Aan het kruis met Annet Veenstra

Schermafbeelding 2016-03-19 om 18.52.15

In 1953, een paar maanden voor mijn 15de verjaardag, woonde ik samen met klasgenoot Ronald Lempke – niet meer onder ons – voor het eerst een uitvoering van de Mattheus Passie bij. Plaats van handeling: de Grote Kerk in Den Haag. In deze kerk vol houten stoeltjes zaten we de bijna drie uur durende opvoering uit. Geen gemakkelijke uren. Niet alleen vanwege de ongerieflijke stoeltjes, maar ook vanwege de kou in de kerk. De vrouwelijke solisten droegen bontjassen, dat kon toen nog, met de kraag omhoog. Het was de winter waarin Reinier Paping de zwaarste Elfstedentocht ooit won.

De voorbije ruim vijftig jaar woonde ik veel Passions bij. Voor mij is de Mattheus Passie van Bach niet gebonden aan het lijdensverhaal en Pasen. Ik heb niets met die christelijke sprookjes en rituelen. De Mattheus Passie is de mooiste muziek die ik ken. Ik was 18, vijftig jaar geleden, toen ik mijn rijbewijs haalde en sindsdien was de M.P. vast onderdeel van het repertoire cassettebandjes, later C.D.’s en weer later de iPod in mijn auto. Niets mooier dan een verlaten snelweg met keihard Erbarme dich. Tien jaar geleden zette ik Bach integraal op mijn iPod. Zeven dagen en nachten continu Bach.

Mijn M.P. hoogtepunt beleefde ik in de Thomaskirche in leipzig begin deze eeuw. Ik werkte bij de Staatliche Kunstsammlungen in Dresden en tijdens de reizen naar huis stopte ik meerdere keren in Leipzig om het Bach Museum en de Thomaskirche te bezoeken. Op een van die détours met bezoek aan de Thomaskirche, het was een sombere laat-winterdag, werd ik in de bijna lege kerk getrakteerd op een oefenend Bachkoor. Sinds die middag is de M.P. voor mij onlosmakelijk verbonden aan dat emotionele moment in Leipzig.

Al meer dan vijftig jaar kon ik bijna op gezette tijden in de krant lezen over kuch-ergernissen tijdens de opvoering van klassieke concerten en met name tijdens de M.P. Vooral tijdens de M.P. omdat het nu eenmaal een lange zit is. Toen, en ook nu erger(de) ik mij niet aan de incidenteel kuchende medemens. Mocht het soms iets te luidruchtig zijn, wat ik zelden meemaakte, dan vond ik dat eerder sneu voor de kucher en was blij dat ik niet door een kuch-, of erger nog hoestbui overvallen werd. De fobie van iedere concertbezoeker.

De nooit door mij gestelde vraag wie de kuchende snoodaards waren, kreeg ik in De Volkskrant van gisteren 19 maart 2016, beantwoord door multitalent (Journalist NRC en SSBA, recensent Theaterkrant, theater- en filmliefhebber, retoricaspecialist – classica – skilerares Lech. @Annet_VeenstraAnnet Veenstra.

Annet weet het: het zijn de ‘ten opzichte van jongeren oververtegenwoordigde oudere bezoekers’ die zich schuldig maken aan willekeurig kuchen. Ja, willekeurig, want Annet verzoekt ze nadrukkelijk hun kuchen uit te stellen tot na stille passages van de M.P. Er is dus opzet in het spel. Die oudjes kuchen niet omdat ze niet anders kunnen, nee, volgens Annet Veenstra doen ze dat opzettelijk. Ze hebben voldoende controle over hun luchtwegen om de kuchjes uit te stellen. Laat ik Annet Veenstra onthullen dat ik al meer dan een jaar worstel met KNO-problemen die helaas tot op heden geen huisarts of specialist op heeft weten te lossen. Bij mijn laatste bezoek aan een KNO specialist, december 2015, kreeg ik te horen: ‘Ik wil u niet kwetsen, maar het heeft ook met de leeftijd te maken’.

Zou Annet, de K-3 generatie, ook schrijven dat bij optredens van die commerciële, Belgische Lolita’s kinderen ‘oververtegenwoordigd’ zijn. Vindt mevrouw Veenstra dat tijdens popconcerten haar generatie twintigers ‘oververtegenwoordigd’ is?

Bizar taalgebruik voor een ‘retoricaspecialist’. Natuurlijk bedoelde Annet niet ‘oververtegenwoordigd’, maar bovengemiddeld. Oververtegenwoordigd schurkt aan tegen ‘te veel’. Of was het geen verkeerde woordkeuze van Annet, maar bedoelde ze werkelijk dat er te veel ouderen in het Concertgebouw zitten? Niet netjes van je Annet, niet netjes.

De tegenstelling ouderen-jongeren ten nadele van ouderen is een pijnlijke generalisatie. Dat had ik van zo’n jonge theaterjournalist en retoricaspecialist niet verwacht.

Ben ik als oudere te optimistisch over ‘jongeren’? Mocht ik al generaliserend positief over jongeren denken – dat krijg je als je vier geweldige kinderen en acht schatten van kleinkinderen hebt – dan moet ik voor snotneus Annet Veenstra een uitzondering maken.

Is het toeval dat ik zo’n diffamerende generalisatie over een bevolkingsgroep moet lezen precies één dag nadat een Nederlandse politicus achter het hekje van de Amsterdamse rechtbank stond vanwege negatieve generalisatie van een bevolkingsgroep? Laat ik die vraag zelf beantwoorden: toeval bestaat. Eén ding is zeker: Annetje discrimineert hier op leeftijd.

Multitalent Annet Veenstra heeft een lijstje eisen opgesteld voor de oudere – vanaf welke leeftijd bedoelt ze? – concertbezoeker. Een aanmatigend lijstje, want deze journalistieke nieuwkomer denkt de wet te kunnen voorschrijven aan concertbezoekers. Een faux pas voor een objectieve, dat mag je toch hopen, journalist met als specialisatie de kunst van het weldenkend formuleren en het theater.

De oude kuchers moeten niet alleen hun kuchaanvallen beter timen, maar als het dan toch moet, ‘doe het dan in een zakdoek’.

De ouderen moeten vooral ook ‘wakker blijven’ en niet alleen naar het concertgebouw komen om ‘hun gezicht te laten zien’. Waarom gaat Annet Veenstra naar het Concertgebouw, zo vraag je je automatisch af. Niet om zich te concentreren op het concert, maar om als een wijkagent de bezoekers kritisch in de gaten te houden. Gelukkig zijn haar ogen door de natuur zo ver uit elkaar gezet, de gelijkenis met Marty Feldman valt op, dat ze zonder nekpijn te krijgen de kuchende en slapende ouderen panoramisch kan observeren.

Ik moet nu iets bekennen. 2004 woonde ik een Nibelungenlied voorstelling bij in de Semper Oper, Dresden en ik heb een groot deel van de voorstelling moeten knokken tegen de slaap. Ik was toen 56 jaar. In de ogen van Annetje natuurlijk een oude zak; in mijn ogen verre van dat. Hoe oud zullen de pappa en mamma van Annet zijn? Gezien haar leeftijd, 25, schat ik dat haar ouders ergens tussen de vijftig en zestig jaar zijn. Vallen die ouders ook in Annet’s verfoeilijke categorie van concertverstoorders, of geldt haar over-één-kam–scheren alleen niet-familie?

De bezoekers van de M.P. moeten van Annet hun tekstboekjes maar thuis ‘literatuurwetenschappelijk’ (wat een kulwoord) bestuderen en niet meenemen naar de uitvoering, en dan zeker niet op de grond laten vallen. Annet heeft dat met haar op de zijkant van haar gezicht geplaatste arendsogen wel drie keer zien gebeuren. Volgens mij overdrijft Annet Hyperbool Veenstra hier. Het lijkt mij dat negatieve feitjes in haar stampvoetende relaas ‘oververtegenwoordigd’ zijn.

Drie keer zag (hoorde?) Peter R. Veenstra tekstboekjes vallen; vijf keer hoorde ze niet nader omschreven zwaardere objecten vallen. Twee keer hoorde ze een telefoon af gaan tijdens de M.P. opvoering. Annet heeft ook bij die twee keer, zaal of balkon, kunnen constateren dat ouderen de schuldige waren, want ik lees in haar tekst niet dat dat niet zo was. Haar tirade begon immers met die ‘oververtegenwoordiging’ van ouderen. De ouderen deden het; de ondervertegenwoordigde twintigers zaten allen braaf en doodstil de M.P. uit. Zo, daar kunnen de ouderen een voorbeeld aan nemen.

Annet VeenstraKampbewaakster Annet Veenstra eindigt haar relaas met enkele dreigementen. Een slag met haar vuist, of wanneer een oudere een mening geeft die Annet niet zint, dan kan deze erop rekenen door mevrouw Veenstra dubbelgeklapt te worden tussen ‘het rode pluche..en dat kan heel hard gaan met die concertstoeltjes’.

Wanneer kan je rekenen op deze Guantanamo-behandeling: “als ik u nog één keer hoor zeggen dat het de jongeren zijn die niet meer weten hoe het hoort”.

WAT??!! Dus ouderen mogen niet generaliserend naar jongeren wijzen met negatieve kritiek, maar Annet Veenstra mag dat andersom wel doen in die bizarre brief in De Volkskrant. Hier komen barstjes in mijn klomp. Verbijsterend. Wanneer een oudere het in zijn hoofd haalt te doen wat Annet Veenstra zelf doet, kan hij rekenen op geweld.

Toch maar even op het internet zoeken wat retorica betekent. Ik ben immers een dagje ouder en mogelijk raakte ik kwijt wat ik op school leerde toen Annet nog vele jaren niet in beeld was.

Retorica (van het Griekse woord ῥήτωρ, rhêtôr, spreker, leraar; oude Nederlandse spelling rhetorica met -rh) is de uit de klassieken voortgekomen oudste westerse teksttheorie. De term staat voor welsprekendheid, maar in uitgebreide zin slaat het op effectief spreken en schrijven en de kunst van het overtuigen. (Wikipedia).

Laat ik er niet een kritische, tekstverklarende exercitie van maken en mij beperken tot de conclusie dat onze retoricaspecialist geen kaas heeft gegeten van ‘effectief schrijven’. Ze heeft namelijk niet door dat de laatste alinea van haar brief de eerste – generaliserend negatief over ouderen – volledig onderuit haalt. Ik raad Annet Veenstra aan het begrip ‘projectie’ op te zoeken in een basisleerboek psychologie.

Via Twitter liet Annet Veenstra mij weten dat ik de ‘Spielerei’ van haar brief moet begrijpen en: ‘opinie is een genre’.

Spielerei: een laf verweer. Mevrouw denkt noch schrijft effectief. Dat wordt duidelijk uit de vele negatieve reacties op haar tekst in de Volkskrant app. Geen van die reageerders begreep het speelse karakter van Annet’s tekst. Niet effectief dus.

Opinie ‘een genre’. Oh, moet ik dat zo zien.. Annet Veenstra schrijft een mening op, en als je het met die mening niet eens bent, dan heb je niet door dat haar mening een speels genre is en dus niet al te serieus moet worden genomen.

Waarom die keuze voor het Duitse Spielerei?

Op 1 mei gaan mijn echtgenote en ik naar Mahler 3 in het Concertgebouw. We staan nu al beiden doodsangsten uit dat we, hoe zacht dan ook, een kuch niet kunnen onderdrukken en geraakt worden door een slag met Annet’s toornige vuist.

Annet VeenstraLaat ik Annet waarschuwen: mijn achtenzestigjarige vuist is nog stevig genoeg om haar met gelijke munt te betalen. Bovendien lijkt mij haar met ‘oververtegenwoordigd’ bot gesierde Teutoonse kin een niet te missen doelwit.

Zal het zo zijn dat Annet Veenstra concentratieproblemen heeft en is die Mattheus Passie een veel te lange zit voor haar?

Aan het kruis met die vrouw.

Spielerei snotneusje Veenstra, Spielerei…

Bertus Gerardus Antonissen