Annet Veenstra, Maarten ‘t Hart, Johann Sebastian Bach

De Teutoonse kinnebak van Annet Veenstra

Sinds maart 2016 is voor mij de Mattheus Passie onlosmakelijk verbonden met snotneus-journalistje Annet Veenstra.

Waarom?

Leest u maar de tekst die ik destijds schreef naar aanleiding van een aanmatigend en vooral leeftijddiscriminerend stukkie dat Veenstra schreef in De Volkskrant, misschien wel de slechtste krant van Nederland; de spreekbuis voor gefrustreerde trutjes als Annet Veenstra en Nadia Ezzeroili die in een huilend stuk verkondigde geen Nederlander meer te willen zijn, maar in plaats van te vertrekken naar haar paradijs op aarde, Marokko, lekker blijft zitten waar ze zit omdat ze in ons lage landje aan de Noordzee, ook al heeft ze nog zoveel aversie tegen dat landje, veel meer kansen heeft carrière te maken en uit een welgevulde ruif te schransen dan daar aan de noordkust van Afrika.

Maar goed, het gaat niet over deze frustraat met Marokkaanse wortels, maar over puur-Hollandse, ondanks haar Teutoonse koppie, Annet Veenstra en haar heiligverklaring van de Mattheus Passie.

In 2016 nam ik mij voor ieder jaar in de ‘heilige week’ voor Pasen even aandacht te besteden aan mevrouw Veenstra en haar Mattheus Passie terreur tegen ouderen, waarbij ze er niet voor terugdeinst te dreigen met fysiek geweld.

Dit jaar speelt ze iets langer door mijn hoofd. Dat komt door het geweldige boek dat Maarten ‘t Hart in 2000 schreef over Johann Sebastian Bach. Dit jaar verscheen eindelijk een nieuwe en gewijzigde editie. Een boek om te verslinden en van te smullen, net zoals Maarten ‘t Hart al van kindsbeen af smult van Bach, en terecht.

Bach (1685-1750) leefde in de tijd van voor het elektrisch licht en door CV verwarmde gerieflijke kerken. Reken maar dat in die kerken heel wat gehoest en geproest is en de bacteriën vrij spel hadden door de bedompte lucht van walmende kaarsen. Het was destijds in de kerken tijdens de winter en zeer vroege lente bij een uitvoering van de Mattheus Passie van begin tot eind een geroezemoes van jewelste.

Wat een geluk dat die vermaledijde Annet Veenstra niet in 1729 of een van de navolgende jaren tijdens het leven van Bach de passie bij moest wonen. Ze had het van woede, met name woede over de oudere bezoekers, absoluut niet overleefd.

Al meer dan twee jaar vraag ik mij af: “Heeft die Veenstra geen ouders, of grootouders en heeft ze er werkelijk geen seconde bij stil gestaan dat ze ook over hen dat denigrerende stukkie schreef?”

Ik (70) weet niet hoe oud het kind is, maar vrees dat ze nog zo jong is dat ik niet de triomf mag beleven om haar oude huig lawaai te horen maken in het Concertgebouw.

Het is helaas niet anders.

Ik acht de kans gering, maar wil hopen op een positieve wending waarbij job-hopper, ze lijkt het nergens lang uit te houden, Veenstra terugkijkend denkt dat ze het in haar quasi-humoristische stukkie uit 2016 over ouderen bij de Mattheus Passie in het Concertgebouw eigenlijk te bont maakte.

Ach, en dat gezeur over mensen die tijdens concerten kuchen, in hun stoel schuiven, een programmaboekje laten vallen – Veenstra weet dankzij haar bionische oren perfect wie de daders zijn – is zo oud als de weg naar Kralingen.

Annet Veenstra dacht misschien in haar historieloze jeugdigheid dat ze in De Volkskrant origineel was, maar dan moet ik haar helaas teleurstellen: niet origineel en stinkend elitair. Dat was haar tekst.

Bertus G. Antonissen

Geef een reactie