Clichédiarree over Museum Voorlinden

Ron Mueck (niet uit de collectie van Museum Voorlinden)
Ron Mueck (niet uit de collectie van Museum Voorlinden)

Collega Bob Bernstein wond zich gisteren al op over de dorpsplein-verslaggeving van het NOS-journaal omdat de redactie van dat journaal vooral oog heeft voor het tumult rondom het gemarginaliseerde nationale voetbalploegje. Bob kon toen niet weten dat geen twaalf uur nadat hij fulmineerde tegen de idiote redactionele keuze van het Journaal voornamelijk aandacht te besteden aan het Nederlands voetbalelftal en aan ‘repeteerverliezer’ Robin Haase, diezelfde NOS het prime-time journaal om 20:00 uur zou beginnen met zes hele minuten sores van het Nederlandse verlieselftal. Zodra er een oranje voetbalshirt in het vizier komt van de NOS camera’s, staat de hele wereld stil.

Maar goed, daar wil ik het eigenlijk niet over hebben, want sport is het eerste waar de NOS zich druk over maakt, voor mij komt het op de één-na-laatste plaats (de laatste zal altijd gereserveerd blijven voor alles dat met sprookjes en religie te maken heeft). Mijn aandachtsprioriteit betreft kunst, ook al moet ik toegeven dat ik in toenemende mate de afstand tussen kunst en sport kleiner zie worden.

In datzelfde spitsuurjournaal van gisterenavond kwam het Museum Voorlinden aan bod. Dat museum zal deze week door onze koning symbolisch geopend worden. De oprichter, de Rotterdamse succesvolle zakenman Joop van Caldenborgh, verzamelde de collectie en stopte geld in een nieuw museum omdat hij niet wil dat zijn kunst terecht komt in het depot van een bestaand museum. Groot gelijk Joop! Je moet er toch niet aan denken dat delen van je collectie daar terecht komen waar ze thuis horen: in een niet voor publiek toegankelijke kelder. Veel kunst is nu eenmaal vluchtig en aan modegrillen onderhevig en verdient het niet voor altijd voor het voetlicht te staan. Een beetje zakenman vindt dat natuurlijk zonde van zijn investering in persoonlijke roem en een belediging voor zijn collectionneursinzicht en zorgt daarom zelf voor een museale schouderklop.

Van Caldenborgh vindt dat kunst niet persé mooi hoeft te zijn, maar zijn bestaansrecht ontleent aan het oproepen van emotie, of die emotie nu plezier of ergernis is. Wel, als emotie een criterium is voor het bestaansrecht van kunst, dan vallen wat mij betreft die Skyspace van Turrell, niets anders dan een raam in het dak, de oersaaie beelden van Roni Horn en de gedateerde schilderijen van François Morellet vanwege hun geeuwende emotie-armoe al af. Misschien is ‘grappig’ voor Van Caldenborgh ook een valide emotie om kunst, kunst te laten zijn, want iets anders dan grappig kan ik dat zwembad van Leandro Erlich niet vinden. Let wel: ik heb het hier over de ‘highlights’ van het museum zoals ze getoond worden op de website.

Directeur Wim Pijbes stort over dat alles weer een diarree van nietszeggende clichés uit alsof Danny Blind in hoogsteigen persoon zijn ploegje omhoog zwamt: ‘We leven in een wereld waar van alles aan de hand is. Kunstenaars pikken dat op hun manier op om er iets van te maken’.

Oppikken? Het zal wel. Ondanks het NOS-journaal kunnen we gevoeglijk aannemen dat er in de wereld heel wat aan de hand is, in ieder geval meer dan de wanprestaties van ons nationale voetbalteam, van onze voormalige tennishoop in bange dagen Robin Haase, of van een bejaarde would-be alpinist uit ons polderland die van een berg dondert.

Wat pikken die kunstenaars op uit de wereld waar van alles aan de hand is en wat maken ze daar dan van? Het klinkt bijna of Pijbes er echt van overtuigd is dat er sprake is van enig engagement met het wel en wee van de wereld. Van Ai Wei Wei, gelukkig ook in de collectie van dit nieuwe museum, is genoegzaam bekend dat de sores van ons ondermaanse hem bezig houdt, maar geldt dat dan ook voor Ron Mueck en zijn onder een parasol vertoevende echtpaar en voor Leandro Erlich en dat oubollige zwembad?

Ik kan bijna niet wachten tot het moment dat Wim Pijbes dat engagement met de wereld amechtig struikelend over zijn eigen woorden bij Matthijs van Nieuwkerk voor het gemene volk uit komt leggen.

Daar verwacht ik overigens zo weinig van, dat ik mijn voornemen dit seizoen niet naar ADHD DWDD te kijken er niet om laat varen.

De entree van Museum Voorlinden kost € 15,00 per persoon en de Museumjaarkaart is er niet geldig. Zaken zijn zaken, of Joop van Caldenborgh nu de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zijn zakken ruimschoots gevuld heeft of niet.

Mijn voorspelling: het eerste jaar 250.000 nieuwsgierige bezoekers en daarna rustig voortkabbelen op een niveau van gemiddeld 500 tot 1.000 bezoekers per week.

Hanna Doeggen, kunsthistorica

 

Dorpspleinverslaggeving Nederlandse Omroep Stichting

NOS Journaal

 

 

Is er nu echt niets belangwekkender te melden dan het vertrek van de assistent-coach van het gemarginaliseerde Nederlandse voetbalelftal? Volgens de NOS niet, want het eerste journaal van 30 augustus 2016 opende met dat vertrek van Marco van Basten.

Van wie? Voor de jonge kijkertjes: dat was de man die een generatie geleden, in 1988, een wereldgoal scoorde tegen Rusland in de finale om het Europees kampioenschap. Een goal waarbij de toenmalige bondscoach Rinus Michels in verbijstering de handen voor zijn gezicht sloeg. Dit kon niet waar zijn. Wat een goal.

Laten we wel zijn: geschiedenis. Net zoals het Nederlands elftal geschiedenis is. Dure auto’s, hoge salarissen, modieus gecoiffeerde koppies, zelfs een wanpresterend en over het paard getild verwaand voetballertje met wapperende sjaal en aanstellerige hoed die zich op het Britse eiland voortbeweegt in een patserige Rolls Royce, maar voetballen ho maar; dat is bijzaak.

Niet de bondscoach, wat kan je verwachten van een coach met de achternaam Blind, stapt op, maar de assistent van die coach en dat dan van een elftal dat zelfs ten onder zou gaan in de zaterdagmiddag competitie. Voor de NOS echter wereldnieuws waar de uitzending mee moest beginnen.

Wat had dit toonbeeld van uit de publieke pot vretend onderzoeksjournalistieke onbenul nog meer te melden in het vijf minuten durend journaal: de repeteerverliezer Robin Haase die weer eens niet verder kwam dan de eerste ronde in een grand slam toernooi. De man is net als het Nederlands elftal gemarginaliseerd, maar volgens de NOS is de zoveelste nederlaag op rij nieuws van (inter)nationaal belang.

De laatste keren dat Haase letterlijk van zich liet horen was toen hij, als een John McEnroe, schreeuwend te keer ging tegen organisatie of umpire bij internationale toernooien. Het is de hoogste tijd dat de man een andere baan zoekt dan een tennisbaan.

Het kon vanmorgen niet op bij de NOS: niet alleen falend voetbal en tennis kwamen aan bod, maar ook de teloorgang van een 64-jarige alpinist uit ons vlakke landje. De man donderde van een voor de tijd van het jaar veel te warme Alp en overleefde het niet.

Vijf minuten journaal en die korte tijd verspild aan sportnieuws van dorpsplein niveau.

Had de NOS niets anders te melden? Jazeker, naast flinterdunne items over een brandje in Nuenen (geen slachtoffers) en relletjes in Brazilië in reactie op de pogingen door het parlement presidente Rousseff af te zetten, mochten we vernemen dat Nederlandse werknemers de afgelopen tien jaar nauwelijks bijgeschoold werden.

Meer dan relevant nieuws, want de al jaren armetierige kwaliteit van het NOS-journaal toont de noodzaak tot bijscholing op pijnlijke wijze aan.

Bob Bernstein

Jammie Jammie Kini

Ik zie, als ware het gisteren, mijn zus in 1955 nog idioot gekleed naar school lopen. Ze zat op school bij de zusters aan de Beeklaan, naast de Heilig Hart kerk, in Den Haag. Ik ging op school bij de broeders in de Herschelstraat. Jongens en meisjes werden strikt gescheiden gehouden; op school, bij zwemles, in de kerk, bij sporten. Meisjes moesten naar school een rok aan. Spijkerbroeken waren symbool van een verderfelijke cultuur. De opstandige meiden droegen wel spijkerbroeken, liefst zo strak mogelijk, maar daarover een rok. Geen gezicht. Na schooltijd werd de rok meteen voor de deur van de school op straat uit gedaan en weggeborgen. Onze ouders, Roomser dan de paus, maakten geen bezwaar. Ze vonden de kledingeisen van de nonnen een beetje gek. Bijzonder, want tegen zusters, broeders, pastoor of priesters ging je niet in. De de wil van de kerk en de clownesk verklede vertegenwoordigers was wet.

Nonnen gingen nog als pinguïns gekleed door het leven. Broeders en priesters liepen in lange jurken. Soms gingen priesters in kazuifel (ja, jonge lezertjes, dat wordt dus even Googelen), vooraf gegaan door twee bejurkte misdienaars schaamteloos over straat op pad om een ernstig zieke de laatste sacramenten toe te dienen. Niet-katholieken, heidenen in onze ogen, keken destijds net zo vreemd naar die verklede priesters als niet-moslims nu vaak kijken naar moslimmannen in jurken en dikke moslimvrouwen in afzichtelijk lange, grijze jassen – waar kopen ze die? – met sjaals of soms zelfs burka’s.

Als  jongen groeide je in de jaren vijftig en de vroege jaren zestig van de vorige eeuw op in een wereld waarin seks een stiekeme aangelegenheid was. Niet vanwege de stiekem graaiende handen van het hoofd van de lagere school, broeder Modestus Vercoelen, maar vooral ook vanwege het strenge verbod op alle lichamelijkheid.

Wij waren als katholieken, en niet alleen wij katholieken, de moslims avant la lettre. Gluurderige blaadjes als De Lach en Bolero waren de enige bron om hitsig naar vrouwenlijven te kijken. Die blaadjes prikkelden slechts de fantasie want er was tiet noch kut te zien. We moesten het doen met decolleté’s en stiletto BH’s met fake horizontaal priemende tieten zoals Madonna die ruim een generatie later weer pronkend droeg. Niets nieuws onder de zon.

Eind jaren vijftig zagen wij pubers de eerste ‘hoerige types’ in bikini op het strand bij Duindorp. Want vrouwen die zo gekleed gingen waren natuurlijk verderfelijke sletten, maar wat vonden we het spannend.

De Lach en Bolero werden in de zo geprezen, bevrijdende sixties opgevolgd door pornoblaadjes als Chick en Candy. De Katholieke Illustratie werd Nieuwe Revue en bloot werd in dat gezinsblad en in De Panorame even normaal als de centerfolds in Playboy. Het was nog even wachten op internet midden jaren negentig totdat porno gratis voor iedereen zonder beperking beschikbaar kwam. Daarvoor moesten de liefhebbers het nog doen met Betamax en Pal videobanden.

Was al die expliciete presentatie van naakt en seksualiteit een vooruitgang? Soms denk ik van niet. Sex zonder nieuwsgierige spanning is al snel saai. Er moet wat gegluurd en gefantaseerd kunnen worden.

Er is gelukkig hoop nu we dankzij de geïmporteerde achterlijkheid en onverdraagzaamheid van ruim een miljoen moslims weer ouderwets kunnen fantaseren over in overmatig textiel gehulde meiden. Ik moet bekennen dat de ontevredenheid die vaak straalt van de gezichten van moslima’s mij de lust tot fabuleren ontneemt, maar soms zie ik in prachtig pastel gehulde jonge meiden met lange broeken, lange blouses en hoofddoeken, met brutale koppen en karaktervolle neuzen en liefst ook nog modieus, westers opgemaakt – hoe schizofreen – die het waard zijn mijmerend na te staren.

Als ik echt mocht kiezen: geef mij maar het uitzicht op een licht-Rubiaane moslimschoonheid in drijfnatte burkini, zoals een schets vaak meer aantrekkigskracht heeft dan een volmaakt schilderij.

Bertus Gerardus Antonissen.

 

 

 

De sociologie van een Siciliaanse wandeling; Karel van het Reve en Elseviers Weekblad

Elsevier Ons EngelandAls middelbare-school scholier had ik abonnementen op De Volkskrant, Vrij Nederland – toen nog rodekoontjesleesvoer op krantenformaat – de Haagse Post en Elseviers Weekblad. De Volkskrant lees ik nog steeds. Vrij Nederland verneukte mij keer op keer sinds het op tabloidformaat verschijnt en mij met een schreeuwende omslag verleidde tot aankoop. Steeds weer bleek de opdringerige buitenkant een flinterdun artikeltje van maximaal anderhalve pagina, inclusief foto, aan te kondigen. Waar is de tijd dat het blad werkelijk opinievormend en inhoudelijk was met uitgebreide, doorwrochte artikelen in plaats van zich te bezondigen aan videoclip oppervlakkigheid? De Haagse Post fuseerde 1990 met De Tijd en werd HP/De Tijd: nooit meer in handen gehad.

Elsevier las ik al vele jaren niet meer. Vorige week besloot ik in te gaan op een aanbieding tegen verlaagde prijs het blad 25 weken te ontvangen. Zal het jeugdsentiment zijn? Ik weet het niet. Als welkomstgeschenk kreeg ik een Speciale Editie in de bus: Ons Engeland, kruisbestuiving over de Noordzee; de eeuwenoude band tussen Britten en Nederlanders.

Nergens in het colofon kan ik lezen wanneer deze speciale editie geproduceerd werd, op het internet vond ik jaar van uitgave 2012.

In het hoofdstuk Uit liefde de zee over, spreekt Lia van Bekhoven met vijf Nederlanders die de oversteek naar Engeland maakten om daar met een Engelse of Engelsman te wonen.

Bij alle interviews drong zich een anekdotisch betoog door Karel van het Reve in mijn gedachten op. Ik moet dat betoog uit mijn hoofd weergeven omdat ik eerlijk gezegd niet meer weet waar ik het in zijn zo gewaardeerde Verzamelde Werken las.

Reve schreef over de wandeling die een man maakte door de drukke binnenstad van Haarlem. Tussen het winkelend publiek zag hij tot twee keer toe iemand met krukken lopen. Thuisgekomen vertelde hij zijn echtgenote dat het aangenaam druk was met al winkelende publiek. Niets over de mannen met krukken. Diezelfde man (de echtgenoot) wandelt tijdens zijn vakantie door de binnenstad van Palermo en ook daar ziet hij tot twee keer toe iemand met krukken lopen. Terug van vakantie vertelt hij dat je op Sicilië veel mensen op krukken ziet, vooral in Palermo. Vakantiesociologie en ontspoorde conclusies op basis van gebrekkige feiten waar veel reizigers, niet alleen reizigers overigens, zich schuldig aan maken.

Reve beschreef het uitgebreider en vermakelijker. De boodschap is hopelijk duidelijk.

Die ‘veel mensen met krukken’ belevenis had ik bij alle interviews die ik las in Elseviers speciale editie over Engeland.

Toen Esmé Veldhuizen een Nederlands vriendje had wist ze al hoe haar leven er over twintig jaar uit zou zien. Bij haar James in Engeland weet ze zelfs niet wat er morgen gaat gebeuren. Het is aan Esmé waar haar voorkeur naar uit gaat. Ik acht de kans groot dat ook in Nederland zo’n aantrekkelijk onvoorspelbaar vriendje te vinden was, of in Engeland een partner met die benauwende, of misschien veilige, voorspelbaarheid. ‘Het leven hier is veel socialer’. Maar een paar alinea’s verder is het: ‘Wat mij opvalt zijn de klassenverschillen’. Hmm…er is dus op dat veel socialer heel wat af te dingen. Het zint manlief overigens van geen kant dat polo in Nederland een elitaire sport is. Ja, dat is in Engeland met al die klassenverschillen natuurlijk heel anders. Daar heeft iedereen een polopaard, liefst meerdere, een Landrover met een paardentrailer, stallen, weiland en voldoende vrije tijd om deze breed bereikbare, niet-elitaire sport te beoefenen.

Petra in ‘t Veld, met haar Tony, vindt dat de Britse maatschappij flexibeler is dan de Nederlandse. Dan moet ze toch eens in gesprek gaan met Esmé want die ziet dat anders. In Engeland is het volgens Petra belangrijker wat je bereikt hebt dan welke diploma’s je op zak hebt. Dat is in Nederland natuurlijk niet zo. Daar gaat het alleen maar om diploma’s, ongeacht wat voor mislukkeling je verder bent. In Nederland zijn alleen de vrouwen verantwoordelijk voor het huishouden. In Engeland nemen de mannen daar meer aan deel. Is dat zo? Misschien klopt het, ik weet het niet, maar ik weet ook niet hoe Petra aan dergelijke algemene conclusies komt. Hoeveel Nederlandse huishoudens kent ze en hoeveel Engelse? Zal het niet zo zijn dat zowel in Engeland als in Nederland HET huishouden niet bestaat, maar dat er een grote diversiteit aan huishoudens is? Bij Petra niet. Volgens haar is er een Engels huishouden en een Nederlands huishouden en beide verschillen opvallend van elkaar. Een Nederlandse fietsenmaker deed ooit bot over Engeland waar Tony bij stond. Conclusie: Nederlanders zijn bot, zeker in vergelijking met Engelsen. Een tamelijk botte conclusie volgens mij. Nederlandse vrouwen lopen in joggingpak te winkelen. Dat doen hun Engelse soortgenoten niet. Die kleden zich netjes aan als ze de stad in gaan. Tenenkrommende generalisatie, waar Petra wat mij betreft niet mee weg komt. Ik zie die twee mensen op krukken lopen in Haarlem en op Sicilië.

Walter de Bruin woont sinds 2000 in Engeland samen met zijn Jay Makwana. Hij is meer dan gelukkig in zijn nieuwe vaderland, want daar kan je tenminste ongegeneerd miljonair zijn. Dat kan in Nederland niet want als je je Ferrari voor de deur zet is hij de volgende ochtend bekrast. Wat een ongelooflijk gelul. Is Walter inmiddels in Engeland miljonair? Het is hem van harte gegund. Was hij dat in Nederland ook al? Hoeveel Ferrari’s had hij in ons polderland en, ook belangrijk, hoe vaak zijn die bekrast? Misschien nog belangrijker: waarom werden al die Ferrari’s van hem bekrast? Wat een tenenkrommende borrelpraat van onze Walter. Zijn liefje Jay zou nooit in Nederland willen wonen. Waarom niet? Omdat Nederlanders deze veganiste doodleuk groentesoep met balletjes voor de neus zetten. Die domme Hollanders toch! Alhoewel…mag ik Jay en Walter vragen hoe vaak ze dat meegemaakt hebben? Nederlanders zijn helemaal niet open en gastvrij. Nederlanders? Ik hoor Maxima nog zeggen: DE Nederlander bestaat niet. Een verklaring die van heel wat meer intelligentie getuigt dan het ongefundeerde kwaken van Walter en Jay. Maar, hoe ergerlijk, als Walter ooit iets ernstigs overkomt in Engeland – ‘Stel dat ik aangereden word en beide benen verlies’ – neemt hij meteen een enkele reis retour naar dat vermaledijde Nederland omdat hij daar zeker goed verzorgd wordt. Die slimme Walter. In een Ferrari scheurende miljonair die maar wat graag, zonder ooit iets te hebben bijgedragen, op het Nederlandse systeem komt parasiteren wanneer de nood aan de man komt. Ja, met dergelijke slimmigheidjes wordt een mens miljonair. Dan maar de krassen op je zoveelste Ferrari op de koop toe nemen.

Kristel die speciaal voor Mark Boyes naar Engeland ging weet het heel zeker: Engelse mannen zijn veel eleganter dan Nederlandse mannen. Is dat zo? Dan moet Kristel maar eens met een stelletje Engelse voetbalsupporters mee reizen naar het vaste land. Ze zal dan ontdekken hoe elegant die mannen zijn. Het ene moment is het ‘Engelsen zijn conservatiever’ en nog geen minuut later staan ‘Engelsen veel meer open voor verandering’. Uit je nek kletsen, noemt deze weinig elegante Hollander dat. Er is in Engeland volgens sociologisch onderzoekster Kristel een veel sterkere drankcultuur dan in Nederland. Petje af voor de Engelse man; je gooit je regelmatig vol met lauw Engels bier en blijft eleganter dan elegant. Een hele prestatie. Waar Kristel maar niet aan kan wennen: die Engelse schoolkleding. Haar springen de tranen in de ogen als haar kinderen zo naar school moeten. Mark zou graag naar Nederland gaan omdat daar de Nederlanders zo gezellig bij elkaar komen op de pleintjes. Lijkt mij ook heel gezellig. Welke pleintjes bedoelt Mark? Hoeveel van die pleintjes kent hij? Ik vraag maar… Weer zie ik twee mannen op krukken voorbij komen.

Eddy Okhuijzen, bankier, woont met zijn Annabel, oud-advocaat, in Engeland. Eddy mist Nederland niet echt. Annabel zou er nooit naartoe willen. Het heeft ‘een enorme indruk’ op haar gemaakt dat ze, winkelend in een dorp vlakbij Amsterdam, door een vrouw op haar schouder getikt werd en berispend aangesproken over haar te hoge hakken. Kijk, idioten heb je overal (als dat verhaal al juist is), maar om daar dan algemene conclusies over Nederlanders uit te trekken gaat mij veel te ver. Dat twee mannen met krukken lopen, wil nog niet zeggen dat een heel land mank is. Bij Annabel echter wel. Volgens Annabel, ze heeft met half Nederland onder de klamme lappen gelegen, zijn Nederlandse mannen veel chauvinistischer dan ooit in Engeland zou worden toegestaan. Die interviews zijn van voor de Brexit. Hoe zou Annabel nu de Nederlandse en de Engelse man vergelijken? Rule, Brittannia, rule the waves….wat nou chauvinisme. Volgens mij loopt Annabel hier flink te projecteren. Na een etentje worden in Nederland de vrouwen de keuken in gestuurd en gaan de mannen wat voor zichzelf doen. Dat zal ongetwijfeld bij veel huishoudens zo gaan, maar natuurlijk niet in Engeland. Daar springen de volgevreten mannen meteen met een gebloemde schort voor de keuken in om de vaat te doen en voor de keuvelende dames koffie te zetten. En zo hoort het ook, vraag Annabel maar.

Als dit soort mallotige interviews exemplarisch zijn voor wat ik de komende 25 weken in Elsevier te lezen krijg, dan besluit ik nu al dat proefabonnement niet om te zetten in een definitief abonnement en mijn tijd aangenamer te verbeiden met herlezing van Karel van ‘t Reve.

Vooral zijn relaas over de wandelingen door Haarlem en Palermo.

Bob Bernstein

 

Billenknijper Harry Intifada van Bommel verlaat fractie Socialistische Partij

Harry Intifada van Bommel en Gretta Hamas Duisenberg
Harry Intifada van Bommel en Gretta Hamas Duisenberg

In de NRC van gisteren staat te lezen: Van Bommel verlaat SP-fractie in Tweede Kamer. Een van de langst zittende Tweede Kamerleden vertrekt. Hij wil politici en partijen in „opkomende democratieën” gaan begeleiden. Als hij namens de SP in een volgend kabinet minister van Buitenlandse Zaken kan worden, is hij zo terug. (……) In 2007 raakte Van Bommel in opspraak door een klacht van een ambassademedewerker in Jordanië: zij vond dat ze door Van Bommel was lastiggevallen, hij bood zijn excuus aan. Afgelopen voorjaar was er een ex-militair die met een aanklacht tegen Van Bommel kwam: het Kamerlid zou in Paramaribo de vrouw van de ex-militair hebben aangerand. Van Bommel deed daarna zelf aangifte tegen de man wegens smaad en laster. Van Bommel voerde in 2005 fel campagne tegen de EU-grondwet en afgelopen voorjaar opnieuw tegen het EU-verdrag met Oekraïne. Begin dit jaar zei Van Bommel dat het zijn droom was om minister van Buitenlandse Zaken te worden. „Daar blijf ik voor beschikbaar.”

Hitsige Van Bommel kwam internationaal negatief in het nieuws toen hij in 2009 als Nederlands kamerlid meestrompelde in een anti-Israëldemonstratie en als een eendimensionale puber “Intifada, Intifada, Palestina vrij” liep te blaten. Fractievoorzitter Agnes Kant, over haantjegedrag in de politiek gesproken, tikte Van Bommel op de vingers en glibberige Harry verdedigde zich dat hij slechts op had willen roepen tot geweldloos verzet. Leuk gevonden van Harry. De letterlijke vertaling van het Arabische woord intifada is opstand. Laten die Palestijnse intifada’s iedere keer gewelddadige opstanden zijn geweest. Volgens Harry liep hij dus in de anti-Israëldemonstratie mee om de Palestijnen op te roepen tot geweldloos verzet. En gij gelooft dat! Wat is die man toch een paling in een emmer snot. Dat was hij in 2009 en hij is dat in 2016 nog steeds.

Toen een slimme grappenmaker subsidiegeld wist te bemachtigen om pleerollen te laten bedrukken met teksten tegen het associatieverdrag met Oekraïne stond geile Harry weer vooraan te schreeuwen dat hij die rollen op zou gaan hangen op de plees van de Tweede Kamer. Kwam het daarvan? Welnee, natuurlijk niet. Harry blaft wel, maar bijt niet. Te laf.

Nu laat hij bij zijn aanstaande vertrek weten dat hij in een nieuw kabinet best minister van buitenlandse zaken wil worden. Denkt hij werkelijk daar enige kans op te maken?

Misschien dat Harry’s geheugen langzaam aan minder wordt, hij is inmiddels de 55 gepasseerd, maar hij kan er op rekenen dat zijn bemoeienis met buitenlandse politiek in die anti-Israëldemonstratie door meerdere partijen, inclusief Israël, nog niet vergeten is. Zal hij Europees geaccepteerd worden na zijn demonstraties tegen het associatieverdrag met Oekraïne en zijn verzet tegen de Europese ‘grondwet’? Hij kan dan wel het langst zittende kamerlid zijn, maar van internationale politiek en het internationale politieke geheugen heeft hij absoluut geen sjoege. Minister van buitenlandse zaken, hoe bedenkt die naïeveling het.

De anti-democraat loopt schaamteloos publiekelijk te solliciteren naar een rol bij het ondersteunen van opkomende democratieën. Bij een dergelijke sollicitatie hoort een standaard afwijsbrief: “U voldoet niet aan de functie-eisen”.

De man heeft al moeite genoeg zijn weg te vinden in een traditionele democratie als de Nederlandse, laat staan dat hij nieuwe democratieën aan de hand kan nemen.

Om Henk Spaan te citeren: “VUILNISMAN, MAG DEZE ZAK OOK MEE!”

H.A.F.M.O. Hoek, politiek commentator Meditatione Ignis

Topkok Sergio Herman bakt kruimelfriteslucht

Superfrites van Bram Ladage
Superfrites van Bram Ladage

Uit Het Parool van 14 april 2016:

Na Ron Blaauw (hot dogs) en Robert Kranenborg (hamburgers) komt de geboren Zeeuw Herman met een sjieke versie van fastfood. Tijdens de perslunch waarop hij het nieuws bekend maakte, vertelde hij een groot liefhebber van frites te zijn. In de tijd dat hij nog zijn restaurant Oud Sluis in Zeeuws Vlaanderen had, reed hij “s nachts geregeld naar België” om er een frietje te eten. Geweldige frites, daar over de grens, maar wat Sergio Herman miste, was een “stukje beleving”.

En voor dat ‘stukje beleving’ – wat een tenenkrommend taalgebruik –  zou Sergio Herman gaan zorgen. Met beleving bedoelt zo’n gelauwerde topkok kwaliteit en presentatie, iets anders kan ik mij daar niet bij voorstellen.

Al dit ronkend aanbevolen fraais ga je niet verkopen in een ordinaire cafétaria, of om Serge’s Belgische patatroots te honoreren: in een frietkot. Nee, de gespleten aardappelen van Sergio worden verkocht in een ‘Frites Atelier’.

Voor minder doet meneer het niet.

Gisteren vatten mevrouw Cibus en ik het plan op de nieuwe Woody Allen Café Society te gaan zien. De vroege voorstelling van 19.00 uur aan het Buitenhof in Den Haag. Geen tijd dus vooraf copieus te dineren in de stad. Op initiatief van mijn wederhelft vervulden we haar al enige tijd levende wens frites te halen bij Serge’s Frites Atelier in de Venestraat.

We hielden de ‘beleving’ simpel en bestelden twee frites met mayonaise. Na betaling van € 9,50 voor twee porties – er is nauwelijks een duurdere manier om een aardappel te eten – kon het niet anders of ons zou de moeder-aller-frieten worden voorgeschoteld. Het was even wachten, want twee eerdere klanten kozen voor een volledig aangeklede versie met geraspte kaas en limoenschil.

Bij Sergio mag je zelf je mayonaise, en diverse andere sauzen tappen, inclusief pretentieuze truffelsaus (zal daar echte truffel in zitten? Zonde!). We aten onze frites heel conventioneel over straat wandelend richting het Pathétheater. Een bijzondere beleving? Ja, in negatieve zin wanneer je al meer dan 25 jaar regelmatig op de Rotterdamse markt geniet van Bram Ladage’s patat. Hoe aanmatigend ook gepresenteerd, de frites van Sergio kunnen niet tippen aan die in een Belgische frietkot of marktfriet van Bram.

De in Sergio’s Frites Atelier gefabriceerde patat was niets meer en niets minder dan een portie korte frieten van veel te kleine aardappelen op een bodem van te hard gebakken kruim. Een aanfluiting voor de zakenmankok die zijn kot gesierd heeft met een meer dan levensgrote narcistische foto.

Zonde van het geld. Volgens mij moet Sergio Herman de rit terug maken naar België en daar langdurig in de leer gaan bij een echte fritesbakker, of stage gaan lopen bij Bram Ladage voordat hij weer naar buiten treedt met zijn borstkloppende patatpretenties.

Dat was dus eens en nooit meer.

….en die film van Woody Allen was ook een teleurstelling.

Mark Cibus en echtgenote

Haute cuisine of gebakken lucht

Restaurant Utrechtse DwarstafelMevrouw Cibus werd vorige week een jaartje ouder. Dat gebeurde natuurlijk niet vorige week, maar ze deed er gelukkig een heel jaar over. Er is bij haar nog geen spoortje te zien van de tand des tijds. Ze schittertzoals altijd.

We kozen er voor haar verjaardag luister bij te zetten in een Haags Michelin restaurant. Slechts één ster, maar toch. De keuze, mijn keuze want het moest een verrassing zijn, viel op Hanting Cuisine in de Prinsestraat.

Volgens de ronkende tekst op de website van het restaurant ‘combineert Chef Han 5.000 jaar kennis van de Chinese Voedingsleer met nieuwe bereidingstechnieken en Westerse smaken. Binnen een unieke stijl ontwikkelt hij verfijnde gerechten die passen binnen zijn filosofie van bewust eten.’

Dat beloofde heel wat en toegegeven, we werden met alle Chinees-Europese égards vriendelijk ontvangen in een rustig gestileerd, modern restaurant. Overzichtelijk en met voldoende privacy. Als de Cibusjes ergens een hekel aan hebben zijn het met tafels en stoelen volgepropte restaurants waar de uitbater blijkbaar iedere centimeter vloeroppervlak te gelde wil maken.

We kozen voor het vijfgangen diner, inclusief dessert. Mevrouw Cibus is in alle opzichten bescheiden, maar vooral ook waar het de consumptie van alcohol betreft. Dus alleen ik wilde het diner begeleid hebben door het wijnarrangement. We konden niet voorzien dat dit arrangement op bijzondere wijze bepalend zou worden voor de feestelijke avond.

De huis-sommelier van Hanting Cuisine is Saskia Schurink, door restaurantgids GaultMillau in 2015 uitgeroepen tot sommelier van het jaar. Omroep West honoreerde Saskia in november 2015 met het bijzondere predikaat ‘veel te bescheiden’. Aan die bescheidenheid heeft het prijsvarkentje de afgelopen acht maanden blijkbaar stevig gespijkerd, want ze is zeer kordaat. Stevig ook. Die stevigheid werd al benadrukt door het te strakke en te korte zwarte jurkje, en helemaal door de stampende militaire tred waarmee mevrouw door de zaak banjerde. Het werd voor ons die avond een ‘running gag’. Niet alleen de tred van de sommelier van het jaar 2015 was stevig, maar ook de bootsmannelijke, luide stem waarmee de te haastige Hanting Cuisine dorpsomroepster gerechten en wijnen aan tafel van commentaar voorzag. De privacy van het restaurant wist ze met het grootste gemak te overstemmen waardoor we van gerecht tot gerecht mochten vernemen wat aan andere tafels gegeten en gedronken werd.

Ronduit pijnlijk was, dat de gelauwerde sommelier haar huiswerk onvoldoende had gedaan en tot twee keer toe het etiket op de fles moest lezen om te weten wat ze ons ook alweer in ging schenken. Bij het eerste gerecht had mevrouw een Sakewijn ‘gekozen’ die afkomstig was uit….(even lezen op het etiket) Hiroshima. Niet bepaald een naam om te vergeten. Een Gall & Gall sake van zeven euro de fles. Dat mag, want een goede sommelier blinkt misschien wel uit door het proefvermogen ook wijnen uit de lagere prijscategorie te combineren met de gerechten. Een blijk van kundigheid en lef, maar dan wel graag voordat je naar de tafels beent weten wat je in gaat schenken. Bij de Müller-Thurgau die we later kregen wist Saskia Schurink zich wel nog te herinneren dat hij uit Maastricht kwam, maar op Apostelhoeve en Louwberg kon ze wederom niet komen zonder uitvoerig het etiket te raadplegen. Een onhandige mevrouw die een leeg glas zo hard op tafel donderde dat we nog steeds verbaasd zijn dat het heel bleef.

Kosten van het wijnarrangement € 7,00 per glas. Hoewel mevrouw Cibus had laten weten geen wijndrinker te zijn, drong een van de bedienende dames, niet Saskia Schurink, er op aan van een bepaalde wijn toch vooral een beetje te proeven: “Dan neemt u toch een half glaasje”. Hoe aardig en attent. Op de rekening zagen we later dat de helft van zeven euro bij Hanting Cuisine niet drie euro en vijftig cent is, maar vier euro. Weer iets geleerd.

De smaakmaker vooraf, een houten platbodempje met kleine hapjes maakte ons meteen lyrisch. Wat een pallet (ja, de Cibussen weten waar ze het over hebben). Hetzelfde gold voor de eerste gang en de amüse daarna. Ik kon het niet laten, hoezeer ook tegen de Michelinsterrenrestaurantétiquette in, onze dochter M. een SMS te sturen met LEKKER!. Het was dan ook een openbaring.

Die smaaksensaties wennen blijkbaar snel, want gerecht na gerecht bekroop ons het gevoel dat we met open ogen vielen in een prétentieuze, snobistisch val. Het hele theater werd ronduit lachwekkend. Je krijgt bord na bord voor je neus met een druppeltje van dit, een klontje van dat, een sprietje zus en een stengeltje zo en dat alles begeleid door een veel te snel afgestoken promotieriedel over wat het allemaal wel is. Bij één van de gerechten vingen mevrouw Cibus en ik op ‘serranoham’. Laten we nu beiden geen spoor van serranoham gevonden hebben. ‘Toegevoegd met witlof’…bleek een met chirurgische vaardigheid op de millimeter gesplitst stukje uit de kern van een witlofstronk te zijn van maximaal 3 cm lengte. Dat de Noordzee verontrustend overbevist wordt, bleek uit de minimale stukjes vis die chef Han op de veiling nog in de wacht wist te slepen en ons voor te schotelen.

Je krijgt in zo’n restaurant natuurlijk niet een stuk oer-Hollands varken, maar een stukkie Iberico varken. Eén stukkie? Welnee, twee hele dobbelsteenformaat bonken, maar dan wel zo zout als brem.

Wat was eigenlijk Chinees aan deze 5.000 jaar oude kunst? Geen idee. Misschien het tempo waarmee de gerechten achter elkaar geserveerd werden. We stonden dan ook binnen twee uur weer buiten. Een jong stel dat minstens een half uur later dan wij arriveerde en aan de tafel naast ons plaatsnam, stond eerder dan wij weer op straat. Met uitzondering van het dessert aten ze exact hetzelfde.

Overigens dat dessert was de kroon op het werk. Overheerlijk.

Na thuiskomst zijn we op het internet gaan kijken naar de recensies over Hanting Cuisine. Die zijn vrijwel allemaal lovend tot zeer lovend. Je moet ook wel enige moed hebben om de meesters van Michelin tegen te spreken.

Of zit het toch nog anders?

We lazen in één recensie dat Hanting Cuisine als pretentieus werd ervaren. De reactie van Hanting Cuisine: “Blijkbaar bent u niet gewend aan complexe smaken”.

Dat zal het zijn! Wij Cibussen zijn barbaren en niet gewend aan ‘complexe smaken’.

Naar Hanting Cuisine keren we niet meer terug. Dan een volgende keer maar weer de rit naar Amsterdam gemaakt en een hotel geboekt in de buurt van ons favoriete restaurant De Utrechtse Dwarstafel. Ook daar nemen we altijd een vijfgangen menu met wijnarrangement. De prijs is ongeveer hetzelfde, maar er zijn enkele aanzienlijke verschillen: je hoort niet alleen duidelijk wat je op je bord krijgt, maar kan het nog zien ook. Bovendien zijn de door sommelier Hans gepresenteerde wijnen van topkwaliteit en weet hij zijn verhaal, zoals het hoort, uit het hoofd te vertellen. Chef-kok Igor heeft weliswaar nog geen Michelin-ster in de wacht gesleept, maar van ons krijgt hij al jaren het maximaal aantal sterren.

Over dat restaurant een volgende keer meer..

Mark Cibus, gastronomisch medewerker Meditatione Ignis

 

 

Levend geroosterde kiloknallers

verbrande kippenApril dit jaar kwamen 10.000 biggen en varkens door brand om het leven in twee megastallen in Oirschot. Ooggetuigen vertelden het gillen van de beesten te hebben gehoord.

Afgelopen nacht werden 38.000 kippen levend geroosterd bij een brand in Buurmalsen (Gelderland).

Er zijn allerlei wettelijke voorschriften die een brandveilige woonomgeving voor mensen moeten garanderen. Niet alleen als het gaat om woningen, maar vooral ook voor gebouwen waar veel mensen bijeen komen, waar mensen overnachten (hotels) en daar waar sprake is van nachtelijk verblijf door mensen met verminderde zelfredzaamheid zoals zieken-, verzorgings- en verpleeghuizen.

Aan het massaal levend verbranden van dieren heeft de wetgever maling, want dieren zijn wettelijk gezien niets anders dan ‘dingen’.

De 10.000 biggen en 38.000 kippen hadden beide branden overleefd als de installatie van sprinklers in (mega)stallen wettelijk verplicht was, overeenkomstig de verplichting in zieken-, verzorgings- en verpleeghuizen.

Ons vlees wordt dan niets duurder omdat de installatie van sprinklers leidt tot veel lagere brandverzekeringspremies.

Een kwestie van beschaving.

Nog beschaafder: volledig verbod op de geïnstitutionaliseerde dierenmishandeling in de bio-industrie.

Mark Cibus

Homo’s zijn abnormale wezens

Vegan Streaker Paul de LeeuwIedere keer wanneer die exhibitionistische Gay Pride en de Canal Parade plaatsvindt in de Amsterdamse grachten moet ik denken aan Paul de Leeuw en Peter Janssen, de Vegan Streaker. Augustus 2009 kwam Janssen binnenstormen bij Mooi! Weer de Leeuw om in zijn zwembroekje en met gekalligrafeerd bovenlijf te demonstreren tegen de bio-industrie en de consumptie van vlees.

De Leeuw wist er in al zijn homofiele geilheid wel raad mee, trok de Vegan Streaker op zijn schoot en scheurde hem met veel geweld, Janssen verzette zich, de zwembroek van de kont waarna Janssen compleet naakt uit beeld vluchtte. En wat moesten we allemaal in de studio en thuis om die gekke De Leeuw lachen. Allemaal? Nee, ik niet. Ik had en heb nog steeds groot bezwaar tegen die actie van hitsige De Leeuw.

Stel dat een vegan streakster met ontbloot bovenlijf was binnengestormd bij, uit de oude doos, Hennie Huisman en Huisman in al zijn hitsige geilheid de dame op zijn schoot had getrokken en met evenveel fysieke overmacht als De Leeuw bij Janssen haar het bikinibroekje van de kont had gescheurd? Verontwaardiging alom zou Huismans deel zijn geweest en zeer waarschijnlijk einde carrière.

Hoe ik dat weet? Het is alweer minstens 25 of 30 jaar geleden dat diezelfde Huisman bij een liefdadigheidsinzameling op de TV probeerde een vrouw voor geld haar BH uit te laten doen. Een idiote actie, die terecht bekritiseerd werd. Huisman gebruikte geen fysiek geweld en trok de dame niet op zijn schoot, maar toch…

Er is maar één conclusie mogelijk: voor die gekke homo’s als Paul de Leeuw gelden heel andere maatstaven. Dat voor Paul de Leeuw andere maatstaven gelden, kunnen we al vele jaren zien in zijn programma’s. De uitzendingen waarin hij niet geile homo-erotische kreten slaakt vormen de uitzondering. De Leeuw kan zich keer op keer weer genitaalgefixeerde onzin veroorloven die van geen enkele heteroseksuele collega geaccepteerd zou worden. En maar lachen om die gekke homo.

Laten we wel wezen: tijdens de wanstaltige, smakeloze boottocht in Amsterdam presenteren LGBT’s zich als maniakale seksverslaafden. Het merendeel mannen met overgewicht in spaarzaam leer en strings. Veel opgepompte sportschooltypes ook. Ik vrees dat wanneer dopingtesten zouden worden gehouden de helft van de bootjes leeg bleef. Mijn bezwaren zijn voornamelijk esthetisch. Het ziet er gewoon lelijk uit.

Wil ik dat tegenhouden? Ben ik daar op tegen? Welnee, ze gaan hun wellustige gang maar. Ik hoef immers niet te kijken. Wat mij betreft is het prima dat ze een uitzonderingspositie afdwingen en dat etaleren onder het mom te strijden voor acceptatie van hun geaardheid.

Maar dan niet klagen wanneer ik tot de slotsom kom dat homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transseksuelen (heel modern transgenders geheten) eigenlijk een beetje gekke mensen zijn voor wie heel andere normen gelden dan voor hetero’s.

Oh ja, en wat die waanzin over genderneutrale plees betreft: laten we eerst eens zorgen voor toegankelijkheid van plees voor mensen met een fysieke beperking, want daar schort het nog heel erg aan. Helaas zijn duizenden landgenoten met een fysieke beperking minder sexy en minder hot dan een handvol transseksuelen.

Ook hier geldt: de grootste schreeuwers staan vooraan in de ‘parade’ en bij de urinoirs.

Clifford Mead

Geloof als discriminerende keuze en het recht op zelf-discriminatie

He boiled for our sins
He boiled for our sins

Je wordt als man of vrouw geboren; als homo of hetero; blank of zwart, Aziaat of Europeaan; al of niet met lichamelijke of geestelijke beperkingen. Er is geen keuze. Je bent wie je bent en loopt het risico in onze onvolmaakte wereld op je uiterlijk, geaardheid of etniciteit gediscrimineerd te worden. Racisme en discriminatie kunnen je lot zijn op grond van kenmerken en uiterlijkheden waar je niet voor gekozen hebt; kenmerken en geaardheid waar je niet aan kan ontsnappen.

Het is absurd om, zoals het Libanees-Belgische zelfbenoemde orakel Abou Jahjah deed in Zomergasten van afgelopen zondag, islamofobie gelijk te stellen aan racisme. Geloof is namelijk geen onvermijdelijk, aangeboren kenmerk maar een keuze. Niet voor kinderen die in een islamitische, christelijke, samaritaanse, koptische, hindoestaanse of wat dan ook voor religieuze cultuur geboren worden, maar wel voor volwassenen. In onze Europese wereld vond de afgelopen zeventig jaar, sinds het einde van de tweede wereldoorlog, een religieuze kaalslag plaats. De kerken raakten leeg en de maatschappij werd snel geseculariseerd. Niet gedwongen, maar omdat de individuele en maatschappelijke keuze werd gemaakt afstand te doen van het geloof.

Dat geloof en etniciteit, zoals Abou Jahjah suggereert met zijn racismebeschuldiging, niet met elkaar te maken hebben, blijkt al uit het feit dat, hoewel islam gezien wordt als onlosmakelijk onderdeel van de arabische, zeer diverse etniciteit, in Indonesië de grootste moslimgemeenschap ter wereld leeft en moslims en moslimbekeerlingen zijn op alle werelddelen, inclusief de westerse wereld.

Islamofobie heeft helemaal niets met racisme te maken, maar uitsluitend met de islam.

Wanneer je met je volwassen verstand kiest voor een geloof en alle aan dat geloof verbonden voorschriften op het gebied van kleding, voeding, vasten, seksualiteit, slachten van dieren, man-vrouw relatie, gebedsrituelen en alle andere door mensen met het geloof als smoes verzonnen dwingelandij dan ben je zelf verantwoordelijk voor de consequenties van je keuze. Wanneer je er voor kiest uit naam van je geloof je uiterlijk en je gedrag te onderscheiden van mensen die niet jouw geloof aanhangen en jezelf ziet als uitverkoren boven niet gelovigen, dan discrimineer je jezelf. Je kiest voor een uitzonderingspositie wanneer je met je geloof in je bagage op stap gaat naar landen waar dat geloof en die cultuur van je een minderheid vormen.

Iedereen is vrij welk geloof dan ook aan te hangen van pastafarian tot islam, iedereen heeft de vrijheid zichzelf te onderscheiden en zelfs als beter dan anderen te zien. Maar dan niet klagen wanneer je bevestigd wordt in die keuze voor zelf-discriminatie. Wanneer twee in Amsterdam geboren meiden met een plat-Amsterdams accent het nodig vinden op een Franse camping in burkini het zwembad in te stappen, dan moeten ze niet zeuren dat ze gediscrimineerd worden omdat hen op grond van zwembadregels die reguliere badkleding voorschrijven de toegang tot dat zwembad ontzegd wordt. Als je dan gaat lopen schreeuwen over discriminatie, dan verzet je je feitelijk tegen de zelf gekozen discriminatie.

Wil je gemaskerd over straat – de Europese landen die dat toestaan roepen het onheil over zich af – dan moet je niet zeuren dat je gediscrimineerd wordt, want voor die discriminatie koos je zelf. Als je op grond van je geloof eist dat na de gymles alle jongens met hun onderbroek aan douchen, dan zet je jezelf buiten spel omdat je jouw absurde regels opdringt aan anderen. Een gebedsruimte eisen in openbare gebouwen, op vliegvelden en treinstations? Eisen dat ons parlement niet vergadert omdat jij je suikerfeest wilt vieren? Vergeet het maar. Dat is een stap te ver.

De vergelijking met christelijke feestdagen gaat mank omdat die feestdagen dateren, en ook breed geaccepteerd worden, uit een tijd dat heel Europa christelijk was. Die christelijke feestdagen zoals Pasen, Kerst en Pinksteren zijn inmiddels grotendeels losgezongen van de oorspronkelijke religieuze betekenis en al eeuwen maatschappelijk aanvaard, ook door niet-christenen die vaak de betekenis zelfs niet kennen. Ramadan en suikerfeest zijn wel nog volledig verbonden aan het geloof van een minderheid in Europa. Alleen al omdat die feesten rechtstreeks verbonden zijn aan een geloof, kan niet verlangd worden dat niet-gelovigen zich daaraan onderwerpen. Moslims hoeven, net zoals de meeste Europeanen, helemaal geen Kerst, Pasen of Pinksteren te vieren anders dan dat het maatschappelijk aanvaarde vrije dagen oplevert. Er is niets op tegen dat moslims de kans krijgen suikerfeest te vieren en door hun werkgevers in staat gesteld worden een verlofdag op te nemen. Er is alles op tegen suikerfeest tot een vrije dag te maken voor de hele maatschappij enkel omdat een zichzelf discriminerende geloofsminderheid dat eist.

Iedere stap met je geloof binnen de belevingswereld van niet-gelovigen is een stap te ver. Beleef je geloof in je eigen hersenpan en binnen je eigen huis, of desnoods je eigen gebedshuis, maar blijf met je handen af van mijn belevingswereld en dring je archaïsche geloofsprincipes niet aan mij op.

Geloofsregels zijn mensenregels, wat de kokerkijkers die in een hogere macht geloven ook beweren, en mogen nooit botsen met regels die wij binnen onze maatschappij met elkaar afspraken. Botsen jouw geloofsregels met die van onze maatschappij, dan zijn er twee mogelijkheden: onmiddellijk vertrekken naar een maatschappij waar jouw geloofsregels niet botsen met algemeen geldende maatschappelijke regels en verworvenheden, of je geloofsregels aanpassen aan de maatschappij waar je vrijwillig voor gekozen hebt.

Kies je voor de wereld waar je vrijwillig naar migreerde, dan moet je vooral niet zeiken wanneer die wereld een grens trekt en een halt toeroept aan je opdringerige geloofsbelevenis.

Ik zie geen wezenlijk verschil tussen een vergiet als hoofddeksel bij de pastafarians en hoofddoek, sluier, burka en mannenjurken bij moslims, of keppeltjes, monumentale bontmutsen en pijpenkrullen bij joden.

Draag dat vergiet op je hoofd als je dat wilt, maar accepteer dan ook dat ik je zie als een zonderling met zonderlinge principes.

Er ontstaat een fobie, angst is bescherming tegen gevaar, wanneer sluipend of zelfs met geweld geloofsabsurditeiten worden opgedrongen aan ‘heidenen’.

Als dat gebeurt dan heb ik er geen enkele moeite mee in ieder geval één onderdeel van monomane religies over te nemen: discriminatie.

Norbertus Herschel