Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, mei 2016

 

boekenkastDe maand mei was, in vervolg op de berichten in april, weer een maand waarin alle publicitaire ogen gericht waren op miniatuur Kwatta’s.

De tijd dat de gasten in praatprogramma’s werden uitgenodigd en in de schrijvende pers aan het woord kwamen op basis van deskundigheid of verdienste lijkt achter ons te liggen. Mei werd de maand van twee dames wier namen ik uit protest niet weer wil noemen. Mei werd ook de maand waarin het debat over racisme explodeerde. Net zo min als ik behoefte voel die beide dames te vermelden, voel ik behoefte mij in dat debat over racisme te begeven.

Het is helaas onvermijdelijk er toch kort iets over te zeggen. Degenen die zich dood ergeren aan het publieke optreden door één van de dames reageren in mijn ogen helemaal verkeerd met hun racistische scheldpartijen. De vraag is overigens of hier werkelijk sprake is van racisme of eerder van machteloosheid uiting te geven aan irritatie. De dame in kwestie wordt om onbegrijpelijke redenen keer op keer uitgenodigd in populaire praatprogramma’s. Die uitnodigingen zijn werkelijk raadselachtig omdat ze deskundigheid noch verdienste heeft. Haar houding in die programma’s, en niet alleen daar maar ook in een theater, is ronduit irritant. Mijn bezwaren tegen haar hebben helemaal niets te maken met etniciteit, maar alles met inhoudelijke ergernis.

Een dame wier naam ik maar al te graag noem is Fidan Ekiz. Een Nederlandse, net als die andere dame, met een niet-Nederlandse achtergrond. Fidan Ekiz verschijnt even vaak in praatprogramma’s als dame X. Toch zijn massaal racistische reacties en scheldpartijen niet Ekiz’ deel. Ik voel bij Ekiz nooit irritatie, maar altijd bewondering. Ze vindt bij mij een zeer willig gehoor. Hoe komt het dan dat op X door mij met ergernis en bij Ekiz met bewondering gereageerd wordt? Dat heeft wat mij betreft alles met deskundigheid en verdienste te maken.

Aan de mevrouw die in Turkije enige tijd werd vastgehouden, ik neig tot het wel weer noemen van haar naam, begin ik te wennen. Ik vind dat ze vaak polariseert, maar bij haar voel ik niet de irritatie die ik bij X voel. Integendeel, er zijn momenten dat ik ook haar bewonder.

Laten we ons a.u.b. niet aanpraten dat onze maatschappij verziekt is door racisme. Er zijn veel voorbeelden van nieuwe Nederlanders op toonaangevende posities, zoals de voorzitter van de Tweede Kamer en de burgemeester van Rotterdam. Alle Nederlandse kranten hebben journalisten en columnisten onder hun gelederen met een niet-Nederlandse achtergrond. Veel gaat goed.

Er is racisme in onze maatschappij. Dat valt niet te ontkennen. Lees de bijdrage van Mehmet Murat Abdülhamit over Discriminatieparanoia. Ondanks de opgewonden racismediscussies van afgelopen tijd, ben ik van mening dat Nederland op dit gebied niet slechter scoort dan andere landen in de EU; zelfs beter dan enkele Oost-Europese landen. Ik durf het bijna niet te schrijven, maar kunnen de inwoners van Nederland die menen dat onze maatschappij gebukt gaat onder racisme mij één land noemen waar ze beter af zullen zijn? Mehmut schreef dat je ‘Slim moet zijn om discriminatie te bestrijden’.

In de maand waar we doden herdenken en bevrijding vieren schreef Bertus Antonissen een kort persoonlijk verslag over de deportatie van het vriendje van Ger Booms en hoe Ger daar de rest van zijn leven last van had. Van Antonissen konden we ook zijn relaas over Gerard Fieret, de zonderlinge Haagse fotograaf lezen.

Joshua Gooree schreef over de 22-jarige Christa Noëlla, ook een nieuwe Nederlander, die vier mei niet wil vieren. Haar onvolwassen anti-argumenten zijn haar vergeven. Het meisje heeft geen benul van geschiedenis en is gespeend van empathie met mensen die wel willen herdenken. Onvergeeflijk is dat het luie journalistieke wereldje zich stortte op deze wind van een eenling en prominenter maakte dan nodig.

De Sensualiteit van het moslimhoofddoekje, door Herschel wierp eindelijk een ander licht op deze door velen afgewezen en door velen verdedigde hoofdbedekking. Ik deel overigens met Herschel dat ‘omdat het moet van mijn geloof’ baarlijke nonsens is.

De naam van die ene mevrouw wil ik dus niet meer vermelden, maar de nieuwsgierigen onder ons verwijs ik naar het artikel over splintergroep DENK door Jean Morve.

Ik heb het me moeilijk gemaakt met de zelfcensuur over de naam van dame X, want ze keert nog een paar keer terug deze maand bij Meditatione Ignis, onder andere met een lang ‘interview’.

Theodor Holman komt aan bod vanwege een xenofobische column in Het Parool.

Simon Aernout Tire sluit de maand af met de ergernis van Alexander Pechtold over de benoeming van Taco Dibbits tot algemeen directeur van het Rijksmuseum.

Volgende maand is de hele redactie van Meditatione Ignis op reis. We blijven echter paraat om ons licht te laten schijnen over dringende zaken.

Blijf lezen!

Dieter Korbjuhn, hoofdredacteur

 

Alexander Pechtold zwaar teleurgesteld over benoeming Taco Dibbits Rijksmuseum

RijksmuseumWe vroegen Alexander Pechtold telefonisch om een reactie op de benoeming van Taco Dibbits tot algemeen directeur van het Rijksmuseum. Een voor de hand liggende benoeming. Echter niet voor meneer Pechtold.

Er is geen woord tussen te krijgen wanneer hij van wal steekt over Dibbits:

‘Ik gun hem alle goeds, maar kan u voorspellen dat hij binnen de kortste keren op zijn gezicht gaat in deze functie. Blijkbaar heeft de man nog nooit gehoord van Peter’s Principle. Deze functie is voor hem echt een stap te ver. Ik ken hem al vele jaren. We waren ooit vakgenoten in het veilingwereldje. Daar was hij niet opgewassen tegen de kongsi’s en achter de schermen marchanderen en handjeklap. Taco, toen nog een snotneus van voor in de twintig, werd de ‘veilingdominee’ genoemd om zijn constante moraliseren over de zakelijke cultuur in de veilinghuizen die volgens hem verwerpelijk was. Hij begreep geen bal van de noodzaak tot onderlinge afspraken tussen de veilinghuizen over tarieven, gunsten en speciale provisies voor de experts. Wanneer figuren als Dibbits het binnen de veilingen voor het zeggen zouden krijgen, dan is er geen droog brood meer te verdienen. Meneer dacht in al zijn naïviteit dat eerlijk het langst duurt. Nou, als dat ergens niet op gaat dan is het wel bij de multinationals Sotheby’s en Christie’s. Ik verdenk hem er altijd nog van als streberige junior-expert de klokkenluider te zijn geweest bij het ontmaskeren van de afspraken tussen de veilinghuizen. Het is mij een raadsel dat hij het binnen een paar jaar zo ver schopte bij Christie’s. Er ging een zucht van verlichting door de gelederen van het veilinghuis toen hij 2002 vertrok naar het Rijksmuseum. Moraalridder en kamergeleerde Dibbits was in het Rijks als conservator op zijn plaats. Hij kwam daar in een rijdende trein en liftte gerieflijk mee in de slipstream van Ronald de Leeuw en Wim Pijbes. De ideale schoonzoon met zijn gereformeerde, Ivy League koppie, maar de manager van een groot museum? Forget it.’

Pechtold moet na deze tirade even naar adem happen waardoor we hem kunnen vragen waarom hij zich zo teugelloos boos maakt over de benoeming van Dibbits. Is hier sprake van jaloezie? In de wandelgangen werd Pechtold zelf al enkele maanden genoemd als gegadigde voor de functie van algemeen directeur van het Rijksmuseum. Hij heeft er geen enkele moeite mee te onthullen dat hij die functie ambieerde en zelfs vindt rechten te hebben opgebouwd.

‘Ik heb Pijbes intensief gesteund bij de aankoop van beide Rembrandts, de familieportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Je kan je afvragen of die aankoop gelukt zou zijn zonder mijn fanatieke lobby in de kunstwereld, bij de Rothschilds en in het parlement. Ik maakte daar niet alleen gebruik van mijn netwerk als voormalig veilingmeester, maar ook van mijn politieke netwerk. Ja, ik realiseer mij dat ook Dibbits binnen de kunstwereld een netwerk opbouwde. Hij heeft daar dezelfde achtergrond als ik. De vraag is of hij zich met zijn netwerk kan meten met mij. Al vele jaren ben ik een graag geziene bezoeker van de TEFAF in Maastricht. Dibbits laat zich daar nauwelijks zien. Bestuurlijk kan hij niet in mijn schaduw staan. Kijk eens goed naar oude DWDD uitzendingen waarin hij verlegen, met een onzekere glimlach en een blozend koppie zijn verhaal deed. De man heeft geen enkel charisma. Hij hoort niet thuis in het rijtje notabelen als Cornelis Sebille Roos, Cornelis Apostool, Jan Willem Pieneman, Frederik Obreen, Barthold van Riemsdijk, Frederik Schmidt Degener, David Röell, Arthur van Schendel, Simon Levie, Henk van Os, Ronald de Leeuw (hoort eigenlijk als lichtgewicht ook niet in dit rijtje), of Wim Pijbes.’

‘Wat mij vooral steekt is dat ik uitgenodigd ben te solliciteren naar die functie in het Rijks. Als ik had geweten dat al besloten was Dibbits op een zetel de directiekamer in te loodsen, dan had ik mij deze vernedering kunnen besparen. Ik ben gebruikt. Het selectieteam heeft proefgedraaid in het sollicitatiegesprek met mij. Men heeft mij uitgebreid aan de tand gevoeld over mijn visie op de opvolging van Wim Pijbes. Van mijn kennis is gebruik gemaakt om Taco Dibbits klaar te stomen voor zijn nieuwe baan. Hij en het Rijks zullen mij in de toekomst nog tegen komen wanneer er zich weer een kans voordoet om unieke schilderijen aan te kopen. De Raad van Toezicht van het Rijksmuseum realiseert zich blijkbaar niet dat er ieder jaar beslist moet worden over de miljoenensubsidie voor het museum. Ze dachten het allemaal zo goed te weten; ik zal de eerste zijn om ze te dwingen financieel zelfstandig hun broek op te houden.’

‘U mag mij integraal citeren. Ik ben boos. Onder Wim Pijbes werden initiatieven genomen ook 20ste en 21ste eeuwse kunst in het Rijks te verzamelen en te tonen. De eerste aankoop door Wim Pijbes als nieuwe directeur was de blote-billen-jurk van Marlies Dekkers. Een idiote aankoop. Ik sluit niet uit dat Pijbes in zijn Rotterdamse tijd al (te) intensief contact had met Dekkers en haar een dienst bewees. Taco Dibbets zal die jurk prima passen wanneer hij binnen de kortste keren met de billen bloot moet en duidelijk maken dat hij niets, maar dan ook helemaal niets heeft met moderne kunst. Dat bleek overduidelijk toen die tentoonstelling met beelden van Miro in de tuinen van het Rijksmuseum werd gehouden. Hij liet zijn kinderen op de beelden klauteren om foto’s van ze te maken en dat terwijl de beveiliging van het museum de strikte opdracht had klauterpartijen door bezoekers te voorkomen. Schijt aan Miro en schijt aan het personeel. Er wacht het Rijksmuseum een leuke tijd’.

‘Rancuneus? Nee, ik ben niet rancuneus, maar ik laat me niet schofferen. Dat is mijn eer te na!’

Mr. S.A. (Simon Aarnout) Tire; homo universalis en fantast Meditatione Ignis

Theodor Holman, bericht uit Xenofobopolis

Theodor Holman Het ParoolTheodor Holman sloot de laatste week van mei 2016 af met de column Vluchtelingen uit Vechtistan, Dommistan en Ligië.

Een zelfingenomen column. Holman zal juichend in zijn tuigje, als een peuter die zijn eerste stapjes zet zijn tekst bij de redactie van Het Parool ingeleverd hebben. Zijn quasi literaire stukkie stemde van de eerste tot de laatste regel naadloos overeen met de anti-vreemdelingen ruis die het debat en zelfs het democratische proces in Nederland verstoort. Er is slechts een vormverschil tussen Holman’s column en de daar-moet-een-piemel-in schreeuwers tijdens een inspraakavond over de opvang van vluchtelingen.

Holman scheert alle asielzoekers over één kam als domme, leugenachtige militanten. Populistische xenofobie van de zuiverste soort die, voorspelbaar, kan rekenen op bijval.

Wat is de angstige Amsterdamse dorpeling trots op zijn schrijfsel. Zo trots dat hij het ene na het andere Twittercompliment over zijn schrijfsel retweette.

Je hebt bij Holman niets meer nodig dan ‘Raak! Dank. Wat verwoordt (!) je dat goed’ (Tonny Visser, @FenixWatson), ‘Lees en geniet’ (R.M. van Dobben, @RMvanDobben), ‘Het lijkt een sprookje, maar is helaas de harde waarheid’ (Wim Brink, @Meriadoc), ‘We gaan verliezen’ (Bert Nijman, @BartNijman), ‘Wat een prachtige parabel’ (Jan Gajentaan, @jangajentaan), ‘Goed stuk’ (Asocialist @kauwbooi), of ‘WAUW’ (Frits Altenburg, @fritsaltenburg) om met rode koontjes van trots geretweet te worden.

Al die tweeters kregen van mij dezelfde reactie: Bericht uit Xenofobopolis.

Die reactie op zijn stukkie kreeg Holman van mij ook. ‘WAUW’ en ‘Goed stuk’ werden door Holman binnen een minuut geretweet, maar aan ‘Bericht uit Xenofobopolis’ had hij geen boodschap.

Jan van der Laan (@der_laan) mocht het met instemming van Holman een ‘geweldig cynische column’ vinden, maar Laurent Bruning (@LBruningNL) die het ‘Een zelfs voor stuitend domme en weerzinwekkende column vond, werd genegeerd. ‘Schande dat hij de plek van Carmiggelt bezet’, werd doodgezwegen en meteen fors onderuit gehaald door de dapperen onder ons die vanuit het veilige rijtjeshuis tegen de medemens te keer gaan.

Twitteraar Asocialist (@Kauwbooi), een pseudenoniem dat qua kinderachtigheid niet onder doet voor het ‘Vluchtelingen uit Vechtistan, Dommistan en Ligië’ van Holman maakte mij anoniem voor Sukkel uit. Een allooi krek eender als Holmans xenofobische gewauwel.

Ik heb een proefabonnement op Het Parool.

Drie keer raden of ik daar een definitief abonnement van maak.

Bob Bernstein

 

Kokerkijkende koppenredacteur De Volkskrant

De Volkskrant 26 mei 2016De voorpagina van De Volkskrant is vandaag gesierd met de banketletterkop: NEDERLANDSE SCHOLIER ONGEMOTIVEERD. ‘Nergens ter wereld zijn de klassen zo onrustig en rumoerig’, aldus de sub-kop.

Zo, dat is schrikken. Nergens ter wereld zouden scholieren zo slecht gemotiveerd en ongedisciplineerd zijn als in Nederland, aldus de OESO in een lijvig rapport over Nederlandse scholen.

Slecht gemotiveerd en ongedisciplineerd zijn beide normatieve oordelen. De vraagt dringt zich op hoe de OESO zoiets meet en hoe je dat tussen landen vergelijkt. DE scholier bestaat natuurlijk niet. Scholier is een containerbegrip waarin een populatie divers als alle inwoners van Nederland gegooid wordt. Het is zoiets als de Nederlander is gierig, de Duitser ijverig, de Fransman arrogant, de Italiaan een schuinsmarcheerder en de Arabier onbetrouwbaar.

Niemand zou accepteren als een of andere zich vervelende VN organisatie met een lijvig rapport zou komen waarin geconcludeerd wordt dat de Nederlander niet alleen gierig, maar ook ongedisciplineerd en ongemotiveerd is. Over scholieren mag dat blijkbaar wel gezegd worden en De Volkskrant heeft er geen enkele moeite mee dergelijke generaliserende kwalificaties prominent op de voorpagina van de krant te papegaaien.

Wat concludeerde de OESO nog meer:

  1. Per saldo is het onderwijs in Nederland behoorlijk (wat is dat?) goed;
  2. Relatief  (44% van de 25- tot 34-jarigen) veel Nederlanders hebben hoger onderwijs genoten;
  3. In wiskunde, natuurwetenschappen en taalbeheersing presteren Nederlandse scholieren beter dan de meeste Europese leeftijdgenoten;
  4. Sociaal zwakkere leerlingen blijven in Nederland langer ‘binnen boord’ dan in andere westerse landen;
  5. Het Nederlandse onderwijs sluit goed aan op de arbeidsmarkt;
  6. Scholen genieten onafhankelijkheid en de onderwijsinspectie doet goed werk;
  7. Het Nederlandse onderwijssysteem is een van de beste van de OESO landen, ondanks dat we relatief weinig van het BBP (3,8 procent) uitgeven aan onderwijs.

Compliment na compliment, maar wat vindt de De Volkskrant redacteur die de kop boven het artikel bedacht: de scholieren zijn ongemotiveerd en luidruchtig. Waarom niet de kop NEDERLANDS ONDERWIJS EEN VAN DE BESTE? Of: VEEL NEDERLANDERS HOOG OPGELEID? Of: NEDERLANDSE SCHOLIER SCOORT HOOG IN EXACTE VAKKEN?

Nee, de redacteur in nachtdienst ging met zijn slaperige, bevooroordeelde ogen in het artikel ijverig op zoek naar kritiek op de Nederlandse scholier en vond te veel rumoer in de schoolbanken.

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat de kop boven een artikel een bondige weerslag is van de inhoud. Blijkbaar deelt de sensatiebeluste koppenredacteur die visie niet.

De Nederlandse scholier scoort volgens de OESO hoog in taalbeheersing. Zal het misschien zo zijn dat de redacteur van dienst behoort tot de 56% van de Nederlanders die geen hoger onderwijs genoten?

Bob Bernstein, onderzoeksjournalist met als specialiteit nieuwsmedia en de publieke omroep

 

Het ultieme interview met politica en activiste Sylvana Simons

Bossche BolHet heeft wat heen-en-weer bellen gekost, maar uiteindelijk kwamen we tot een afspraak op ons redactiekantoor in de Rode Olifant, Den Haag. Sylvana Simons verschijnt tegen de verwachtingen in alleen. We dachten haar op een typisch Brabantse lekkernij, maar nergens beter dan bij Bakkerij Boohemen aan de Laan van Nieuw-Oost Indië, te trakteren. Hadden we niet moeten doen, want ze gaat meteen op oorlogspad.

‘Proberen jullie mij uit de tent te lokken met een Bossche Bol? Vroeger heette dat een moorkop. En dan ook nog gekocht bij een bakkerij met als adres een laan die rechtstreeks refereert aan het Nederlandse koloniale verleden. Een lekker begin. Je zult begrijpen dat ik die Bossche Bol helemaal niet hebben wil.’

We durven het bijna niet te vragen, maar zal ze haar koffie zwart drinken? Gelukkig kiest ze een cappuccino en het gesprek kan beginnen. Ze spreekt associatief en heeft geen enkele moeite met springen van het ene onderwerp op het andere. Persoonlijke aangelegenheden zijn echter een ‘no go area’.

Niet alleen wisselt ze snel van onderwerp, maar ook van taal, want haar betoog is doorspekt met Engelse termen. Voor een cliché deinst ze niet terug. Zo is de onlangs overleden popmuzikant Prince er een voorbeeld van dat: ‘genie en gekte dicht bij elkaar liggen’.

‘Mij is kwalijk genomen dat ik de uitnodiging van Prince toe te treden tot zijn entourage niet als een ultieme kans op roem zag, maar een invitatie tot deelname aan een gangbang. Daar had ik echt geen trek in. Het was mijn eerste en tegelijk laatste, zeer korte gesprek, dat ik met Prince had. Mijn kennis over hem en zijn muziek stijgt niet uit boven dat van een verre fan. Wel woonde ik later nog een concert van hem bij. Waarom mocht ik van jou niet als expert aanschuiven bij de VARA om over Prince te praten na zijn overlijden? Als het om beroemdheden gaat, heeft in principe iedereen recht om een mening te uiten. Dus ik ook. Natuurlijk begrijp ik dat zoiets ook voor mij als bekende Nederlander geldt. Helaas is het zo dat ik vrijwel nooit beoordeeld wordt op wat ik zeg, maar altijd op wie ik ben: een sterke, geëmancipeerde vrouw met een Surinaamse achtergrond. Vaak voel ik mij om twee redenen gediscrimineerd; omdat ik vrouw ben en omdat ik een Afrikaans uiterlijk heb. Ik moet altijd harder vechten dan anderen om mij gelijkwaardig te profileren. Veel van wat blanke mannen in hun schoot geworpen krijgen, respect en status, moet ik zien te bereiken via voortdurende loopgraven oorlogen. Ik heb in mijn leven niets, maar dan ook niets cadeau gekregen. Ik mag nog blij zijn dat ik een fraai uiterlijk en goed postuur heb waar menig blanke vrouw razendjaloers op is. Bovendien ben ik gezegend met een goed stel hersenen en ben ik prima in staat mijn zegje te doen. Zonder die welkome talenten maakte ik in de bevooroordeelde Nederlandse maatschappij nu de toiletten schoon op het Centraal Station. Okay, okay, misschien niet zo’n goed voorbeeld. Vang mij nu niet op mijn woorden. Ik weet dat publieke toiletten meestal schoongemaakt worden door blanke vrouwen van middelbare leeftijd. Pak me nu niet op het verkeerde voorbeeld en probeer te begrijpen wat de boodschap is, namelijk dat je als zwarte in een blank-chauvinistische maatschappij altijd aan de rand en nooit in het middelpunt staat tenzij je een topsporter of een beroemde muzikant bent. Ik in het middelpunt terwijl ik geen van beide ben? Spits gevonden hoor! Blijkbaar heb ik iets te vertellen waar heel veel mensen wat aan hebben, want anders zou ik niet tot de top tien van het lijstje talkshowgasten behoren die de redacties graag uitnodigen. Of het nu DWDD, PAUW of Umberto is. You name it, and I’ll be there.’

‘Ja, ik weet dat op die damned social media na ieder optreden van mij weer allerlei vuil gespoten wordt. Throw it over your shoulder girl, zeg ik altijd tegen mijzelf. Die negatievelingen zijn helemaal niet geïnteresseerd in de content van wat ik te zeggen heb, en borrelen over van jaloezie en racisme. Ja, ik denk echt dat er vrijwel geen tegenstanders zijn die mij beoordelen op wat ik zeg, maar dat er alleen gereageerd wordt op mijn uiterlijk en achtergrond. Na de confrontatie met Martin Simek in DWDD ging een cesspool aan racisme open. Het was shocking die Simek over zwartjes te horen praten. Zou hij accepteren wanneer ik hem witje noemde? Vooral dat verkleinwoordje maakte mij furious. Wat een slap verweer dat hij zich probeerde te verbergen achter zijn relatie met een zwarte vrouw. Dat moet wel een onderdanige auntie Tom zijn. Jij kan dan wel vinden dat Simek geen racisme kan worden aangewreven omdat hij met een zwarte vrouw getrouwd is; bij mij gaat dat er niet in. Misschien was het wel racisme dat hij met een zwarte vrouw trouwde. zo kan je het ook zien. Nee, ik ben niet geobsedeerd met racisme. Ik ben er het doelwit en slachtoffer van. De obsessie zit bij de angstige racisten. Zij zijn degenen die hun mind geblurred hebben met vooroordelen; zij zijn degenen die integratie en binding in de Nederlandse society onmogelijk maken. We hebben nu een multi-cultural society waar alle partijen moeten integreren. Wanneer ik als zwarte vrouw ook maar iets zou doen dat duidt op onwil te integreren, dan krijg ik alle spotlights op mij. Racisten die in een vluchtelingendebat Daar Moet Een Piemel In staan te schreeuwen zijn zogenaamd uitzonderingen. Zodra een vluchteling, of een Nederlander met buitenlandse achtergrond of niet-blanke etniciteit de fout in gaat wordt meteen de hele groep daar op aangekeken. Ik kan me niet herinneren dat ergens te lezen was dat alle witten nazi’s zijn omdat een kleine groep witten zich als nazi gedraagt. Natuurlijk ben ik trots op deze redenatie. Jouw neiging die belachelijk te maken is voor mij het ultieme bewijs dat je niets tot je verdediging aan te voeren hebt. Alleen al het idee dat je meent dat je je verdedigen moet tegen wat ik zeg, geeft mij een triomfantelijk gevoel. Dan maak je eens mee wat wij dag in dag uit meemaken: wij moeten ons iedere dag verdedigen. Wie wij zijn? Wij minderheden. Hoe kom je erbij dat ik te ongeduldig ben? Kom me nu niet aan met die zogenaamd goed geïntegreerde nieuwe Nederlanders. Ben jij ook zo iemand die Aboutaaleb als smoes gebruikt om succesvolle integratie aan te tonen? Burgemeester van Rotterdam, maar zou jij hem, wees eens eerlijk, als buurman willen hebben als hij niet die beroemde politicus was?’

We nemen even pauze. Simons wil geen koffie meer en drinkt zuinig van haar mineraalwater. De lippenstift laat randen achter op het glas. De inmiddels zweterig Bossche Bollen staan als symbool van haar fanatisme ons vanaf de tafel aan te staren. Ze worden door niemand aangeroerd. Zoals we begonnen, gaan we ook weer door. De vlam slaat meteen in de pan wanneer ik vraagtekens zet bij haar deskundigheid.

‘Dat hele associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne was voor mij een schimmige aangelegenheid. Dat was juist een goede reden om bij PAUW aan te schuiven toen over het referendum gesproken werd. Stond de integrale tekst van het verdrag op het internet? Dat is mij ontgaan. Ik heb mijn mening geprobeerd te vormen met wat ik op TV en radio hoorde en in kranten las. Het gaat je niets aan welke kranten ik lees. Als je mij nu onderuit probeert te halen en in een bepaald hokje duwen alleen al om de krant die ik zou lezen, dan vergis je je. Daar stink ik echt niet in. Wat is er mis mee dat ik tijdens dat gesprek bij PAUW nog niet wist of ik zou gaan stemmen en wat ik zou gaan stemmen? Dat mag jij slecht voorbereid en zelfs dom vinden; ik vind dat ik daar onafhankelijk en openhartig mijn mening gaf. Ik was niet reactief. Wat een raar verwijt. Ik had alle recht de keuzes van de andere deelnemers aan het gesprek kritisch te beschouwen ondanks dat ik zelf nog geen mening had. Daar is niets reactiefs aan. Het is een ultieme vorm van flauwheid mij nu dat gesprek bij PAUW onder mijn neus te duwen omdat ik de politiek in gegaan ben. Ik weet heus wel dat ik mij de dossiers eigen moet maken, maar niet alle dossiers. Ik ga mij straks in het parlement, ik ben er namelijk van overtuigd dat DENK tussen de vijf en tien zetels gaat veroveren, heus wel verdiepen in dossiers over onderwerpen waar ik mij mee ga bemoeien. Kinderachtig om nu te zeggen dat ik dossier-lazy was toen het over het associatieverdrag ging. Kunnen we het over wat anders hebben? Nee, het is nog niet uitgekristalliseerd wat mijn specialismen als DENK-parlementslid zullen worden. Daar ben ik nog met de gentlemen van DENK over in gesprek. Ja, gentlemen. Ik voel mij bij hun beter geaccepteerd dan waar ook. Een warm nest. Het maakt mij niets uit dat ze moslims zijn en ik heb helemaal niet het gevoel dat ik als vrouw de mindere ben. Jij bent niet de eerste die een stupid vergelijking maakt tussen de strijd tegen slavernij en de Armeense kwestie. Nee, niet genocide, kwestie. Er is een Armeense kwestie door de voortdurende beschuldigingen in de westerse pers dat de Turken zich schuldig maakten aan genocide. Waar is het bewijs, vraag ik je. Er is voldoende bewijs dat Nederland eeuwen lang een centrale rol speelde bij de slavernij. Dat kan jij geschiedenis noemen, ik noem het actualiteit, omdat er feitelijk nog dagelijks sprake is van slavernij, discriminatie, racisme en uitbuiting in onze maatschappij. Wie brengt er ‘s morgens vroeg de krant rond? Wie haalt het vuil op en maakt de straten schoon? Wie wonen er in achterstandswijken? Wie hebben een leerachterstand? Hadden we in Nederland ooit een zwarte minister? Hoe zou in Nederland gereageerd zijn wanneer Willem Alexander met een zwarte vriendin op de proppen was gekomen? Kan ik dat ook niet weten? Ik weet dat wel! Hel en verdoemenis zou worden uitgesproken. We wachten af: misschien komt Amalia straks wel met een zwarte, Turkse, of Marokkaanse liefde. De kans is overigens uiterst klein. het zal wel weer een of andere verarmde Duitse jonker zijn. Nee, dat is geen racisme van mij. Leg mij nu geen woorden in de mond!’

We ontkomen er niet aan: Zwarte Piet

‘Dat die hele zaal blanke Brabanders leeg liep omdat ik de LUL-verhalen gebruikte om mijn standpunt over Zwarte Piet toe te lichten, is zwaar overdreven. Er was een kleine groep blanken die zich op hun tenen getrapt voelde en begon te joelen. Een nog kleinere groep verliet de zaal. Het was ultiem weak van de organisatie mij de mond te snoeren en mijn verdere deelname te beëindigen. Weak, very weak. Ik leverde die avond het ultieme bewijs dat de enige zwarte die in Nederland geaccepteerd wordt een zwart geschminkte blanke is. Bijna dagelijks hoor en lees je dat de Islam een achterlijke cultuur is. Wat nou achterlijk! Jezelf zwart schminken en dan een gek taaltje uitslaan en gekke sprongetjes maken: DAT is achterlijk. Grow up, denk ik dan. Achterlijk en dom. Te dom om te begrijpen hoe kwetsend dit is voor een groot deel van de bevolking. Wanneer je tegen deze flauwekul terecht bezwaar maakt, kan je oprotten uit Nederland. Jij mag daar anders over denken, maar dat bezwaar is terecht. Kom me nu niet aan met die valse sentimentaliteit dat Sinterklaas een kinderfeestje is. Oh ja? En wie geven dat feestje van generatie op generatie door? De volwassenen. Ik geloof er niets van dat kinderen spontaan dat feestje bedenken. Dat wordt ideologisch in ze gepompt met leugens en bedrog, net zoals door dat feestje racisme aangeleerd wordt. Wij zwarten en de kinderen, blank of zwart, zijn het slachtoffer van een volwassenenfeestje. Ik heb er helemaal niets mee te maken dat op de Cariben en in Suriname Sinterklaas gevierd wordt met Zwarte Pieten. Binnen een zwarte maatschappij zal dat heus niet leiden tot racisme tegen zwarten. Ik leef als Nederlander met Surinaamse achtergrond in de Nederlandse maatschappij en constateer dat Zwarte Piet leidt tot racisme. Hoe ik dat constateer? Met mijn gezonde verstand. Nee, ik heb er geen bewijzen voor en nee, ik kan je niet verwijzen naar onderzoeken. Moet alles dan bewezen worden? Het feit dat IK er last van heb, is al voldoende bewijs. Niet alleen ik, maar de hele Surinaamse gemeenschap. Als jij andere geluiden hoort, dan hoor je die van Surinaamse Nederlanders die er voor kiezen de goede vrede te bewaren. Dat zijn Surinaamse Nederlanders waar ik mij diep, heel diep voor schaam.’

Meer over haar optredens op TV

‘Ik ben niet de denkster des vaderlands. Dat is iemand anders al. Ik ben er van overtuigd dat ik een zinnige bijdrage kan leveren aan maatschappelijke discussies en aan de verbetering van onze maatschappij. Ik verbind. Dat is mijn sterkte. Als mensen dat niet begrijpen, dan ligt dat niet aan mijn boodschap of aan mijn presentatie. Dan ligt dat aan hun racistische vooroordelen. Nog nooit zag ik een televisie-uitzending met spijt terug. Ik sta achter wat ik zeg. Nee, ik ben geen flapuit. Alles wat ik zeg is goed doordacht en goed onderbouwd. Als jij daar anders over denkt, dan moet je maar met voorbeelden komen. Nee, niet weer dat gezeur over het associatieverdrag. Dat ik Youp van ‘t Hek en Guus Meeuwis ‘typisch mannen’ noemde was geen slip of the tongue. Ik meende wat ik zei. Ze zaten daar straight te liegen over de plannen samen in Parijs op te treden. Probeer je mij nu een spiegel voor te houden met mijn typisch mannen? Natuurlijk is dat wat anders dan mannen die vrouwelijke karakteristieken generaliseren. Het is een bekend gegeven dat mannen een neiging hebben tot liegen. Doe niet zo kinderachtig met je vraag naar cijfers en onderzoeken. Ik hoef toch ook niet met onderzoeken aan te tonen wanneer een tafel een tafel is. Kom op zeg! Mijn opmerking over mannen heeft niets met discriminatie te maken. Het was niets anders dan het benoemen van een feit. Nee, ik ken niet alle mannen op deze globe, maar ken er genoeg om conclusies te trekken. Hoewel we afspraken het niet te hebben over persoonlijke zaken, kan ik je zeggen dat ik meer dan mijn deel heb gehad van wangedrag door mannen. Mijn kaak is al bijna dertig jaar gedeeltelijk ontwricht dankzij een mannenvuist. Keer op keer leverden mannen het bewijs dat ze mij, een sterke vrouw, proberen klein te krijgen. Ik heb het dan niet over moslimmannen, maar westerse, blanke mannen. Het zit in de natuur van mannen om vrouwen te kleineren en te onderdrukken. Vrouwen zijn mentaal en ethisch ver verheven boven mannen. Waarom zou ik bij die conflicten met mannen naar mijzelf kijken? Was ik degene die geweld gebruikte? Ja, die ken ik: de vrouw die de arme, weerloze man zo ver krijgt dat hij zijn handen gaat gebruiken. De smoes aller smoezen, de ultieme smoes.’

Na drie uur praten, is Sylvana Simons aan het einde van haar latijn. Van het ene op het andere moment dooft de vlam en staart ze met gefronste wenkbrauwen, zwijgend voor zich uit. Het lijkt alsof ze na haar woordenvloed in haar schulp kruipt. Heeft ze spijt van wat ze allemaal gezegd heeft? Ik durf het haar niet te vragen en beperk mij tot de vraag of ze nog iets zeggen wil.

Volkomen onverwacht, met een meisjesachtige, verlegen tederheid zegt ze: ‘Zullen we toch maar een Bossche Bol eten?’

Mr. S. A. Tire

 

Sylvana Simons krijgt het gelijk aan haar kant

Sylvana_SimonsDit is een van die zeldzame momenten dat ik me gedwongen voel het hoofdredactionele heft in handen te nemen. Ik wil niet dat de redacteuren van Meditatione Ignis al hun talent verspillen aan flauwekul-onderwerpen. Het mag, ze hebben immers alle vrijheid, maar wanneer onze lezers vermoeid worden met een overkill aan aandacht voor de hardst schreeuwende kleine medemensen dan ontstaat er bij mij ergernis. Niet dat ik de maat der dingen ben, maar als ik mij in toenemende mate erger, dan ga ik er van uit dat vele lezers die ergernis ook voelen.

Mogen de lezers en ik dan niet geërgerd worden? Absoluut. Sterker nog: graag zelfs, want dat is waarvoor we Meditatione Ignis in de digitale lucht houden: prikkelen, ergeren, uitdagen en vooral ontmythologiseren. Maar dan moet het wel ergens over gaan.

We zijn er niet om de behoefte aan aandacht van talentarme typetjes als Ebru Umar en Sylvana Simons te bevredigen. Umar schreeuwt dat ze de beste columnist van Nederland is. Zal ze weleens columns lezen van echte columnisten zoals Bert Wagendorp, Shiela SitalSING, Youp, Henk Hofland, Elsbeth Etty, Mohammed Benzakour, Frits Abrahams, Maxim Februari, Ionica Smeets, Arnon Grunberg, Hassnae Bouazza, of haar vriendje Theodor Holman?

Allemaal columnisten in wier schaduw dit Libellemeisje niet kan staan.

Genoeg is genoeg. Er moet werkelijk iets belangwekkends gebeuren voordat we borstkloppend rijkeluisdochtertje Ebru Umar nog aandacht geven in onze columns. Vanaf vandaag is er een dwingend hoofdredactioneel verzoek aan onze columnisten niet meer over Ebru Umar te schrijven. Ik weiger een verbod uit te spreken en Meditatione Ignis columnisten die mijn verzoek negeren wacht slechts mijn toorn zonder gevolgen. Ik zal ze blijven omarmen.

Van hetzelfde laken een pak: lichtgewicht Sylvana Simons. In mijn ogen valt deze dame in de categorie getraumatiseerd disfunctionerende, psychisch beschadigde medemens. Wie enige kennis heeft over haar persoonlijke geschiedenis kan niet anders dan met mededogen reageren op haar publieke optredens. Ik kan geen enkele logische verklaring bedenken voor de VARA’s keuze haar regelmatig op te laten draven bij DWDD en Pauw, en het besluit mevrouw Simons en beide Turks-Nederlandse Erdoganzen (met dank aan Youp) van DENK een kwartier promotie te gunnen bij Matthijs van Nieuwkerk. De afgelopen maanden zapte ik met angst en beven naar DWDD of Pauw, vrezend dat die onvermijdelijke Sylvana Simons weer uitgenodigd was voor een nutteloos optreden. De vrouw heeft werkelijk nog nooit iets substantieels gepresteerd, maar wordt op het schild geheven alsof ze de denkster des vaderlands is. Iedere keer wanneer ik haar in die praatprogramma’s zie, moet ik denken aan Tofik Dibi die ook om de haverklap uitgenodigd werd toen hij nog kamerlid voor Groen Links was. Later gaf hij openhartig toe dat die uitnodigingen om zijn licht te schijnen over een breed scala onderwerpen oorzaak was van zijn realiteitsverlies en zijn megalomanie. Hij werd hard gestraft en verdween uit de politiek toen hij de strijd met Jolanda Sap aan ging om het leiderschap van Groen Links.

Niet alleen Sylvana Simons’ gebrek aan gewicht in relatie tot alle aandacht is mij een doorn in het oog. Er is meer: haar onverklaarbare optreden in de media, met name over racisme en discriminatie, heeft geleid tot duizenden racistische reacties. Op geen enkele manier mag de schijn ontstaan dat Meditatione Ignis sympathie heeft voor dat racisme. Iedereen mag irritatie over deze dame uiten, maar dan wel op basis van argumenten en niet op basis van smerige racistische scheldpartijen.

De, meestal anonieme, racisten op Twitter en Facebook moeten zich realiseren dat hun verderfelijke schelden Sylvana Simons in een limousine de Tweede Kamer inloodst. Zoals Pechtold al jaren de promotor bij uitstek is van Geert Wilders, zijn de racistische scheldpartijen over Sylvana Simons een welkome steun in de rug bij haar politieke ambities. Ze wordt bevestigd in haar gelijk dat de Nederlandse maatschappij een in- en in-racistische samenleving is waar zij als verbindende Sylvana Luther King tegen ten strijde moet trekken.

Wat mij betreft verstomt terechte kritiek op charlatan Sylvana Simons bij deze racistische vuilspuiterij.

Ik hoop dat de redacteuren van M.I. zo slim zijn niet langer voeding te geven aan de seizoensbloeiertjes Ebru Umar en Sylvana Simons.

Dieter Korbjuhn, hoofdredacteur Meditatione Ignis.

(Onze redacteur Mr. Simon A. Tire werkt op het ogenblik het ‘ultieme interview’ met Sylvana Simons uit. Dat interview zal een dezer dagen verschijnen op M.I.)

Salah Abdeslam heeft helemaal niets te melden

Salah AbdeslamSalah Abdeslam, de enig overlevende dader van de aanslagen in Parijs, verscheen vrijdag 20 mei 2016 voor het eerst in Parijs voor zijn rechters. Hij had ‘beloofd’ te zullen spreken, maar zweeg omdat hij het niet eens is met de 24/24 cameraobservatie in zijn gevangeniscel.

Kijk, dat is nog eens dapper en bewonderenswaardig principieel. Petje af voor deze standvastige jongeman. Deed van harte mee aan de voorbereidingen aan laffe moorden op ongewapende burgers, maar liet zijn mededaders, inclusief een broer, op het laatste moment in de steek omdat alle moed, voor zo ver er moed nodig is bij deze acties, hem in de moskeesloffen zonk.

De snotneus lamenteert nu over de condities waaronder hij in de Franse gevangenis opgesloten is. Blijkbaar is hij brutaler en dommer dan moedig.

Het is mij natuurlijk bekend dat advocaten uitzichtloze verdachten altijd adviseren hun mond te houden omdat ze feitelijk niets ter verdediging te melden hebben en door te spreken slechts het risico lopen zich nog verder in het slop te werken.

Ik denk echter dat er bij deze ontspoorde kruimeldief en lilliputtercrimineel iets heel anders aan de hand is. Hij zwijgt omdat hij simpelweg helemaal niets te vertellen heeft. Je staat bij de rechtbank en tegenover de hele wereld volledig voor lul wanneer zal blijken dat je in plaats van een door idealen gedreven jihadist een hol vat bent met geen andere drijfveer voor je daden dan gewelddadige videospelletjes.

Paul Papinianus, rechtbankverslaggever.

Je moet slim zijn om discriminatie te bestrijden

racismeIn interviews hoor of lees je vaak, te vaak, dat geïnterviewden zichzelf citeren. Bij het lezen van artikelen door wetenschappers moet ik glimlachen over het aantal zelfcitaten waar het notenapparaat – vreemd woord – naar verwijst.

Toch moet ik nu ook even: vorige week beschreef ik mijn confrontatie met discriminatie door een voormalig vriendin, nu verre kennis.

Was ik zo naïef dat haar discriminatie mij aan het schrikken bracht? Die discriminatie en mijn schrik waren afgelopen weken bron van urenlange overpeinzingen. Haar discriminatie hield mij een spiegel voor.

Niets menselijks is mij vreemd en ook ik neig op zwakke momenten naar vooroordelen over groepen mensen. Vooroordeel is gemakkelijker dan nuance. Mijn verstand weet dat ieder mens op eigen merites beoordeeld moet worden, voor zo ver oordelen op zichzelf al acceptabel is, maar soms redeneer ik met het hart en niet met het hoofd.

Bij vooroordelen ontbreken nuance, begrip en intelligentie. Vooroordelen worden gemaskeerd met quasi ratio, maar hebben zelden met ratio en bijna altijd met onderbuik te maken.

Vooroordelen maken de ingewikkelde maatschappij overzichtelijk.

Datzelfde geldt vaak bij de bestrijding van vooroordelen, discriminatie en racisme. Ook daarbij is behoefte aan overzichtelijkheid. Het help geen zier je vast te bijten in symptomen en symboliek als politiek correct taalgebruik, en als slachtoffer van discriminatie de ‘daders’ aan de schandpaal te nagelen. Sterker nog: dat werkt contraproductief omdat aan beide zijden de standpunten verharden.

Martin Simek’s ‘zwartjes’ in DWDD was onhandig, maar liefdevol (ja, ja, ik weet het: liefde wordt soms gegeven vanuit superioriteit). Ook onhandig en niet slim: de man enkel op dat woord ‘zwartjes’ klem zetten en zijn verweer dat het niets met racisme te maken heeft zonder een seconde na te denken van tafel te vegen. Natuurlijk gaf het feit dat Simek met een zwarte vrouw getrouwd is nuance aan zijn ‘zwartjes’. Nadenken alvorens te toeteren is niet Sylvana Simons’ sterkste kant. Simeks huwelijk met een zwarte vrouw ‘heeft er niets mee te maken’ volgens Simons. Nee, alleen het woord ‘zwartjes’ was voldoende Simek weg te zetten als een verkapte racist.

Sylvana Simons, mogelijk te ingewikkeld voor haar, diende zich te realiseren dat ze met de aanval op Simek met zevenmijlslaarzen achteruit liep in de strijd tegen discriminatie in plaats van vordering te maken. Simeks sentimenteel zachtaardige bedoelingen werden door Simons keihard gemaakt waardoor ze keiharde en vaak vulgaire oppositie op riep.

Simek hebben we sindsdien niet meer teruggezien in praatprogramma’s. Hij zat er geslagen bij en trok zich definitief terug in Calabrië. Tel maar uit je winst, mevrouw Simons. Dit was geen ‘verbinden’, haar motief om toe te treden tot politieke splintergroep DENK, maar polariseren.

Niet slim van Sylvana Simons.

Nog zo’n zelfbenoemde strijder tegen racisme en discriminatie: drammende Quincy Gario. De man ziet overal racisme en werd daardoor, evenals Simons, juist oorzaak van toenemende weerzin tegen zijn eigen persoon. Zijn tweet naar aanleiding van Rutte’s reactie op het neerschieten van MH17 was verbijsterend:

MH17 tweet Quincy Gario

 

 

 

 

 

Hij verwijderde de walgelijk racistische tweet na veel kritiek van zijn Twitter account, maar het kwaad was geschied. Dit was geen foutje, de man presenteert zich immers als een specialistische actievoerder tegen racisme. Gario’s werkelijke aard werd onthuld.

Niet slim van Quincy Gario.

Actievoerder is blijkbaar een beroep, want in het Amsterdamse loopt nog zo’n professional rond: Roy Kaikusi Groenberg die met een klein groepje Nederlands-Surinaamse medestanders op De Dam een boek van Harry Intifada van Bommel verbrandde omdat in dat boekje Prem Radakishun geciteerd werd met het woord neger. Dezelfde Groenberg die de onsmakelijke vergelijking maakte tussen Joden en geroosterd sate-vlees. Net als Sylvana Simons en Quincy Gario verscherpte Roy Groenberg de tegenstellingen.

Niet slim van Roy Groenberg.

Alledrie voeren ze discussie over en acties tegen discriminatie vanuit een ik-ben-okay en jij-bent-niet-okay stelling. Niet slim, want contraproductief. Als je je medeburgers voortdurend voorhoudt dat ze niet okay zijn, dan worden ze niet okay en ben je zelf ook niet okay.

Er is intelligentie nodig om deze dialectiek te zien.

Als je discriminatie en racisme volledig uit wil bannen, vecht je tegen windmolens. Er zullen altijd mensen zijn die de overzichtelijkheid van discriminatie nodig hebben om zich staande te houden. Zoals er ook altijd ‘strijders’ tegen discriminatie zijn die behoefte hebben aan overzichtelijkheid. Beide partijen opereren vanuit dezelfde behoefte en hebben meer gemeen dan ze zich realiseren.

Discriminatie kan een giftige veenbrand zijn. Het bestrijden van een veenbrand kost tijd, maar ik ben optimistisch genoeg om vooruitgang te zien. De op één na grootste stad van Nederland heeft een burgemeester die pas op zijn vijftiende als kind in een immigrantengezin naar Nederland kwam. We hebben in de Tweede Kamer meerdere volksvertegenwoordigers met een niet-Nederlandse achtergrond. In de diverse praatprogramma’s zijn vrijwel dagelijks mensen te zien die eerste, tweede of derde generatie nieuwe Nederlanders zijn. Die groepen zijn vertegenwoordigd in film, theater, cabaret, sport, muziek, wetenschap en onderwijs. Enkele succesvolste cabaretiers in Nederland zijn van niet-Nederlandse oorsprong. Regelmatig zien we documentaires op TV of bioscoop die gemaakt zijn door nieuwe Nederlanders. Nu loopt de reeks fascinerende en vooral dappere documentaires over vrijheid van pers door Fidan Ekiz, dochter van Turkse ouders. Bijzonder onderwijs voor nieuwe religies en bouw van moskeeën worden gesubsidieerd volgens de in ons land geldende regels. Mensen als Sylvana Simons, Quincy Gario en Roy Groenberg krijgen ruim podium om hun mening te uiten.

Er is veel vooruitgang, maar we zijn er nog niet. De weg naar integratie moet afgelegd worden door alle partijen, niet alleen door de oorspronkelijke Nederlanders. Wat voor één-op-één relaties geldt, gaat ook voor maatschappelijke relaties op: als je wilt dat de relatie verandert dan moet je bij jezelf beginnen. Van de ander eisen dat die verandert is een dood spoor.

De ideale maatschappij, vrij van alle vooroordelen, is een utopie.

Er is intelligentie voor nodig om een betere maatschappij dichterbij te brengen. Racistische tweets, verbranden van boeken en onverdraagzaamheid omdat iemand er een woord uit flapt dat je niet zint (Sylvana Simons heeft zelf patent op uitflappen) is dom en zet de klok terug.

Mehmet Murat Abdülhamit

Sylvana Simons in de politiek: een meesterlijke zet

DENKIn huize Morve werd gisteren de vlag uitgestoken, met wimpel en al. Sylvana Simons gaat de politiek in en sluit zich aan bij DENK van de Partij-van-de-Arbeid-zetelpikkers Kuzu en Öztürk.

Een meesterlijke zet van beide Nederturken. Dankzij hun uitnodiging aan Sylvana Simons kan in huize Morve weer gekeken worden naar praatprogramma’s zonder gebukt te gaan onder de Sylvana-Simonsfobie. Niet meer wegzappen, maar uitzitten die programma’s. We kunnen ons namelijk niet voorstellen dat de redacties mevrouw Simons blijven uitnodigen om quasi-intelligent, wenkbrauwenfronsend discussies over onderwerpen variërend van gangbangen met de band van Prince, racisme, integratie en het associatieverdrag met Oekraïne op hinderlijke wijze te frustreren.

Overigens: het is nog niet zo lang geleden dat de toekomstige dossiervreter Simons bij PAUW door de mand viel omdat ze geen bal begreep van dat associatieverdag. Ze was uitgenodigd om mee te babbelen over het verdrag tussen de EU en Oekraïne – waarom in hemelsnaam? – en bleek het verdrag niet gelezen te hebben. Sterker nog: ze had geen flauw benul waar informatie over het verdrag te vinden. Een simpele Google zoektocht brengt je zelfs bij de integrale tekst van dat verdrag, maar Simons, onze vrouwelijke Geert Wilders, zat blijkbaar onder de droogkap de restanten waterstofperoxide te verdampen en had geen tijd voor begrijpend lezen. En zo iemand wil de politiek in.

“Ja, Matthijs, eindelijk een echte baan”, flapte de vrouw die sneller praat dan haar hersens denken er in DWDD uit. Van Nieuwkerk hield zich in, maar kon het niet laten: “Oh, blijkbaar had je die nog niet eerder”.

Simons, wars van gangbangen met Prince, kirt nu in al haar aandachtsgeilheid over het vooruitzicht van een islamitische gangbang met twee Turken en een Marokkaan. Oeps, dat bedoelde ik niet. Het moet zijn: twee islamitische Nederlanders van Turkse achtergrond en een islamitische Nederlander van Marokkaanse achtergrond. Een bek vol, maar goed, een bek vol is nu eenmaal het ultieme – stopwoordje van Simons – hoogtepunt bij een gangbang.

Sylvana Simons heeft, na het wegslikken van de gangbang maizena, altijd haar mond vol over racisme, discriminatie, integratie, vooroordelen en achterstelling, en dan sluit ze zich nu aan bij DENK? Waarom? Om te verbinden.

Een gotspe.

De heren van DENK moesten de PvdA fractie verlaten nadat ze tijdens een interne vergadering een fractielid dreigden met “Allah zal je straffen”. Deze zelfde heren hadden het gisteren te druk buiten de Tweede Kamer om deel te nemen aan een debat over de arrestatie van Ebru Umar in Turkije en over de lange arm van dictator in spé Erdogan.  En bij zo’n laf afsplitsingsgroepje sluit Simons zich aan. Dat valt in huize Morve onder ‘hoerig opportunisme’. Sylvana Simons vindt sowieso die arrestatie van Umar in Turkije eigen schuld, dikke bult. Geen enkele serieuze politieke partij wil zo’n mevrouw binnen de gelederen. Alhoewel: is de vacature Wassila Hachchi al vervuld bij D’66?

We zijn verward. Liefst laten we ons politieke systeem niet bezoedelden met meisjes zoals Simons. We zien de bui al hangen: mocht ze in de kamer gekozen worden, dan heeft ons Surinaams, sorry: Nederlandse met Surinaamse achtergrond, betwetertje natuurlijk binnen de kortste keren bonje met de DENK jongens en begint ze een éénvrouwsfractie of paradeert in Paramaribo met haar wachtgeldvuitontasje en idem Pradajurkje.

De kans dat ze gekozen wordt is volgens de huidige peilingen gering. Ook dat is een somber vooruitzicht, want niet gekozen worden betekent weer aanschuiven in alle praatprogramma’s, en daar heeft de familie Morve helemaal geen trek in.

Het zijn verwarrende tijden.

Mr. Jean Morve, politiek commentator Meditatione Ignis

 

 

 

De sensualiteit van het moslimahoofddoekje

NonUit De Volkskrant van 12 mei 2016: Een moslima overweegt gerechtelijke stappen tegen een van Amerika’s oudste en beste militaire scholen. De Citadel in South Carolina, waar studenten al 174 jaar hetzelfde militair uniform dragen, heeft een verzoek afgewezen om een uitzondering te maken vanwege haar geloof. ‘We leven in een land van wetten’, zei de vader van het meisje na het besluit van de Citadel, aldus The Washington Post. Volgens hem is het besluit in strijd met de religieuze vrijheid in de VS. ‘Deze ouderwetse tradities zijn in strijd met de wet’.

Dit bericht doet me denken aan de twee Amsterdamse moslima’s die op een Franse camping in burkini het zwembad in wilden. Nu is het mij al eens op zo’n camping overkomen dat ik het zwembad uit werd gestuurd omdat ik een boxershortzwembroek aan had. Beide moslima’s blaatten voor de radio in plat Amsterdams dat ze zich op de camping gediscrimineerd voelden en een Nederlands radioteam toog naar Frankrijk om de campinghouders verbaal te kastijden voor hun walgelijk discriminerende gedrag.

En dan is er nog de lerares aan een openbare lagere school in ‘t Gooi die vorige maand aankondigde voortaan met sjaaltje om les te geven omdat ze zich zo ‘dichter bij haar god voelt’.

Discussie alom over sjaaltjes en burkini’s.

Ik heb geen trek me te mengen in die kunstmatige, dus vermoeiende discussie over het recht te koop te lopen met je godsdienstige overtuiging.

Voorhuiden afsnijden, vagina’s vernielen, sjaaltjes of burka’s dragen, geen varkensvlees eten, ramadan en suikerfeest, stokslagen, onthoofdingen, geen vlees op vrijdag, winkels dicht op zondag, verplichtingen tot kerk- of moskeebezoek, en dat allemaal omdat een uit de duim gezogen fantasiefiguur dat verplicht zou stellen, valt bij mij in de categorie verdwazing.

God en allah zijn liefde en ondertussen slachten de diverse geloven, of geloofsrichtingen binnen één en hetzelfde geloof elkaar af.

Kom mij niet aan met ‘omdat het moet van mijn geloof’, want al die zogenaamde geloofsregels zijn niets anders dan archaïsche mensenverzinsel van woestijnprofeten.

Jezus, in geen enkele Romeinse geschiedschrijving is iets terug te vinden over deze fantasiefiguur (in De geschiedenis van de Joden door Flavius Josephus staat één enkele zin over Jezus; een zin die later is toegevoegd) zou zijn zuivering gevonden hebben door 40 dagen vasten in de woestijn. Mohammed had ook zo zijn woestijnuurtjes. Mozes kwam met op stenen geschreven wetten van de berg wandelen – waar zijn die stenen tafelen gebleven? – en Joseph Smith deed dat in 1830 nog eens dunnetjes over toen hij op gouden tafelen gods wet ontving.

Bij de botsing tussen geloof en ratio wordt wat mij betreft geloof door ratio total loss gereden.

Toch was ik ooit blij met die meisjes met sjaaltjes. Ik woonde bijna 35 jaar in het Oude Noorden van Rotterdam. Een wijk met relatief veel moslims. De eerste twintig jaar zag je daar nauwelijks meisjes met sjaaltjes om. Wel veel dikke moslimdames in sombere, lange, grijze jassen met een boerse sjaal om hun hoofd. Meestal zeulend met boodschappenkarretjes.

Pas later werd het sjaaltje alom mode en zag ik dag in dag uit, vooral in de zomermaanden, prachtig modieus geklede moslimteenagers in pastelgekleurde lange linnen broeken, getailleerde blouses en ijdel gedrapeerde sjaaltjes. Een lust voor het oog. Om zomers blij van te worden die witte, lichtblauwe of lichtrode kleding. Schoonheden om te zien. Fraaie slanke lijven en koppen met mooi-vrouwelijke make-up. Trotse meiden.

Ik keek mijn ogen uit. Alle bezwaren tegen sjaaltjes verdwenen bij mij als sneeuw voor de zon. Het werd een waar genoegen een nieuw paspoort of verlenging van het rijbewijs op het stadhuis aan te vragen. Van loket tot loket word je daar getrakteerd op een sensuele modeshow door van hormonen stralende meiden met sjaaltjes. Wat een mooi getekende exotische koppen.

Toch, naast al dat esthetische genot van heupwiegende jonge moslima’s met sjaaltjes knaagt er iets aan mij: In Iran en Saoedie-Arabië worden vrouwen in een politiecel gegooid wanneer ze de verplichte hoofdbedekking niet dragen. Stewardessen van westerse vliegmaatschappijen zijn verplicht in die landen zedelijke, wat dat dan ook mag zijn, kleding aan te hebben en het haar te bedekken. In Iran werden afgelopen week vrouwen gearresteerd omdat ze op Instagram selfies zonder sjaaltje publiceerden.

Als ik dat soort berichten lees, verdwijnt alle sensualiteit van die sjaaltjes dragende meiden in ons land en zie ik onderdrukking ‘omdat het moet van mijn geloof’.

Dragen die Hollandse moslima’s hun sjaaltjes uit solidariteit met de onderdrukte vrouwen in islamitische landen, of zouden ze eigenlijk uit solidariteit die sjaaltjes af moeten doen?

Het lijkt mij voor vrouwen die in fundamentalistische landen klappen krijgen omdat ze hun hoofdbedekking af doen schrijnend dat moslimmeiden in vrije landen er voor kiezen het haar te bedekken.

Ontnuchterend.

Norbertus Herschel, theoloog

Hoofddoek blijft de norm in Iran. © AFP

De Iraanse politie heeft meerdere personen gearresteerd wegens online gepubliceerde modefoto’s van vrouwen zonder hoofddoek. Dat melden media in Iran maandag. Zeker acht modellen, onder wie zeven jonge vrouwen zonder de verplichte hoofddoek, en tal van fotografen en visagisten zijn gearresteerd.

http://www.volkskrant.nl/buitenland/iran-pakt-hoofddoekloze-instagrammers-op~a4301804/