Het Openbaar Ministerie eist vanaf een onbewoond eiland

Bedreiger van Wilders

Vakbondsleider Herman Bode en zijn “Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam” van 4 maart 1980 staat mij nog helder voor de geest, evenals de gruwel die ik daarbij voelde. Niet vanwege de acties door de loonslaven in de RAI – ik weet niet meer waar het over ging – maar vanwege dat volksmennen op een podium en dat scanderen door het willige voetvolk.

Nooit in mijn leven zong of schreeuwde ik mee. Ik zong of schreeuwde wel, maar dan als eenling. De enige uitzondering, en dan nog heel ongemakkelijk, is het lang-zal-ie-leven bij de verjaardag van een kleinkind. Daarmee houdt mijn inbreng bij manifestaties op.

Het Wilhelmus heb ik nooit gezongen. Niet alleen vanwege de benauwende samenzang maar ook vanwege de idiote, archaïsche tekst. Ik vertik het om tegen beter weten in te zingen dat ik van Duitse bloed ben, zoals ons bijna voltallige koningshuis, en dat ik de Spaanse koning altijd geëerd heb.

Wanneer ik die Groen Links Trudeau-imitatie Yasser Klaver (Jesse is een verzinsel) met opgestroopte mouwen zijn act op zie voeren voor een volgzame menigte, denk ik aan Neurenberg. Idem dito als Baudet spekglad glunderend van zelfingenomenheid juicht over zijn verkiezingsoverwinning. En die toehoorders, die toehoorders…kippenvel.

Het heeft mij allemaal een veel te hoog Billy Graham gehalte.

Wilders en zijn ‘meer of minder Marokkanen’ is van hetzelfde laken een pak: een walgelijke stijlfiguur.

Over de inhoud valt te praten. Context heet dat. Voor mij relevante contexten zijn Opsporing Verzocht en jarenlange ernstige bedreigingen van Wilders.

Die bedreigingen komen waarschijnlijk niet alleen uit Marokkaaanse hoek. Ik schrijf bewust ‘waarschijnlijk’ omdat ik het gewoonweg niet weet en het dus ook niet uit kan sluiten. Ik geef toe: glad ijs.

Wilders wordt al 15 jaar dag en nacht beveiligd vanwege bedreigingen, maar het aantal mensen dat wegens bedreigingen is opgepakt kan op de vingers van één hand geteld worden. Dat stemt tot nadenken. Is het amateurisme van de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie, of is het politiek gemotiveerde lamlendigheid?

Daardoor is zelfs de achtergrond van de bedreigers niet duidelijk, maar er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat die bedreigingen voornamelijk uit islamitische hoek komen. Het geloof van de liefde is namelijk een heel onzeker geloof en de aanhangers zijn niet gediend van kritiek. Wilders geeft die kritiek.

De Turkse debiel Gökmen Tanis die in een Utrechtse tram vier mensen doodschoot verwees deze week nog naar de door Wilders en Hirsi Ali gemaakte film Fitna en de geannuleerde cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed.

Aan deze context heeft het Openbaar Ministerie in het proces tegen Wilders vanwege zijn ‘Minder Marokkanen’ slogan maling. Dat OM functioneert op een in zichzelf gekeerd onbewoond eiland en is alle feeling met de maatschappij kwijt.

Iedere verdachte mag bij de beoordeling van zijn daad rekenen op contextuele verzachtende omstandigheden. Bij Wilders zijn die zonder meer aanwezig. Jongeren met een Marokkaanse achtergrond zijn immers oververtegenwoordigd in de criminele statistieken. Ook ik zou heel graag minder Marokkaanse criminelen in onze maatschappij zien. Ook ik maak me zorgen over de contaminatie van vluchtelingenstromen met leugenachtige criminelen uit veilige Noord-Afrikaanse landen.

De context van Wilders’ Marokkanen volksmenning in een Haagse kroeg is natuurlijk de problematiek met Marokkaanse criminelen en de dagelijkse bedreiging van zijn leven uit islamitische hoek.

Het is kwade opzet van het OM om die context te veronachtzamen en te doen alsof Wilders alle Marokkanen bedoelde en in het proces tegen Wilders – een proces dat nooit gevoerd had mogen worden – te komen met de waanzinnige eis Wilders een boete van € 5.000 op te leggen.

Deze kwade opzet van het OM maakt het proces tegen Wilders tot het soort politiek proces zoals zich dat in landen als Turkijë afspeelt en waar politiekcorrect Nederland veroordelend de bek over open trekt.

Van Wilders’ stijlfiguur krijg ik kippenvel; van de vervolging door het Openbaar Ministerie moet ik walgen.

Ton Cremers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *