Tuinmens

Tuinmens, links, mei 2006
Tuinmens, links, mei 2006

Ik heb de foto’s nog en weet dat ik tuinmens NR voor het eerst 19 mei 2006 ontmoette, een zonnige voorjaarsdag.

NR: doorleefd vaal T-shirt en korte broek; werkhanden, kleine handen, maar toch werkhanden, rond metalen brilletje, kort haar, blozende wangen en sympathieke lach. De frisheid van het Zeeuws Meisje, maar dan in Groningen. Een tuinmens met een natuurlijke voorjaarssensualiteit die mij raakte.

Een leuke gesprekspartner ook, met een helder, enthousiast verhaal over de tuin die ze beheerde.

Na die eerste ontmoeting hadden we meerdere keren ‘professionele’ ontmoetingen, maar zagen elkaar ook buiten het werk.

Mijn hoppen van hotel naar hotel als ik voor mijn werk in Groningen moest zijn, eindigde toen NR mij uitnodigde in de logeerruimte van haar woonboerderij.

NR werd enkele jaren een vast onderdeel van mijn bestaan. Ik rookte toen nog (jakkie) en genoot na een werkdag bij haar aan de woonkamertafel van een sigaret (zorgde NR vaak voor) en een glas whiskey (ook ‘courtesy of the house’).

Kritische, soms zeer kritische, teksten die ik over mijn werk schreef gingen steeds vaker via NR. Naast tuinmens bleek ze ook een zorgvuldig redactiemens. Haar rol als klankbord voor mijn verhalen en schrijfsels was welkom en nodig. Ik verhuisde, nadat er door een breuk in haar relatie ruimte vrij kwam, van de logeerruimte naar NR’s bedstede.

We keken in de bedstede meerdere keren naar films op de TV die aan het voeteneinde hing.

Ik probeer me te herinneren waar we samen geweest zijn. Drachten, Vézelay op de Santiago pelgrimsroute waar we overnachtten en aten in het hotel-restaurant van een Nederlands echtpaar,  Nuits Saint Georges, Dijon, Beaunne en het Hospice, Meursault, Autun (buiten op een plein gegeten en de Madonna van de Maitre des Moulins bekeken), Cluny waar we speciaal naartoe reden om het klooster te bezoeken maar waar ik ineens geen zin meer in had omdat het sinds mijn vorige bezoek een commercieel circus was geworden, en Laon in Noord-Frankrijk.

We liepen in die plaats ‘s avonds rondom een grote kerk op een heuvel en keken uit over het landschap. Op zoek naar een restaurant wandelden we door de stad. Een verpauperde, stille stad. Zagen niet ver van de kathedraal een paar mensen voor een deuropening met tattoos, piercings en op hun hoofd geïmplanteerde duivelshorentjes. Een onaangename omgeving. We aten in ons hotel.

Toch is die wandeling een van de sterkste herinneringen, evenals de wandeling door het Kruidvat-Zeeman-Blokker centrum van Drachten. Het kan niet prozaïscher, maar het voelt nu als een historische wandeling van waarde. Ook: de avondwandelingen vanaf NR’s woonboerderij door het Gronings landschap. Zelfs de keer dat op een koude sneeuwochtend mijn auto door een boer uit de greppel moest worden getrokken is een warme herinnering. De markt in Beaunne waar ik een paar Chinese imitatie Laguiole messen kocht; waarom is dat ook een highlight in het geheugen?

Ik maak dat mijn hele leven al mee: zoete herinneringen kunnen niet voorspeld worden. Je weet op het moment zelf nooit wat later het sterkst in je geheugen geprent zal zijn.

NR maakte mij attent op onze wandelingen in Luxemburg. Idioot dat ik daar niet aan dacht. Het geheugen opent zich weer als een roos. Het hotel waar we overnachtten en waar ik ‘s morgens mijn eigen ontbijt samenstelde. Ik had weer eens een periode van fundamentalistisch gezond eten. Door Luxemburg denk ik ook weer aan de Eifel. We vertrokken op een zaterdagochtend in de miezelregen voor een wandeling van 25 km. Tijdens het avondeten, ik zal ongetwijfeld schnitzel gekozen hebben, vertelde NR dat twee lesbische dames haar op afstand bestudeerden: “Ik herken dat meteen”. De volgende ochtend reden we door het lege landschap met keihard Lucia di Lammermoor. Bij het koffiedrinken onderweg stootte NR een plantje om in een neurotisch schone uitspanning. Waarom blijft zo’n onbelangrijk detail in het geheugen?

En dan de bezoeken aan de tuin. Ik vond daar en bij NR thuis rust.

Na elkaar een tijd niet gezien te hebben, bezocht ik haar in de tuin. We zaten achter het theehuis een tijd te praten met enkele medewerkers. Toen ik vertrok en naar mijn auto liep, kwam NR achter mij aan: “Ik ga je zoenen”.

Ons contact ging na de vakantie in Frankrijk verloren doordat M na tientallen jaren weer in mijn leven kwam. Voor NR was het afscheid frusterend. Ik was niet subtiel. Hield ik van NR? Volgens mij heb ik dat nooit tegen haar gezegd. We hebben het nooit tegen elkaar gezegd. Het was een voortrazende, onrustige periode in mijn leven. Volgens mij spoot de adrenaline uit mijn oren en was ik ongrijpbaar. Liefde voor NR liet ik niet toe. Kon het me ook niet voorstellen met ons grote verschil in leeftijd.

Het leven is een komen en gaan van mensen. Weinigen blijven. NR is gebleven in mijn geheugen. Zo af en toe komt de herinnering onverwacht boven drijven en koester ik hem en haar..

Geert Dijksterhuis