallige persoon had ik mijn portret bij mijn profiel staan. ‘Zecht’? Vooruit, laat ik daar geen grapjes over maken.

Wat geschiedde nog meer…

Facebook – who the fuck is Facebook – besloot mijn tekst offline te halen omdat die in strijd zou zijn met de Facebook regels. Welke regels? De richtlijnen (?) van de Facebook community (waarom in het Engels?). De richtlijnen dus van de onbekende, en ongecontroleerde alleenheerser in het mondiale dorp:

Dreigde ik? Zaaide ik haat? Discrimineerde ik? Uitte ik mij racistisch? Wie het weet mag het zeggen. Wat ik in ieder geval met grote zekerheid weet, is dat de richtlijnen van de Facebook community vaag zijn en geen boodschap hebben aan de vrijheid van meningsuiting.

Laat ik (met excuus aan de Joodse ‘community’), zo dacht ik, eens een proef op de som nemen en een uiterst discriminerende en haatzaaiende cartoon, overgenomen van Al Jazeera, op mijn Facebook tijdlijn zetten, en dan merken of die cartoon wel binnen de richtlijnen van de Facebook community geaccepteerd wordt:

Je raadt het waarschijnlijk al: binnen de richtlijnen van de Facebook community niets aan de hand. De cartoon bleef onbelemmerd staan totdat ik zelf na drie dagen besloot hem te verwijderen.

Tegelijkertijd verscheen een onfris bericht van een Raadslid van een Haagse moslimpartij op Facebook. Blijkbaar ook een bericht dat past binnen de richtlijnen van de Facebook community:

Deze meneer Abdoe Khoulani, een antisemiet pur sang, mag zijn vuiligheid naar believen spuien binnen de Facebook community, omdat deze vuiligheid blijkbaar past binnen de richtlijnen van die community.

Je staat tegen de big brother dictatuur van Facebook machteloos zo lang je inwoner wenst te blijven van dit mondiale dorp. Beroep tegen de veroordelingen door Facebook is niet mogelijk. Evenmin communiceren. Facebook vormt een anonieme macht zonder telefoon of email.

Het enige dat je tegen Facebook kan doen, is het griezelige mondiale dorp verlaten. Dat heb ik dan ook maar gedaan.

Ton Cremers, gastcolumnist

Hoog Risico Keffers

American Staffordshire Terrier en Labradoodle samen op de bank

Als je doordringt tot het babbelprogramma PAUW dan is er iets gaande van nationaal belang. Laten we wel wezen, daar worden immers alleen zaken van landsbelang besproken en wel door het topje van de Nederlandse deskundigenberg.

Deze week kwamen hoog-risico honden aan bod. Nu vind ik al jaren dat je beleid niet moet baseren op incidenten, maar op trends. Ben ik de enige die dat vindt? Dat zal niet, maar soms krijg ik wel de indruk. Er doet zich een incident voor, meestal een naar incident, en ineens moet er beleid aan worden opgehangen, terwijl overduidelijke trends die schreeuwen om beleid genegeerd worden.

Laat ik dit verduidelijken met een voorbeeld. Enige jaren geleden kwam een Franse toeriste om het leven na een val uit haar hotelraam. Waarschijnlijk, dat is nooit zeker geworden, donderde ze naar beneden na de consumptie van paddo’s. Een naar incident. Meteen werd er geschreeuwd om beleid en een aantal paddo’s werd verboden. Sommigen zagen het liefst alle paddo’s verboden.

Wekelijks, dagelijks, komen mensen om het leven door alcoholgerelateerde incidenten. Per jaar vallen duizenden doden door de consumptie van alcohol; in het verkeer, door agressie in het uitgaansleven en door ziektes. Waar blijft beleid zo daadkrachtig als na dat paddo-incident?  Zelfs het aantal controles in het verkeer op rijden onder invloed is sterk teruggedrongen omdat de politie en het OM daar geen tijd voor hebben.

Wat heeft dat allemaal met honden te maken? Alles. Want het aantal incidenten met honden wordt niet centraal geregistreerd en is nauwelijks bekend. De enige kennis die we hebben over problemen met honden zijn de incidenten waarover af en toe in de krant te lezen is. Nieuws is trendgevoelig. Dat wil niet zeggen dat de vele aandacht die er nu is voor incidenten met honden ook werkelijk gebaseerd is op een trend.

In Nederland leven 17 miljoen mensen. Het aantal doden door geweld is gelukkig dalend, maar altijd nog circa 120 per jaar. Ongeveer 1 miljoen mensen zijn jaarlijks slachtoffer van huiselijk geweld. Op iedere 100 inwoners van Nederland zijn er 3,6 jaarlijks slachtoffer van geweld.

Het is me wat.

Er zijn in Nederland circa 2,2 miljoen honden. Er zijn helaas geen recente gegevens bekend van menselijk overlijden veroorzaakt door een hond. De meest recente informatie die ik kon vinden bij het CBS is uit 2008. Er vielen toen 2 doden door een hond, waarbij het CBS aantekent dat dit niet perse hondenbeten hoeven te zijn, maar ook dat iemand valt doordat een hond tegen een persoon opspringt.

Als je het aantal slachtoffers door honden vergelijkt met het aantal slachtoffers door mensen, dan blijken honden veel minder risico te geven dan mensen. Verhoudingsgewijs zouden er minstens 15 mensen per jaar om moeten komen door honden. Er gaan echter volgens het CBS vele jaren voorbij zonder dat er dodelijke slachtoffers vallen door honden.

Als we niet alleen kijken naar dodelijke slachtoffers, maar naar alle slachtoffers van geweld, dan is de mens vele malen gevaarlijker dan de hond: 3,6 op de 100 mensen is jaarlijks slachtoffer van geweld door mensen. Omgerekend zou 0,5 mens op de 100 jaarlijks slachtoffer moeten zijn van geweld door een hond. Met andere woorden: 1 op de 200 mensen moet jaarlijks gebeten worden door een hond. Daar geloof ik helemaal niets van. Ik ben bijna zeventig inmiddels en ben zelf nog nooit gebeten door een hond en ken ook helemaal niemand die weleens door een hond gebeten is. Van menselijk geweld was ik ook zelden de dupe, maar enkele incidenten waren er wel.

Ik hou het er op dat mensen voor de mens aanzienlijk gevaarlijker zijn dan honden. Sterker nog: er is een grotere kans door de bliksem om het leven te komen dan door een hond.

Nu het geweld van honden onderling. Laat ik er gemakshalve van uit gaan dat honden eerder geneigd zijn elkaar verrot te schelden en te bedreigen dan mensen dat doen. Ik vermoed dat en de dagelijkse praktijk toont dat ook wel aan. Dagelijks wandel ik vier keer met mijn hond – een Amerikaanse Staffordshire Terrier – door park en bos in Den Haag. Eén of twee keer per maand maak ik mee dat over en weer gegromd en gesnauwd wordt. Eén of twee keer per jaar maak ik mee dat er een schermutseling is. Je schrikt je rot van het kabaal en de boosheid. Nog nooit, mijn hond is inmiddels vier jaar, maakte ik mee dat er schade ontstond. Het ziet er allemaal behoorlijk heftig uit, maar gebeten wordt er niet.

Bijna dagelijks ontmoet ik met mijn goedsul van veertig kilo kleine honden die zich van pure agressie bijna wurgen in hun halsband. Die beestjes gaan als idioten tekeer. Mijn hond reageert niet. Sterker nog: hij negeert ze, totdat na een vierde of vijfde ontmoeting met zo’n mormel het hem teveel wordt en hij terug gromt.

Bijna nooit maak ik mee dat de eigenaar van zo’n kleine schreeuwlelijk zijn/haar hondje corrigeert. Mocht mijn zogenaamde hoog-risico hond dergelijk gedrag vertonen en ik liet hem maar begaan, dan had ik waarschijnlijk allang de wijkagent aan de deur gehad.

Bij ons in de buurt zagen we van pup af aan een Norfolk Terrier. Onze hond ging bij ontmoetingen altijd languit op zijn rug liggen en de twee speelden op vertederende manier met elkaar. Een genot voor honden en eigenaren. Totdat die kleine groter en brutaler werd en het zelfs presteerde onze op zijn rug liggende hond met poot omhoog brutaal over zijn kop te pissen. Dominanter kan haast niet. Die kleine, inmiddels volwassen geworden, werd steeds agressiever tegen onze hond. Ook nu, een jaar of twee verder, gaat hij vanaf grote afstand al tegen onze hond tekeer, en onze stafford pikt het niet meer. Ik zou die twee niet graag meer bij elkaar zien. Het beestje gaat niet alleen agressief tekeer tegen onze hond, maar ook tegen passerende voetgangers en fietsers. Schuin tegenover deze Norfolk Terrier woont een langharige Jack-Russel: van hetzelfde laken een pak. Honden en fietsers worden brutaal afgesnauwd. De baasjes van beide honden zijn niet in staat hun viervoetertjes te corrigeren.

Moraal van het verhaal: alle aandacht, tot bij PAUW, gaat uit naar grote, sterke honden en de risico’s die die met zich meebrengen.

Zijn er hoog-risico honden? Absoluut: er zijn duizenden kleine, agressieve krengetjes die een hoog risico lopen in hun nek gegrepen te worden door grotere honden die deze niet door eigenaren ingetoomde agressie hartstikke beu zijn.

Ja, ik weet: als mijn hond werkelijk aan zou vallen, dan veroorzaakt hij meer schade dan een kleine hond. De kans op aanvallen is vrijwel nihil. Als het al gebeuren zou, dan is het een reactie.

Moraal: vertaal incidenten niet meteen naar trends waar beleid aan moet worden opgehangen en analyseer ieder incident op eigen merites.

Bertus. G. Antonissen

Mattheus Passie en de Annet Veenstra terreur

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is alweer ruim een jaar geleden dat ‘bejaard’ Nederland gekruisigd werd door Annet Veenstra vanwege het luidruchtig kuchen, smijten met programmaboekjes en ringende telefoons en andere verstoringen van de heilige muziekcultuur in het Amsterdamse Concertgebouw. Annet Veenstra die op geen enkele manier accepteert dat ouderen generaliserend over de jongere generatie praten, schroomde er – hoe inconsequent – via een ingezonden brief in De Volkskrant niet voor ‘ouderen’, alsof het een afzonderlijke en verachtelijke menssoort is, collectief over de kling te jagen. Het zijn namelijk de ouderen die met hun door kattenharen, sputum en huismijt vervuilde bronchiën plechtige concerten, en vooral de heiliger dan heilige Mattheus Passie luidruchtig kuchend verstoren.

Een waarschuwing voor bejaard Nederland is op zijn plaats. Mevrouw Annet Veenstra is te jong om zelf geplaagd door KNO-problemen snotterend en proestend Buẞ und Reu te verstoren en oud genoeg om bejaarden die dat wel doen dubbel te vouwen tussen de pluche stoelen van het Concertgebouw. Annet Veenstra wil ongestoord zich onderdompelen in de serene sfeer van Bach’s symbool van Christelijke naastenliefde en verdraagzaamheid en is desnoods bereid de liefde voor de medemens met geweld te verdedigen. Vrij zeldzaam zo’n fundamentalistisch Christelijk meisje; haar onverdraagzaamheid is helaas minder zeldzaam.

Laat ik alle ouderen aanraden zich dit jaar te beschermen tegen de toorn van retorica talent Veenstra en Goede Vrijdag thuis aan de radio, voor de TV, of via een CD te luisteren naar de Passie. Ze hoeven dan geen moment verstijfd van angst iedere kuch te onderdrukken en kunnen geheel zichzelf zijn, net zoals elitaire Annet dat kan zijn in haar Concertgebouw ballenbak.

Daar mag ze zonder bijgeluiden van de rollatorgeneratie Jesum selbst begraben.

Ik zal dit aardse tranendal verlaten hebben tegen de tijd dat Annet Veenstra zelf de leeftijd bereikt heeft dat ze door weer een nieuwe generatie uit het Concertgebouw wordt verbannen, maar hoop, hoog gezeten op een wolk, te kunnen aanschouwen hoe zij die schoffering van een journalistiek groentje mentaal verwerkt.

Misschien krabt ze dan nog eens met spijt aan haar Teutoonse kinnebak.

Bertus G. Antonissen

 

De imponerende woede van Axel Rüger

Wat een walgelijke TV-avond. In De Wereld Draait Door en bij Pauw werd podium geboden aan ‘Okkie’ Durham, de inbreker die twee Van Gogh schilderijen roofde uit het museum aan de Paulus Potterstraat. Gelukkig bleef mijn inbreng in de door Vincent Verweij gemaakte en door Brandpunt uitgezonden documentaire over de inbraak en de terugkeer van de schilderijen beperkt tot een enkele, algemene opmerking over inbraakvertragend glas en mijn stellige overtuiging dat deals met criminelen de basis leggen voor toekomstige diefstallen. Okkie’s advocaat Bénédicte Ficq, iedere keer wanneer ik haar zie moet ik denken aan Hirsi Ali, deelde mijn mening.

De documentaire waar Verweij een jaar aan werkte, geeft een fascinerende inkijk in de wereld van ‘career criminals’ als Durham en Mink Kok. Geen heren die je graag in je kennissenkring hebt, of met wie je op wat voor manier dan ook geassocieerd wilt worden. Als documentairemaker begeef je je op glad ijs wanneer je met dergelijke heren aan de slag gaat. Het ware beter geweest wanneer Vincent Verweij de boeiende documentaire voor zichzelf had laten spreken, want zijn optreden bij met name Pauw vond ik ronduit ongelukkig. Wat mij betreft wierp dat een smet op wat een goed product is. Zo zie je maar: er is een aanzienlijk verschil tussen onmiskenbare professionaliteit achter de camera en beschouwingen over je product in de spotlights van een babbelprogramma.

Laat het duidelijk zijn, Okkie Durham wordt in de documentaire van Verweij geenszins verheerlijkt, een valkuil waar journalisten vaak in vallen. De kijkers kregen de narcistische persoon Durham in al zijn ontluistering te zien. Daar was nauwelijks interpretatie door de documentairemaker voor nodig. De man is blijkbaar zoals hij is, een nare crimineel die jarenlang velen benadeeld heeft. Het zal voor Okkie niet prettig zijn op Twitter alle reacties op zijn persoon te lezen. Ik raad hem aan voorlopig niet op zijn bromfietsje – heel symbolisch een kinderformaat ding – door Amsterdam te zwerven, maar zich in schaamte een aantal weken achter de goed beveiligde voordeur van zijn appartement terug te trekken.

Het verhaal in de docu spitste zich toe op de winstgevende kant van schilderijendiefstal. Gestolen schilderijen zouden een ruilmiddel kunnen zijn voor criminelen om strafvermindering te krijgen. Gelukkig prikte Axel Rüger deze ballon door. De suggestie in de docu van Verweij dat een Italiaanse crimineel geen 20 maar 12 jaar straf kreeg dankzij onder andere de teruggave van de schilderijen klopte volgens Axel Rüger niet. De strafeis ging weliswaar van 20 naar 12 jaar, maar de uiteindelijke straf werd 18 jaar. Tel maar uit je winst.

Vincent Verweij leek bij Pauw alle distantie tot zijn criminele subject uit de documentaire kwijt te zijn en ging tegen Axel Rüger in de aanval omdat het Van Goghmuseum die nare Okkie niet meer in het museum wil hebben. Hij heeft immers zijn straf er al op zitten. Axel Rüger ziet dat, volkomen terecht, anders. Mensen die schade hebben aangericht mogen, geheel volgens de huisregels, het museum niet meer in. Verweij’s poging Axel Rüger de kwaaie Pier toe te spelen werd door Rüger overtuigend gecounterd.

Laten we wel wezen, een cultureel onbenul als Okkie Durham – hij had het in de docu herhaaldelijk over de ‘aardappeltelers’ en meende dat schilderijen met dikke verf meer geld waard zijn – heeft sowieso niets te zoeken in welk museum dan ook.

Was Erbin Wennemars in DWDD een verkwikkende criticus van Durham, een welkom alternatief voor de schaapachtig lachende Van Nieuwkerk, in Pauw overklaste Axel Rüger zowel Vincent Verweij als Okkie.  Rügers woede was integer en overduidelijk. Zijn ogen spuwden vuur, zijn mond sprak logica en zijn houding was die van een verontwaardigde gentleman. Hij had zijn opgekropte emotie beter onder controle dan Verweij.

De medewerkers van het Van Goghmuseum kunnen zich gelukkig prijzen met zo’n directeur. De man is blijkbaar bereid als een leeuw te vechten voor het behoud van kunst die van ons allemaal is.

Het ongeloofwaardige excuus van Okkie negeerde hij volledig en Verweij werd aan het einde van het gesprek door de directeur van het Van Goghmuseum berispt. Axel Rüger vond de afsluiting van de documentaire waarin Okkie wandelend langs het museum tegen zijn vriendin blaatte dat hij gemakkelijk via ‘die muur en dat raam’ de Zonnebloemen kon stelen, een stuitende belediging.

Geef de man eens ongelijk.

Niet Okkie of Grunberg stalen de show bij Pauw. Dat deed Axel Rüger.

Ton Cremers

http://www.toncremers.nl

Burgers’ Zoo parkmanager Wineke Schoo ontpopt zich als beveiligingsexpert

Wineke Schoo; screenshot Gelderland TV

Daar gaan we weer. Stoorde ik mij in het verleden regelmatig aan museummanagers die zich na incidenten ontpopten als multigetalenteerden die quasi-deskundigheid over beveiliging ten toon spreidden, nu voegt de manager van een dierenpark zich ook al in die rij en stelt zich bovendien als sitting duck op, want ‘je kunt het als een kluis beveiligen, maar….stropers weten altijd wel een manier om binnen te komen’.

WAT?!! Stropers weten altijd wel een manier om binnen te komen, maar toch zijn volgens Wineke geen ‘strengere maatregelen nodig’? Als ze nu nog beweerde dat strengere maatregelen niet mogelijk zijn – dat kan ik niet overzien, maar betwijfel ik – maar nee: stropers kunnen binnenkomen, en toch zijn er, nogmaals volgens Wineke, geen strengere maatregelen nodig. Er is nota bene in een collega-dierenpark ingebroken, een neushoorn vermoord en beroofd van zijn hoorn en Wineke Schoo beweert doodleuk dat geen extra maatregelen nodig zijn. Doe. Normaal. Hier word ik echt heel moe van. Wat een management lamlendigheid. Volgens mij hoog tijd voor een functioneringsgesprekje.

Kromme tenen krijg ik van dergelijke prietpraat. Ik vertik het om voor de zoveelste keer een onbezoldigde cursus beveiliging en veiligheid te geven, en beperk mij tot de opmerking dat het zonder kluis – de museale collega’s van mevrouw Wineke Schoo papegaaien elkaar na en blaten dat ze van hun museum geen vesting kunnen maken (dixit o.a. Jelle Reumer, voormalig directeur Natuurhistorisch Rotterdam) – heel goed mogelijk is de zes neushoorns  in Burgers’ Zoo afdoende te beveiligen. Ik heb het dan nog niet eens over de methode die in sommige Afrikaanse natuurparken wordt gehanteerd: preventief verwijderen van de hoorns (zie foto).

De hoorns van neushoorns leveren op de markt voor bijgelovigen circa $ 50.000 per kilo op. Volwassen neushoorns żeulen 5 tot 7 kilo hoorn op hun kop mee (ik ben geen deskundige, maar deze info vond ik op het internet). De totale waarde van de hoorns in Burgers Zoo komt dus neer op 6 x 5 x 50.000 = $ 1.500.000. Een bedrag interessant genoeg om met een paar man de hele neushoornpopulatie in Arnhem uit te moorden.

Mevrouw Wineke Schoo doet er verstandig aan ongeveer 5% van deze waarde bij financiers en sponsoren – denk aan de Postcodeloterij – los te peuteren op basis van een goed beveiligingsplan, in plaats van criminelen uit te dagen een nachtelijk bezoek bij haar dierentuin af te leggen.

Ik verzeker haar dat het met dat budget mogelijk is snode plannen van ‘stropers’ te verhinderen. Die moeten bij een goed beveiligingsplan in Burgers’ Zoo gedwongen nagelbijten (een gelijkwaardig alternatief voor de hoorns van neushoorns, want van exact dezelfde biologische samenstelling).

Ton Cremers

lees verder het volledige artikel in De Volkskrant: http://www.volkskrant.nl/reizen/neushoornstropers-slaan-nu-zelfs-toe-in-franse-dierentuin-nederlandse-vince-gedood~a4471388/