Daan Roosegaarde verdedigt zich het graf in

Roosegaarde College Tour31 maart 2016 heeft Daan Roosegaarde in NRC Handelsblad gereageerd op de commotie rondom zijn bijdrage aan het DWDD pop-up museum. Een verdediging waarin hij werkelijk uit zijn nek lult. Hij heeft geen zelfstandig kunstwerk voor het pop-up museum geproduceerd, maar slechts een presentatie gemaakt.

Ja, moeten we nu de discussie aan gaan waar in de hedendaagse kunst precies de scheidslijn ligt tussen zelfstandige kunstwerken en unieke presentaties?

Borstkloppend zwamt Roosegaarde in zijn verongelijkte brief dat het gebruik van licht een voor hem typische signatuur is. Dus, geen zelfstandig kunstwerk, maar de presentatie van andersmans kunst met een voor Daantje kenmerkende signatuur.

De manier waarop hij licht gebruikt is de essentie van de zaal. Niets, helemaal niets over de overeenkomst met de presentatie van Van Elk. Daan ziet alleen het verschil.

Wel worden er een paar andere kunstenaars aan de haren bij gesleept. Roosegaarde heeft die kunstenaars blijkbaar niet ‘misschien onbewust’ gezien zoals het werk van Ger van Elk. Ik vermoed dat Daan’s reactie zo lang uit bleef omdat hij zich op het internet helemaal rot gezocht heeft naar de door hem genoemde excuus-kunstenaars.

Was zijn presentatie in het DWDD pop-up museum dus zelfs niet uniek maar gebaseerd op Hans Peter Feldmann en Leo Fitzmaurice? Ik kan mij niet herinneren dat Daan die inspiratie ooit eerder noemde. Foei Daan, foei!

De lichtbundel over bestaande schilderijen in een verder donkere zaal is een ‘zoektocht naar het verlangen om te ontdekken’. Er gaat een groot dichter verborgen in Daantje.

In een eerdere reactie spotte Roosegaarde dat niemand copyright heeft op de horizon (dat claimde de weduwe van Van Elk ook niet en die opmerking was dus regelrechte discussievervuiling door Roosegaarde).

Volgens mij geldt dat overigens voor de claim op licht door narcistische charlatan Roosegaarde ook. Hij heeft geen copyright op licht, noch op CO2-neutrale techniek.

Mijn dunk voor Roosegaarde is na College Tour en dit gedoe rondom zijn ‘kunstzinnige presentatie’ met unieke signatuur tot het absolute nulpunt gedaald.

Ik adviseer Daan Roosegaarde te emigreren naar het Chinese district Longgan. Hij kan daar dan zijn unieke licht laten schijnen over kopieën van collega’s.

Zie verder: http://www.nrc.nl/next/2016/03/30/ik-heb-ger-van-elk-niet-gekopieerd-1605275

Bertus Gerardus Antonissen

 

 

Er valt helemaal niets te lachen als je over alles een mening hebt, maart 2016

Luther: "Hier sta ik; ik kan niet anders"
Luther: “Hier sta ik; ik kan niet anders”

Meditatione Ignis maakte in de maand maart 2016 een stevige groei door. We mochten vijf nieuwe redacteuren verwelkomen met even zo veel boeiende bijdragen aan onze internet publicatie. In dertig dagen zagen 26 blogs het licht. Bijna alle blogs werden gemotiveerd door woede en verontwaardiging. Ook deze maand viel er weer heel weinig te lachen.

Kabwe Tuskers zal zich in de toekomst richten op kwesties over Afrika. Zijn eerste bijdrage was een persoonlijke hommage aan Traude Rogers, de veel te vroeg overleden voormalig onderdirecteur van de nationale musea in Zimbabwe. De titel van Tuskers’ blog is ontleend aan het Zuid-Afrikaanse volkslied Nkosi Sikelel’Africa dat bij de uitvaartdienst van Traude werd gezongen. De melodie van dit lied, in allerlei versies te beluisteren via YouTube, werd ook gebruikt voor het volkslied van Zambia en enkele andere Afrikaanse landen.

Levinus Zwertbroek volgt de media. Zijn eerste bijdrage ging over de struikelpartij van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door waar hij Esther Gerritsen per ongeluk Esther Verhoef noemde. Voor Gerritsen niet leuk. Ze schreef het boekenweekgeschenk van 2016 en werd tijdens die week voortdurend herinnerd aan de verspreking van Van Nieuwkerk. Zwertbroek kaderde die verspreking in de context van spotterijen door DWDD over versprekingen door televisiepersoonlijkheden. DWDD en Van Nieuwkerk kregen een koekje van eigen deeg. Zwertbroek ergert zich al geruime tijd aan het gemakkelijke roosteren door Lucky TV van bekende Nederlanders en 80% Duitsers, zoals onze koning.

Paul Papinianus. ook nieuw in het Meditatione Ignis redactieteam, bracht zijn ergernis over een idiote Nederlandse rechter onder woorden. Een handtastelijke medewerker die zijn chef voor ‘vuile flikker’uitschold mocht van de rechter niet ontslagen worden omdat hij jong en allochtoon is. Wat een klootzak van een rechter (ik mag schelden omdat ik oud ben; niemand kan mij ontslaan want ik ben eigen baas). Die rechter maakt het onmogelijk de Nederlandse rechterlijke macht serieus te nemen. Papinianus had het niet beter kunnen benoemen: allochtonenknuffelaar.

Clifford Mead, onze aanwinst met sociologische deskundigheid, prikte op basis van enige voorbeelden uit de praktijk de kansarme-jonge-terroristen ballon door. Saleh Abdeslam, kansrijker dan X., is 100% verantwoordelijk voor de chaos die hij in zijn leven, en erger nog in dat van anderen, aanrichtte, evenals X. die vanuit een kansarme positie vele kansen schiep en benutte. Na deze tekst van Mead zal ik voortaan extra kritisch luisteren naar platitudes over kansarme jongeren.

Leendert Koerts schreef over Reinder Zwolsman, de branden in Haagse panden en de manier waarop de overheid het oude Haagse stadsgezicht definitief verziekte. Een sterke aanklacht tegen machtsmisbruik door stedelijke en landelijke overheden.

De maand begon met de jaloersmakend goed, en heerlijk profane woede-uitbarsting over de ‘culture of pure assholery’ door een Amerikaanse presentator van een praatprogramma. Die uitbarsting sprak hij uit na de aanslagen in Parijs en werd door de aanslagen in Brussel weer actueel.

S.A.Tire schreef een fictieve recensie van een fictief boek door de fictieve professor Victor Lamme. Lamme die zich misdroeg na de euthanasie van Hannie Goudriaan. Het hele redactieteam is nog steeds met stomheid geslagen dat een ‘minkukel’ als Victor Lamme deel uit maakt van het Nederlandse gezelschap professoren. Je kan met zo’n man toch nauwelijks geloven dat Nederlandse universiteiten internationaal hoog scoren. We kunnen slechts concluderen dat Victor Lamme er in zijn eentje de oorzaak van is dat Nederland niet een hogere plaats inneemt op de internationale ranglijst.

Clifford Mead en Hans Hoek zien een parallel tussen Femke Halsema en Hans Janmaat. Beide vertegenwoordigers van splinterpartijen en beiden toebedeeld met onevenredig veel aandacht in de pers. Janmaat leeft niet meer. Halsema kwam met een boekje, Pluche, en kreeg een overdaad aan belangstelling op radio, TV en de schrijvende pers. Buiten alle proportie.

Norbertus Herschel boog zich over de idiotie van over islamofobie klagende moslims. Al vele jaren wordt uit naam van de islam en allah gruwel na gruwel gepleegd en dan klagen de moslims dat er angst is ontstaan voor hun achterlijke cultuur. Angst mobiliseert angst. De moslims, bang geworden door de angst van de heidenen voor de islam, draaien de boel om en klagen dat zij zich bedreigd voelen door die heidenen. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Moordenaars die klagen dat ze bang zijn door de angst van nazaten van hun slachtoffers. Doet mij denken aan die enge Volkert van der Graaf die klaagt dat zijn mensenrechten geschonden worden, maar maling had aan de mensenrechten van Pim Fortuyn. Soms denk je dat de wereld gek geworden is.

Harry van Bommel meldde zich ook weer, deze keer met bedrukt pleepapier. Hij zou dat anti Oekraïne Associatieverdrag pleepapier overal in het gebouw van de Tweede Kamer ophangen zodat iedereen zijn gat af kon vegen met dat verdrag. Onze laffe verzetsheld kwam op het laatste moment op zijn schreden terug. Harry Hamas, of Harry Intifada, zoals hij bekend is bij de redactie van Meditatione Ignis zal, zo vrees ik, nog menig keer in onze kolommen terugkeren. Schaamt die man zich nooit? We danken hem dat hij zo zijn best doet de Socialistische Partij klein te houden.

Soms, heel soms valt er wel iets te lachen op Meditatione Ignis. Deze maand zorgde het Commissariaat Voor De Media voor een gulle lach door een bijdrage van S.A.Tire serieus te nemen en er bezwaar tegen aan te tekenen. Ze maakten zich daarmee onsterfelijk.

Ook onsterfelijk: Annet Veenstra met haar puberale briefje in De Volkskrant. Het zijn volgens snotneus Annetje, de Marty Feldman uit de Nederlandse journalistiek, de ouderen die in het Concertgebouw kuchen, tekstboekjes laten vallen, hoesten en proesten, in slaap vallen en luid klappen terwijl ze alleen in het Concertgebouw zijn om gezien te worden. Annet Veenstra is bij ons ook gezien. We zullen haar vanaf nu ieder jaar op Goede Vrijdag om exact drie uur aan het kruis nagelen. De Mattheus Passie is door ons omgedoopt en heet vanaf dit jaar de Annet Veenstra Passie.

Maart 2016 zal de geschiedenis in gaan als de maand van Daan Roosegaarde. De maand waarin Roosegaarde ontmaskerd werd. Lees de bijdragen over Roosegaarde.

Lees ook de bijdrage van nieuwe redacteur literatuur Tim van Dool over Jelle Brandt Corstius en diens boekje over zijn vader: De lul van Jelle.

Een van de woedendste stukken van deze maand is van de hand van Frans Ira. Hij veegt de vloer aan met Marcel van Dam. En terecht. Het smoezelige VARA/PvdA monster dat karaktermoord trachtte te plegen op Pim Fortuyn. Van Dam, de duivel hebbe zijn ziel, kon niet in de schaduw staan van Pim Fortuyn. Volgens de griezel Van Dam is/was Fortuyn ‘een buitengewoon minderwaardig persoon’. Hoe durfde die uit zijn straatje ruftende sigarenkauwer!

Maart 2016 was de maand van smerige, laffe aanslagen in Brussel door een stelletje mongolen. Wij deden er bij Meditatione Ignis zo veel mogelijk het zwijgen toe. Uit piëteit, niet uit desinteresse.

‘Hier staan wij; we kunnen niet anders’.

Dieter Korbjuhn, hoofd redacteur Mediaitione Ignis.

Onbetrouwbare overheid verziekt(e) Den Haag

Binnenhof Den Haag18 december 1964 brandde in Den Haag het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen af. Een brand die, net zoals meerdere andere branden, op het conto werd geschreven van projectontwikkelaar Reinder Zwolsman (1912-1988). Het weekblad Vrij Nederland besteedde in de late jaren zestig meerdere uitgebreide artikelen aan de ‘branden van Zwolsman’. Dat was in de goede oude tijd waarin Vrij Nederland een fascinerend weekblad op krantenformaat was. Het toonaangevende weekblad voor quasi-intellectueel, links Nederland. Ik verslond in die tijd VN en ben nog steeds blij dat ik mee heb mogen maken dat redactionele artikelen vaak meerdere pagina’s besloegen. Kritische pagina’s, niet alleen over Zwolsman, maar ook over de Nederlandse kabinetten – de ministers werden nog met ‘excellentie’ aangesproken – en de internationale politiek. Het waren de jaren van de Vietnam oorlog en de Parijse opstand uit 1968.

Vrij Nederland verviel later tot een ordinair tijdschriftje op roddelbladformaat.

Zwolsman werd gezien als een projectontwikkelaar die in de Tweede Wereldoorlog kapitaal had vergaard met het bouwen van bunkers voor de Duitse bezetter en die na de oorlog keer op keer overhoop lag met de autoriteiten. Wanneer hij geen vergunning kreeg om bestaande gebouwen te slopen voor nieuwbouw, raakten de oude gebouwen op mysterieuze wijze in brand.

Met uitzondering van zijn ruzies met lokale en nationale notabelen is nooit aangetoond dat hij bunkers bouwde voor de moffen of moedwillig panden af liet branden. Hij is daarvoor nooit veroordeeld. Zes jaar na het einde van W.O.II ontving hij een koninklijke onderscheiding voor zijn verzetswerk in de oorlog.

Zwolsman was de Nederlandse Donald Trump avant la lettre. In zijn hoogtijdagen was hij via de Exploitatie Maatschappij Scheveningen eigenaar van de Haagse Houtrusthallen, het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, het Lido en Carré in Amsterdam, de Euromast (gedeeltelijk), hotel Huis ter Duin plus enkele grote hotels in Amsterdam en Zeeland, het Kurhaus en het Circustheater.

Veel van zijn vastgoed werd, toen het bergaf ging met zijn zakelijke activiteiten, overgenomen door de Amsterdammer Maup Caransa en door het bouwbedrijf Bredero.

In 1974 kreeg Zwolsman een ernstig ongeluk met zijn Bentley. Na dat ongeluk was hij niet meer in staat te werken. Hij overleed 1988 in Wassenaar.

Ik kan mij het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen nog goed herinneren omdat ik daar samen met mijn ouders, broers en zussen circa 1955 een goochelaar aan het werk zag. K&W was een begrip in Den Haag. Een populair gebouw. Het is precies 90 jaar oud geworden.

Zwolsman diende bij de Gemeente Den Haag plannen in om het Gebouw voor K&W te slopen en op die plaats een 130 meter hoge kantoorflat te bouwen. Het ontwerp liet hij maken door de Italiaanse architect Pier Luigi Nervi.

Nervi maakte op verzoek van Zwolsman ook plannen voor een complete herinrichting van de in verval geraakte badplaats Scheveningen. In 1959 had Zwolsman al de nieuwe pier gebouwd aan het strand van Scheveningen.

Alle plannen van Zwolsman werden afgeschoten door de Haagse gemeenteraad. Niet op de merites van de plannen, maar omdat Zwolsman door allerlei botsingen met de ambtenarij en politiek Den Haag uitgekotst werd.

Het plan voor de Nervi toren achter het Centraal Station werd getorpedeerd omdat die toren het beschermde Haagse stadsgezicht zou ontsieren. Vanaf de Vijverberg, kijkend richting Binnenhof, mocht geen nieuwbouw uitsteken boven het Binnenhof. Dat werd gezien als een niet te accepteren aanslag op het aangezicht van het Haagse historische centrum.

Een waarheid als een koe, maar, zoals later zou blijken, een rotsmoes om Zwolsman te kunnen dwarsbomen. Het voorstel de Nervi toren te bouwen op de lokatie van het Gebouw voor K&W was zonder meer een slecht voorstel. Het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen zou verloren gaan en zo’n moderne toren die uitsteekt boven het Binnenhof beschadigde het fraaie, oude stadsgezicht.

Volgens mij was heel denkend Den Haag, met uitzondering van de kring Zwolsman, het met dit besluit van de Haagse gemeenteraad eens.

Het Gebouw voor K&W brandde af. Een brand die in Den Haag als verdacht werd gekenmerkt. Bij ons thuis werd er over gesproken alsof er geen twijfel was over brandstichting in opdracht van Zwolsman. Zo dacht Vrij Nederland er jaren later nog steeds over.

Dat bescherming van het Binnenhof-stadsgezicht motief was de plannen van Zwolsman af te wijzen, is door de geschiedenis achterhaald. De overheid is na de jaren zeventig door de mand gevallen als een leugenachtige, onbetrouwbare partij. Het is onbegrijpelijk dat later Haags bestuur akkoord is gegaan met de vernietiging van dat fraaie stadsgezicht en in de buurt van het Centraal Station kantoorflat na kantoorflat liet bouwen.

Als je nu vanaf de Vijverberg kijkt naar het Binnenhof, is dat Binnenhof verschrompelt tot een rudiment van de vroegere statige uitstraling. Het gaat nu gebukt onder de megalomane opdringerigheid van beperkt houdbare ministeriegebouwen.

Het verbijstert dat deze slachting van een oud stadsgezicht mogelijk was nog geen twintig jaar nadat Zwolsman’s plannen werden afgewezen. En dat dan ook nog zonder enige hoorbaar protest van de Haagse bevolking.

De onbetrouwbare overheid kon onbelemmerd zijn gang gaan en de Haagse binnenstad verzieken.

Nooit is aangetoond dat Zwolsman opdracht gaf tot de brand van het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen.

Overduidelijk is aangetoond dat een onbetrouwbare overheid maling heeft aan regels die ze burgers oplegt en ongehinderd haar vernielzuchtige gang gaat wanneer dat zo uitkomt.

Blijkbaar interesseert het de overheid dan niet uit dat een prachtig Haags stadsgezicht voor altijd verloren gaat.

Leen Koerts, Haagse en Scheveningse zaken

Heeft Quincy Gario schnabbel bij Concurrentnews?

Aanslag Ivoorkust
Aanslag Ivoorkust

Countercurrentnews.com (via Enom Inc. op het WWW geregistreerd; Enom is waarschijnlijk afkomstig uit de USA) plaatste een tendentieus artikel om aan te tonen dat we in Europa en de USA alleen geïnteresseerd zijn in terrorisme slachtoffers uit onze eigen regio (het wat vreemde Engels is voor rekening van Concurrentnews):

Terrorists Kill 22 At Beach Resort, Nobody Cares Because It Wasn’t In U.S. or Europe – Here’s Why:

While America and Europe changes their social media profile pictures to show solidarity with victims of one European country, then another, victims of terrorism in non-European and American countries are receiving virtual no attention – let alone sympathy – when they receive even higher death tolls from ISIS. After the horrific attack on Brussels, it’s worth noting how the major attacks that have recently been carried out by ISIS, or ISIS-sympathizing groups, have been reported in the media – and subsequently how they have been received on social media:

March 22, 2016, Brussels, 34 killed – HEADLINE NEWS
March 20, 2015, Yemen, 137 killed – no headline

April 18, 2015, Afghanistan, 33 killed – no headline
June 26, 2015, Tunisia, 38 killed – no headline
June 29, 2015, Yemen, 35 killed – no headline
October 10, 2015, Ankara, Turkey, 97 killed – no headline
October 31, 2015, Russian plain, 224 killed – HEADLINE NEWS
November 21, 2015, Beirut, 43 killed – no headline

November 13, 2015, Paris, 130 killed – HEADLINE NEWS
December 2, 2015, San Bernardino, 14 killed – HEADLINE NEWS

January 8, 2016 Libya, 50 killed – no headline
March 6, 2016 (only two weeks ago), Baghdad, 47 killed – no headline
March 13, 2016 (last week), Grand-Bassam, 22 killed – no headline
March 15, 2016 (last week), Ankara, Turkey, 35 killed – no headline

ISIS is killing more Muslims and Africans than any other group. Yet for some reason Western media is only highlighting when Europeans and Americans get killed.

Lees verder op: http://countercurrentnews.com/2016/03/terrorists-22-at-beach-resort-but-nobody-cares-because-it-wasnt-in-u-s-or-europe/

Laten ze van Countercurrentnews nu groot gelijk hebben in de feitelijkheid, maar niet in de interpretatie.

Ik zal proberen hun primitieve klacht op een simpele wijze uit te leggen.

Wanneer mijn vrouw of één van mijn (klein)kinderen vermoord wordt, erger nog: als meerderen vermoord worden, zal mijn wereld instorten. Een slag die ik waarschijnlijk nooit meer helemaal te boven kom. Er zal een wond op mijn ziel ontstaan die jaren nodig heeft om gedeeltelijk te helen. Helemaal genezen zal hij nooit.

Wanneer mijn buurman of buurvrouw vermoord wordt, dan zal dat in huize Mead een schok veroorzaken en ons gevoel van veiligheid ondermijnen. Mocht die moord verderop in de straat plaatsvinden, dan zal de reactie minder sterk zijn, maar menig woord zal er aan gewijd worden en we zullen maar wat graag alles willen horen over de omstandigheden en de betrokkenen.

Wanneer die moord een paar straten verder gepleegd wordt, dan zal de aandacht misschien minder, maar niet veel minder zijn, mits we het slachtoffer en de dader niet kennen. Mochten we beiden of één van beiden kennen, dan zullen we het er waarschijnlijk nog lang over hebben.

Wanneer in een andere wijk iemand vermoord wordt en we kennen dader noch slachtoffer, dan is het nieuws dat lichte vrees geeft: ‘De ellende komt steeds dichterbij’.

Wanneer de moord in een andere stad, ander land, ander werelddeel plaats vindt, dan is het nieuws dat mij zeer waarschijnlijk ontgaat, al is het alleen al omdat het op pagina acht, rechtsonder gepresenteerd wordt in onze krant.

Het is weer anders wanneer het een al of niet gewaardeerde, beroemde persoonlijkheid betreft, zoals John Kennedy, Robert Kennedy, Martin Luther King. Geografisch ver weg, maar emotioneel dichtbij.

Het zal in Afrikaanse, Arabische, of Aziatische landen niet veel anders gaan.

De aanslagen in Parijs en Brussel kregen mogelijk in verre landen meer aandacht dan aanslagen in landen ver weg aandacht krijgen in Europa en de USA. Dat komt doordat ‘onze’ cultuur, met name cultuur uit de USA, de hele wereld overspoelt.

Toch lijkt het mij sterk dat de 35 Brusselse doden in Afrika, Azië en Arabische landen evenveel aandacht kregen als in Europa.

Maar Concurrentnews ziet het anders. De aanslagen in Brussel en Parijs krijgen veel meer aandacht dan die in Jemen en Tunesië omdat we in Europa en de USA alleen met onszelf bezig zijn en maling hebben aan slachtoffers in andere landen.

Hoeveel Jemenieten en Tunesiërs zullen wakker gelegen hebben van de aanslagen in Brussel? Ik weet het niet, maar ik verwacht niet dat er een stormloop is geweest van slapeloze Jemenieten op de Jemenitische apotheken.

Quinsy GarioHet zal toch niet zo zijn, dat de narcistische dorpsgek Quincy Gario naast zijn bijstandsuitkering heel stiekem een schnabbel heeft bij Concurrentnews om alsnog zijn gelijk te halen dat ‘white lives matter more than brown ones’ zoals hij walgelijk tweette na het neerschieten van MH17?

Clifford Mead, sociologische beschouwingen

 

 

 

Bij het overlijden van Marcel van Dam

Van Dam
Marcel van Dam in de Tweede Kamer. Foto Nationaal Archief

Een van de gedenkwaardigste discussies in het programma Lagerhuis van de VARA vond 1997 plaats tussen gentleman Pim Fortuyn en straatvechtertje Marcel van Dam. Er moet een ander woord te vinden zijn voor wat daar plaats vond dan ‘discussies’. Van Dam’s inbreng voldeed op geen enkele wijze aan redelijke discussienormen.

Alle pogingen door Pim Fortuyn op basis van argumenten de verbale strijd aan te gaan met VARA Sturmführer Van Dam strandden op diens platvloerse schelden. Fortuyn’s gebaar aan het einde, gekverklaring van Van Dam met de vinger naar het voorhoofd, was meer dan gerechtvaardigd. Van Dam gedroeg zich van begin tot eind als een populistische, op het publiek spelende, walgelijke man. Ik vraag me af hoe al het VARA klapvee nu, bijna twintig jaar later, aankijkt tegen het slaafse toejuichen van Van Dam’s karaktermoord op Fortuyn.

Fortuyn schreef een boekje over de islamisering van onze cultuur. Fortuyn vatte in Lagerhuis zijn zorg samen: de nieuw arriverende moslims komen voor een merendeel terecht in de onderlagen van onze maatschappij en het gevaar ligt, aldus Fortuyn, daardoor op de loer van toekomstig terrorisme.

Een mening waarover gediscussieerd kon worden.  Van Dam kon echter niets anders doen dan zijn hele VARA archief aan vooroordelen uitstorten over Fortuyn. Niet één keer ging hij in op de argumenten van Fortuyn. Wanneer je de schaamtelijke uitzending na twee decennia terug ziet, kan je slechts de conclusie trekken dat de socioloog Pim Fortuyn profetisch was. Van Dam, volgens hem was Fortuyn de moderne Eichmann, kwam geen moment boven het scheldniveau uit. Fortuyn uitmaken voor Eichmann was een postuum compliment voor Eichmann en een schoffering van miljoenen omgekomen Joden en van Pim Fortuyn. Van Dam ontkende Fortuyn ooit voor Eichmann uitgemaakt te hebben. Een ontkenning waaraan weinig geloof gehecht kan worden.

Uiteindelijk kan Van Dam aan het einde van de confrontatie met Fortuyn alleen nog stamelen dat Fortuyn ‘een leugenaar’ en een ‘buitengewoon minderwaardig’ man is. Een buitengewoon aanmatigende opstelling van dit buitengewoon onaangename mannetje. Fortuyn schiep volgens zijn opponent een NSB sfeer. Van Dam kan enige inside kennis over de NSB waarschijnlijk niet ontzegd worden.

Ik weet het van de doden niets dan goeds. Van Dam was immers ooit een getalenteerde VARA ombudsman. Lang, lang geleden. Daarmee houdt het ‘goeds’ dat over deze man te vertellen is helaas op.

Fortuyn voor leugenaar uitmaken was een spiegeling van Van Dam’s nare gezicht in een modderige plas water. De man deinsde zelf niet terug voor liegen, zoals zijn relaas over het wel en wee van de familie Van Dam in oorlogstijd. Hij was een snotneus van twee jaar toen de oorlog uitbrak, maar presenteerde zich als een na-oorlogse verzetsheld met historische kennis over onderduiken van de familie uit eerste hand. Zelfoverschatting die hem de rest van zijn leven zou achtervolgen. Dat krijg je er van wanneer je je rechtenstudie op de universiteit niet af maakt en politiek hopt van de onbetrouwbare KVP naar de bevooroordeelde PvdA. Als socioloog studeerde hij af met een scriptie over Kiezersgedrag. Een scriptie die nutteloos in de kliko verdween.

Zijn hele politieke carrière gedroeg hij zich als een linkse Hans Wiegel. Het soort mandarijn waar Willem Frederik Hermans zo’n bloedhekel aan had. Een epigoon van Wiegel, inclusief door sigaren smerig bezoedelde lippen. Van Dam’s woord was wet en wie zich daar niet bij neerlegde kon rekenen op ordinaire scheldpartijen zoals in 1997 Fortuyns deel was.

Marcel van Dam kenmerkte zich als een maat der dingen. Zijn mening was norm en hij meende in alle voorkomende situaties gemachtigd als rechter, verheven boven allen, zijn oordeel uit te mogen spreken. Het moet zijn katholieke achtergrond zijn die hem op die hemelse zetel plaatste. Gespeend van enige zelfreflectie toog ridder Van Dam ten strijde tegen iedereen die anders dacht dan hij. In zijn diepste wezen was hij een pur sang anti-democraat. Tegenspraak, al was die nog zo bescheiden, werd door Van Dam niet geaccepteerd. Geen methode was hem te min om tegenstanders fors onderuit te halen.

Als voorzitter van de VARA gingen alle sluizen open. Hij verzon niet alleen dat programma Lagerhuis, maar plaatste zich zelfs letterlijk op een verheven positie waar vanuit hij bij iedere discussie het goddelijke eindoordeel sprak. Een pijnlijke vertoning. Niemand durfde Van Dam tegen zichzelf te beschermen uit angst er stante pede uitgegooid te worden en, werkloos, nog vele jaren door Van Dam belemmerd te worden in het opbouwen van een nieuwe carrière. Van Dam bediende zich van Maoïstisch/Stalinistische terreurtechnieken om zijn tegenstanders te vermorzelen.

Het kon niet uitblijven. Zelfs voor de PvdA was Van Dam’s terreur te veel. Hij werd, veel te laat, uit de partij gezet.

Van Dam is net geen 78 jaar geworden. De Nederlandse maatschappij neemt afscheid van een buitengewoon onaangenaam mens. Het luidruchtige handgeklap door onnadenkende volgers in het Lagerhuis is verstomd. De man zal wel herinnerd, maar niet gemist worden.

Zijn verwijt aan Fortuyn dat hij een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ was, heeft zich als een boemerang gekeerd tegen Van Dam. Nooit kwam hij op dat verwijt terug. Tot zijn dood bleef hij overtuigd van zijn gelijk.

Laten we hopen dat er in de hemel een hoekje is, ver weg van alle andere overledenen, waar smoezelige Van Dam zich verplicht terugtrekt. Ook na zijn dood kan van Van Dam niet verwacht worden tot enige reflectie in staat te zijn.

Het is overigens zeer de vraag of de hemelpoort voor Van Dam open ging.

Ik vrees het ergste.

De vereniging van Nederlandse tandartsen heeft vrijdag 1 april uitgeroepen tot dag van rouw.

Frans Ira

 

Mijn Matthäus Passion moment

Thomas Kirche Leipzig
Thomas Kirche Leipzig

Het zal 2004 of 2005 geweest zijn dat ik samen met Nina D. en Ellie B. op de terugreis van Dresden naar Nederland in Leipzig stopte om naar de Thomas Kirche en het Bach Museum te gaan.

Een donkere, sombere dag met motregen. Kan me uit mijn hoofd niet herinneren, en heb geen zin het op te zoeken in oude agenda’s, of het najaar of einde winter was. Het was in ieder geval het soort sombere dag zoals je die in het najaar of februari/maart mee kan maken. We hadden er een week Dresden ‘op zitten’ waar Ellie B. en ik een opdracht hadden bij de Staatliche Kunstsammlungen. Duitstalige Nina D. ging mee als tolk. Voorheen gingen mijn Teutoonse schoondochter Lena B. en voormalig collega Jörg D. een week mee om te tolken. Boeiende weken, een combinatie van persoonlijk contact en professionele activiteit. Het Grüne Gewölbe, het Zwinger met zijn Galerie Alte Meister, de Porzellansammlung, de Mathematisch-Physikalischer Salon, de Rüstkammer en het Albertinum. Voor een museumprofessional een bijna ideale omgeving. Een cadeau dat we dat mee mochten maken.

Ellie B., voormalig stagiaire van mij in het Mauritshuis, werd min of meer mijn partner in mijn Museum Security Consultancy. Ik was langdurig verdraagzaam en geduldig met haar; blind voor haar beperkingen. Na een jaar of vijf ‘samen werken’ kon ik het niet meer opbrengen om haar met eigenwijsheid nog nauwelijks verhulde onkunde te negeren en stopte de beroepsmatige relatie. Er viel een last van mijn schouder.

Tijdens het bezoek aan Leipzig had ik die grens nog niet bereikt. Ellie B. schonk mij in de winkel van het Bach Museum onverwacht een speeldoosje met een stukje Bach. Een teder gebaar. Had het te maken met onbeholpen jaloezie omdat tijdens de werkweek Dresden het contact tussen Nina D. en mij intiem werd? Het begin van een van de rumoerigste en kortste relaties uit mijn leven. Genoeg stof waaide op om een boek mee te vullen. Doe ik misschien ooit nog.

Terug naar Leipzig. Het Bach Museum was toen nog een tamelijk intiem, wat ouderwets museum, maar wel al voorzien van audiovisuele informatie per kamer (het waren geen museumzalen, maar museumkamers). Per kamer kon je met koptelefoon op luisteren naar fragmenten muziek uit de periode van Bach’s leven die in de kamer toegelicht werd. Het weer buiten en de geborgenheid van het museum binnen draag ik sinds dat bezoek met me mee. Ik verlangde terug naar het museum. Bij een volgende reis naar Leipzig bleek het museum wegens verbouwing gesloten. Sinds de verbouwing ben ik er niet meer geweest.

Na ons bezoek aan het Bach Museum gingen we de Thomas Kirche in. De kerk waar 1827 voor het eerst Bach’s Matthäus Passion werd opgevoerd. Er schuifelde een handvol bezoekers door de kerk. Helemaal leeg zal je die kerk volgens mij nooit aantreffen.

We waren nauwelijks binnen toen we getrakteerd werden op de galm van een kerkkoor dat aan het oefenen was. Ongelovig als ik ben, ervoer ik het toch als een goddelijk moment. Alsof dat koor voor ons persoonlijk zong.

Emotie bij Nina D. die tranen wegveegde, en bij mij. Iedere keer wanneer ik naar de Matthäus Passion luister, dat blijft niet beperkt tot de goede week, denk ik aan die donkere dag in Leipzig, het Bach Museum en de Thomas Kirche.

De gedachte aan Nina D. vermijd ik.

Bertus Gerardus Antonissen

Kansloos? Gelul!

Salah AbdeslamKansloos 1

Een voorbeeld uit de praktijk: 1990 vertrekt de Hollander X, 18 jaren jong, vanuit Rotterdam naar Parijs. Hij wil daar gaan studeren en een toekomst opbouwen.

Achtergrond: ouders gescheiden; moeder bij wie hij opgroeide in de bijstand; vader alleen op afstand en beperkt beschikbaar. Scheiding werd voltrokken toen X 12 jaar was. X is de oudste van vier kinderen. Voorafgaand aan de scheiding maakte X zes verhuizingen mee. Hij heeft zich nergens langdurig kunnen hechten. In Rotterdam rondt hij met succes de middelbare school (HAVO en VWO) af. Zijn schoolperiode was geen gemakkelijke. In de laatste twee klassen van de lagere school en de eerste klas van de middelbare school was hij slachtoffer van grootschalige pesterijen.

Zonder enige ondersteuning van zijn ouders, financieel noch inhoudelijk, vertrekt hij 1990 naar Parijs waar hij een kamertje van tien vierkante meter, inclusief keukenblokje, vindt in de Rue Tiquetonne. Hij heeft dankzij los-vast baantjes in de Rotterdamse horeca, voornamelijk als hulpje in de keuken, wat geld gespaard om de eerste periode door te komen. In Parijs gaat hij op zoek naar een baantje en loopt van hotel naar hotel om zijn diensten aan te bieden. Hij wordt nachtportier: drie nachten per week van 12 uur. Tijdens dat werk wordt hij overvallen door drie Algerijnen. Ze steken hem neer (18 hechtingen in zijn lies/bovenbeen), kleden hem uit, dreigen om met een mes zijn geslachtsdeel af te snijden, trappen de deur van het kantoor in en gaan er met FF 400,00 vandoor.

X is inmiddels begonnen met zijn studie rechten aan een van de universiteiten in Parijs. Die studie bekostigt hij geheel zelfstandig, zonder enige hulp van zijn ouders, en hij slaagt met vlag en wimpel. X vindt een baan bij een internationale bank. Hij huwt met een Franse juriste en bouwt een gezin op. Naast zijn baan, waarvoor hij de hele wereld over moet reizen, geeft hij incidenteel les aan universiteiten in Parijs, Brussel, Warschau en Peking. X is voor zijn werk onder andere actief bij de EU in Brussel. Er blijft blijkbaar nog tijd over om Pools en Hebreeuws te leren.

Een succesverhaal vanuit een schijnbaar kansloze positie: gebroken gezin en vreemdeling in een vreemd land met een vreemde taal, zonder enige mentale of financiële ondersteuning.

Kansloos 2

Salah Abdeslam groeit op in een stabiel gezin dat in tact blijft (geen echtscheiding). Hij heeft de Franse nationaliteit, maar groeit op in Brussel. Zijn vader heeft een baan. Abdeslam gaat naar school en volgt een technische opleiding. Hij vindt een vaste baan als onderhoudsmonteur bij de Brusselse trammaatschappij. Geen baan met veel carrière-perspectief, maar wel een baan met zekerheid. Die trammaatschappij garandeert hem werk, ook op lange termijn. Echter Abdeslam vergooit zijn kansen. Hij verzuimt zonder opgaaf van reden of met smoesjes zijn werk en houdt zich bezig met criminele activiteiten. Hoewel afkomstig uit een moslimgezin rookt, zuipt en blowt hij. Hij gaat niet naar de moskee. Salah verliest zijn baan omdat hij een maand de gevangenis in moet wegens inbraken. Hij verkiest een carrière in de criminaliteit. Niet omdat hij uit een gebroken gezin komt, niet omdat hij geen kansen heeft in de maatschappij, niet omdat hij geen vriendin heeft, maar geheel uit vrije keuze. Abdeslam gaat steeds verder bergaf en voelt zich aangetrokken tot kalashnikov-fetisjisme en de sadistische IS. Uiteindelijk is hij één van de daders, en waarschijnlijk één van de organisatoren, van de aanslagen in Parijs. Zijn broer blaast zich op met een bomgordel bij het Stade de France. Salah die als organisator mede-daders over haalde voor de dood te kiezen, trekt op het laatste moment angstig aan zijn stutten, vlucht naar de hem vertrouwde wijk in Brussel, dichtbij zijn moeder, en weet daar zes weken uit handen van de politie te blijven.

De ouders van Salah Abdeslam kozen er enkele decennia geleden voor vanuit het kansarme Noord-Afrika naar kansrijk Europa te vertrekken. Velen deden dat, en doen dat nog steeds. Hoe je het ook wendt of keert, Europa biedt meer kansen dan Algerije of Marokko. Ingebed in een maatschappij met sociale voorzieningen redden miljoenen migranten zich in Europa. Miljoenen kinderen van migranten groeien succesvol op, misschien moeizamer dan autochtone inwoners, in de voor hun ouders nieuwe wereld.

Zij grepen kansen die Abdeslam vergooide.

Laat ik niet proberen het onverklaarbare wangedrag van Abdeslam te verklaren. Dat proberen al te veel zelfbenoemde experts in praatprogramma na praatprogramma. Laat die experts stoppen elkaar te papegaaien over doordringen ‘in de haarvaten van de maatschappij’. Kletskoek. Zelfs de ouders, broers en zussen van aanslagplegers  zagen hun daden niet aankomen. Hoe fijnmazig moeten die haarvaten zijn om aanslagen te voorkomen?

Ik hou het erop dat Abdeslam en zijn mede-griezels 100% klootzakken zijn die alle kansen die ze kregen lieten liggen en willens en wetens verziekten.

X is mijn held die kans op kans wist te creëren. Salah Abdeslam is een laffe anti-held.

Iedere maatschappij kent randfiguren die het niet redden. Wil de maatschappij als maatschappij overleven dan zal gestreefd moeten worden het aantal randfiguren te beperken, maar waar de wil ontbreekt, houden de kansen op.

Clifford Mead, sociologische overpeinzingen.

 

 

Nederlandse rechter allochtonenknuffelaar

Schermafbeelding 2016-03-23 om 08.27.10

Een werknemer kan niet met zijn handen van een vrouwelijke collega af blijven. De vrouw klaagt bij de werkgever. Een chef roept de man op het matje. Deze weigert te komen voor een gesprek en krijgt te horen dat hem ontslag wacht. De chef wordt voor ‘vuile flikker’ uitgescholden. Werkgever besluit: ontslag op staande voet.

Werknemer maakt via de rechter bezwaar. Deze besluit in al zijn allochtonenknuffelwijsheid dat ontslag op staande voet een te zware straf is. Bovendien mag de werkgever de arbeidsovereenkomst niet ontbinden en moet achterstallig loon betalen omdat hij er rekening mee had moeten houden dat de wriemelaar ‘jong en allochtoon’ is.

WAT!!!

Dus: je bent jong en allochtoon, zit met je gretige klauwen aan een vrouwelijke collega, scheldt de baas die je wil spreken verrot en kan niet ontslagen worden omdat een rechterlijke allochtonenneuker vindt dat je gedrag geaccepteerd moet worden alleen al omdat je allochtoon bent.

Hopelijk komen de klootzakken die in Keulen tijdens de jaarwissseling hun vieze klauwtjes niet bij zich konden houden en honderden vrouwen aanrandden niet voor zo’n zelfde idiote rechter. Hij zal ze meteen vrijspreken omdat ze jong en allochtoon zijn.

Lekkere wereld.

Paul Papinianus, rechtbankverslaggever

Screen Shot 2016-03-23 at 04.30.58

 

Heiligverklaring Matthäus Passion door Annet Veenstra

Bach Museum Leipzig

Annet Veenstra werd naar aanleiding van haar maffe ingezonden brief in De Volkskrant van zaterdag j.l. niet alleen door mij aan het kruis genageld.

Op Twitter, in de De Volkskrant app en op de Geenstijl website incasseerde ze haar portie zwavelzuur. Bij Geenstijl kreeg ze op een walgelijke manier ‘onder uit de kast’. Niet mijn stijl dat Geenstijl.

Mijn ergernis betrof niet alleen de brief van Annet Veenstra, maar voornamelijk de keuze van de opinie redactie van De Volkskrant haar brief prominent in een gekleurd kader te presenteren. Blijkbaar werd de brief als van groot belang gezien.

Als hij al van belang was, dan slechts in negatieve zin door de stigmatisering van oudere concertbezoekers. Inhoudelijk had Annet Veenstra niets nieuws te melden. De afgelopen 50+ jaar zag ik periodiek ingezonden brieven, recensies en redactionele commentaren langs komen met exact dezelfde inhoud: gemier over kuchende concertbezoekers. De afgelopen twee decennia aangevuld met klachten over ringende telefoons.

Ik heb mij nooit geërgerd aan kuchen bij klassieke concerten, noch aan de uiterst zeldzame keren dat ik een telefoon af hoorde gaan. Sterker nog: ik hoopte nooit te hoeven kuchen en mijn telefoon is altijd uit bij een concert. Mijn enige reactie op de kuchende medemens is een afgeleide reactie: vrees voor de onverdraagzame Annet Veenstra’s en angst zelf te kuchen.

Hoe komt het toch dat ik mij nooit stoor aan af en toe een kuch en anderen zich daarover zo kwaad maken dat ze in de pen kruipen om van hun irritatie in landelijke dagbladen kond te doen? Je moet wel erg overtuigd zijn dat je boosheid over kuchen terecht is en breed gedragen wordt om die boosheid publiek te delen. Zal het te maken hebben met overwaardering, zelfs heiligverklaring van cultuur?

Annet Veenstra’s discriminerende boosheid, want ouderen zijn de kuchdaders, ontstond bij een uitvoering van Bach’s Matthäus Passion in het Concertgebouw. Hoe zou Bach gereageerd hebben op kuchjes tijdens zijn meesterwerk? We kunnen het niet weten, maar er wel over fantaseren.

De eerste uitvoering van de Matthäus Passion vond 1727 plaats in Bach’s Thomaskirche in Leipzig. De MP was in Nederland voor het eerst te horen in 1870, waarmee Heine’s gelijk bewezen is dat in Nederland alles (honderd)vijftig jaar later plaatsvindt.

Die eerste keer in Leipzig vond plaats in een koude kerk. Een kerk die met kolen- en houtkachels ‘s winters op temperatuur werd gehouden. Een ongezonde, rokerige omgeving. De landelijk gemiddelde leeftijd was in die tijd circa 40 jaar. Dit kwam niet alleen door de kindersterfte die toen veel hoger was dan nu, maar ook doordat de levensverwachting van mensen die wel de kinderleeftijd goed doorkwamen lager was dan nu.

De gemiddelde leeftijd van de kerkbezoekers weet ik niet. Die moet lager geweest zijn dan de gemiddelde leeftijd van de huidige concertbezoekers. In hoeverre er sprake was van een ‘oververtegenwoordiging’ (Annet Veenstra) van een oudere leeftijdcategorie weet ik ook niet. Ik sluit niet uit dat er bij die eerste voorstelling en in vele decennia daarna, in de koude, rokerige kerkomgeving heel wat gekucht, gehoest en geproest is. Misschien waren er ook huilende kinderen te horen. Werden er boze brieven naar kranten gestuurd om te klagen over alle bijgeluiden? Weer iets dat ik jammer genoeg niet weet, maar ik vermoed dat de aanwezige gelovigen alle rumoer zonder klagen accepteerden, zoals ik in mijn katholieke jeugd het normaal vond dat er af en toe rumoer in de kerk was terwijl het acolietenkoor prachtige Gregoriaanse muziek ten gehore bracht.

De maatschappij is geseculariseerd maar de christelijke muziekcultuur, dat is de Matthäus Passion immers, wordt door mensen als Annet Veenstra steeds weer op het heilige, snobistische schild geheven. In historisch perspectief is een kuch tijdens de Matthäus Passion niets om je aan te ergeren. Ik ben het daarom volledig eens met de reactie op Annet Veenstra’s idiote brief: ‘Ga dan lekker thuis met een koptelefoon op luisteren naar de Matthäus Passion’.

Nee, wat doet Annet Veenstra: zij mengt zich willens en wetens tussen de 1974 concertbezoekers in het Concertgebouw om zich te wentelen in ergernis dat die bezoekers af en toe te horen zijn. Veenstra bedient zich in haar ingezonden ergernis zonder enige schaamte van overdrijving alsof de magische Matthäus Passion verstoord zou zijn door wangedrag van ‘oververtegenwoordigde’ ouderen. Heeft dat kind geen ouders en grootouders, zo vraag ik mij af.

Kuchen (jammer dat Annet Veenstra die statistiek niet bijhield), 3 programmaboekjes en vijf ongedefinieerde ‘zwaardere voorwerpen’ die vielen en ‘twee telefoons’ die afgingen. Geen slechte score bij 2.000 bezoekers, volgens mij. Een relatieve rust.

Het zou reden voor verbazing zijn wanneer in een volle Grote Zaal van het Concertgebouw niet af en toe een kuch te horen is. Ik ben iedere keer weer verbaasd hoe bijna muisstil het tijdens concerten is dankzij een voorbeeldig, devoot publiek. Annet Veenstra is niet alleen het zicht op de realiteit van 2.000 mensen in één zaal kwijt, maar verliest in haar zelfgevoede irritatie ook de ratio. Heeft ze zich werkelijk geen moment afgevraagd hoeveel rumoer van kuchen en telefoons er zou zijn als 2.000 twintigers daar bij de Matthäus Passion zaten? Vonden al die luidruchtige incidenten vlak naast haar plaats? Dat moet wel, want hoe kon ze anders weten dat het ‘de ouderen’ waren die zich zo schandalig misdroegen?

Het door Annet Veenstra verloren perspectief op de oorsprong van de Matthäus Passion is niet uniek.

Eenzelfde perspectiefverlies zag ik regelmatig tijdens mijn circa dertig jaar werk in musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties en monumenten. Ook daar keek ik vaak verbaasd naar de heiligverklaring van objecten en gebouwen.

Rembrandt schilderde zijn Nachtwacht, De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh, circa 1640 op de binnenplaats van zijn woning. In de buitenlucht dus.

Van het schilderij, eigendom van de gemeente Amsterdam, werden in 1715 vanwege de verplaatsing van de Kloveniersdoelen naar het stadhuis op de Dam aan alle zijden enkele stroken afgesneden, waardoor het bijna twintig procent van de oorspronkelijke oppervlakte van ongeveer 500 bij 387 cm verloor. Zo ging men toen met die heilige kunst om.

Sinds 1885 hangt het in het Rijksmuseum in Amsterdam. De eerste 75 jaar zonder dat er sprake was van een geavanceerd klimaatbeheersingssysteem. Nu worden de klimaatcondities 24 uur per dag minutieus in de gaten gehouden. Meer dan drie eeuwen hield het schilderij stand in niet-geklimatiseerde omgevingen. Echter, wanneer nu de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid enkele procenten afwijkt, ontstaat paniek. Het heilig verklaarde schilderij moet als een kwetsbaar couveusekind vertroeteld en beschermd worden.

We hebben in Nederland ruim duizend musea die jaarlijks 30 miljoen keer bezocht worden. Slechts zelden doet zich een incident voor, maar oh wee wanneer een object moedwillig beschadigd, of erger nog, gestolen wordt: voorpagina nieuws in alle kranten, prime time nieuws op radio en TV en deskundige commentaren in praatprogramma’s. Alsof er een nationale ramp heeft plaats gevonden; of een dierbaar familielid geheel onverwacht de pijp aan Maarten heeft gegeven.

Iedere generatie laat zijn voetstappen na. De waardering voor die voetstappen fluctueert. Rembrandt was tot ver in de 19de eeuw een min of meer vergeten meester. De depots van musea staan vol met wat ooit gezien werd als meesterwerken (en werken die nooit die status verwierven). Het kan verkeren. De musea van nationaal belang tonen slechts het topje van hun collectie-ijsberg, ongeveer 10%, aan het publiek. De depots puilen uit. Niet alle voetstappen van alle voorbije generaties zijn blijkbaar even indrukwekkend.

Moeten die voetstappen dan niet zorgvuldig bewaard worden voor toekomstige generaties? Natuurlijk wel, maar dan in alle nuchterheid, in de wetenschap dat waardering vergankelijk is. De maandelijks gepresenteerde boek-van-de-maand literaire meestwerken, zijn in de meeste gevallen over een paar maanden historie. Wie leest er nog Vestdijk, de veelschrijver uit mijn jeugd? Wordt er naast de Max Havelaar nog andere literatuur uit de 19de eeuw gelezen? De door Veen uitgegeven verzamelde werken van Gerard Reve liggen te verstoffen bij het Centraal Boekhuis. Toch was hij in zijn tijd ‘de belangrijkste na-oorlogse schrijver’, samen met WFH (zullen mijn kleinkinderen weten waar die afkorting voor staat) en Harry Mulisch. Probeer dat onleesbare boek Het stenen bruidsbed, maar eens door te worstelen.

Niet alleen wij zelf, maar al het menselijke is vergankelijk.

Stop met die overwaardering van moderne kunst, stop met die amechtige aanbevelingen van literaire meesterwerken, stop met de hysterie over een beschadigd of gestolen museumobject, en vooral: kap met die truttige Annet-Veenstra-opvliegers over een kuch tijdens de Mattheus Passie in het Concertgebouw.

Al die heiligverklaarde cultuur is niets anders dan een vluchtige voetstap in de tijd.

Een Rembrandt-tentoonstelling een ‘once in eternity’ ervaring? Rot toch op joh!

Bertus Gerardus Antonissen

Sylvana Simons liefkozend in de armen gesloten

Sylvana Simons
Sylvana Simons

12 november 2015 schreef ik een tekst met de titel Negerin Sylvana Simons discrimineert. Een tekst die, zo blijkt uit de site statistieken, dagelijks gelezen wordt. Een hele eer.

Mijn irritatie over het zelfingenomen zwartje Simons is veranderd in een milde glimlach toen ik in De Volkskrant van vandaag las over het bezoek van Barack Obama aan Cuba.

Uit dat verslag: ‘Obama is razend populair op het eiland. El negrito (het zwartje) noemen de Cubanen hem liefkozend’.

‘Razend populair’, ‘liefkozend’ en ‘zwartje’.

Martin Simek bedoelde het ongetwijfeld ook liefkozend toen hij het had over vluchtende ‘zwartjes’ die in bootjes aankwamen op de kust van Calabrië. Die liefkozing leidde tot grote toorn bij discriminerende Sylvana Simons. Discriminerende Simons? Ja, want volgens Simons zijn niet alleen Youp van ‘t Hek en Guus Meeuwis, maar alle mannen leugenaars.

Ik zal mij niet langer boos maken over deze relatiehopper – ze pretendeert immers statistisch relevante conclusies te kunnen trekken over alle mannen – maar haar als ‘zwartje’ liefkozend in mijn armen sluiten. Niet omdat ik ineens de witte raaf ben die haar ‘razend populair’ vindt, maar omdat haar zelfingenomen naïviteit mij vertedert.

Wellicht ten overvloede: figuurlijk in de armen sluiten, want de gedachte zulks letterlijk te doen is mij een gruwel.

Bertus Gerardus Antonissen