Duitse Unfähigkeit berechting WW.II oorlogsmisdadigers

Kotälla, Fischer, aus der Fünten
Kotälla, Fischer, aus der Fünten

De na-oorlogse Duitse generatie ging gebukt onder schaamte over de nazi praktijken in de jaren dertig en eerste helft van de jaren veertig van vorige eeuw.

Mooi.

Toch valt op dat schuld- en schaamtegevoel iets af te dingen. Het verhaal gaat dat de sadistische kamparts Josef Mengele vanuit zijn onderduikadres in Zuid-Amerika meerdere keren onbelemmerd naar Duitsland op familiebezoek kon. Ik heb het uitblijven van Mengele’s arrestatie en veroordeling vanaf mijn vroege jaren des onderscheids gezien als een der grootste schandes van de 20ste eeuw.

Zelfs de Israëlische geheime dienst, efficiënt bij de ontvoering van schlemiel Adolf Eichmann, is het niet gelukt Mengele te grazen te nemen. Niet gelukt, of speelden er geheimzinnige belangen?

Ik hou niet van samenzweringsparanoïdie, maar Mengele, moet bescherming genoten hebben; bescherming tot op hoog niveau. Er is geen andere verklaring te bedenken waarom HET symbool van Duitse smeerlapperij in concentratiekampen nooit opgepakt werd.

Nederlandse oorlogsmisdadigers die in dienst van de Duitse bezetter moorden pleegden in ons land, vonden na de oorlog in Duitsland een veilig onderkomen. Zelfs als ze in Nederland bij verstek tot levenslang of ter dood veroordeeld werden, weigerde Duitsland ze uit te leveren, nota bene op grond van een wet uit de Hitlertijd.

Buitenlanders in dienst van het Duitse leger kregen automatisch de Duitse nationaliteit en Duitsland levert geen landgenoten uit.

Wat Duitsland wel deed, was Nederland onder druk zetten om de ‘vier van Breda’ – Fischer, Aus der Fünten, Kotälla en Lages – vrij te laten uit de gevangenis. Deze vier werden na de oorlog tot levenslang veroordeeld om hun misdaden tijdens de bezetting van Nederland. Kotälla overleed in gevangenschap. Aan Lages werd in 1966 strafonderbreking verleend. Hij overleed vier jaar later in alle vrijheid in Duitsland. Fischer en Aus der Fünten werden januari 1989 vrijgelaten en stierven beiden datzelfde jaar.

De discrepantie tussen getuigenissen van spijt en schaamte over de walgelijkheden tijdens het Derde Rijk en de bescherming van oorlogsmisdadigers heeft mij altijd dwars gezeten.

Het is van de gekken dat het her-beschaafde Duitsland, vol berouw over de Tweede Wereldoorlog en de moord op miljoenen, jarenlang onderdak bood aan oorlogsmisdadigers uit de voormalig  door Duitsland bezette landen. Dat maakt voor mij al die spijtbetuigingen ongeloofwaardig.

Ik zie nog Willy Brandt op zijn knieën gaan in Auschwitz. Zonder enige verdenking een integer politicus (L. en ik reden in de vroege jaren zeventig met een sticker ‘Bürger für Brandt’ op onze Citroën 2CV, kenteken 40-70-SR. We kregen die sticker toen we tijdens de verkiezingsstrijd in 1972/73 een uitstap naar Bremen maakten). Jammer dat het ook Brandt niet lukte de daad bij het woord te voegen en een einde te maken aan het onderduiken van buitenlandse moordenaars in Duitsland.

Pas in het tweede decennium van de 21ste eeuw, bijna zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, heeft justitie in Duitsland ineens haast en probeert oude knarren van in de 90 alsnog te veroordelen.

Dat zou nu kunnen dankzij de veroordeling van Demjanjuk, kampbewaker in Sobibor. Demjanjuk werd veroordeeld enkel op grond van het feit dat hij in dat kamp gewerkt heeft; zonder bewijs dat hij daadwerkelijk actief deelnam aan moorden op gevangenen. Er is daardoor jurisprudentie ontstaan: werken in een vernietigingskamp betekent automatisch medeschuld aan de moorden in dat kamp.

Wat jurisprudentie vermag, heeft na-oorlogs Duitsland nooit van de grond gekregen via wetgeving. Ontbrak de politieke wil?

Stemt tot nadenken.

H.A.F.M.O. Hoek, politiek commentator

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *