Troostmeisjes – een leugenachtig eufemisme

Door Japanners verkrachte vrouwen
Door Japanners verkrachte vrouwen

Uit Trouw van 28 december 2015: trouw.nlhttp://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/4215323/2015/12/28/Japan-zegt-sorry-tegen-troostmeisjes.dhtmlJapan zegt sorry tegen troostmeisjes. Koreaanse ‘troostmeisjes’ – een eufemisme voor vrouwen die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog als seksslavin voor Japanse militairen werden ingezet – hebben gisteren excuses, berouw én een hulpfonds van ruim 7,5 miljoen euro toegezegd gekregen door Tokio. Na een jarenlange impasse tussen Zuid-Korea en Japan en het nationalistische optreden van de Japanse premier Shinzo Abe komt het akkoord als een verrassing. 

Je vraagt je af wie zo’n walgelijk, de fascistische geschiedenis van het keizerlijke bewind in Japan ontkennend eufemisme heeft bedacht.

Zelfs beschrijvingen als ‘voor Japanse militairen ingezet’, of ‘gedwongen tot prostitutie’ slaan de plank mis.Deze vrouwen zijn slachtoffer geweest, door het uitblijven van officiële excuses zijn ze dat feitelijk nog steeds, van continue verkrachting door militaire smeerlappen uit het Japanse leger.

Het zijn geen ‘troostmeisjes’ – sinds wanneer vinden we dat agressieve invasielegers ‘troost’ moeten hebben – maar stelselmatig verkrachte vrouwen. Niets anders dan dat. Wim Kan (1911-1983) had in 1971 het gelijk volledig aan zijn kant toen hij fel protesteerde tegen het bezoek van keizer Hirohito, symbool van Japans fascisme, aan Nederland. Het was uit naam van deze keizer dat miljoenen slachtoffers werden gemaakt door expansionistisch Japan. Het was uit naam van deze keizer dat in strijd met de Geneefse conventie krijgsgevangenen mishandeld en misbruikt werden.

Het was uit naam van deze keizer dat duizenden vrouwen dag na dag verkracht werden. Destijds, 1971, en ook nu nog, terugkijkend na 45 jaar, is de hartelijke ontvangst door de Nederlandse regering van deze oorlogsmisdadiger fout geweest.

In 1971 leefden nog vele van de door Japanse militairen verkrachte vrouwen; nu leven er nog enkele tientallen.

Oorlogsmisdadigers uit allerlei landen vonden na 1945 een veilig onderkomen in Duitsland omdat volgens een wet van Hitler buitenlanders die in dienst traden van het Duitse leger automatisch Duitser werden en Duitsland wettelijk geen landgenoten uit mag leveren.

Wat een absurditeit. Nederlanders die in Duitse dienst in Nederland moorden begingen, vonden na de oorlog in Duitsland een veilig onderkomen op grond van die nazi-wet.

De Japanse keizer uit wiens naam jarenlang oorlogsmisdaden werden begaan zoals het systematisch verkrachten van vrouwen uit bezette gebieden, was doodleuk welkom in Nederland omdat Japan na de oorlog met zijn namaakindustrie een geduchte economische macht werd die men graag te vriend hield.

Nu, 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, kan de Japanse regering slechts met toegeknepen lippen een zacht ‘sorry’ over de lippen krijgen.

Het minste dat gedaan kan worden is te stoppen met het gebruik van het beledigende, pijnlijke ‘troostmeisje’.

B.G. Antonissen

Negroïde nazi’s verbranden boek Harry Intifada van Bommel

Schermafbeelding 2016-01-08 om 11.57.25
Roy (Kaikusi) Groenberg verbrandt op de Dam, Amsterdam, boek Harry van Bommel

SP-Kamerlid Harry van Bommel is niet te spreken over de actie gisteren op de Dam in Amsterdam, waarbij een exemplaar van zijn boek Surinamers in de polder in brand gestoken werd door zo’n twintig demonstranten. Dat deden ze omdat het woord ‘neger’ voorkomt in het boek. “Ik ben tegen boekverbrandingen”, zegt Van Bommel in het NOS Radio 1 Journaal. “Ik vind dat een middeleeuws instrument dat de discussie niet bevordert. Het leidt tot verwijdering.” (Aldus NOS nieuws op het Internet).

Krijgt die Harry Intifada van Bommel daar even een koekje van eigen deeg. Wel doodleuk tijdens een demonstratie met Arabische mongolen meeschreeuwen om ‘verbranding’ van Israëliërs en nu op zijn marxistische snikkel getrapt omdat een slordig boekje van hem verbrand is.

Let wel, natuurlijk ben ik tegen iedere boekverbranding, ook al ben ik geneigd voor Harry Hamas van Bommel een uitzondering te maken. Dit commerciële wanproduct werd helaas niet verbrand omdat het een stuitende verspilling van grondstoffen is, maar omdat het woord ‘neger’ in het boekje wordt gebruikt. Flapdrol Van Bommel zegt nu in al zijn laffe witheid dat hij zelf ook bedenkingen heeft bij het woord ‘neger’, maar dat hij slechts een ander, Prem, citeerde. Harry heeft geen moeite Arabieren te steunen in anti-Israel moordzucht en heeft begrip voor negroïde nazi’s die zijn boek verbranden. Hij is het er natuurlijk niet mee eens dat deze historische onbenullen zo stom zijn dat boek van hem te verbranden omdat verbranden van boeken middeleeuws is, maar begrip heeft de laffe bleekscheet van de Socialistische Partij wel.

Sinds de boekverbranding op de Bebelplatz bij Unter den Linden, Berlijn, in 1933 ligt er een loodzware hypotheek op het verbranden van boeken. Jammer dat die 20 negertjes op de Dam zich dat niet gerealiseerd hebben.

Mag ik verwijzen naar die beladen verbranding uit 1933? Ja dat mag ik; luister en kijk maar naar wat een van de brandstichters – doet mij erg denken aan een zwarte Sinterklaas – voor onzin uitkraamde om zijn daad te rechtvaardigen: https://youtu.be/EPwLzEd00po

Roy (Kaikusi) Groenberg
Roy (Kaikusi) Groenberg

Harry Intifada: neger komt van het latijn voor zwart: nigrum. Niets mis mee. Blanke mensen worden blank of wit genoemd omdat ze een blanke/witte huidskleur hebben. Mensen met een negroïde, donker gekleurd, uiterlijk worden heel chique naar een Latijns woord neger genoemd op basis van de kleur van hun huid. Ook helemaal niets mis mee. Alhoewel: mag ik, blanke Europeaan, daar wel een mening over hebben? Neger kwetst mij immers niet, want ik ben geen neger. Wat ik wel ben: een makamba. Het vaste scheldwoord voor blanken op de Cariben. Stoort het mij dat negers mij makamba noemen? Van geen kant. Geen enkele moeite mee, net zo min als ik er moeite mee heb zwarte mensen naar een Latijnse verbastering ‘neger’ te noemen.

DE voorman van de nigrum emancipatie, Martin Luther King, gebruikte in 1964 in een van de meest imponerende speeches ooit gemiddeld eens per minuut het woord negro. Blijkbaar moeten zijn woorden met terugwerkende kracht verbrand en uit de geschiedenis gewist worden.

Ik heb een tip voor die absurde kokerkijkers op de Dam: neem contact op met YouTube en vraag onverwijld de speech van King te verwijderen van het internet omdat die lelijke racist het woord neger gebruikte.

De verbranding van Harry van Bommel’s boek bevindt zich aan de grens van de vrijheid van meningsuiting. Geen fraaie actie, maar het mag. Zeker niet verbieden denk ik, juist omdat het zo heerlijk is dat we in een wereld leven waar de grens van deze vrijheid zo ver mogelijk is opgerekt. Er is echter een duiveltje in mijn hoofd dat voortdurend aan mij vraagt: “Vinden die demonstranten dat deze rekbare vrijheid van meningsuiting ook geldt voor degenen die het, zoals ik, faliekant met hen oneens zijn?”

In de ene Nederlandse gemeente (Bonaire) mag een billboard langs de weg gezet worden met de oproep MINDER MAKAMBAS en in de andere, Amsterdam, mag men een boek verbranden omdat de Nederlandse vertaling van Nigrum er in voor komt. Het mag allemaal, net zo goed als een beunhazende, antisemitisch marxistische politicus een quasi sociologisch boek mag schrijven.

Lang leve de vrijheid!

B.G. Antonissen

Roger van Boxtel – dwarsligger van de Nederlandse Spoorwegen

‘Beter staan in trein dan stilstaan in auto’, aldus Roger van Boxtel in NRC Next van 23 december 2015.

Roger van Boxtel

Ja, zo lust ik er nog wel een paar: beter staan in de trein dan 30 kilometer naar je werk lopen; beter staan in de trein dan een uur door de regen fietsen.

Het gaat er natuurlijk niet om dat er minder aantrekkelijke alternatieven zijn voor reizen met de trein. Het gaat erom dat de Nederlandse Spoorwegen niet in staat zijn te leveren waar reizigers duur voor betalen: acceptabel vervoer per trein. Niemand verlangt dat de NS altijd een zitplaats garanderen, maar op vaste tijden nooit een zitplaats is een wanprestatie.

Dat heb je ervan wanneer banenjagende falende politici dankzij het old-boys-network op posities terecht komen waar ze ongeschikt voor zijn. Dat Roger van Boxtel geheel volgens Peter’s principle op zijn bek gaat als manager van de Nederlandse Spoorwegen werd al duidelijk toen bekend werd dat de NS een groot aantal treinen uit de roulatie haalt terwijl er nog geen vervanging is. De verantwoordelijkheid voor de gevolgen van dit absurde beleid legde Van Boxtel een paar maanden geleden bij de klanten van de NS: dan moeten ze niet allemaal tegelijk in de trein stappen, maar later beginnen met werken/studeren.

Wat een arrogantie van deze afvallig-katholieke D’66 politicus.

Hoe haalt hij het in zijn hoofd om het gebrek aan dienstverlening van de NS te vergelijken met fileleed van de werkende Nederlanders! De man is blijkbaar te dom om te bedenken dat heel veel van die filewachtenden kiezen voor de eigen auto juist omdat de dienstverlening van de NS zo abominabel is.

Juli 2015 verkondigde Van Boxtel in het Financieel Dagblad dat hij maximaal 1 jaar beschikbaar is als president-directeur van de NS voor het lieve sommetje van € 430.000,00 per jaar (circa € 2500,00 per dag). Ter vergelijking: een trajectkaart Den Haag – Amsterdam kost € 325,00 per maand. Van Boxtel slurpt met zijn salaris 140 trajectkaarten per maand. Een conducteur met tien jaar ervaring verdient bij de NS circa € 2.500,00 bruto per maand. Dat vangt Van Boxtel per dag. Nog een vergelijking: hij verdient drie keer het salaris van de minister-president. En dan zo slecht presteren…..!

Wie is ook alweer de enige aandeelhouder van de NS? Juist: de Nederlandse Staat.

Dus hoe komt Van Boxtel aan die spoorbaan? Juist: via de vriendjes in de landelijke Nederlandse politiek. Dergelijke banen krijg je blijkbaar niet op grond van capaciteiten, maar op basis van je politieke netwerk.

Mijn droom: Roger van Boxtel liggend op het spoor in afwachting van een, zeer waarschijnlijk vertraagde, trein om hem en vooral de NS-klant uit dit managementlijden te verlossen.

Als hij maar niet op het spoor van de hogesnelheidslijn gaat liggen, want daar rijden dankzij het Fyradebacle geen treinen.

Zal Van Boxtel dat wel weten, zo vraag ik me af.

B.G. Antonissen

 

Minder minder minder makambas op Bonaire

NRC, 18 december 2015: Wil de gemeente Bonaire wel Nederlands zijn, dat is de vraag

Anouchka van Miltenburg – onbetrouwbare brokkenpiloot in de Tweede Kamer

VVD Schaterlach (zie ook Rutte en Zalm)
VVD Schaterlach (zie ook Rutte en Zalm)

Op een schandalige wijze, als een onderdanige baviaan met haar kont omhoog naar de Tweede Kamer door compliment op compliment te stapelen, sluipt Anouchka van Miltenburg weg als voorzitter van Tweede Kamer. Een Tweede Kamer die ze zegt hogelijk te waarderen vanwege de daadkracht en de open discussies.

Wat een huichelarij.

Als ze die loftuitingen meende dan had ze de moed en het fatsoen gehad komende dinsdag met die zo gewaardeerde Tweede Kamer de discussie aan te gaan. Nee, dat doet de slechtste voorzitter ooit niet.

Ze trompettert liever, opdat iedereen dat voor de TV kan zien, dat ze ‘het goed gedaan heeft’ en kruipt weg voor de toetsing van haar ‘goede’ functioneren.

De door haar ontvangen brief over de Teevendeal had ze strikt vertrouwelijk gekregen en ze had die vertrouwelijkheid gerespecteerd.

Met zo’n doorzichtige smoes valt deze leugenachtige politica door de mand.

Of je neemt de brief en de vertrouwelijkheid serieus en zorgt dat de inhoud, de vertrouwelijkheid respecterend, op de juiste wijze gedeeld wordt – om welke andere reden wordt zo’n brief aan de kamervoorzitter ter hand gesteld – of je neemt hem niet serieus en gooit hem in de prullenbak.

Mocht ze de brief niet serieus hebben genomen, dan nog was er meer dan voldoende reden de keuze, wel of niet serieus nemen, neer te leggen bij de Commissie Oosting die onderzoek deed naar de Teevendeal. De inhoud ging immers over het heetste politieke hangijzer van dat moment.

Uit haar verklaring voor de pers blijkt dat ze het besluit tot vernietiging van de brief verdedigbaar vindt. Waarom dan niet daarover met de kamer in gesprek gaan? Indien er aanleiding toe was, kon ze na dat gesprek altijd nog aftreden. Nu zal men nooit weten wat de werkelijke reden is voor het vernietigen van de brief en wordt het geruchtencircuit slechts verder aangejaagd.

Het kan niet anders: het besluit tot versnipperen van de anonieme brief met boeiende informatie over de Teevendeal, is genomen in overleg tussen Anouchka en VVD-kopstukken die over de rand van de afgrond hingen.

Wat een draaikonterij door deze gefaalde kamervoorzitter. Hartgrondige minachting voor de Nederlandse democratie. Deze onbetrouwbare brokkenpiloot gaat doodleuk weer in de kamer zitten. Hoe kan ze ooit nog deelnemen aan discussies over politieke integriteit van ministers, staatssecretarissen of misschien zelfs een kamervoorzitter?

Door de laffe en leugenachtige wijze waarop ze is weggevlucht voor haar plicht aan de Tweede Kamer verantwoording af te leggen over haar obstructie van een door de kamer ingezet onderzoek, is slechts 1 keuze mogelijk: vertrek uit die Tweede Kamer. Haar overdaad aan lauweren voor de collega’s in de kamer compenseert niet de minachting die ze feitelijk toont en pleveit niet het pad naar een zinnige samenwerking.

Als kiezer ben ik boos vanwege de minachting die Anouchka van Miltenburg toont voor de intelligentie van het electoraat. Dit vergroot de vervreemding tussen stemmer en gekozene.

Schade aan de politiek dus.

Het weggooigebaar van een van de aanwezige journalisten toen ze achter het katheder wergrende, was volledig op zijn plaats.

In de kliko met deze walgelijke volksvertegenwoordiger.

Er is iets dat mij bezighoudt: wat zal Frits Nationale Nieuwsquiz Wester van dit schaamteloos gebrek aan integriteit vinden?

B.G. Antonissen

KANTTEKENINGEN BIJ DE MEDIAHYPE RONDOM HET WESTFRIES MUSEUM

kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum

by Ton Cremers

De afgelopen week werd, in ieder geval in Nederland, het nieuws voor een aanzienlijk deel bepaald door de hype rondom de gestolen schilderijen uit het Westfries Museum in Hoorn.

Er zou zich een militante splintergroep bij de Nederlandse ambassade in Kiev gemeld hebben met het aanbod de schilderijen tegen betaling terug te bezorgen. Van een van de schilderijen werd een foto getoond met daarop een exemplaar van een recente krant. Gemakshalve ga ik er vanuit dat dit niet een digitale bewerking, oplichterij, betreft, maar een werkelijke foto.

Je zou verwachten dat deze kwestie in handen werd gegeven van Interpol, de Oekraïense en de Nederlandse politie. Misschien gebeurde dat ook, echter: het geslachtofferde museum kreeg volgens de directeur uiteindelijke de vrije hand bij de onderhandelingen met de huidige bezitters (niet ‘eigenaars’ zoals ik een ‘expert’ hoorde zeggen) en schakelde een private, commerciële partij in.

Deze partij die zich afficheert als kunstdetective, historicus, kunst- en antiquiteitenexpert, kunstaankoopadviseur, vervalsings- en provenancedeskundige – veel talenten verzameld binnen een enkele persoon – toog naar de Oekraïne om namens het museum te onderhandelen over de terugkeer van de schilderijen.

Helaas leverden die onderhandelingen niets anders op dan een spannend relaas over gevaarlijke criminelen en militairen en zelfs de Oekraïense geheime dienst. Smullen in de media.

De onderhandelaar kon in Oekraïne geen overeenstemming bereiken over de waarde van de gestolen kunst en een aan die waarde gerelateerd te betalen bedrag om de schilderijen terug te krijgen. Geheel in overeenstemming met de geldende (juridische) mores kon slechts gesproken worden over een vergoeding van door de schilderijengijzelnemers gemaakte kosten. Het is immers niet gebruikelijk, en in vele landen zelfs in strijd met de wet, aan dieven of helers te betalen voor het terugkrijgen van gestolen goederen.

Het museum zou bereid zijn € 50.000,00 op tafel te leggen, terwijl de criminele bezitters meenden dat de schilderijen totaal 50 miljoen euro waard zouden zijn. Een telefoontje naar Oekraïne was voldoende geweest om te constateren dat hier sprake was van een onoverbrugbaar gat en dat onderhandelingen bij voorbaat gedoemd waren te mislukken.

Dus: veel opgewonden tam-tam in de media over een ballon, want er werd geen resultaat bereikt.

Er is bovendien geen enkele duidelijkheid over de verblijfplaats van de schilderijen, noch over de staat waarin ze verkeren. Het ene schilderij waar een foto van getoond werd, verkeert kennelijk in een slechte staat. Over het hele schilderij lopen verticale vouwen omdat het te lang opgerold is geweest.

Voordat de reis naar Oekraïne werd gemaakt, ware het zinnig geweest indien vanuit Nederland, en dan liefst door professionals, onderhandeld werd over de haalbare financiële marges en had toch minstens de eis gesteld moeten worden dat foto’s werden getoond van alle schilderijen.

Het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich in een ander land bevinden dan nu beweerd wordt. Sterker nog: het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich niet onder de controle bevinden van degenen die dachten miljoenen euro’s in de wacht te slepen. Of, het ergst denkbare scenario, dat de overige schilderijen niet meer beschikbaar zijn.

In zijn persconferentie deze week verklaarde directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum dat de publiciteit gezocht werd om het de criminelen onmogelijk te maken met de schilderijen de markt op te gaan.

Na de inbraak zondag 9 op maandag 10 januari 2005 werden foto’s van de gestolen schilderijen over het internet verspreid. Van niet alle schilderijen waren kleurenfoto’s beschikbaar. Geen beste beurt van het museum (kleurenfotografie is vanaf 1960 de norm; blijkbaar slaagde het museum er in een halve eeuw niet in de registratie op orde te krijgen).

Dat het beleid van Geerdinks voorganger Ruud Spruit op meer terreinen faalde was op museumbeveiliging.com herhaaldelijk onderwerp van kritische beschouwing.

Ik duim dat alle schilderijen in bezit zijn van de criminelen waarmee onderhandeld werd en dat ze terugkeren naar het beroofde museum.

Of het museum dit in zijn eentje, buiten officiële internationale instanties om, gaat redden, betwijfel ik zeer.

Ton Cremers

 

lang leve Liesbeth Zegveld

Schermafbeelding 2016-01-09 om 10.18.31

Op zaterdagmorgen 11 juni 1977, mijn 29ste verjaardag, fietste ik van mijn boerderijtje in Scharmer, gemeente Slochteren, naar de Mesdagkliniek waar ik werkzaam was.

Daar hoorde ik dat de drie weken voortslepende gijzeling van treinpassagiers door Molukkers bij ‘De Punt’ op spectaculaire wijze was beëindigd.

Er was een juichstemming, niet alleen op mijn werk, maar landelijk.

Veel respect voor de mariniers die deze klus geklaard hadden. Via duikvluchten door F-16’s over de gekaapte treinen waren de kapers die zo dom waren allen bij elkaar te kruipen in hetzelfde treincompartiment, gedesorienteerd en vrijwel onmiddellijk werd het stuk trein waar ze zich in bevonden doorzeefd met kogels. Koste wat kost moest voorkomen worden dat ze tijd en tegenwoordigheid van geest zouden hebben om hun dreigement, afschieten van treinpassagiers, ten uitvoer te brengen.

Dat hun dreigementen zeer reëel waren stond, gezien eerdere ervaringen met kapingen door Molukkers, buiten kijf. Nooit zal ik het beeld vergeten van een conducteur die op zijn knieën in de deuropening van een gekaapte trein door zijn hoofd werd geschoten door een laffe Molukker. Bij eerdere acties in Wassenaar (Indonesische Ambassade) en een treinkaping bij Wijster werden al 4 mensen vermoord door Molukse actievoerders.

De hectiek rondom de bevrijding van de treinpassagiers bij ‘De Punt’ was groot en de spanning hoog. De kaping duurde al veel te lang, de omstandigheden waarin de treinpassagiers verkeerden werden met de dag erbarmelijker, er werd geen stap voortgang geboekt bij de onderhandelingen en de kapers leken dicht te komen bij het moment waarop ze dreigementen passagiers te doden zouden uitvoeren. De ramen van de treinen waren geblindeerd. Slechts door ‘s nachts onder de trein te kruipen en met hulp van richtmicrofoons kon bepaald worden waar de kapers zich bevonden.

Het besluit het treindeel waarin de kapers zich bevonden geheel te doorzeven met kogels om te voorkomen dat onschuldige passagiers door de kapers zouden worden vermoord, was toen en ook nu nog gerechtvaardigd.

Echter, zelfbenoemde ‘mensenrechtenadvocaat’ Liesbeth Zegveld, ze was zes jaar toen de ellende bij ‘De Punt’ zich afspeelde, is van mening dat niet de Molukkers maar de Nederlandse overheid, c.q. de mariniers de moordenaars zijn. De Molukkers, in ieder geval twee van hen, zouden standrechtelijk geëxecuteerd zijn door de mariniers en nabestaanden hebben nu, bijna veertig jaar na dato, volgens Zegveld recht op een schadevergoeding. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Hoe zit het met de mensenrechten van degenen die door de Molukkers vermoord werden? Stonden de Molukkers destijds daar ook maar een enkele seconde bij stil?

Mochten de Molukse nabestaanden schadevergoeding vangen, laten ze dat dan meteen beschikbaar stellen aan de nabestaanden van de slachtoffers die hun familieleden maakten.

Is Liesbeth Zegveld als mensenrechtenadvocaat ook in te huren door de nabestaanden van de slachtoffers van de Molukkers?

De Molukkers schonden geheel onnodig mensenrechten en maakten slachtoffers met voorbedachten rade; dat kan je van de Nederlandse staat en de mariniers niet staande houden.

Je moet wel heel erg los zijn van de realiteit en rationaliteit wanneer je de Molukkers die gedood werden bij de bevrijding van de treinen als slachtoffers ziet. Dat waren ze niet: ze werden gedood na drie weken kaping, een andere keuze was er niet meer, om de mensenrechten van hun slachtoffers te herstellen.

Hadden de mariniers in alle opwinding van die zaterdagmorgen 11 juni 1977, nadat de de trein doorzeefd was met kogels, die trein binnen moeten gaan om te kijken of gewonde Molukkers medische verzorging nodig hadden? Natuurlijk niet, geen enkel risico mocht worden genomen dat deze misdadigers ook maar de geringste kans kregen alsnog, desnoods zwaar gewond op de grond liggend, slachtoffers te maken, ook niet onder de mariniers. De keuze destijds voor een schieten-op-alles-dat-beweegt beleid is alleszins verdedigbaar.

Op die lentemorgen in 1977 deed de staat vanuit het toebedeelde geweldsmonopolie exact dat wat heel Nederland hoopte en toejuichte: volledig uitschakelen van een stelletje criminelen die aantoonbaar niet terugdeinsden voor moord.

Publiciteitsgeile Zegveld denkt er anders over.

Waar kennen we die Zegveld nog meer van: juist van de stampvoetende, nooit ophoudende juridische achtervolging van overste Thom Karremans. Opgezadeld door de Nederlandse regering en de Verenigde Naties met een onuitvoerbare opdracht werden Karremans en zijn legertje Dutchbat blauwhelmen door de Servische lustmoordenaar Mladic juni 1995 met grote overmacht in Srebrenica overvallen. Karremans stond daar met handwapens tegenover een destructieve, racistisch-servische overmacht met tanks. Herhaalde verzoeken om luchtsteun werden door het VN hoofdcommando afgewezen. De laffe verovering van Srebrenica door Servische racisten onder leiding van Ratko Mladic mondde uit in de genocide op duizenden moslimmannen.

Wat deed Karremans? Karremans deed niets. Was hem dat te verwijten, of was hier sprake van militair pragmatisme? Stel dat Karremans met de troepenovermacht van Mladic de strijd was aangegaan. Er is weinig fantasie voor nodig te bedenken dat dan vele Dutchbatters het leven hadden gelaten en die duizenden moslims alsnog vermoord zouden worden. Mocht Karremans dat overleefd hebben, dan was er voor Zegveld weer brood op de plank door Karremans namens de nabestaanden van omgekomen Dutchbatters en de nabestaanden van omgekomen moslimmannen voor rechter na rechter te slepen. Sterker nog: mocht Karremans zich militair verzet hebben tegen Mladic, dan was hem door een slimmerikje als Zegveld zeer waarschijnlijk de moord op de moslimmannen in de schoenen geschoven.

Achteraf kijk je een koe in zijn gat. Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld kijkt niet alleen in het gat van de koe, maar toucheert als veterinaire hobbyist dat gat tot aan haar ongeschoren oksels om onvervaard in de smurrie te roeren. Ze doet dat met de Molukse wandaden en met Karremans.

Let wel: niet de wandaden van Karremans. De wandaden in Srebrenica komen geheel voor rekening van de bullebak Mladic.

Wat bereikt Zegveld hiermee? Bij mij versterkt ze in ieder geval de overtuiging dat Nederland zich NOOIT meer door de VN in de maling moet laten nemen en deelnemen aan waanzinnige en uitzichtloze ‘peacekeeping’ operaties in brandhaarden waar we helemaal niets te zoeken hebben.

Mochten absurde juridische stappen tegen Karremans leiden tot een algehele wens in Nederland ons niet meer te mengen in conflicten in verre landen, dan is hier een hiep-hiep-hoera op zijn plaats.

Lang leve Liesbeth Zegveld!

Naast die juridisch hobbyistische spitsvondigheid van mensenrechtenadvocaten is er ook nog zoiets als de dagelijkse realiteit en problemen die daadkrachtig moeten worden opgelost.

Soms moet er keihard gehakt worden, zoals bij ‘De Punt’, en dan vallen spaanders. Spaanders die verwaarloosbaar zijn in relatie tot de ellende veroorzaakt door anti-democratische, gewelddadig psychopatische, nietsontziende criminele actievoerders.

Ben ik voorstander van het buiten de rechter om executeren van criminelen? Absoluut niet. Ik ben sowieso geen voorstander van executeren omdat zulks middeleeuws primitief is.

Maar, als er geen andere keuze is om slachtoffers door criminelen te voorkomen: de kogel! En maar wat graag!

Het is een luxe te leven in een maatschappij waar monomaniakale kokerkijkers als Liesbeth Zegveld onbelemmerd hun juridische gang kunnen gaan, net zoals het een luxe is het daar hartgrondig mee oneens te zijn.

Bertus G. Antonissen

 

Prins Context von Amsberg

Prins Constantijn reikte 2 december 2015 de Grote Prins Claus Prijs (100.000 euro) uit aan de Iraanse fotografe Newsha Tavakolian, omdat zij een voortrekkersrol speelt in de cultuur en ontwikkeling van haar land. Zij woont in de Iraanse hoofdstad Teheran samen met de Nederlandse correspondent Thomas Erdbrink.

Technologie brengt de wereld dichter bij de mensen, maar leidt ook tot steeds meer “verwarring”, aldus Constantijn in het Koninklijk Paleis.

“We zien onbegrijpelijke en verontrustende beelden van gebombardeerde steden, opgeblazen monumenten en executies in Syrië, vluchtelingenstromen in Griekenland, Turkije, Jordanië en Libanon en terreuraanslagen in Parijs, Nigeria en Beiroet”, aldus Constantijn.

Datgene dat ver weg gebeurt, komt volgens de prins in onze eigen huizen, en bij wat dichtbij is, kijkt de hele wereld mee. “We hebben een mening over Afrikaanse leeuwen en Amerikaanse tandartsen, en zijn verrast over de wereldwijde verontwaardiging over de Zwarte Piet-discussie in Nederland. We zijn snel geschokt en willen snel een oordeel vellen, zonder de context te weten.”

Een mening over Afrikaanse leeuwen en Amerikaanse tandartsen zonder dat we de context kennen? Wat voor context moeten we hierbij kennen, meer dan de overduidelijke feiten?

Een puissant rijke smoelensmid geeft $ 50.000,00 uit om in Zimbabwe met zijn handboog een oude leeuw zwaar te verwonden om hem daarna twee dagen te achtervolgen en uiteindelijk met een geweerschot uit zijn lijden te verlossen. Wat voor context is hierbij nog nodig om diepe verontwaardiging te rechtvaardigen? Geen enkele! Hoeveel context wil die Von Amsberg junior eigenlijk hebben?

“We zijn snel geschokt en willen snel een oordeel vellen..” Wie bedoelt Constantijn hier? Is ‘we’ de gemiddelde Nederlander? Lijkt mij een niet onderbouwde bewering door Constantijn, want waar is deze kwasi-feitelijkheid op gebaseerd? Gebruikte Constantijn Context von Amsberg misschien majesteitelijk meervoud en tracteerde hij de toehoorders slechts op zijn persoonlijke, contextloze geblaat?

Prins Context Constantijn toont zich een waardige kleinzoon van zijn criminele – steekpenningen opstrijkende – schizofreen teutoonse grootvader die maar al te graag zijn bleke spillepoten in korte broek op een door hem afgeschoten Afrikaanse jachttrofee plantte. De hufter liet zich trots fotograferen met de slagtanden van een vermoorde olifant.

Diezelfde walgelijke en onbetrouwbare anjerboer vierde periodiek zijn moordlust op gekweekte fazanten in een afgeschermd gebied in de Haagse duinen. Mag ik daar misschien ook geen mening over hebben omdat ik de context niet ken? Ik heb daar helemaal geen context bij nodig. De feiten spreken voor zichzelf.

Herr von Amsberg junior kletst werkelijk uit zijn arrogante nek met die contextpraatjes.

Hetzelfde contextverwijt werd in het verleden gemaakt door het Zuid-Afrikaans apartheidsbewind: de protesterenden in Europa en de VS kenden de lokale context niet. Protesten tegen de oorlog in Vietnam: we kenden de context niet en moesten onze mond houden volgens Jozef Luns. Protesten tegen de neutronenbom: context, dames en heren, context. Geen kernkoppen in Nederland: als je de geheimzinnige context maar kent, zal je niet tegen zijn. Walvisvangst: context! Kolencentrales: context!

Gewauwel over ‘de context niet kennen’, is het stokpaardje van anti-democratische nepautoriteiten die niet gediend zijn van kritiek. Politici die door eigen uitspraken in het nauw gedreven worden, beroepen zich vaak op onwetendheid over de context bij critici. Te loslippig geweest in een interview en geconfronteerd met eigen raaskallen? Niets aan de hand: “Citaat is uit zijn context gerukt”, en klaar is Kees.

‘Uit zijn context’ is geworden tot een eufemisme voor “Hou je mond want je weet niet waar je het over hebt”. We konden dankzij Constantijn weer eens ons geliefde koningshuis achter in de elitaire keel kijken.

Wist Constantijn von Amsberg wel wat hij uitkraamde? Is er dan niemand in zijn omgeving geweest die zijn simplistische speech vooraf las en hem tegen zichzelf beschermde? Blijkbaar niet.

“We willen snel een oordeel vellen, zonder de context te weten”. Borrelpraat. niets meer en niets minder. ‘We’ noch ‘context’ is gedefinieerd. Op http://www.encyclo.nl/begrip/context zijn 20 definities van het woord context te vinden, echter geen enkele waar de koninklijke kletsmajoor in te herkennen is.

Een leuke studieklus voor deze belastinggeldsteuntrekker tijdens de donkere decembermaand.

Als er ooit een tijd is geweest waarin ‘we’ uitgebreid geïnformeerd werden over context, dan is het wel in de huidige met ‘real time’ TV-verslagen van gebeurtenissen wereldwijd, het ene praatprogramma na het andere met gespecialiseerde commentatoren, vele sociale media en 24/24 mogelijkheid tot het ontvangen van informatie uit alle hoeken.

Thomas Erdbrink, echtgenoot van de door het Prins Clausfonds onderscheiden fotografe Newsha Tavakolian, bezorgde ons week na week als ‘Onze man in Teheran‘ fascinerende context waarop we een genuanceerde mening konden vormen over Iran. Genoeg context? Het zal nooit genoeg zijn.

Constantijn moet zich realiseren dat een grote hoeveelheid, desnoods beperkt onderbouwde, meningen gezamenlijk ook context vormt.

Net zoals zijn mening in de speech van gisteren gezien moet worden in de context van geboorterechtprivileges en gebrekkige sociale vaardigheid. We (=ik) mogen het hem eigenlijk niet kwalijk nemen. De man torst vanaf zijn geboorte de zware last van een sociale handicap mee.

Leefde Constantijn al die jaren, sinds zijn start in de bevoorrechte wieg, onder een steen en mist hij zelf de actuele maatschappelijke context?

Je zou het haast denken.

Constantijn heeft met zijn vermaledijde speech overduidelijk aangetoond, zijn broer koning Willem Alexander is er ook een voorbeeld van, dat de wieg waar je in gelegen hebt geen garantie is voor sociale intelligentie, maar eerder een handicap. Ik geef ‘ook maar een mening‘.

Wereldvreemd en mateloos arrogant, een andere conclusie is niet mogelijk. Laat het domme volk, want men kent de context niet, zijn mond houden, zeker wanneer het gaat over de dierenmishandelingspraktijken door een Amerikaanse tandarts (Prietpraat Constantijn had het over tandartSEN, maar aan die generalisatie wil ik mij niet bezondigen).

Postuum wordt opa-playboy Bernard en zijn walgelijke jachthobby door Constantijn verdedigd.

Opa zal apetrots – sorry, ik kon het niet laten – op hem zijn.

Hoeveel landen ter wereld hebben nog een koningshuis?

Wij leven met die Duits-Argentijnse kliek in een achterlijke bestuurlijke cultuur; opgezadeld met die wereldveemde Marie-Antoinettes van de 21ste eeuw.

Ik kijk nu al uit naar de kersttoespraak door Constantijns domme broertje.

B.G. Antonissen